Boekrecensie

Albert Cossery was een verzetsschrijver, maar wel op zijn eigen manier

Albert Cossery in Parijs, 1997. Beeld Hollandse Hoogte

De Egyptisch-Franse schrijver Albert Cossery trok met humor en relativering ten strijde tegen corruptie.

Albert Cossery (1913-2008) had wel een lang, maar zeker geen rijk gevuld leven. De laatste zes decennia ervan woonde deze Egyptisch-Franse schrijver in een bescheiden hotel in Parijs, waar het personeel hem de zorgen van het huishouden uit handen nam. Rond het middaguur kwam hij uit bed. Hij haalde zijn broek tevoorschijn van onder de matras, waar hij hem de avond tevoren neergelegd had om er een mooie vouw in te houden, kleedde zich aan en wandelde naar een terras voor een nieuwe dag van nietsdoen - zo leek het althans. 

Monsieur Cossery installeerde zich met een kop koffie opzij van de andere cafébezoekers, en begon aan zijn werkdag, die doorgaans neerkwam op voor zich uit staren, de mensen in zijn omgeving observeren en het wegen en beoordelen van de door zijn hoofd dwarrelende woorden en zinnen die hij een plaats wilde geven in zijn boeken.

kwispelstaartend

Voor een geëngageerd schrijver is dat een nogal ongebruikelijke levensstijl. Een verzetsschrijver was Cossery echter wel degelijk, maar op zijn eigen manier. In zijn kleine oeuvre (zeven romans en een verhalenbundel) geselt hij de hebzucht, corruptie en domheid van de politici, rijken en bureaucraten. Cossery was evenwel te veel scepticus om revoluties kwispelstaartend te begroeten. Niet zelden komt zo’n omwenteling immers neer op voortzetting van de onderdrukking met dezelfde of ergere middelen. Afzijdigheid, ironie en misprijzen kunnen geduchte zelfverdedigingswapens zijn, omdat zij, zoals Cossery mooi laat zien in ‘Grote dieven kleine dieven’, de tegenstander in zijn ijdelheid raken. De schrijver pleit voor humor, de zoete roes van de hasjiesj, de vergetelheid van de slaap, lucide observatie en zalig nietsdoen. “Zijn sympathie ligt bij de dromers en de subversieven”, schrijft vertaalster Mirjam de Veth in haar liefdevolle nawoord.

Zo eigenzinnig als Cossery’s levenswijze was, zo dwars was zijn schrijfstijl. Als je een boek van Cossery zodanig heen en weer zou kunnen schudden dat alle bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden eruit vielen, dan zou je niet zo heel veel meer dan driekwart van de tekst overhouden. Bij Cossery wérkt die overdaad, omdat woede en baldadigheid elkaar in de gebruikte kwalificaties op zo’n fraaie wijze afwisselen.

Zo beukt de schrijver van ‘Grote dieven kleine dieven’ in op de corrupte hogere kringen van Caïro. Hij richt zijn pijlen op de projectontwikkelaars die de Egyptische hoofdstad vol zetten met ondeugdelijke huizenblokken. Als het boek begint, is er zojuist weer één ingestort, waarbij vijftig mensen de dood vonden. De kleine zakkenroller Oessama, een kleurrijke schelm die dankzij zijn verzorgd, dandy-achtig voorkomen in de haute volée van de Egyptische hoofdstad weet binnen te dringen, krijgt in het kader van zijn beroepsuitoefening een compromitterende brief in handen die door de broer van een minister gericht werd aan de betrokken projectontwikkelaar. 

Geboefte

Op advies van zijn leermeester in het vak (‘Je leert altijd iets van de omgang met schurken’) en van een bevriende filosofische journalist die in een grafhuisje in de Dodenstad woont, benadert Oessama de projectontwikkelaar met het doel hem een lesje te leren. Ook Oessama’s vader Moaz woont immers in een gebouw dat elk moment kan instorten. Het zou zonde zijn hier de afloop - die op de voorlaatste bladzijde van het boek nog een volstrekte verrassing is - te verraden.

‘Grote dieven kleine dieven’ ontleent zijn belang en aanzienlijke charme niet aan de toch wat summiere intrige, maar aan de prachtige, genereuze beschrijvingen van de personages met hun ontwapenende veerkracht, en aan de relativerende humor waarmee zij hun ellende het hoofd bieden. Ondanks hun armoede weten zij van het leven te genieten. Het is natuurlijk inconsequent, maar als hij eerlijk is moet Oessama zichzelf soms “bekennen dat hij het zou betreuren dat dit geboefte zou verdwijnen, uit angst voor de saaiheid van een mensheid ontdaan van haar gespuis”.

Oordeel: charmante vertelling rond kleurrijke schurken.

Albert Cossery
Grote dieven kleine dieven
Vert. Mirjam de Veth
Jurgen Maas;
132 blz. € 18,95

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden