Han van Bree maakt bijna veertig jaar lang het jaaroverzicht Het aanzien van. Of hij de vijftig gaat halen? 'Dat heb ik ooit geroepen in een onbewaakt ogenblik, maar ik denk het niet.'

InterviewHan van Bree

Al decennia maakt historicus Han van Bree hét jaaroverzicht: ‘Het is goedbetaald het nieuws volgen’

Han van Bree maakt bijna veertig jaar lang het jaaroverzicht Het aanzien van. Of hij de vijftig gaat halen? 'Dat heb ik ooit geroepen in een onbewaakt ogenblik, maar ik denk het niet.'Beeld Patrick Post

Historicus Han van Bree gaat op voor zijn veertigste Het aanzien van, de iconische serie die het jaar vangt in beeld en een beetje woord. ‘Ik hou niet van oordelen. Dit land valt om van de opinies.’

Paul van der Steen

Weinig auteurs hebben, zoals hij, meer dan 2 miljoen boeken verkocht. Toch zal de naam Han van Bree bij weinig mensen een lichtje doen branden. Het schrijven van 39 edities van het jaaroverzicht Het aanzien van was, ondanks de naamsvermelding, een betrekkelijk anonieme bezigheid.

Wat hem dreef? “Het is goed betaald het nieuws volgen. Nou ja, in het begin was de vergoeding nog karig. Dat is later goed gekomen.”

Van Bree (64) doet het graag: “De krant lezen deed ik toch al. Als middelbare scholier stond ik thuis als eerste op. Dan dekte ik de tafel en ging ik lezen.”

Han van Bree

Han van Bree (1957) studeerde geschiedenis in Utrecht en Gent. Sinds 1983 is hij nauw betrokken bij de samenstelling van de serie Het aanzien van. Van Bree promoveerde op De geest van het Oude Loo, over Juliana en haar vrienden, en schreef diverse andere boeken over het koningshuis. Hij werkt nu aan een biografie van Greet Hofmans.

Een werkkamer in een bijna honderd jaar oud ketelhuis in Utrecht fungeert als operationeel centrum. Niet alleen de schrijver Han van Bree werkt hier, ook de fotograaf Han van Bree. Meest prominent aanwezige portret? Dat van zijn vader. “Koster toen katholieke kerken in Brabant nog vijf missen in een weekend hadden. Later conciërge op een middelbare school.”

Zoon Han was een leergierige puber. “Ik wilde begrijpen hoe zaken in elkaar zaten en gegroeid waren. In de vierde klas zette ik op mijn agenda: ‘Ik wil weten om des wetens willen’. Geen citaat van mezelf natuurlijk. Maar zo zat en zit ik nog steeds in elkaar.”

De in Veldhoven opgegroeide auteur twijfelde bij zijn studiekeuze tussen aardrijkskunde en geschiedenis. “Tussen mens in de ruimte en mens in de tijd. Bij ­geschiedenis werd ik ingeloot. Dat beviel. Dus ben ik het blijven doen.”

Hoe kwam Het aanzien van op uw pad?

“Onze lichting afgestudeerden, eind jaren zeventig, kwam niet aan werk, kansloos. Ik ben allerlei uitgeverijen gaan aanschrijven. Als ze al reageerden, meldden ze dat hun eigen mensen ook niks te doen hadden. Maar Het Spectrum was net begonnen met een andere manier van werken. Die wilde meer freelancers inzetten en minder vaste mensen. Ik begon met hand- en spandiensten. Het corrigeren van drukproeven was niet zo’n succes. Ik heb zelfs nog een tuinplantenboek vertaald.

Naast de jaarlijkse Het aanzien van verschenen er ook ‘inhaal-Aanziens’, die steeds een deel van de periode vanaf 1900 belichtten. Een vrouwelijke collega zou die voor 1970-1975 maken. Maar zij had last van een ­writer’s block. Samen met haar werd ik op een kamer opgesloten. We mochten er pas uit als het boek af was.”

Het aanzien van 1966. Beeld
Het aanzien van 1966.

Wanneer kwam het échte Het aanzien van?

“Meteen daarna. Die vrouwelijke collega werd zwanger. Ik mocht 1983 van haar overnemen. Toen ze terugkwam van zwangerschapsverlof wilde ze niet verder met de serie.”

Was het heel anders werken in die begintijd?

“De teksten werkten we nog op typemachine uit. Die gingen naar een corrector en werden daarna gezet. Dat leidde tot vroege deadlines. Drukken duurde ook langer. Met de computer is de snelheid enorm toegenomen. Je kunt veel dichter op de gebeurtenissen zitten.”

Hoe gaat het nu?

“Ik schrijf mijn teksten op lengte. Ongeveer driehonderd woorden voor een pagina. Dan stuur ik ze naar de vormgever. Die geeft aan of het past of niet. Dat leidt tot schrappen. Of een beetje erbij schrijven.”

Hoe ging het met de foto’s?

“In mijn beginjaren was er nog een aparte beeldredacteur. Dat vond ik lastig. Op zeker moment mocht ik de foto’s er zelf bij gaan doen. Dat is logischer, want het gaat om redactioneel-inhoudelijke keuzes, om het samenspel tussen tekst en foto. Bij twijfel tussen twee onderwerpen wordt het dat met het mooiste beeld.”

Met tekst had u al affiniteit door uw studie. Hoe zat dat met het gevoel voor foto’s en fotokeuzes?

“Mijn vader filmde. Mijn zussen en ik fotografeerden. Als kind al. Van mijn peettante kreeg ik haar oude camera’s als ze zelf een nieuwe kocht. Daar staan er nog een paar. De passie is gebleven. Vooral voor het maken van portretten. Geschoten werk tijdens de eerste lockdown leidde tot mijn meest recente fotoboek Verlaten straten.”

U kunt de beelden voor Het aanzien van nu digitaal uitzoeken. Hoe ging dat in de begintijd?

“Zeven of acht persbureaus leverden het fotomate­riaal. Ik ging bij ze langs om met een vergrootglas op een lichtbak dia’s te bekijken. Of gewoon fysieke foto’s. Als ze er waren, want soms lagen de gewenste beelden nog op redacties van kranten.”

Wat zijn de vereisten voor een goede tekst?

“Dat het over tien jaar nog begrijpelijk is. Het cliché dat een foto meer zegt dan duizend woorden is echt een cliché. Het gaat bijna nooit op. Je hebt een context nodig om een foto te begrijpen. Die context moet je geven. Kort en kernachtig aanstippen wat de crux van het ­verhaal is. Bij een één-paginaonderwerp in pakweg driehonderd woorden. Dat is worstelen, hoor.”

Hoeveel Han van Bree kunt u daarin leggen?

“Af en toe een kwinkslag. Niet te veel.”

In Het aanzien van 2021 lijkt het of we daar iets van lezen in de kop ‘Rutte III treedt een beetje af’. Daar lijkt persoonlijke verbazing in te zitten over opstappen en dan nog heel lang blijven zitten.

“Met verbazing ben ik niet uniek. Die leeft breed. Het moet niet het Han van Bree-boek zijn. Afgezien van de inleiding. Daar permitteer ik me iets meer eigen mening. De teksten elders in het boek moeten vooral de ­essentie pakken. Bij het afronden van veel artikelen ben ik dolblij dat ik niet zoals een minister of een rechter een beslissing hoef te nemen.”

Maar u vindt van veel dingen toch iets?

“Heel vaak ook niet. Ik hou van beschouwen en doorgronden. Niet van oordelen. Zeker niet van veroordelen. Dat gebeurt al veel te veel. Dit land valt om van de opinies. Iedereen heeft maar een mening.”

Gebrek aan deskundigheid is nog zelden een bezwaar.

“Precies. Ik heb ooit geleerd dat een mening gefundeerd moet zijn. Dat is allang niet meer zo.”

Het aanzien van 2021. Beeld
Het aanzien van 2021.

Hoe houdt u voeling met alle onderwerpen? Ik kan me voorstellen dat een zestigplusser Bilal Wahib niet nauwgezet volgt. En die kreeg toch een plek in Het aanzien van 2021.

“Dat is minder lastig dan het lijkt. Het aanzien van is een spiegel van wat er in het nieuws komt. Een rel over Wahib die een minderjarige vraagt om zijn piemel te ­laten zien zou vroeger alleen de bladen halen. Nu staat dat ook in de serieuze kranten en gaan de talkshows ­erover. Ik vind het wel leuk om rages en trends een plek te geven. Dit jaar de Netflix-serie Squid Game en pop-it fidgets, speelgoed waar je in kunt knijpen.”

Rages en trends zijn een constante in de reeks.

“Al meteen in de eerste Het aanzien van. In 1962 had je de elastieken twist en Chubby Checkers-twist, de dans. Rages horen bij Het aanzien van. Omdat ze ­lezers bij het openslaan van het boek een o-jagevoel ­geven. Zelfs na lange tijd: mensen ondergaan het nieuws passief. Aan rages hebben ze vaak actief meegedaan.”

Het aanzien van heeft veel trouwe lezers. Die kopen elk jaar een boek om de serie compleet te houden. Komen ze vaak met suggesties?

“Dat valt mee. Jaren geleden schreef iemand: ‘Ik mis de Formule 1 in het boek’. En dat was toch echt heel belangrijk, want… Dat was inderdaad een blinde vlek bij mij. Sindsdien probeer ik daarop te letten. Vorig jaar hadden we iemand die de letters in de nieuwe lay-out te dun vond. Niet goed leesbaar. Dat ­hebben we aangepast.”

Over Het aanzien van

In 1961 verscheen De lens op de mens, de voorloper van Het aanzien van. ­Samensteller was de toenmalige hoofdredacteur van het weekblad Panorama. Het boek belichtte met heel veel foto’s de periode tussen oktober 1960 en ­augustus 1961.­

Begin 1963 verscheen de eerste Het aanzien van, dat 1962 in beeld bracht, dit keer keurig van 1 januari tot en met 31 december.

Foto’s waren vanaf het begin erg belangrijk, de titel van de reeks zegt het al. In de loop der jaren kwam er iets meer ruimte voor tekst bij het beeld.

Van Het aanzien van werden ooit 200.000 exemplaren per jaar verkocht. Tien jaar geleden was dat aantal teruggelopen naar zo’n 70.000. Nu ligt de verkoop op zo’n 40.000 stuks.

Het aanzien van is opzoekboek bij de tv-quiz Twee voor Twaalf.

U promoveerde op koningin Juliana en haar kring in de jaren vijftig en schrijft nu een biografie over gebedsgenezeres Greet Hofmans. Zo’n fascinatie voor het koningshuis ligt niet voor de hand voor iemand die eind jaren zeventig, begin jaren tachtig van de vorige eeuw geschiedenis studeerde.

“Nee. De opleiding deed niets aan vaderlandse geschiedenis. Dat was eng nationalistisch, bekrompen, ­gevaarlijk. In plaats daarvan kregen we college over de ontwikkeling van de onderontwikkeling. Ik wist meer van de dependencia-theorie en van het Ujamaa-model in Tanzania dan van de koningen Willem I, II en III.”

Dat heeft u aardig ingehaald.

“Op een zeker moment werd mij gevraagd om Het aanzien van het Huis van Oranje te schrijven. Dat was voor mij een spoedcursus vaderlandse geschiedenis aan de hand van de Oranjes.”

Wat greep u?

“Hoe Nederland ontstaan en gegroeid is aan de hand van die Oranjes.”

Daarmee is het nog geen specialisme.

“In zekere zin is dat toeval. In de jaren tachtig hield geen enkele zichzelf respecterende journalist zich bezig met het koningshuis. Met de kennis die ik had verkregen door dat boek te schrijven en het een beetje bijhouden ging ik bij het NOS Journaal werken. En omdat ik Friso en Constantijn uit elkaar kon houden, was ik de specialist. En kreeg ik steeds die onderwerpen.

Dan komt er van alles op je af. Ik heb ook bij de afdeling NOS Evenementen gewerkt, die zich bezighoudt met de rouw en trouw van de Oranjes. Daar heb ik documentaires gemaakt, onder meer over Juliana en Greet Hofmans. Daar is mijn proefschrift uit voortgekomen.

Ik had een heleboel materiaal over Hofmans dat ik in mijn proefschrift niet kwijt kon. Hele periodes van haar leven zijn nauwelijks belicht. Maar ik wil in de biografie vooral laten zien hoe de verhalen rond haar persoon ontstonden en wat daarvan waar was. Voor de ene groep is ze een heks en voor de andere groep is ze een heilige.”

U begint nu aan uw veertigste Het aanzien van. Op naar de vijftig?

“Ja, dat heb ik ooit geroepen in een onbewaakt ogenblik. Of ik dat ga halen? Ik denk het niet. Ik heb in elk geval afgesproken dat ik dit jaar nog doe. Veertig is wel mooi. Dan heb ik daarna alle rust om het boek over Greet Hofmans voor het einde van 2023 af te maken.”

Had u verwacht dat u het zo lang zou volhouden?

“Nee. Na verloop van tijd ging ik wel denken: benieuwd wie het eerste klaar is, het boek of ik. Het boek – begonnen toen het nog ging over zittend president John F. Kennedy, de bouw van de Berlijnse Muur en de als ­‘negerzangeres’ aangeduide Ella Fitzgerald – lijkt te winnen. Wonderlijk hoe dat het volhoudt tegen de verdrukking en de tijdgeest in. Het einde van het boek is al zo vaak aangekondigd. Prachtig dat het nog steeds bestaat en dat ik het zo lang in stand mag houden.”

Lees ook:

Historicus Van Bree: Laat de premier de troonrede voorlezen

Koning Willem-Alexander trekt het land in, luistert en spreekt mensen. Dat is precies wat hij moet doen, vindt historicus Han van Bree, die een boek schreef over de koning. Maar de troonrede zou hij niet meer moeten voorlezen.

De hofhouding: Willem-Alexander als CEO van een geolied familiebedrijf

Koning Willem-Alexander is topman van een modern bedrijf met ruim driehonderd werknemers. Zijn belangrijkste producten: samenbinden, aanmoedigen en vertegenwoordigen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden