null Beeld Gemma Pauwels
Beeld Gemma Pauwels

ReispionierAlexandra David-Néel

Alexandra David-Néel leed kou en honger en moest vrezen voor roversbendes. Precies wat een spannende reis nodig heeft

Alexandra David-Néel, die eind negentiende eeuw verkleed als pelgrim naar Tibet reisde, inspireerde de schrijvers van de Beat Generation. Ook voor Iris Hannema is ze een voorbeeld. Beiden reizen graag daarheen, waar niemand anders durft te gaan.

Reizen deed ik voornamelijk voor mezelf, omdat ik het wilde, er zin in had, weg wilde. Maar er was ook nog een andere reden die ik niet van de daken schreeuwde: ik wilde ook dat de buitenwereld zou weten waar ik allemaal toe in staat was. Wat heb je aan je jeugdige moed als er geen publiek is? Ik werd reisjournalist, publiceerde en werd geïnterviewd, het summum van de alom heersende zie-mij-cultuur. De bestemmingen die ik uitkoos moesten daarom passen in het plaatje van het soort avontuurlijke verre reiziger dat ik wilde zijn. Op Ibiza of op een Thais strand wilde ik niet dood gevonden worden, en ook niet in Frankrijk (waar ik later jaren trouwens heerlijk heb gewoond): te platgetreden, te bekend, niet exotisch genoeg.

Indruk maak je als reiziger pas als je donker Afrika bereisd hebt, naar conflictzones van het Midden-Oosten bent geweest of naar oorlogsgebieden, landen waar een gevreesde dictator heerst of waar je überhaupt nauwelijks binnenkomt (bekijk de negatieve reisadviezen van Buitenlandse Zaken eens, mocht inspiratie nodig zijn).

Tibet-reiziger en schrijver Alexandra David-Néel (1868-1969) lukte het in 1924 om, verkleed als inlandse bedelpelgrim, het verboden Tibet in te reizen en tot de heilige graal, de hoofdstad Lhasa, te komen. Ze ging daarmee de geschiedenisboeken in als allereerste westerse vrouw die de heilige stad bereikte, een prestatie waar ze in haar boek Een vrouw trekt door Tibet onverhuld trots over schrijft. De Franse titel vind ik daarom velen malen passender: Voyage d’une Parisienne à Lhasa. Niet zomaar een vrouw reisde af naar Lhasa, maar een dame uit het modieuze Parijs die de moed had het verboden land te bereizen.

Een rusteloos kind, een weglopertje

Alexandra David-Néel wordt in Parijs geboren en is een rusteloos kind, een weglopertje. Haar hang naar avontuur brengt haar op het spoor van het Verre Oosten en vooral Tibet. Ze voelt een ongelooflijke aantrekkingskracht tot ‘die geheimzinnigheid, het toegangsverbod, de mysteriën’. Ze leert Sanskriet, verdiept ze zich in Indiase en Chinese geschriften en volgt colleges Tibetaanse literatuur aan het Collège de France. Later zal ze ook vloeiend Tibetaans, inclusief diverse dialecten, leren spreken en ze schreef meer dan dertig boeken over het Verre Oosten. Haar spirituele inzichten inspireerden, jaren later, schrijvers van de Beat Generation, zoals Jack Kerouac. Als ze in 1904 haar toekomstige echtgenoot, de Franse ingenieur Philippe Néel, ontmoet, reist Alexandra als operazangeres de wereld over.

Van het huwelijkse leven wordt ze niet bepaald gelukkig en haar man geeft haar toestemming een tijdje naar India toe te gaan. Daar blijft ze vijftien jaar, heeft er liefdesaffaires met maharadja’s, beoefent tantristische seks en woont in een grot in het Himalaya-gebergte (en nee, haar huwelijk hield geen stand, al bleef hij haar tot zijn dood financieel steunen en droeg zij tot haar dood zijn achternaam). Tijdens haar reizen ontmoet ze een Tibetaanse monnik, die ze als haar geadopteerde zoon aanneemt. En het is met hem, Yongden, dat ze naar het verboden land Tibet afreist.

null Beeld Gemma Pauwels
Beeld Gemma Pauwels

Om niet op te vallen tussen de Tibetaanse pelgrims, vlecht ze yakhaar door haar kortgeknipte haar en verft het geheel met Oost-Indische inkt egaal zwart. Haar huid poedert ze ‘met een mengsel van houtskool en cacaopoeder’. Maar toch blijft ze de hele voetreis lang als de dood om als buitenlander ontdekt te worden. De twee doorkruisen het grillige berglandschap en dan bij voorkeur ’s nachts, om het risico te verminderen mensen ­tegen te komen.

De schmink op haar gezicht zou wel eens kunnen afgeven

Tibetanen zijn van nature zeer nieuwsgierig en het wordt als een reinste belediging gezien als iemand hun uitnodiging bij hen thuis te komen eten en slapen afslaat. En hoe zeer de twee het ook proberen te ontlopen, soms komen ze niet onder logeerpartijen uit en dat zorgt vooral bij de Française voor nog meer ­spanning. In die tijd wist je maar nooit wie er contact onderhield met de regering en als haar veel vragen gesteld zouden worden, zou ze gemakkelijker uit haar rol kunnen vallen. En dan de schmink op haar gezicht en handen die weleens zou kunnen afgeven.

Hun barre voetreis zal vier maanden duren. En wat hebben ze het te verduren: kou, hoogte, honger, dorst, ze raken de weg meermaals goed kwijt en vrezen voor wilde dieren en roversbendes. Precies wat zo’n moedige reis nodig heeft om een spannend verhaal te worden: lijden. Wie onderweg flink heeft afgezien, heeft moeite gedaan om ergens te komen en dat is de basis van een avontuurlijke reis: het mag je absoluut niet te makkelijk af zijn gegaan. Het vermoeden dat haar gedroomde aankomst in Lhasa haar wereldfaam zou opleveren, moet het lijden dragelijker gemaakt hebben.

Ooit schreef ik een serie over hoe het was om als vrouw alleen met het openbaar vervoer door het Midden-Oosten te reizen, met Irak als het doel en de journalistieke kers op de taart. Dat er geen bal aan was, maakte me niks uit. Alexandra David-Néel lijkt hetzelfde te hebben ervaren bij aankomst in Lhasa. Twee maanden zwerft ze er ongezien rond ‘door dit Rome van de Tibetanen’. Maar over hoe het haar en haar stiefzoon, Yongden, er verging, hoe de stad er uitzag, waar ze sliepen, wat ze er in al die maanden uitspookten, zwijgt de schrijfster. Het doel was de aankomst en dat was bereikt.

In de jaren vijftig en zestig woonde ze in de Franse Provence waar ze niemand minder dan de Dalai Lama ontving. Toen ze honderd jaar was, bleek ze nog altijd de rusteloosheid van het kleine meisje dat ze ooit was in zich te dragen: ze vroeg een nieuw paspoort aan om via Rusland naar New York te reizen. Om het verbaasde gezicht van de betreffende ambtenaar moet ze zich verkneukeld hebben.

null Beeld

Alexandra David-Néel
Een vrouw trekt door Tibet
Oorspronkelijke titel: Voyage d’une Parisienne à Lhasa (1927)
Vert. Hilde Bervoets
Sirius en Siderius; 1986

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden