Review

Aids verdeelde neo-nazi's Kuhnen zag de Golfoorlog als uitweg

Burkhard Schroder, Rechte Kerle, Skinheads, Faschos, Hooligans. Rowohlt Verlag, Reinbek bei Hamburg. 251 blz. f 21,45 (imp. Nilsson & Lamm). ISBN 3 499 18271 8.

Schroders interesse in de groep rond Kuhnen is begrijpelijk. Voortgekomen uit het ANS. (Aktionfront Nationaler Sozialisten) was de Bewegung, telkens weer na verbod onder andere namen opererend, jarenlang de enige belangrijke voorvechter van het bruine erfgoed. Dit was vooral te danken aan de leider van de Bewegung, de in 1955 geboren Michael Kuhnen. Hij bracht eind jaren zeventig een groep van een paar honderd neo-nazi's bijeen en slaagde er tevens in met een eigen tijdschrift (Neue Front), video-banden, boeken en publiciteitsgerichte acties de aandacht van de media op zich te vestigen.

Hierdoor werd Kuhnen de eenzame voorloper van wat nu zo langzamerhand gebruikelijk is geworden in de golf van onverdraagzaamheid die Duitsland teistert. Schroder ziet Kuhnen en diens Bewegung dan ook niet zozeer als een soort politieke partij met macht van betekenis maar als een katalysator die alom aanwezige gevoelens van onvrede probeert om te zetten in straatpolitiek zoals wij die in Hoyerswerda zagen. De doelen die Kuhnen hierbij op langere termijn nastreefde tekende hij op in zijn boeken; opheffing van het NSDAP-verbod, oprichting van een 'Arische Volksgemeinschaft', 'Endlosung' van het joodse vraagstuk en voorbereiding op de komende rassenoorlog. Zijn volgelingen bekeken het praktischer. Zij hadden geen werk en wilden zich ontdoen van de Noordafrikaanse 'baantjespikkers'.

Cynisch constateert Schroder dat de Kuhnenbeweging, die jarenlang alleen maar had kunnen dromen van een zo grote aanhang voor extreem-rechts, niet heeft kunnen profiteren van de ommekeer in het politieke klimaat. Dit is het gevolg van een controverse rond de persoon van Kuhnen.

Aanvankelijk had Kuhnen een populariteit opgebouwd door zijn meer dan acht jaar gevangenisstraf als martelaarschap voor zijn beweging af te schilderen. Maar toen begonnen concurrende mini-Fuhrers, zoals Manfred Roeder, voormalige leider van de 'Deutsche Aktionsgruppe' die in dezelfde gevangenis als Kuhnen zat, hem af te schilderen als homoseksueel. Het gerucht ging dat Kuhnen homoseksuele contacten had met een man uit Nepal en aan de gevreesde immuniteitsziekte aids leed.

Gezien de buitenlanderhaat in de extreemrechtse beweging en de intolerantie ten aanzien van homoseksuelen was dit een ernstige aantasting van Kuhnens imago. Daarbij plaatste dit ook Kuhnens verering voor Ernst Rohm, leider van de Sturm-Abteilung (SA) en praktizerend homoseksueel, in een vreemd daglicht. De geruchtenstroom hield aan en rakelde de discussie over de Bugner-moord uit 1981 weer op. Bugner was aanhanger van de Bewegung en werd door mede-kameraden wegens zijn homoseksualiteit vermoord. Kuhnen toonde toen volgens velen wat al te veel zijn teleurstelling. Toen ook nog bleek dat Kuhnens Franse uitgever Caignet homoseksueel was, viel de beweging in de zomer van 1986 als gevolg van de Schwulenpest uiteen. Hoewel Kuhnen zijn homoseksualiteit en ziekte bleef ontkennen nam hij een opzienbarend standpunt in. In een open brief nam hij Caignet in bescherming en gaf hem vanwege zijn verdiensten voor de beweging het alleenrecht voor de publikatie van zijn geschriften. Tevens wijdde hij een brochure aan het thema Nationaalsocialisme en homoseksualiteit waarin hij tot de conclusie kwam dat het nationaalsocialistische gedachtengoed te verenigen was met een dergelijke seksuele geaardheid.

Hierdoor was een enorme kloof in de rechtse wereld ontstaan. Toen in het wonderjaar 1989 de twee Duitslanden werden samengevoegd en het nationalisme hoogtij vierde, was extreem-rechts in twee kampen versnipperd die als vijanden tegenover elkaar stonden. De SAlijn, die de Kuhnen-beweging aanhing, stond rechtsstreeks tegenover de zogenaamde SS-lijn die Kuhnen als een Volksverderber aanwees en homoseksualiteit als een decadente ziekte beschouwde. Kuhnen trok de consequenties en trok zich terug uit het politieke leven.

Dit duurde echter niet lang, een deel van zijn aanhang bleef hem trouw en onder de naam Nationale Sammlung besloot Kuhnen terug te keren in de politieke arena. Toen Kuhnen uit de gevangenis ontslagen werd, lag het ergste achter hem. Hij trad direct weer in de publiciteit en bleef ondanks alle strubbelingen in het rechtse kamp het gezicht van de neo-nazi's. In maart 1989 spitste alles zich toe rond de Hessische gemeenteraadverkiezingen die volgens Kuhnen een 'Durchbruchschlacht' zouden worden. De beweging concentreerde zich volledig op het stadje Langen dat de eerste buitenlander-vrije stad van Duitsland moest worden. Geen toeval, want in dat plaatsje woonden de fanatieke familieleden van Rudolf Hess, ooit de plaatsvervanger van Hitler. De toenmalige minister van binnenlandse zaken, Zimmermann (CSU), greep in en verbood de beweging.

Er volgden meer tegenslagen. Niet alleen was de groep van Kuhnen door de geruchtenstroom ongeveer gehalveerd, maar ook begonnen nu de eerste tekenen kenbaar te worden dat Kuhnen inderdaad aan aids leed. Zichtbaar vermagerd trad de leider minder in de publiciteit. De meest extreme elementen van de rechtsradicale beweging waren hierdoor op de hoogtijdagen van geweld tegen buitenlanders stuurloos en passief. In de laatste maanden van zijn leven betoonde Kuhnen, inmiddels niet meer dan een schaduw van zichzelf, zich plotseling zeer actief. Zijn leven lang was het zijn vrees geweest door ziekte hulpeloos te worden en wegkwijnend een langzame dood te sterven. Nu dit in het verschiet lag koos hij een andere uitweg en die bood zich ook aan: de naderende Golfoorlog tegen Saddam Hoessein.

Kuhnen wijdde zijn laatste weken aan de aloude strijd tegen het zionisme en Israel. Zoals eens tegen Hitler waren de door 'zionisten beheerste media' nu tegen Saddam Hoessein gericht en deze verdiende de steun van de beweging. In januari 1991 maakte hij bekend dat 500 vrijwilligers van de beweging verzameld in het antizionistische legioen, in navolging van de Waffen-SS, tegen Israel en de Amerikanen ten strijde zouden trekken. Via een zekere dr. Amin van de Iraakse ambassade, waaraan Kuhnen volgens Schroder enige malen een bezoek bracht, werd het plan voorbereid. Bij de rechterhand van Kuhnen, Christiaan Worch, rolde na enkele dagen een fax binnen. Bagdad gaf groen licht.

De doodzieke Kuhnen benoemde zichzelf tot politiek en militair leider maar was desondanks gedwongen de dagelijkse leiding uit handen te geven. Zijn plaatsvervanger werd Roland Tabbert, een voormalig handelaar in tweedehands auto's uit Hannau. Het was een ongelukkige keuze. Tabbert wilde per boot naar Koeweit afreizen om op theatrale wijze door het geallieerde scheepscordon te breken. Kuhnen, die wat realistischer was, keurde dit besluit af en stelde voor per vliegtuig naar Irak te reizen vanuit Denemarken, aangezien de Duitse autoriteiten een dergelijke reis niet toestonden. Ter voorbereiding ging de zwaar vermagerde Kuhnen nog persoonlijk naar Denemarken om het plan met zijn oude leermeester Thies Christophersen, schrijver van de Holocaustontkennende 'Auschwitz-luge', door te nemen.

Het liep allemaal anders. Tabbert en Kuhnen kregen ruzie over de verdeling van het door Irak toegewezen geld, dat minstens een miljoen mark bedroeg. Kuhnen stond op het Fuhrer-principe, dus een conto (Kuhnens conto) en een gemachtigde (Fuhrer Kuhnen). De tijd verstreek en operatie Desert Storm begon. Toen Tabbert ook nog een auto-ongeluk kreeg was alles voorbij. Het geld, dat Kuhnen volgens Tabbert wilde gebruiken om zijn laatste maanden bij een vriend in Spanje door te brengen in plaats van voor het legioen, werd niet meer overgeboekt. Nog geen week na de 102e verjaardag van de door hem vereerde Adolf Hitler stierf de 35-jarige Kuhnen in een kliniek te Kassel.

Na de dood van Kuhnen dienden nieuwe mini-Fuhrers zich aan. Maar opnieuw waren er grote tegenslagen. Rainer Sonntag, een binnen rechts-extreme kring gevierde straatvechter, raakte door gokschulden in conflict met een nazaat van Hitlers plaatsvervanger Rudolf Hess. Naar alle waarschijnlijkheid vereffende Sonntag, die bekend stond om zijn criminele verleden, de rekening door Gerald Hess door het hoofd te schieten. De man overleed aan zijn verwonding. Sonntag zelf werd vermoord door souteneurs uit Dresden toen hij had aangekondigd de rosse buurt van Dresden te zullen schoonvegen.

Desalniettemin constateert Schroder een nieuwe verbroedering in het rechtse kamp. Met de dood van Kuhnen is ook de discussie omtrent homoseksualiteit op de achtergrond geraakt. Een betere kanalisatie van rechts-extreme acties zijn dan ook te verwachten. Volgens Schroder tekent zich wel een kloof af tussen voormalige West- en Oostduitsers die slechts moeizaam met elkaar overweg kunnen. Terwijl in het westen Heinz Reisz, voormalige medestander van Kuhnen, de scepter zwaait, heeft in de voormalige DDR Frank Hubner zich ontpopt als leider. Diens 'Deutsche Alternative' heeft inmiddels het 'Arbeitsplan Ost' ontwikkelt, een blauwdruk voor destabilisatie van de democratie om de terugkeer naar de echte Duitse aard, die van het nationaal-socialisme, voor te bereiden.

Schroders werk is geen totaal overzicht van de talrijke rechts-extremistische organisaties die Duitsland telt, noch probeert het de verstrengeling van de groepen en groepjes onderling in beeld te brengen. Desalniettemin geeft het boek een perfecte dwarsdoorsnede door de kleine harde kern die al vanaf eind jaren zeventig van de partij is en de potentie bezit de onvrede te bundelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden