Henri Carsin: ‘Ik gaf altijd voorrang aan het theater’.

InterviewHenri Garcin

Acteur Henri Garcin, of Anton Albers: ‘Ik ben mijn hele leven vreemdeling geweest, nooit gewoond in mijn eigen land’

Henri Carsin: ‘Ik gaf altijd voorrang aan het theater’.Beeld Bart Koetsier

Ze vonden hem een rare, omdat hij zo langzaam sprak. Maar de Nederlander Henri Garcin (93), in zijn moederland nauwelijks bekend, speelde in Frankrijk in tientallen films en toneelstukken. Een nieuwe rol zit er niet meer in. ‘Het is nu echt mooi geweest.’

Al meer dan zeventig jaar woont de acteur Henri Garcin in Parijs. De laatste jaren in Saint-Germain-des-Prés, de buurt die lang het artistieke en intellectuele centrum was van de stad. In een hoek van zijn woonkamer naast de boekenkast prijken affiches van toneelstukken uit verschillende decennia waarin Garcin glorieerde. Maar het bezoek moet niet denken dat hij wil opscheppen. “Dat stukje muur was kaal, er moest iets komen.”

Anton Albers, zo heet hij eigenlijk. Toen hij zich in 1949 in Frankrijk vestigde, veranderde hij zijn naam in Henri Garcin. “Want Albèrs, dat klonk vreselijk in het Frans en niemand onthield het.” Omgekeerd beklijfde zijn Franse naam niet erg in Nederland. Ook al speelde hij in verschillende films van Alex van Warmerdam, waaronder diens eerste, Abel uit 1986, en laatste, Schneider vs. Bax uit 2015.

Hij koos voor Garcin vanwege het personage uit Huis clos, het beroemde stuk van Jean-Paul Sartre dat in de hel speelt. “Ik had het in 1947 gezien met mijn vader, het eerste jaar dat het werd opgevoerd. Garcin is een onaangename figuur. Maar dat ontging mij grotendeels. Deze Garcin had twee mooie vrouwen als tegenspeler, ze leken hem steeds nodig te hebben: Garcin! Garcin! riepen ze steeds. Dat leek mij wel wat, daar identificeerde ik mij mee.”

Henri leende hij van zijn vader. Hein Albers heeft hem nooit tegengehouden om acteur te worden. Integendeel zelfs. “Hij zag mij oreren en hij dacht dat zijn Tonnie ‘het’ in zich had. Mijn moeder temperde die drang op te vallen. Ze zei vaak: rustig aan, je hebt ook nog drie broers en een zusje.”

Papa had centen

Tijdens het gesprek imiteert Garcin, in spijkerbroek en trui, voortdurend mensen. Zo staat hij op om als een ober een bestelling – twee glazen water! – de keuken in te roepen. “Het is waar dat het in je moet zitten. In een groepje vrienden was ik altijd de gangmaker.”

Het zat de jonge Anton mee, papa had centen. De familie Albers woonde in Antwerpen waar Hein met zijn broer na de Eerste Wereldoorlog een margarinefabriek was begonnen, Brabantia. “Hij was toen 25 of zoiets. De Belgen hadden het moeilijk gehad in de Eerste Wereldoorlog, boter was te duur voor ze. Er waren zaken te doen, dat was heel goed gezien. Ze vestigden zich net over de grens, niet te ver van Nederland. Het was een erg Hollands gezin, we zijn nooit Vlaams geworden. Ik ben mijn hele leven vreemdeling geweest, nooit gewoond in mijn eigen land.”

“Het klimaat in de oorlog was heel merkwaardig: mijn vader reed in een Minerva, een Rolls Royce-achtige wagen van Belgische makelij, naar zijn fabriek. Wij gingen naar de tennisbaan, naar Brussel, naar de Ardennen, naar zee. Onwerkelijk.”

Vaak naar de bioscoop

Naar school ging hij nauwelijks, die was vrijwel altijd dicht. Zoals zoveel generatiegenoten haalde Garcin nooit een diploma. Hij bracht veel tijd door in de bioscoop, waar ze Franse films draaiden. “De titels weet ik niet meer, de acteurs zou ik je ook niet kunnen noemen. Maar het was erg goed, in allerlei genres. Ik wist: dit wil ik doen, acteur worden in Frankrijk, die taal spreken die zoveel muzikaler was dan het Vlaams wat ik om mij heen hoorde.”

“Mijn vader was een industrieel, maar theater en film interesseerden hem. Dus ik zei toen ik net twintig was: ik wil naar Parijs. Hij vond het goed, mijn moeder was niet enthousiast. Wat moest ik in zo’n slechte stad!” Lachend: “Daar had ze natuurlijk ook wel een beetje gelijk in. ‘Laat hem nou maar’, zei mijn vader. ‘Als hij dat nou wil! Hij heeft niets geleerd, laat het hem maar proberen.’”

Vader Albers schreef Anton in 1949 in aan de Cours Simon, een bekende, particuliere toneelopleiding. “En hij regelde dat ik onderdak kreeg bij een rijke Vlaamse familie en zorgde voor een autootje, een 2CV.”

Het klinkt als een gespreid bedje, maar dat was het niet. “Mijn vader betaalde de opleiding, maar verder moest ik het zelf zien te redden. Ik had een eenmansnummer bedacht waarmee ik optrad in verschillende cabarets. Het ging over een jongen die een rijk meisje wilde trouwen. Ik had er veel succes mee, ik gebruikte een bandrecorder voor de trouwscène die anderen achter het toneel op het juiste moment aan of uit moesten zetten.”

Zangeres Barbara

In L’Écluse, aan de kade van de Seine, niet ver van waar hij nu woont, deed Garcin een hele winter zijn act. Na afloop bleef hij luisteren naar Barbara, een zangeres die een van de grootste chansonnières van de twintigste eeuw zou worden. Vaak bracht hij haar na afloop in zijn 2CV naar huis. “En soms mocht ik daarna met haar mee de lift in. Dat heeft een paar maandjes geduurd.”

Heel bijzonder, Parijs in de vroege jaren vijftig, beaamt hij. “Maar op het moment zelf heb je dat natuurlijk niet door.” Garcin kruiste ook het pad van Jacques Brel, ook een beginner in die jaren. “We spraken altijd Nederlands met elkaar.” In een café ontmoette hij een zekere Georges Moustaki, van wie hij een foto boven de bank heeft geprikt. “Ik vertelde hem dat ik bezig was om acteur te worden, hij zei mij dat hij liedjes wilde gaan schrijven, want zingen kon hij niet zelf. Georges werd snel beroemd, heel erg beroemd, met liedjes die hij zelf zong. We hebben lief en leed gedeeld, zoals een stel. Maar het was een mannenvriendschap, we zeiden tegen elkaar dat we ontsnapten aan de langzame erosie van de liefde in een relatie en dat maakte het eigenlijk nog leuker.”

Accent

Alles deed hij om van zijn accent af te komen. “Altijd hoorde ik bij de audities die ik deed: uitstekend, heel goed. Maar waar komt u vandaan? We nemen u toch niet, er is iets in het Frans dat niet helemaal goed zit. Ik heb wel hele kleine rollen gekregen in die tijd, dan moest ik één zin uitspreken: Bonjour Madame, votre mari est arrivé. Dat durfden ze wel aan.”

“Na vier jaar ploeteren – ik las berichten in de krant hardop voor, alle verkeersongelukken, elke dag weer – hoorde ik opnieuw: heel goed, uitstekend. Ik wachtte op het ‘maar’ dat zou komen maar hoorde toen: U bent aangenomen. Een glorieus moment, al die arbeid werd beloond.”

“Ik heb nooit snel gesproken, daarmee viel ik op. Als ik bijvoorbeeld in een hele drukke scène opkwam en zei, ‘meneer ik zal u eens wat zeggen’, had ik alle aandacht. Mijn medeleerlingen vonden mij maar vreemd. Tijdens een van de wekelijkse bijeenkomsten waar onze prestaties werden besproken, zei mijn leraar wat hij van elke leerling vond en wat ze volgens hem moesten spelen. Toen ik aan de beurt kwam, moest iedereen lachen. ‘Hij is een rare, met die trage dictie’, zei hij. ‘Maar onze Garcin waar jullie zo’n plezier om hebben, heeft het. Il a la présence!’ Doodse stilte in de zaal.” Hij moet even slikken. “Dat ben ik nooit vergeten. Na afloop zei hij: verander niets, je maakt carrière zoals je bent, of niet. Dat tempo is jouw ding!”

François Truffaut

“Ik ben mijn stijl gaan cultiveren daarna, zonder het te overdrijven.” François Truffaut, een van de vedetten van de Nouvelle Vague in de jaren zestig, was zeer onder de indruk van het naturel van Garcin. Een brief waarin de cineast hem de hemel in prees, heeft hij altijd bewaard. Veel later, in 1981, speelde Garcin met Gérard Depardieu en Fanny Ardant in een film van Truffaut, La femme d’à côté. “Ik was de bedrogen echtgenoot. Ik vond het prachtig, ik bel Depardieu nog elk jaar, op nieuwjaarsdag.”

Garcin speelde in meer dan zestig films, maar dat waren op een paar uitzonderingen na – zoals La vie de château uit 1966 waarin hij de geliefde was van Catherine Deneuve – altijd kleine rollen. “Ik gaf altijd voorrang aan het theater. Met twee, drie, hooguit vier man de aandacht van het publiek anderhalf uur vasthouden met bijvoorbeeld Strindberg, Pirandello, Shaw of Guitry: dat was in mijn ogen het echte werk.”

Wat de film betreft had er meer ingezeten, beaamt hij. “Als ik had gewild. Want, zeiden ze dan: Garcin, die staat op het toneel en wij gaan draaien in het zuiden, dat gaat niet.”

Beroemd is hij nooit geworden, met uitzondering van de jaren 1984-1994 toen hij in een soapserie speelde die Maguy heette. 333 afleveringen. Artistiek gezien niet interessant. “Het was erg flauw, maar het betaalde goed en we deden er erg ons best op. ’s Avonds stond ik op het toneel, ik heb altijd heel hard gewerkt. In die tijd kon ik de straat niet op of normaal boodschappen doen. Daar heb je de dokter uit Maguy! Zo werkt dat met tv. Het voordeel van niet echt beroemd zijn, is dat je nooit has been bent, want dat is het allertreurigste.”

Hij vertelt over het toneel, over het succes dat hij had met de scenarist en schrijver Jean-Claude Carrière die net is overleden. “Carrière schreef de scenario’s voor onder anderen Buñuel.” Hij pakt er een zwart-wit foto bij die op de salontafel ligt: Garcin aan het werk met actrice Delphine Seyrig en acteur Jean Rochefort, alweer heel grote namen. “Delphine is allang dood, Rochefort is drie jaar geleden overleden. Ik ben er nog en ik heb geen idee waarom.”

Alleen

Tegenover het einde neemt hij een bijna laconieke houding in. “De dood, als ik dat tenminste haal”, citeert hij de schrijver Paul Léautaud. Hij moet elke keer weer erg lachen om die frase. En alleen zijn op zijn leeftijd is niet erg, meent hij. “Jongens, ik heb zo’n geweldig leven gehad, ik heb niets te klagen, werken hoeft ook niet meer, het is echt mooi geweest. Ik ben nu twintig jaar alleen. Dus twintig jaar dat ik het niet meer doe, zal ik maar zeggen. Ik verkeer hier met mijzelf en mijn herinneringen. En nog een paar oude vrienden.” En zijn dochter Adèle (53), die hem tijdens de eerste lockdown vorig jaar naar haar Normandische landgoed haalde en zijn vaccinaties regelde. Met Géraldine (68) heeft hij geen contact meer. “Ik ben erg trots op haar, zij is restaurateur en heeft in dat vak de top bereikt. Maar helaas gaat het niet goed tussen ons. Dat zijn privézaken. Nothing is perfect.”

“Adèle heeft drie kinderen, en is heel goed getrouwd, stabiel. Daar ben ik heel content mee, want er is overal zoveel herrie op dit gebied. Zo blij dat het bij hen niet zo gaat als in het milieu van acteurs, dat was echt vreselijk. Ik had het graag gewild, nu nog met een vrouw zijn. Ik heb enorm veel respect voor iedereen die dat is gelukt. Maar ik was hooguit tien jaar samen met enkele dames.” Hij lacht hoofdschuddend. “En dan was het weer voorbij. Terwijl ik zo’n gezellige man was, aan mij lag het niet.”

Naast Moustaki boven de bank heeft Garcin foto’s geprikt van Adèle en Géraldine en zijn ex Michèle. Dat zij hem verliet, daar heeft hij het heel erg moeilijk mee gehad. “Het probleem was het werk. Ik was elke avond weg, spelen. Vaak ook in de zomer, als zij de stad uit wilde.”

Wat hij nog niet eens heeft verteld: zijn vader kwam om bij een auto-ongeluk. Een enorm verdriet. “Ik kwam hier in september 1949, was er net twee weken. Hij was nog maar 64, zo jammer dat hij nooit heeft kunnen zien dat zijn Toon het had gemaakt. Mijn moeder is één keer geweest om mij te zien spelen. Het stuk weet ik niet meer, ook niet wat zij erover zei.”

“De familie, mijn neven, ze zijn heel trots. Van een van mijn neven (70), heb ik laatst een mail gehad, Eddie Albers. Grappig is dat voor mij. Ze wonen vooral in België, een paar in Spanje, ze vinden het allemaal prachtig wat hun oom Toon in Parijs heeft gedaan.”

Lees ook: Wat maakt de films van Alex van Warmerdam eigenlijk zo typisch Van Warmerdams?

Het leven krijgt vaak een gruwelijke draai in het oeuvre van filmmaker Alex van Warmerdam. Museum Eye in Amsterdam wijdt een expositie aan deze eigenzinnige kunstenaar: Wat maakt zijn films eigenlijk zo typisch Van Warmerdams?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden