Holland Festival

Afrikaans absurdisme voedt de kunst van Kentridge

Beeld uit ‘The Head and The Load', een voorstelling van William Kentridge. Beeld Stella Olivier

Geen artistiek directeur voor het Holland Festival dit jaar. In plaats daarvan werkt het festival voor het eerst samen met twee associate artists, de Zuid-Afrikaan William Kentridge en de Congolees Faustin Linyekula

Volgende week woensdag begint het festival (het loopt tot 23 juni), vandaag belicht Trouw alvast een aantal bijzondere voorstellingen. Met naast werk van Kentridge en Linyekula ook aandacht voor de driedaagse marathon ‘aus Licht’ van de vooruitstrevende componist Stockhausen – inclusief vier helikopters – en veeleisend, maar hyper-actueel Pools theater naar Kafka’s ‘Het Proces’.

De Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge is een van de hoofdrolspelers van het Holland Festival 2019. In Johannesburg runt hij een ‘Centrum voor het Minder Goede Idee’. Daar mogen jonge kunstenaars experimenteren én mislukken. 

Het atelier van kunstenaar William Kentridge huist in een voormalige autobandenfabriek aan de oostelijke rand van het centrum van Johannesburg. Hij koos het pand in 2008 als werkplaats. “Ik zocht naar een ruimte waar ik kon beeldhouwen en waar ik dansrepetities kon organiseren. Een plek waar ik nooit klachten zou krijgen over geluidsoverlast. Een rauwe, industriële plek ook.”

Kentridge (64) is een van Zuid-Afrika’s beroemdste kunstenaars, met werk in onder meer het Tate Modern in Londen en het Metropolitan en het MoMA in New York. Hij is schilder, performer, filmmaker. Bekend zijn vooral zijn houtskooltekeningen, overwegend zwart-wit, die al snel 250.000 euro per stuk opbrengen, en zijn animaties, waarin hij tekeningen veelvuldig retoucheert om filmstills te creëren. Ook produceert en regisseert Kentridge ­toneelstukken en opera’s. Het Holland Festival opent volgende week met zijn voorstelling ‘The Head and the Load’, over de bijna twee miljoen Afrikanen die meevochten tijdens de Eerste ­Wereldoorlog. Een goeddeels vergeten verhaal.

Door alle drukte zit een interview met de kunstenaar er niet in. Maar hij kan via WhatsApp wel een geluidsbestandje sturen met antwoorden op vooraf gemailde vragen, laat hij weten. Die kunnen dan wellicht dienen als ­audiotour bij een zelfstandige rondgang door zijn ‘Centre for the less good idea’, opgericht in 2016. Dat bevindt zich in drie afzonderlijke ruimtes in wat vroeger een industrieel complex was en nu ‘Arts on Main’ heet. Jonge kunstenaars kunnen er hun creatieve impulsen, ­onderlinge connecties en ingevingen vrijelijk uitproberen en navolgen. Het is een plek waar ze mogen falen.

Yuppenflats

Kentridge vestigde zijn kunstcentrum vooral om praktische redenen pal naast zijn atelier. Maar ook wilde hij kunstenaars het Arts on Main-complex teruggeven. Want wat aanvankelijk een vervallen en goedkoop stadsdeel was, groeide, nadat Kentridge zich er vestigde, onverwachts uit tot Maboneng: een hippe wijk waar leegstaande fabriekspanden razendsnel veranderden in yuppenflats, modieuze koffietentjes en drukke bars. De prijzen stegen zo snel dat de jonge kunstenaars die de wijk aanvankelijk van haar trendy karakter hadden voorzien, de huren er niet meer konden betalen. Kentridge besloot met zijn privévermogen de panden rond zijn atelier tegen de gestegen marktprijzen op te kopen en ze weer beschikbaar te maken voor de economisch verdreven kunstenaars.

In de drie jaar dat het centrum ­bestaat, werkten er al 250 artiesten, ­videomakers, muzikanten en schrijvers. Tijdens twee seizoenen per jaar brengt animator Bronwyn Lace een groep van vijftig talenten bij elkaar om te werken aan één productie. Ze spoort de deelnemers overal in Zuid-Afrika’s culturele circuit op. Kentridge vertelt via de telefoonspeaker: “Met het centrum wil ik kunstenaars de energie ­laten ervaren die je krijgt door met ­anderen samen te werken. Ik heb dat zelf ook veel gedaan. Ik wil overbrengen hoe het ene medium werk in een ander medium kan verrijken.”

De naam ‘Centre of the less good idea’ komt van een gezegde uit de Zuid-Afrikaanse Tshwana-taal: “Als een goede dokter je niet kan genezen, ga dan liever op zoek naar een iets minder goede”. Met andere woorden: als het perfecte idee niet bij je opkomt, kun je maar beter aan de slag met een iets minder goed idee om te kijken wat daar uit voortkomt. Zonder uit te proberen, creëer je niets.

“Maar de naam komt ook voort uit mijn ongemak met grootse projecten”, legt Kentridge uit. “Dat geldt in de eerste plaats voor politieke ideeën als kapitalisme, communisme. De zekerheid daarvan moest altijd verdedigd worden met geweld. Wat we nodig hebben, zowel artistiek als politiek én filosofisch, zijn juist meer bescheiden ideeën, die niemand zekerheid beloven en die nooit de hulp nodig hebben van wapens.”

Dat zijn volgens hem vaak ideeën die niet ontstaan in het centrum van de macht, maar in de periferie daarvan: in landen als Zuid-Afrika, op plekken als zijn kunstencentrum. “We moeten het koloniale gewicht van Europa op de verbeelding en psyche in Afrika ondergraven”, aldus Kentridge. “Want ook binnen de kunst in Afrika weegt dat nog ­altijd veel te zwaar.”

Zelf maakt hij overigens géén ‘Afrikaanse kunst’, zegt Kentridge, want zoiets bestaat niet. Al geeft hij toe dat zijn leven in Zuid-Afrika, de apartheidsgeschiedenis en de altijd veranderende stad Johannesburg grote invloed uitoefenen op zijn werk. “Vooral doordat het absurde onontkoombaar is in Zuid-Afrika”, legt hij uit. “Het systeem van de apartheid was zelfs in zichzelf een ­demonstratie van absurditeit. Het liet zien wat er gebeurt als alle logica uit een samenleving verdwijnt.” Opgroeien tijdens de apartheid verschafte hem op die manier veel inzicht in dat absurde, in de paradox en de contradictie. “Dat alles is fundamenteel voor de kunst die ik maak.”

Tijdelijkheid

In het midden van zijn enorme atelier– staat een eenzame salontafel. Voor een werkbank langs de muur staat een rij camera’s opgesteld om animaties op te nemen. Een aanpalende ruimte doet dienst als opslagplaats voor objecten die Kentridge in die animaties gebruikt, zoals de kegelvormige toeters die lijken op de hoorn van een antieke platenspeler.

“Mijn kunst draait om de tijdelijkheid van het moment”, klinkt Kentridges stem via Whatsapp door de ruimte. “Ik bedoel daarmee dat je de wereld kunt zien als een serie van vaststaande feiten, maar ook als een proces. In het eerste geval teken je een tafel zoals je hem ziet. Maar je kunt ook ‘de film’ van de tafel terugdraaien: hoe hij terugverandert in een plank, die achterstevoren in een zaagmachine verdwijnt en er aan de voorkant weer uitkomt als boom. Of je spoelt de film vooruit: de tafel belandt in de open haard en vlammen veranderen haar in as. In mijn animaties laat ik zien dat de tafel als tafel slechts een moment is in een groter, zich ontvouwend proces.”

Dat principe past Kentridge vooral ook toe op historische gebeurtenissen: revoluties, oorlogen, kolonialisme. Vaak staat de vroegere apartheid in Zuid-Afrika centraal in zijn werk. Zijn Joodse ouders waren tijdens die apartheid advocaten die zwarte slachtoffers van dat racistische systeem bijstonden. Zijn vader verdedigde onder meer Nelson Mandela. “Via mijn ouders begreep ik al jong de abnormaliteit van de maatschappij waarin ik leefde”, legt hij uit. “Voor veel klasgenootjes was de apartheid iets natuurlijks, zij kenden niets anders. Ik begreep door mijn ouders de onnatuurlijkheid van de wereld waarin we leefden en de ongelijkheid en oneerlijkheid die daarmee gepaard ging.”

Maar dat zijn ouders advocaten ­waren, vormde ook op een andere ­manier zijn kunstenaarschap. “Ik zette me niet zozeer tegen hen af, maar ik ­begreep wel dat ik om mijn eigen stem te vinden op zoek moest. Daarvoor diende ik me los te maken van hun juridische logica.” Kentridge zocht zijn stem in de verbeelding. Zijn kunst wordt vaak gezien als een moderne vorm van expressionisme.

Ook Johannesburg is hem altijd blijven inspireren.“Johannesburg is tegelijkertijd een prachtige en een verschrikkelijke stad om te leven”, legt hij uit. “Mensen hebben er de drang om nieuwe dingen te ontdekken. Maar het is ook een stad die te gevaarlijk is om ’s nachts een ommetje te maken. Het is een plek die in elkaar stort, maar op ­andere plekken juist beeldschoon ­opbloeit. Ik denk eigenlijk dat dit een vrij accurate afspiegeling is van de ­wereld als geheel.”

Dat zijn werk zich inhoudelijk sterk richt op de geschiedenis van Zuid-Afrika, schaadt de internationale roem van Kentridge niet. “Je hoeft de historie van Zuid-Afrika niet te kennen om bepaalde beelden in mijn werk te herkennen”, verklaart Kentridge. “Daarvoor hoef je alleen maar te zijn opgegroeid in een land waarvan de  geschiedenis eveneens deels heldhaftig was én deels beschamend. Dat geldt uiteindelijk voor veruit de meeste landen in de wereld.”

Het is onmogelijk het werk van kunstenaar William Kentridge (Johannesburg, 1955) met één beeld te illustreren. Niet omdat elk werk anders is – dat geldt immers voor de meeste kunstenaars – maar omdat zijn tekeningen en schilderijen nooit uit één beeld bestaan. Zijn kunst bestaat uit lagen.

Zelfs de tien tekeningen die Kentridge in 2015 aan het Amsterdamse filmmuseum Eye doneerde en waarmee hij eind jaren negentig internationaal doorbrak als kunstenaar, zou je documentatie kunnen noemen voor de echte kunst, de getekende animaties. Kentridge werkt weliswaar met één papier en houtskool, maar de figuren of voorwerpen daarop brengt hij tot leven door ze uit te gummen en opnieuw, steeds net een beetje anders, te tekenen. En dat tientallen, honderden keren. Steeds maakt hij een opname, en zo ontstaat een film. 

Op het papier is dus alleen het laatste beeld te zien. Anders dan bij ‘officiële’ ambachtelijke tekenfilmmakers, die werken met overtrekpapier en transparante plastics, is elk beeld uit de film op een bepaald moment op datzelfde stuk papier te zien geweest en is duidelijk zichtbaar dát er in de tekening wordt gegumd.

Ongepolijst

En kijken is niet het enige wat je bij Kentridge’s kunst kunt doen: er zit vaak ook geluid bij, muziek, ruis. De manier waarop de film getoond wordt, geprojecteerd op bijvoorbeeld grillig beton met repen plakband erop, geeft het nog een laag. Ongepolijst is het trefwoord.   

Kentridge heeft geen traditionele kunstopleiding: hij studeerde eerst politicologie, ging toen wel naar de kunstacademie in Zuid-Afrika, maar hoopte nog op een acteercarrière en deed een theateropleiding in Parijs. Pas toen hij ontdekte dat ‘ie naar eigen zeggen een erg slecht acteur was, wierp hij zich op het beeldend kunstenaarschap.

Inmiddels behoort hij samen met Marlene Dumas tot de bekendste Zuid-Afrikaanse kunstenaars van zijn generatie. Anders dan Dumas, die haar geboorteland in 1976 verruilde voor Nederland, bleef Kentridge in Johannesburg wonen, en is de Zuid-Afrikaanse geschiedenis voor hem nog steeds het belangrijkste onderwerp.

Lees ook:

Poolse regisseur hoopt met Kafka-voorstelling op ‘heimwee naar de waarheid’

De conservatieve Poolse regering zette een stroman in als directeur van het meest vooruitstrevende Poolse theaterhuis. Regisseur Krystian Lupa beantwoordde deze kafkaëske situatie met een enscenering van Kafka’s boek ‘Het Proces’.

Stockhausens opera ‘aus LICHT’ is vooral ontzagwekkend

Vierhonderd musici in evenzoveel kostuums, vier klankregisseurs, vijftien camera’s, zestig vierkante meter aan LED-schermen, honderdtwintig microfoons en vier helikopters. Dat kan maar één ding betekenen: Stockhausen!

Faustin Linyekula treft in de Bijlmer de voedingsbodem voor zijn stuk

Faustin Linyekula ging met voormalig nieuwslezeres Noraly Beyer op zoek naar verhalen in Amsterdam-Zuidoost. Als prominente, goed ingevoerde bewoonster nam Beyer de Congolees mee naar galeries en buurthuizen die in cultureel opzicht belangrijk zijn voor de Bijlmer, de wijk met meer dan 130 nationaliteiten die in 2018 vijftig jaar bestond. 

Het Holland Festival neemt zijn eigen thema erg serieus

Zakelijk directeur Annet Lekkerkerker neemt vanaf het volgende Holland Festival de artistieke leiding voor haar rekening. Daarin zal ze worden bijgestaan door twee associate artists die zich aan het festival committeren: de Zuid-Afrikaanse beeldend kunstenaar, filmer en theatermaker William Kentridge en de Congolese choreograaf Faustin Linyekula.

Een truc waar je in gelooft

In de serie ‘De Schepping’ vertelt een kunstenaar hoe zijn werk tot stand kwam. In deze aflevering: William Kentridge over zijn kunstwerk, een installatie die hij speciaal maakte voor het Amsterdamse Filmmuseum Eye.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden