Interview Adriaan van Dis

Adriaan van Dis: 'Ik geloof niet zo in de scheidslijn tussen literatuur voor kinderen en volwassenen'

Beeld Lotte Klaver

Veel BN’ers schrijven ‘even tussendoor’ een kinderboek. Tv-persoonlijkheid én schrijver Adriaan van Dis deed het anders. Hij broedde tien jaar op zijn eerste kinderboek. ‘Je moet kijken met de kinderblik vol verwondering en verlangen.’

Adje is een energiek ventje, een wildebras. Op school kliedert hij alles vol met inkt, thuis onder de douche knijpt hij een halve fles shampoo leeg en tijdens het eten trekt hij de aardappelpuree met tafelkleed en al op de vloer.

‘Adje doet heel druk’, een speelse verwijzing naar ADHD, is het eerste kinderboek van schrijver Adriaan van Dis. Het is net verschenen en heeft een hoog autobiografisch gehalte. “Ik was ook een heel druk jongetje”, vertelt de schrijver. “Voor straf stond ik de helft van de tijd in de hoek van de klas. Ik moest ook voorin zitten, want achterin giebelde ik steeds.”

Van Dis heeft moeite met ADHD en aanverwante labels. “Ik sprak laatst een lerares. Ze vertelde dat in haar klas zestien kinderen met een ‘medisch label’ zaten. Ik vind dat raar. Kinderen die vroeger gewoon druk waren, worden tot patiënt gemaakt. Met mijn boekje steek ik mijn tong uit naar die medicalisering.”

Het werkje is tegelijk een ode aan het ‘magisch denken’ van kinderen. Zo ontwaart Adje in een lange sinaasappelschil moeiteloos een dansende slang – dat houdt zijn saaie leventje draaglijk. “Als je vervelende sommen moet maken, kun je spelen dat je in een winkeltje staat”, herinnert Van Dis zich. “Dan wordt het toch nog leuk.”

Beeld Lotte Klaver

Als 72-jarige gebruikt de schrijver dit soort mentale goocheltrucs nog wel­eens. “Soms moet ik iemand spreken van wie ik niet zo’n hoge achting heb. Dan neem ik bewust een boeddhistische houding aan: ‘Omarm het kwaad, verplaats je in de ander’. Verplaatsingskunde is ook een vorm van magisch denken. Heel nuttig, zeker in het drukke verkeer in Amsterdam, waar iedereen boos lijkt en waar je op het zebrapad wordt uitgescholden.”

Van Dis had al tien jaar plannen voor een kinderboek, vanaf het moment dat iemand hem de ADHD-titelgrap toewierp. Hij wilde ook graag iets samen doen met illustratrice Lotte Klaver. Die kende hij nog uit Parijs, waar hij zeven jaar heeft gewoond. Zo ontstond een grappig, vertederend boekje met schitterende aquarellen, bedoeld voor kinderen vanaf drie jaar.

Estafettestokje

Maar hoe weet Van Dis wat kinderen leuk vinden? De 72-jarige schrijver heeft zelf geen kinderen of kleinkinderen. Op zijn zesde, toen hij zijn vader weer eens borden tegen de muur kapot zag smijten, zwoer hij dat hij ‘het estafettestokje’ van de voortplanting en de drift nooit zou overnemen. Maar ook zonder kroost voelt hij prima aan wat je een jong publiek kunt voorschotelen. “Ik heb het verhaal getest op het kind in mijzelf”, verklaart Van Dis. “En ik heb genoeg kinderen in de buurt om te weten wat ze leuk vinden.”

De komende maanden gaat hij een roman voor volwassenen afmaken. Daarna wil hij opnieuw een kinderboek uitbrengen. Hij vindt schrijven voor kinderen ‘verfrissend’, omdat je moet kijken met hún blik: een blik vol verwondering en verlangen. “Als ik vroeger een dirigent zag, dacht ik: Wat fantastisch om die lange trap af te dalen en met zo’n stokje honderd mensen te laten doen wat jíj wil. Op zo’n idee kun je als kind heerlijk broeden.”

Adriaan van Dis herkent zich in hoofdpersoon Adje die overal theater van maakt. ‘Als je liefde en aandacht mist, probeer je die alsnog te krijgen met grappen en grollen. Ik zorgde er altijd voor dat ik de clown van het schoolplein was.’ Beeld ANP Kippa

Hoofdpersoon Adje ziet zichzelf ook voortdurend als artiest. Hij maakt overal theater van en wil niets liever dan het middelpunt zijn. Een autobiografisch element, beaamt Van Dis. “Als je liefde en aandacht mist, probeer je die alsnog te krijgen met grappen en grollen. Ik zorgde er altijd voor dat ik de clown van het schoolplein was. Ik speelde de clown… maar dat doe je natuurlijk niet voor de lol.”

Van Dis gebruikt in zijn kinderboek bewust heldere beelden en bondige taal, maar dat doet hij in zijn romans voor volwassenen ook. “Ik geloof niet zo in de scheidslijn tussen literatuur voor kinderen en volwassenen”, legt hij uit. “Natuurlijk heb je romans met een ingewikkelde vertelstructuur die een beroep doen op de ervaren lezer. Maar neem ‘Alleen op de wereld’ of ‘De graaf van Monte-Cristo’. Die boeken las ik als kind met plezier, en als volwassene opnieuw.” Zijn eigen debuutroman ‘Nathan Sid’ (1983), over een ongelukkig jongetje, is in Duitsland uitgebracht als kinderboek. Zo zie je hoe relatief een leeftijdsaanduiding is.

Als schrijver en tv-persoonlijkheid heeft Van Dis gemengde gevoelens bij het feit dat de markt sinds enige jaren wordt overspoeld door kinderboeken van BN’ers die het publiek alléén van televisie kent. Beroemdheden als ­Babette van Veen, Daphne Deckers, Wesley Sneijder en Isa Hoes, allemaal hebben ze een jeugdboek uitgebracht. Van Dis is een beetje geschrokken van die trend, maar ook hier neemt hij zijn boeddhistische houding aan. “Het huis van de literatuur heeft vele kamers. Als een kind een boek mooi vindt, is het goed. Ik zou zeggen: ren vooral naar de boekenkast en lees! Lees en laat de geest waaien! Maar het waait uiteraard wel beter als je een goede schrijver te pakken hebt.”

‘Adje doet heel druk’ tekst Adriaan van Dis en illustraties Lotte Klaver Uitgeverij Rubinstein, 40 blz., 7,99 euro.

BN’ers schrijven er even een kinderboek bij

Waarom schrijven zoveel BN’ers een kinderboek? Tv-presentatrice Tooske Ragas mijmerde onlangs in De Limburger: “Een boek schrijven is toch iets spannends. Een kookboek of kinderboek is voor velen een mooi instapmodel.”

Het zal je maar gezegd worden als je Guus Kuijer of Joke van Leeuwen heet: “Wat schrijft u mooie instapmodellen.” Aan Ragas’ uitspraak ligt het wijdverbreide misverstand ten grondslag dat een kinderboek schrijven een makkie is, iets wat je er wel even bij kunt doen als acteur, tv-presentator, cabaretier, astronaut, prinses, sporter of zanger (m/v). Wie zich ook maar een millimeter dieper dan Ragas in de jeugdliteratuur verdiept – of in de doorgaans zwakke werkjes van schrijvende BN’ers – ontdekt al gauw dat goede kinderboeken schrijven een vak apart is.

De lijst met BN’ers die hun kinderboeken gepubliceerd zagen, is desondanks schier oneindig. Een greep: Jim Bakkum, Youp van ’t Hek, Isa Hoes, Angela Groothuizen, prinses Laurentien, Yvon Jaspers, Filemon Wesselink, Wesley Sneijder (‘De strijd om de Scoorsteen’) – en zo zijn er nog tientallen.

Waarom al die boeken worden uitgegeven, ook als de kwaliteit te wensen overlaat, ligt voor de hand: media-aandacht is gegarandeerd en bekende namen verkopen – al bereiken hun boeken zelden de bestsellerlijst. Annet Schaap, die met ‘Lampje’ een record van maar liefst vier grote kinderboekenprijzen binnensleepte, zat nooit aan tafel bij ‘DWDD’ of ‘Pauw’, terwijl André Kuipers in diverse talkshows mocht vertellen over zijn matige prentenboekenreeks ‘André het astronautje’.

Het is niet zo dat alle BN’ers die een kinderboek publiceren een tweede carrière als kinderboekenschrijver ambiëren. In veel gevallen zijn ze op verzoek gelegenheidsschrijvers. Zo laat Unilever al zestien jaar sinterklaasprentenboeken maken voor een supermarktactie. Aanvankelijk door gerenommeerde kinderboekenschrijvers, de laatste jaren helaas alleen nog door BN’ers – dit jaar Rafael van der Vaart, Nicolette van Dam en Wendy van Dijk. En zo schreven Erica Terpstra en Humberto Tan kinderboeken bij tentoonstellingen in De Nieuwe Kerk in Amsterdam.

De uitzondering

Van alle BN’ers die wél meerdere kinderboeken publiceerden, is er sinds politicus Jan Terlouw maar één die daarmee zeer succesvol is én echt iets in z’n mars heeft: cabaretier Jochem Myjer. Stilistisch is hij nog geen hoogvlieger en veel diepgang hebben de avonturen over ‘De Gorgels’ niet, maar ze zijn aanstekelijk geschreven en spreken tot de verbeelding. Natuurlijk heeft de beginnende serie een vliegende start gekregen dankzij Myjers naam, maar dat het succes aanhoudt en hij al twee keer de Prijs van de Nederlandse Kinderjury heeft gewonnen, bewijst dat kinderen zijn werk echt waarderen. Niet gek, voor een instapmodel.

Bas Maliepaard

Lees ook:

Nederlandse jongeren lezen veel te weinig, dat heeft op termijn vervelende gevolgen

Jongeren lezen heel weinig boeken. Het kabinet moet veel meer doen om het leesplezier te bevorderen, adviseren de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur.

Kinderboekenweek? Ik zeg Kinderboekenjaar!

Naomi Smits geeft les aan groep 3. Voor haar mag de Kinderboekenweek een stuk langer duren

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden