Poëzie

Al huppelen Lorcas woorden en zijn ze vol kleur, wie ze een tweede keer leest, voelt de donkerte

Janita Monna schrijft wekelijk over poëzie voor Trouw. Beeld Maartje Geels

Bij het opruimen van een kast vond ik een oude camera. De foto’s wilde ik overzetten op mijn computer. Kwestie van een paar minuten, dacht ik. Maar ik had beter moeten weten. Oude foto’s slingeren je nu eenmaal terug in de tijd. Even zijn de kinderen weer klein, ben je zelf weer jong.

Even is er weer die vakantie in Peru. Lima 2014. We logeerden in een hotel niet ver van het ‘kattenpleintje’. Op dat plein was een klein, arenavormig openluchttheatertje. Als je ging zitten op een van de stenen bankjes, sprong er meteen een kat op je schoot, die driftig begon te spinnen.

In het weekend was het theater stampvol. Er werd muziek gemaakt en er werd gedanst. En hoe. Mannen en vrouwen zwierden over de dansvloer, in hun gewone dagelijkse kloffie. Jong, oud, maar vooral oud. Heren van een jaar of tachtig, nog altijd soepel in de heupen, een dame - ze had geen tanden meer - die steeds opnieuw ten dans werd gevraagd. Ze leefde, ze danste, ze straalde. En toen de muziek ten slotte stopte, liep iedereen op lichte voeten terug naar huis.

Die lichtvoetigheid deed me denken aan dit gedichtje van de Spaanse dichter Federico García Lorca, met die korte, heldere regels waarin alles beweegt, de bomen, het water. Ook ‘Irene’ wordt uitgenodigd: ‘Dans op het groen.’

Traditionele Spaanse volkslyriek

Het gedicht komt uit de bundel ‘Liedjes’, met kinderliedjes, Andalusische liedjes, spelletjes en maanliedjes die Lorca begin jaren twintig schreef, geïnspireerd door muziek en traditionele Spaanse volkslyriek.

Federico García Lorca is een van de grote dichters van de twintigste eeuw. Hij werd geboren in 1898 in een dorpje niet ver van Granada, en leerde later in Madrid kunstenaars als Luis Buñuel en Salvador Dalí kennen. Hij componeerde, speelde piano, hij dichtte, schreef essays en toneel - ‘Bloedbruiloft’, ‘Het huis van Bernarda Alba’ - en hij tekende.

Hij reisde naar New York, naar Latijns-Amerika, zijn ‘liedjes’ werden al kort na verschijnen vertaald. Sjostakovitsj zette ze op muziek.

Lorca stierf jong. Nog geen veertig was hij, toen hij in 1936 tijdens de Spaanse burgeroorlog werd neergeschoten. De precieze toedracht rond zijn dood bleef lang een mysterie. Tot recent de plek werd achterhaald waar zijn lichaam vermoedelijk werd begraven.

De Chileens dichter Pablo Neruda noemde Lorca ‘een vermenigvuldiger van schoonheid’.

Maar al huppelen zijn woorden en zijn ze vol kleur, wie ze een tweede keer leest, voelt de donkerte. De wanhopige liefdes, gemiste kansen en de dood. Dus dans, voor de regen komt en de sneeuw. Dans nu het kan.

Beeld Frederico García Lorca

Federico García Lorca
Uit: Liedjes (1921-1924)
Vertaling: Bart Vonck
Meulenhoff, 1998

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw. 

Lees ook:

Huiveren om een zinnelijk misdaadgedicht
Wie nu eens geen zin heeft in de zoveelste drankzuchtige Zweedse rechercheur, die zou ook ‘Niemandslandnacht’ in zijn tas kunnen doen, een dichtbundeltje, past zo in de handbagage. Een crime-poem bovendien, en daarvan zijn er maar weinig in de poëzie.

Lees ook:

Deze bundel bewijst dat je over poëzie helemaal niet ingewikkeld hoeft te doen
Het gebeurt niet vaak dat ik hardop moet lachen als ik poëzie lees. Maar afgelopen week schoot ik toch een paar keer flink in de lach toen ik zat te lezen in ‘Waar ik weg waai’, een bloemlezing met gedichten geschreven door mensen met een verstandelijke handicap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden