Maryam Hassouni. Beeld Patrick Post
Maryam Hassouni.Beeld Patrick Post

InterviewMaryam Hassouni

Actrice Maryam Hassouni: ‘Sommige regisseurs deden alles om mij als Marokkaanse uit de kleren te krijgen’

Haar boek Wat de fak is geen afrekening, zegt ze. Maar actrice Maryam Hassouni (37) is wel klaar met de theater- en filmwereld. Ze wil stoppen met acteren. ‘Op de set was ik vaak ‘het Marokkaantje’ of ‘het Zwarte Gat’.’

Ally Smid

De schokkendste passage staat al in het begin van haar boek. Als lezer voel je het niet aankomen. Maryam Hassouni is dan 19. In de jaren ervoor schitterde ze als Dunya in de tv-serie Dunya & Desie, over het leven van twee pubermeisjes uit Amsterdam-Noord. Een natuurtalent, wordt gezegd.

Dan wordt ze gevraagd voor een theaterstuk om een moslima met hoofddoek te spelen. Om serieus te worden genomen, wil ze ook toneelervaring hebben, dus ze neemt de rol aan. De repetities zijn niet echt plezierig. De regisseur van het stuk is kort aangebonden en brengt sommige acteurs aan het huilen.

In de pauze van zo’n repetitiedag is Hassouni ineens met hem alleen. Hij nadert haar van achteren, knijpt in haar billen en drukt z’n piemel tegen haar aan. Diezelfde dag nog wil hij dat ze een tongzoenscène oefent met haar tegenspeler. Steeds is hij niet tevreden. Hij wil meer zien. Heftiger zoenen moeten ze. Nog heftiger.

Hassouni besluit de aanranding bij haar agente aan te kaarten. Die schrikt, maar vertelt haar later ook dat het productiehuis heeft besloten dat ze weg kan blijven, niet uitbetaald wordt en ook niet hoeft te verwachten dat ze haar ooit nog voor een andere rol benaderen.

Tien jaar later hoort ze van een collega dat het verhaal ging dat ze was vertrokken omdat ze verliefd was geworden op haar tegenspeler. Dat leerde haar dat als ze in deze wereld verder wilde komen, ze moest zwijgen. Want mensen die haar zouden moeten beschermen deden dat niet. Zelfs haar agente niet, een vrouw.

Hassouni heeft in Wat de fak alles opgeschreven wat haar overkwam en waarom ze denkt dat de wereld van theater en film ‘verrot’ is. En dat heeft niet alleen met grensoverschrijdend gedrag te maken, ook met clichérollen waar zij als Marokkaans-Nederlandse actrice voor werd gevraagd. Na de aanslagen van 2001 zien regisseurs haar graag in de rol van een moslima die wordt uitgehuwelijkt of juist haar religie vaarwel zegt.

Als we Hassouni spreken in een kamer bij haar uitgever De Bezige Bij in Amsterdam, gaat het al snel over de mannen die ze in het boek opvoert van wie ze last heeft gehad. Zeker één regisseur is met een paar muisklikken te achterhalen.

Je bent zo kwaad dat je geen zin had om ze onherkenbaarder te maken?

“Het gaat niet over wie wie is. Ik ben vooral kwaad op het systeem van de filmindustrie. Ik heb de namen gefingeerd. Maar ik moet ze opvoeren, want dit moet wel verteld worden.”

Er zijn inmiddels intimiteitscoördinatoren. En grensoverschrijdend gedrag ligt in de cultuursector onder een vergrootglas.

“Toen ik begon, was er volop sprake van racisme, seksisme en patriarchaal denken. Nu is de sector zich er meer van bewust, maar ik ben nog niet zo positief. In het bijzonder voor vrouwen blijft de theater- en filmsector onveilig. Dat hoor ik nog steeds. Sinds collega’s weten dat ik met een boek bezig ben, komen ze naar me toe met verhalen.

“Als een producent hoort dat je klachten hebt, ben je een last, willen ze van je af. Naar aanleiding van één tv-serie, waar ik aan meedeed, zijn maar liefst twee zogenaamd onafhankelijke onderzoeken gedaan na klachten van mij en collega’s. In die serie maakte een tegenspeler, ik noem hem Henk, het mij onmogelijk mijn werk te doen door pesterijen en intimiderend gedrag. Bij die onderzoeken was het gewoon de slager die z’n eigen vlees keurde. En de omroep bleef buiten schot.”

Op een gegeven moment ga je met de regisseur, die je Dick noemt, naar een huisje in Italië om het idee voor een film uit te werken. Waarom deed je dat? Het is niet prettig, hij komt te dichtbij, begluurt je zelfs.

“Ik ken hem al vanaf mijn 18de. Ik zat gevangen in een droom, wilde een goede actrice worden. Ik wist: er zijn viespeuken, daar moet ik mee dealen. Hij wilde met mij samen aan het idee voor een film werken, en ik wilde de hoofdrol hebben. Uiteindelijk bleek Dick een ziekelijke obsessieve geest en heb ik de samenwerking verbroken. De film is nooit gemaakt. Ik heb vaak dingen gedaan die niet goed voelden. En omdat mensen om mij heen wegkeken, twijfelde ik steeds aan mezelf. Ik ging in de overlevingsstand: pleasen en meelachen, tot mijn lichaam niet meer kon.”

Je nam weleens zes bètablokkers op één dag. Nota bene niet lang nadat je een Emmy had gewonnen, de grootste Amerikaanse tv-prijs.

“Die Emmy kreeg ik in 2006 voor mijn hoofdrol in de tv-film Offers van Dana Nechushtan. Die pillen, die je minder nerveus maken, nam ik niet lang daarna bij opnames van een tv-serie waarbij ik in een scène stelselmatig werd vergeten. De regisseur vergat dat ik er ook in zat. Dus elke keer als we een scène gingen repeteren op de set moest iemand de regisseur erop wijzen dat ik ook in die scène zat, ‘wat doen we met Maryam?’

Dat beangstigde mij. Ik raakte in paniek. Ik wilde niet worden vergeten en ook geen racistische opmerkingen horen. Collega’s die ik eerder nooit sprak, vroegen dingen als: Hé jij gelooft toch in Allah? Mij werd ook gevraagd: ben jij besneden, uitgehuwelijkt? Ik werd vaak niet bij mijn naam genoemd, maar ik was ‘het Marokkaantje’ of ‘het Zwarte Gat’.”

Het Zwarte Gat?

“Ja, geen idee waarom. En als ik het aankaartte vonden ze me ongezellig, of: je kunt niet tegen een grapje. Dat leer je te slikken.”

Je schrijft dat je veel film- en tv-scripts hebt gezien vol clichés over niet-westerse personages. Dat was de rol waarmee je de Emmy won ook.

“Ja, ik speelde een Palestijnse zelfmoordterroriste. Maar de rol was wel gelaagd, de film liet je wel in haar hoofd kijken.”

Later werd je in een oorlogsfilm gevraagd naaktscènes te spelen, je stelde eisen: geen tepels en vagina in beeld.

“Ja, dat lijken redelijke eisen, maar uiteindelijk vond de regisseur mij te lastig. Hij wilde niet meer met mij werken. Later hoorde ik dat voor mijn opvolgster de naaktscènes waren geschrapt. Of zij – nu een heel bekende, witte actrice – het ook niet pikte, weet ik niet. Een andere regisseur mailde mij ook een keer dat ik moest beseffen dat ik als niet-westerse in een westerse wereld psychologisch minder ontwikkeld was. Van weer een andere regisseur kreeg ik eens een regietip. ‘Onthoud dit’, zei hij: ‘bij mannen wil ik in hun hoofd kijken, bij vrouwen in hun broekje.’ Sommige regisseurs deden alles om mij als Marokkaanse vrouw uit de kleren te krijgen. Om mij te bevrijden of zo, haha, ik weet het niet.”

Die Emmy heeft je niet verder geholpen, lijkt het. Hoe kan dat?

“In Nederland vieren we geen talenten. Als je normaal doet, doe je al gek genoeg. Zoiets. Ik dacht: nu hoor ik erbij, nu komen de mooie rollen. Het enige wat ik wilde, was gezien worden. Maar dat gebeurde niet. Dus ik ging zover dat ik mezelf letterlijk onzichtbaar maakte in de hoop dat mensen mij zagen.”

Hoe bedoel je?

“Nou, ik ging mezelf whitewashen: ik verfde mijn haar lichter, en mijn wenkbrauwen, en epileerde ze tot ze heel dun waren. Ik heb jaren niet in de zon gezeten, om maar niet te bruin te worden. Nu doe ik het wel. Ik ben net terug van Malta, ik kon er echt van genieten. Als ik er op terugkijk, nu met dit boek, komt er zoveel schaamte bij me naar boven. Ik wilde er zo graag bij horen.”

De media zagen je wel.

“Ik stond in Amerikaanse kranten, in Marokkaanse, in Nederlandse, op de voorpagina zelfs, ik had geschiedenis geschreven: de eerste Marokkaans-Nederlandse actrice met zo’n prijs. Maar de tv- en filmsector zwegen. Niet lang daarna werd ik gevraagd voor de rol van co-assistent in een interessante ziekenhuisserie. Toen ik had toegezegd veranderde het script, het ging ineens om een receptioniste in een makelaarskantoor. Een figurantenrol.”

Wanneer besloot je tot dit boek?

“In september vorig jaar. Ik heb het geschreven aan de hand van mijn herinneringen en documenten. Ik heb een neurotische vader die altijd alles bewaart, want stel dat een papier nog eens van pas komt. Dat heeft hij mij geleerd. Als immigrant in Nederland moet je altijd kunnen bewijzen dat je bestaat. Ik kon er vanwege auteursrecht niet uit citeren, maar ik heb alle contracten bewaard, mails, brieven. Ook die van Rita Verdonk.”

Van Rita Verdonk?

“Ja, die was toen VVD-minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Zij feliciteerde me met mijn Emmy. Niet de staatssecretaris voor cultuur, maar de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, haha.”

Uit het onderzoeksdossier over wat er misging tijdens de opnames van die tv-serie heb je wel letterlijk geciteerd.

“Ja, omdat ik vind dat de politiek er iets aan moet doen. En wel het ministerie van justitie en veiligheid, omdat de onderzoeker met een vergunning van dit ministerie dit broddelwerk heeft afgeleverd. Er is blijkbaar geen enkele controle hierop. Dat is kwalijk.”

Heb je ook positieve ervaringen met regisseurs?

“Jazeker. Tuurlijk. Dit boek is geen afrekening. Het is een zelfonderzoek. Waarom is mijn leven zo gelopen? Als volwassen vrouw kijk ik terug: hoe komt het dat ik over mijn grenzen heenging? Ik deed het zelf. Niemand heeft mij bedreigd om dingen te doen die ik niet wilde doen. Maar omdat ik die droom had en gezien wilde worden, dacht ik: ik moet wel, en aan de witte man met macht moest ik bewijzen dat ik even vrij was was als een witte vrouw.”

Hoe gaat het nu met je?

“Goed. Het schrijven was heel intens, maar het had een louterende werking.”

Acteer je nog?

“Heel soms. Ik doe één project in de anderhalf jaar, een klein rolletje of om makers te steunen. Binnenkort ben ik te zien in de serie Sleepers op Videoland. Daarin speel ik Vic, rechercheur veiligheids- en integriteitszaken.”

Symbolisch.

“Ja! Het liefst zou ik helemaal willen stoppen met spelen. Dat gaat ook gebeuren. Maar de huur moet worden betaald. Ik wil echt gaan schrijven. Eerder schreef ik al een kinderboek en twee filmscenario’s. Nog steeds merk ik dat de wereld niet zit te wachten op scripts van etnische vrouwen die niet gaan over criminaliteit, slachtoffer zijn van je eigen cultuur of terrorisme.”

Waren de afgelopen jaren weggegooide jaren?

“Het was toch de filosoof Sören Kierkegaard die zei: Het leven wordt voorwaarts geleefd, maar achterwaarts begrepen? Stel dat ik op school geen auditie had gedaan voor Dunya & Desie, hoe was mijn leven dan gelopen? Ik hoop echt dat er wat gaat veranderen in deze sector. Maar dat zal wel twintig tot dertig jaar duren.”

Maryam Hassouni: Wat de fak. De Bezige Bij, 240 blz, € 21,99.

Wie is Maryam Hassouni?

Maryam Hassouni (Amsterdam, 1985) groeide op in een Amsterdams-Marokkaans gezin en debuteerde op haar vijftiende als actrice. In 2006 won ze een International Emmy Award voor haar hoofdrol in de tv-film Offers. Op het Nederlands Film Festival van 2007 koos de Van den Ende Foundation haar tot hét gezicht van haar generatie acteurs. Vervolgens deed Hassouni een toneelopleiding in New York. Ze speelde onder meer in Flikken Rotterdam, Voetbalmaffia en Oogappels. Tussen het acteren door rondde ze een studie Engels af aan de UvA.

Lees ook: Advies aan omstanders: kijk niet weg bij seksuele intimidatie

De Voice-affaire is ook een les voor omstanders en getuigen van seksuele intimidatie. Wat kunnen zij doen? Laat merken dat je het gezien hebt, adviseren deskundigen.

Lees ook: Acteurs durven geen aangifte te doen van seksueel wangedrag

Bijna dertig klachten zijn binnengekomen bij het meldpunt voor seksueel wangedrag van de cultuursector. Geen van de melders was bereid om aangifte te doen, omdat dat niet anoniem kan.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden