interview

Actrice Tjitske Reidinga had tijd nodig om zichzelf opnieuw uit te vinden

Tjitske Reidinga. Beeld Joost van Manen

Het mag wel wat bescheidener, ontdekte actrice Tjitske Reidinga in de maanden dat ze vrij nam. Niet meer enkel meeslepende rollen in bakken van zalen wil ze spelen, maar vooral ook eenvoudige verhalen, als in haar nieuwste film ‘Doris’. ‘Het dagelijks leven is bijzonder zat.’

Negen maanden lang wees ze interviews van de hand. Het stampen van toneelteksten liet ze achterwege, en ook op filmscripts verzamelde zich stof. Tjitske Reidinga had tijd nodig om op adem komen. Om afstand te nemen van haar bestaan als veelgevraagd actrice en na te denken over haar ambities.

Repetitiehokken en schouwburgen verruilde ze voor de vier muren van haar eigen huis. “Ik zou niet willen zeggen dat ik op was, maar ik had jarenlang zo hard gewerkt”, zegt ze boven een cappuccino in een Amsterdams café. “Ik denk dat het goed is om af en toe een stap terug te doen, als dat kan, en even gewoon te leven.”

Reidinga (46) deed boodschappen, bemoeide zich met de verbouwing van haar huis en smeerde boterhammen voor haar drie kinderen. “Twee weken geleden ben ik pas weer begonnen. Ik had tijd nodig om mezelf opnieuw uit te vinden. Net als Doris eigenlijk.”

Meeslepend

Reidinga doelt op Doris Dorenbos, het door haar gespeelde hoofdpersonage in ‘Doris’, een speelfilm ontstaan uit de gelijknamige televisieserie uit 2013. De romantische komedie, die ruim een jaar geleden werd opgenomen, is vanaf donderdag te zien in de bioscopen.

De film verhaalt over een vrouw die op een dood punt is aanbeland. Doris is een gescheiden veertiger met twee pubers en financiële sores. Uitzicht op een baan heeft ze niet, noch op het meeslepende leven waarover ze ’s nachts droomt. In plaats daarvan ploft Doris avond aan avond op de bank om te kijken naar programma’s als ‘Heel Holland Bakt’.

De paniek slaat toe wanneer ze ontdekt dat ze wat voelt voor haar beste vriend. Want is de verliefdheid wel echt? Of zijn die gevoelens ontstaan omdat ze alleen is en niet weet wat te doen met haar leven?

Jezelf opnieuw in elkaar puzzelen, stelt Reidinga, daar gaat Doris over. “Een heleboel films verhalen over grootse en meeslepende dingen zoals politieke misstanden. Doris is niet zo hysterisch. Het is een film over een heel doorsnee leven, met alle twijfel die daarbij hoort.”

Het script van Doris werd speciaal voor Reidinga geschreven door schrijver en actrice Roos Ouwehand. Nu de film af is, gaat Reidinga opnieuw de planken op met ‘Sophie’, een toneelstuk uit 2015 dat eveneens uit de pen van Ouwehand komt. De hele titel van de voorstelling luidt: ‘Sophie, over het bijzondere leven van een gewone vrouw’. Vanaf vanavond reist Reidinga daarmee het hele land door.

“Roos, een goede vriendin van mij, en ik hebben een voorliefde voor wat wij het kleine leven noemen. Wij ­vinden dat we als gewone mensen al hartstikke veel meemaken. Eenvoud is ook bijzonder. Dat gehannes in de stad, gedoe met kinderen en de liefde.”

Reidinga en Ouwehand vormen zelf een inspiratiebron voor zowel Doris als Sophie. “Want dat is ook waar wij in zitten en zaten.” Zo scheidde Ouwehand in 2015 van haar man en verbrak Reidinga haar huwelijk een jaar eerder omdat ze verliefd was geworden op acteur Peter Blok. Beide vrouwen hebben tieners in huis.

“Met het kleine leven bedoelen we het doorrommelen, zeg maar, in het leven. Want dat is wat we uiteindelijk allemaal doen: doorrommelen. En dan ben je opeens 46, zoals ik, en sta je midden in het leven, met een drukke baan, pubers thuis en ouders die ouder worden. En dan probeer je alle ballen in de lucht te houden, voor iedereen te zorgen en ook een beetje voor jezelf. Dat is best veel. Soms voel ik me een soort van octopus.”

Zijn er tentakels vrijgekomen in die ­negen maanden?

“Ik heb me geen seconde verveeld. Mijn huis wordt verbouwd en twee van mijn drie zoons zitten midden in de puberteit. Wat dat betreft was het de perfecte fase om veel thuis te zijn. Het is nooit saai bij ons, mijn kinderen lijken op de Daltons, het zijn bijdehante lawaai-­papegaaien.

“Toch heb ik mijn werk wel kunnen loslaten. Dat lukte zelfs zo goed dat ik op een gegeven moment dacht: shit, ik hoop maar dat ik straks weer wil spelen. Straks heb ik daar helemaal geen zin meer in.

“Het was zo enorm bevrijdend om niet almaar met dat werk bezig te zijn, om die druk niet meer te voelen. Naast allerlei andere dingen, maakte ik de afgelopen zes jaar zomertheatervoorstellingen voor het DeLaMar Theater in Amsterdam. Voor die shows droeg ik ook verantwoordelijkheid. Dat wil ik niet meer.”

Heeft u ook door andere dingen een kruis gezet?

“Het mag wel wat kleiner, heb ik besloten. Met regisseur Antoine Uitdehaag heb ik in DeLaMar grote voorstellingen gemaakt. Het waren commerciële ­stukken, die toegankelijk moesten zijn voor een breed publiek, een beetje ‘Amerikaansig’. Nu ik weg ben bij ­DeLaMar, wil ik graag weer kleinere ­zalen bespelen, met andersoortige stukken.

“Het is tijd voor meer afwisseling. Ik heb me voorgenomen om rollen specifieker uit te kiezen. Ik wil meer serieuze, klassieke stukken doen, afgewisseld met film en dingen die Roos heeft geschreven. Met haar wil ik nog een heleboel maken.

“Ik heb ook ontdekt dat ik een enorme behoefte heb om zelfstandiger te worden. Regie-ambities heb ik niet, maar ik wil wel zelf kunnen bepalen hoe een stuk eruit komt te zien. Ik wil iets oprichten, voorstellingen maken waar ik zelf naartoe zou gaan.”

Waar komt die behoefte plots vandaan?

“De theater- en filmwereld wordt gedomineerd door mannen. Het is moeilijker een regisseuse te verkopen dan een regisseur. Als vrouw moet je je meer bewijzen. Alle facetten van het acteren moeten wij in de vingers hebben. Terwijl een man ook lof krijgt als hij één ding heel goed kan.

“Bovendien zijn er simpelweg minder zware rollen voor vrouwen beschikbaar. Tja, ook het gros van de schrijvers is man. Bij DeLaMar kwam ik daardoor weleens in de problemen. Er waren geen komische grote rollen voor mij te vinden. Die stukken zijn gewoon niet geschreven.

“Dat alles maar bepaald wordt door mannen vind ik heel frustrerend, en Roos ook. Het is niet zo dat we daar ’s avonds achter grote pullen bier over zitten te ouwehoeren, helemaal niet, maar er valt nog zo veel te halen op dat vlak.

“Want de meeste mensen die films en tv kijken, boeken lezen en musea bezoeken, zijn vrouw. Vrouwen van rond mijn leeftijd. Die grote groep ziet, leest en kijkt nu naar dingen die gemaakt worden door mensen die veel minder van hun interesses weten dan Roos en ik. Wij begrijpen beter waar vrouwen zoals wij graag naartoe willen. Er ligt een hele markt aan onze voeten.”

Waarin uiten die verschillen tussen stukken van mannelijke en vrouwelijke makers zich dan precies?

“Een concreet voorbeeld kan ik niet geven, het zit in de subtiliteiten. Toen ik Doris terugzag, werd ik door de film geraakt, omdat ik vond dat er iets gevoeligs in zat. Het is zo gemaakt dat het heel echt blijft. Op het laatst had ik zelfs een brok in mijn keel.

“Waarom, dat is moeilijk te vangen. Het is geen dijenkletser, we hebben de film en de personages heel serieus ­genomen. Romantische komedies zijn vaak toch een beetje kinderachtig. ­Doris is dat niet. Het verhaal is niet ­opgeleukt of opgeklopt, we hebben het kleine leven niet leuker of stommer ­gemaakt dan het is.

“Het toneelstuk Sophie heeft ook zoiets bescheidens. Het zijn twaalf scènes uit het leven van een vrouw, van een meisje van acht tot een vrouw van bijna tachtig. En nu werken we samen aan een nieuwe voorstelling, ook persoonlijk en klein, over rouw. Samen met mijn man, Peter Blok.”

U werkt veel samen met uw geliefde. Ook in Doris speelt hij een rol. Is dat niet lastig?

“Helemaal niet. Ik word heel rustig van hem. Dat is altijd al zo geweest, want we werken al eeuwen regelmatig samen. Wij vullen elkaar goed aan. Of althans, hij vult mij aan. Ik weet niet of ik hem aanvul. Misschien op een ander vlak dan het spelen.

“Als het om acteren gaat, zitten we niet in elkaars vaarwater. We beginnen met een nieuw stuk aan de keukentafel, maar vervolgens zijn we geen van beiden heel praterig over een voorstelling. Bij mij thuis gaat het amper over wat ik doe. Mijn kinderen zijn daar ook helemaal niet in geïnteresseerd, ze ­vragen me nooit hoe mijn dag was.

“Ieder bereiden we ons op een eigen manier voor op een voorstelling. Ik ben een soort laffe, zoekende poes die de hele tijd rondjes draait en pas op het laatste moment denkt: hee, nu heb ik het, nu weet ik hoe ik me de rol eigen kan maken. Peter heeft een technischere benadering. Zo kent hij alle teksten al voor we beginnen. Dat heb ik nog nooit meegemaakt.”

Doris ontpopt zich tot een gelukkig mens. Bent u tevreden met de vrouw die u opnieuw heeft uitgevonden?

“Ja, ik ben er wel echt achter gekomen wat ik wel en niet wil op speelgebied. En ik ben blij weer aan het werk te zijn. Want ondanks mijn angst niet meer te willen spelen, merkte ik dat ik de laatste twee maanden onrustig werd. Ik heb het toch nodig, dat spelen. Op het toneel staan is een fijne manier om je te uiten.

Het geeft me ook een goed gevoel dat ik rustiger ben geworden. Tien jaar geleden was ik druk in mijn hoofd en heel impulsief. En ik word er niet zekerder op met de jaren, helemaal niet, maar ik ben denk ik wel een betere actrice geworden. Omdat ik meer ervaring heb natuurlijk, met allerlei verschillende rollen, maar ook omdat ik meer de tijd durf te nemen. Ik hoef er minder hard voor te vechten.

“Ik heb een goed leven. Ik woon in een fijn huis in Amsterdam, mijn kinderen hebben het goed, en er staan leuke projecten op de rol. Ik ga nu eerst een paar maanden Sophie doen, dan ‘Single Camping’ (een komische voorstelling over een camping voor alleenstaande ouders met onder meer Ilse Warringa uit ‘De Luizenmoeder’) en daarna de film ‘April, May & June’ van Linda de Mol.

Ik heb veel geluk gehad. Dat besef ik goed. Sinds ik van de Toneelschool af ben, heb ik veel en met liefde gewerkt. Maar ik word ouder en natuurlijk kan het nog helemaal de verkeerde kant op gaan. Maar ik weet ook dat ik met minder heel goed zou kunnen leven. Dat is een geruststellende gedachte.”

De speelfilm ‘Doris’, met onder anderen Guy Clemens, Monique van de Ven en Gijs Scholten van Aschat, draait vanaf 20 september in de bioscopen. Van 15 september tot en met 23 november staat Reidinga in de theaters met de voorstelling ‘Sophie’.

Gelauwerd actrice

Tjitske Reidinga (Leeuwarden, 1972) studeerde in 1997 af aan de Amsterdamse Toneelschool. Sindsdien speelde ze talloze rollen in films, toneelstukken en op tv, waaronder Prinsesje Petronella in ‘Het Klokhuis’ en de ijskoude Claire in ‘Gooische Vrouwen’. In 2002 won ze als kindvrouwtje ­Honey in ‘Wie is er bang voor Virginia Woolf?’ de Colombina voor de beste vrouwelijke bijrol. Ook kreeg Reidinga in 2008 de Johan Kaartprijs, een jaarlijkse theateronderscheiding, en ontving ze in 2011 de Mary Dresselhuys Prijs voor haar oeuvre. “Met haar weldoordachte rolopbouw, trefzekere timing, haar geheel eigen, droge humor en de haar typerende, wat slepende stem weet Tjitske van ­elke rol een klein monumentje te maken”, zo luidde het juryoordeel.

Lees ook

Tjitske Reidinga: 'Ik droom niet wat ik wil dromen'

"Voor positieve dromen moet je niet bij mij zijn. Ik droom veel en vaak, mijn hele leven al. Deze tijd, waarin het druk was met de première van ‘Geen paniek!’, droom ik aldoor dat ik onderweg ben. Ik mis mijn vliegtuig of de trein en ben steeds met bagage in de weer: o, ik ben dit vergeten, dat vergeten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden