Al vijftig jaar die ene vraag: waarom plegen schrijvers zelfmoord?

Jeroen Brouwers onderzocht vijftig jaar lang de zelfmoorden van schrijvers. Beeld Maikel Samuels

Waarom plegen schrijvers zelfmoord? Jeroen Brouwers deed er bijna vijftig jaar onderzoek naar voor zijn nieuwe boek 'De laatste deur' en heeft nog steeds geen idee. "Maar het leed dat eraan voorafging, begrijp ik wel."

Vanuit de slaapkamer van Jeroen Brouwers leidt een trap omhoog, naar een zolder met uitzicht op tuinen en schuurtjes. Nu is die nog kaal en leeg, de schrijver is pas verhuisd naar een grote woning aan een Vlaamse dorpsstraat. Veel spullen zitten nog in dozen. Maar straks komt hier zijn 'zelfmoordkabinet': het archief over zelfmoord in de literatuur dat hij al bijna vijftig jaar bijhoudt.

Op eigen kracht komt Brouwers de trap niet meer op; hij heeft al jaren een luchtpijpprothese en haalt hoorbaar moeizaam adem. Gewoon lopen is lastig, naar bóven lopen uitgesloten. "Als mijn boek een beetje verkoopt, komt er een traplift", zegt hij beneden met een sigaret in de hand, verstokte roker die hij is. "Ik vind het belangrijk dat het zelfmoordkamertje ingericht wordt, al zal ik het niet meer dagelijks betreden."

Gisteren verscheen zijn verslag van een halve eeuw 'zelfmoordkunde', zoals Brouwers zijn onderzoek noemt: 'De laatste deur. Zelfmoord in de Nederlandstalige letteren'. Het werk bestaat uit twee vuistdikke delen en is een herziene editie van zijn oerboek uit 1983. Het is work in progress, de schrijver blijft alert. "Je zult zien dat er morgen wéér een voor de trein springt." En: "Ik ben dit werk nu eenmaal begonnen, ik kan er niet zomaar mee stoppen."

Wie waren de schrijvers die zelfmoord pleegden? Hoe en vooral waaróm deden ze het, François Haverschmidt, Menno ter Braak, Jan Arends, Anil Ramdas, Nanne Tepper en Wim Brands - slechts zes van de tientallen schrijvers in wie Brouwers zich verdiepte? Bevatten hun oeuvres voortekenen, 'papieren zelfmoordenaars' (zie inzet), verklaringen, aankondigingen van hun dood? Als een literaire detective ploos Brouwers hun boeken, essays en brieven uit, las hij kritieken, kranteninterviews en biografieën. Op basis van die grondige literair-historische research schreef hij hun 'doodsgeschiedenissen', waarmee hij heel wat schrijvers redde uit "een afgelegen hoekje van de uitgestrekte urnentuin der letteren".

Zijn schrijvers-zelfmoordenaars een slag apart?

"Nee, je kunt ook een boek schrijven over bakkers en zelfmoord of psychiaters en zelfmoord. In die laatste beroepsgroep komt zelfmoord trouwens veel vaker voor dan in de letteren. Ik heb schrijvers genomen omdat ik zelf schrijver ben, literatuur staat dicht bij mij."

Zelfmoordepidemie

Rond 1970 raakte het onderwerp hem voor het eerst persoonlijk. Een geliefde vriendin, nog maar 23 jaar oud, en verschillende collega-schrijvers, maakten kort na elkaar een eind aan hun leven. Het leek wel een literaire zelfmoordepidemie, schreef Brouwers in die tijd.

Woede, schuld, machteloosheid, onbegrip, alle emoties van de nabestaande voelde Brouwers na de dood van zijn vriendin, die graag schrijfster had willen worden. "Ik dacht: had me toch even gebeld. En ook: er is mij iets overkomen, mij is leed aangedaan." Maar al gauw besloot hij een stap opzij te zetten, zich niet langer in zijn eigen gevoelens maar in háár te verdiepen. Hij vereeuwigde haar in een verhaal om haar "alsnog, postuum, een plaats in de literatuur te bezorgen".

Zo benaderde hij daarna ook de andere schrijvers, volgens een motto dat hij ontleende aan E. du Perron: 'De hoofdzaak is dat ik die idioten begrijp, met het gevoel dat ik hun in hun nuances volgen kan tot aan hun laatste avontuur en hun oplossing van wat hen kwelt'.

U schrijft over 'die idioten' met een 'toon van solidariteit'. Wat bedoelt u daarmee?

"Met mijn empathie, die tamelijk groot is, kan ik me toch in de zelfmoordenaar verplaatsen, ook al maakte ik niet hetzelfde mee als hij. Zijn leed begrijp ik, niet de daad die daar tenslotte het gevolg van was. Ik ga mee in het immense verdriet dat de zelfmoordenaar gevoeld moet hebben, daarin ben ik solidair, dat is mijn toon van solidariteit."

Heeft u ook een missie? Is er te weinig begrip voor mensen die zichzelf doden?

"Weet ik niet. Ik heb die empathie in elk geval wel. Wat anderen voor gevoelens hebben, dat weet ik niet en dat interesseert me ook eigenlijk niet."

Bent u in de loop der jaren beter gaan begrijpen waarom ze het deden? Wat schrijvers door die laatste deur dreef?

"Nee. Ik weet het niet, er is niemand die het weet. Je kunt de redenen voor zelfmoord begrijpen, liefdesverdriet of echtscheiding, maatschappelijke tegenslag, miskenning, angst, een depressie. Maar daar hebben we allemaal mee te maken, we zijn allemaal eenzaam. Waarom begaan wij geen zelfmoord en zij wel? Wat brengt iemand tot zelfmoord in omstandigheden waarin ik gewoon blijf leven? Die vraag is onbeantwoordbaar. Geen idee."

U schrijft ook over Joost Zwagerman (1963-2015), met wie u een literaire vriendschap onderhield. Zijn dood was voor u helemaal een raadsel, zegt u.

"Ja. Bij de zelfmoord van sommige anderen kon ik me nog iets voorstellen. Maar waarom uitgerekend Zwagerman zelfmoord pleegde, kan ik met al mijn empathie toch niet bevatten. De laatste keer dat ik hem zag, was hij een vrolijke, vitale, levensgretige man. Hij had alles wat een mens zich zou kunnen wensen: succes, verkoopcijfers, radio en televisie... Hij was gescheiden, meer zie ik niet aan rampspoed bij hem."

Brouwers: "Joost Zwagerman blijft mijn vriend, zelfs al is hij dood." Beeld David van Dam/HH

Waarom beschrijft u expliciet hoe Zwagerman zichzelf gedood heeft? U kent de mediacode toch, bedoeld om copycat-gedrag te vermijden?

"Ik ken die code, ik beschrijf 'm ook in mijn boek: je moet de zelfmoordmethode niet beschrijven en ook niet citeren uit een eventuele afscheidsbrief. Maar daar houd ik me toch niet aan. Ik schrijf niet voor een krant, ik schrijf een boek over alle schrijvers-zelfmoordenaars die ik ken. Dan moet je het wel over de methode hebben. Ik kan toch niet elk hoofdstuk beeindigen met: 'En toen maakte hij een eind aan zijn leven'? Mijn boek gáát over zelfmoord, over het waarom en het hoe. Natuurlijk beschrijf ik hoe Zwagerman het deed. Dat doe ik bij allen."

Zwagerman schreef zelf ook veel over zelfmoord, vanuit het perspectief van de nabestaanden. Zijn vader had een zelfmoordpoging ternauwernood overleefd en als gevolg daarvan voelde Zwagerman zich 'gestempeld', erfelijk belast.

"Ja, daarover heeft hij me nog geïnterviewd voor zijn boekje 'Door eigen hand. Zelfmoord en de nabestaanden' uit 2005. Toen zei ik tegen hem: wat is dat voor onwerelds onderwerp, waarom ga je de nabestaanden vragen om hun reacties op de dood van hun geliefde of hun broer? Wat schiet je daar nou mee op? Je moet het hebben over de dode, over zijn verdriet en woede en redenen, niet over je eigen sores. Daar voelde hij zich wel door getroost, hij vond mijn visie relativerend.

"Over zijn theorie dat de nabestaande van een zelfmoordenaar 'gestempeld' is en ook geneigd tot suïcide, heb ik mijn schouders opgehaald. Die theorie heb ik weerlegd, ik heb er ook met hem over gelachen. Zelfmoord an sich is al een uitzondering, maar zelfmoord in verschillende generaties van één geslacht is een uitzondering op een uitzondering."

Bent u eigenlijk boos op hem?

"Boos? Nee, waarom denk je dat? Zwagerman was mijn vriend, hij is nog mijn vriend, al is hij dood."

U schrijft: "Hij liet drie kinderen in hun puberteit in de steek, zijn nieuwe geliefde was zwanger van hem." Dat klinkt afkeurend.

"Zo is het niet bedoeld. Zwagerman sprak zelf in die bewoordingen over een andere zelfmoordenaar. Het is een fugatische herhaling, een literaire herhaling. Zwagerman was bang voor zelfmoord, hij nam het anderen kwalijk en vervolgens deed hij het zelf. Maar daar heb ik geen oordeel over, nooit.

"Meer mensen hebben tegen me gezegd: het lijkt wel alsof je die Zwagerman veroordeelt. Misschien heb ik mij niet adequaat uitgedrukt. Alhoewel... ach nee, het staat er goed."

Waarom gebruikt u eigenlijk consequent het woord 'zelfmoord'? En niet 'zelfdoding'?

"Dat woord hoor je meer en meer: zelfdoding. Ik vind het verschrikkelijk. Het is een eufemisme, een verzachtend woord waarmee de harde waarheid wordt ontkend."

Er kan een visie achter schuilgaan: 'moord' suggereert een bewuste daad, zelfdoding kan wijzen op een meer terloopse daad in een vlaag van verstandsverbijstering.

"Als we dat gesprek moeten voeren, zijn we er morgen nog niet uit. Je begaat niet zomaar zelfmoord, daar is een heel proces aan voorafgegaan. Het is een proces dat groeit of afsterft, je denkt eraan. Bij veel mensen komt de gedachte aan zelfmoord wel eens op, maar zij vegen 'm van tafel. Gaat die gedachte door tot een voornemen of zelfs een plan, dan kun je niet meer spreken van een vlaag van waanzin of verstandsverbijstering.

"Je overdenkt het hoe, nadat je het waarom hebt overdacht. Het hoe is het allerbelangrijkst. Stel er komt iemand naar je toe die zegt: ik wil mezelf van kant maken. Dan zou mijn eerste vraag zijn: hoe dan? Als je daar geen antwoord op krijgt, is het nog niet zover. Is het antwoord: ik spring van een flatgebouw, dan moet je je zorgen maken."

Maar uiteindelijk is het Brouwers in zijn boek niet om de psychologie van de zelfmoord te doen, maar om literaire geschiedschrijving. "Maakt u het niet te zwaar, dit interview?"

Jeroen Brouwers, De Laatste Deur, is nu verkrijgbaar. Beeld Atlas Contact

Papieren zelfmoordenaars

Louis Couperus, Simon Vestdijk, Willem Frederik Hermans, Harry Mulisch, ze schreven allemaal over zelfmoord, terwijl ze zelf later een natuurlijke dood stierven. "Het thema blijkt te horen bij literatuur zoals regen hoort bij akker", concludeert Jeroen Brouwers in 'De laatste deur'. Personages springen van de flat of een kerktoren, ze maken een 'doelbewuste zweving naar het Andere' of stappen, zoals Japie de uitvreter (Nescio) zomaar van de Waalbrug.

Als literair onderwerp is zelfmoord dus zeker niet voorbehouden aan suïcidale schrijvers.

Maar Brouwers ontdekte wel iets interessants in de boeken van schrijvers-zelfmoordenaars: als hun personages zelfmoord plegen, kiezen ze consequent voor dezelfde methode, bijvoorbeeld altijd ophanging of vergiftiging - en vaak is dat ook de manier waarop de schrijver later zijn eigen leven beëindigt.

Terwijl de papieren zelfmoordenaars van niet-suïcidale schrijvers zichzelf steeds op een andere manier om het leven brengen.

Had hij niet op 'De laatste deur' willen promoveren? Zijn onderzoek naar zelfmoord in de Nederlandstalige lijkt er ambitieus genoeg voor. Misschien wel, zegt Brouwers, alleen is mulo zijn hoogst genoten opleiding, wat een universitaire titel lastig bereikbaar maakt. Dat sommigen zijn boek toch 'Brouwers' dissertatie' noemen, vindt hij wel prettig. "Het is een soort erkenning: ik heb geen hobby bedreven."

Terwijl de zelfmoord in zijn werk altijd aanwezig was, - maar wel in een zijkamer, hoor"- bouwde Brouwers vanaf zijn debuut in 1961 een groot en veelzijdig oeuvre op: van vlijmscherpe essays tot romans als 'Bezonken rood' (1981), 'Geheime kamers' (2000) en 'Datumloze dagen' (2007.

Vooral zijn virtuoze stijl wordt vaak geprezen. Zijn meest recente succes is 'Het hout' (2014), over seksueel misbruik in een rooms-katholieke jongenskostschool. De roman is zó zintuiglijk geschreven dat lezers de grove stof van de monnikspij voelen schuren over hun huid. Brouwers kreeg er de ECI Literatuurprijs voor.

Vanaf 1993 tot begin dit jaar woonde hij in Zutendaal, net over de grens in België, in 'een vriendelijk villaatje in het bos, niemand die je daar kon vinden'. Maar dat villaatje stond er wel illegaal, daarom moest de schrijver er uiteindelijk uit. Nu woont hij enkele kilometers verderop, samen met zijn partner Gwennie Debergh (1975).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden