Review

Af en toe wilde Wim Sonneveld ’hoedje-stokje’

Rinske Wels

Wim Sonneveld had iets magisch over zich. Simon Carmiggelt sprak op de dag dat Sonneveld overleed op tv de woorden: „Als hij opkwam dan dacht je: Ha daar is-ie. En als het doek zakte dan dacht je: Wat jammer dat het afgelopen is.”

Van de Grote Drie van het Nederlandse cabaret – Wim Sonneveld, Wim Kan en Toon Hermans – kon Sonneveld ontegenzeggelijk het beste zingen. Of zal ik zeggen: het meest gevarieerd. Zoals Hilde Scholten schrijft: „Hij danste, speelde en zong, was charmant, verfijnd, artistiek, lyrisch, komisch, brutaal, ordinair en volks tegelijk.”

Hilde Scholten stelde niet alleen een zestiendelige cd-box samen met het werk van Wim Sonneveld, die dit voorjaar uitkwam, ze is ook verantwoordelijk voor het nieuwste deel in de Pluche-reeks. Een reeks waarin de oeuvres van grote Nederlandse en Vlaamse zangers en tekstschrijvers verzameld wordt. Sonnevelds deel heet ’Moeder, ik wil bij de revue’.

Al bladerend kom je vele bekende liedjes tegen, bijvoorbeeld ’Aan de Amsterdamse grachten’, ’Frater Venantius’, ’Margootje’, maar ook de songs uit ’My Fair Lady’ waarin Sonneveld in 1960 de rol van professor Higgins speelde en wijsjes uit ’Ja Zuster, Nee Zuster’ – ’De kat van Ome Willem’, ’Op de step’ en ’In een rijtuigje’; het is een feest der herkenning.

Sonneveld was een charmezanger, een veelzijdige chansonnier zoals er in Nederland maar weinig te vinden zijn. Hij zong niet alleen Nederlands repertoire, hij maakt ook wel eens een uitstapje naar het Engels (Noël Coward) en liet zich vaak inspireren door Franse chansons. Van een flink aantal werd de muziek gebruikt, waar dan een nieuwe, Nederlandse tekst op geschreven werd, zoals bijvoorbeeld ’Annemarie’, ’Het Dorp’ en ’Zo heerlijk rustig’.

Hoewel Sonneveld zelf ook teksten schreef, liet hij het meeste voor hem schrijven door anderen. In het begin van zijn carrière was dat vooral Hella Haasse, daarna deed Annie Schmidt haar intrede en daarna volgden klinkende namen als Michel van der Plas en Guus Vleugel.

Zijn partner Friso Wiegersma, goed voor een aantal van de mooiste Sonneveld-teksten, schrijft: „Hij schreef door de bank genomen weinig gecompliceerd. ’Annemarie’ is zo’n typisch Wim-liedje, een voor de hand liggend gegeven op een vrij simplistische tekst. Dat hoorde bij zijn idee van een lekker liedje. Iets wat niet te veel pretentie had, meteen begrijpelijk was, een lekker refreintje kende en toch lyrisch gezongen kon worden.”

Sonneveld was er zo gebrand op hoe een tekst werkte in de zaal, dat de tekst daaraan ondergeschikt was. Liep een zinnetje niet lekker of vond hij dat het puntiger kon, dan ging hij schrappen of schreef er juist wat woorden bij. Dat overkwam ook Annie Schmidt en Wiegersma. Omdat Sonneveld vooral de afwisseling zocht in zijn theaterprogramma’s, kon hij niet alleen mooie, lyrische nummers gebruiken. Dan vroeg hij Wiegersma om een lekker ’hoedje-stokje-nummer’ zoals ’Josefien’ („Mijn moeder vond jou/Een lellebel/En heel misschien Josefien, Josefien/Was jij dat wel”).

Nederland gaat nogal slecht om met zijn grote amusementsverleden, dus niets dan lof voor de Pluche-reeks. Alle belangrijke tekstschrijvers krijgen al dan niet postuum de eer die ze verdienen. In Sonnevelds geval hoor je zijn typische warme stem er vanzelf bij of je zoekt je toevlucht tot een cd en neemt dan het boek op schoot. Een ding is zeker: Sonneveld was niet voor niks één van de Grote Drie.

Wim Sonneveld – ’Moeder, ik wil bij de revue’ verscheen in de Pluche-reeks bij Nijgh & Van Ditmar en kost 29,90 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden