Achthonderd litho's voor het Van Gogh

Een van de stukken uit de nieuwe grafiek-collectie van het Van Gogh Museum: 'Het bad' (1894) uit een reeks humoristische prenten van Félix Vallotton.

De Vincent van Gogh Stichting heeft voor een onbekend bedrag een grote verzameling met meer dan 800 stuks laat-19de eeuwse Franse grafiek van onder anderen Henri de Toulouse-Lautrec, Pierre Bonnard, Edouard Vuillard en Félix Vallotton verworven, die in permanente bruikleen aan het Van Gogh Museum in Amsterdam gegeven zal worden.

Directeur John Leighton sprak gisteren tijdens een persconferentie van de duurste en grootste aankoop in de geschiedenis van de Van Gogh Stichting en 'misschien wel de belangrijkste aanwinst in de geschiedenis van het museum'.

In een lage depotruimte in de kelder van het museum verontschuldigde Leighton zich eerst voor de ongebruikelijke plek van de bijeenkomst. Slechts een klein deel van de prenten is al ingelijst of van passepartouts voorzien, de meeste werken zijn nog los in vloeibladen verpakt. Om naast de kleine selectie topstukken die boven in het prentenkabinet zijn opgehangen een verdere indruk van de collectie te kunnen geven, toont conservator Sjraar van Heugten enkele stukken op een grote tafel, niet nadat de journalisten van een 'Van Gogh'-bloknoot en een blauw 'Vincent'-potlood zijn voorzien: om ongelukken met pen-inkt te vermijden.

Zo zien we onder meer een voorstudie van Camille Martin voor een omslag van het belangrijke grafiekalbum 'L'estampe orginale', waarvan het voltooide exemplaar op de expositie boven in het prentenkabinet hangt: weelderige wijnranken die in een drukpers verdwijnen. Een serie humoristische zwart-wit-prenten van Félix Vallotton, een prachtige litho van Paul Gauguin. Met de werken van Bonnard en Vuillard is het museum bijzonder blij, omdat die nog geheel ontbraken in de collectie.

De verzameling beslaat grofweg de periode 1890 tot 1910, toen de lithografie (steendruk) zich langzaam als autonome kunstvorm begon te ontwikkelen in plaats van puur als reproductiemiddel te dienen. Een groot deel van de prenten, posters, theater-affiches en tijdschriftomslagen is afkomstig van avant-gardekunstenaars als Bonnard, Vuillard en Denis, die zich Les Nabis noemden -naar het Hebreeuwse woord voor profeet. Hun stijlen lopen sterk uiteen, overeenkomstig zijn de Japanse invloeden in vlak-, lijn- en kleurgebruik.

Minder profetisch was in die tijd overigens de naamgever van het museum, zo blijkt uit correspondentie tussen Vincent van Gogh en Paul Gauguin, die Sjraar van Heugten aanhaalt. Op een vraag in een brief van Gauguin of hij geen zin had in een lithografische experiment antwoordde Van Gogh in felle bewoordingen dat hij niet geloofde in deze technieken als artistieke uitdrukkingsmiddelen. Van Heugten: ,,Hij had voor één keer ongelijk, want het zou juist de techniek worden waarmee een groot publiek bereikt kon worden.''

De privé-verzamelaar moet wél een profetische blik hebben gehad toen hij in de jaren vijftig met zijn collectie begon. Toendertijd was de belangstelling voor grafische kunst veel minder groot, nu zou een dergelijke, volledige en unieke verzameling van wereldklasse nooit meer tot stand kunnen komen, aldus Van Heugten. ,,Tachtig procent van de kunstenaars die vertegenwoordigd zijn in de collectie van de Bibliothèque Nationale in Parijs, zitten ook in deze verzameling.''

De verzamelaar, met wie gedurende vijf jaar is onderhandeld, wil anoniem blijven. Voorwaarde voor de overdracht was dat de collectie bijeen zou blijven. Ook over de exacte waarde van de collectie, die in de miljoenen moet lopen, doet het museum geen uitspraken. ,,Er zitten werken bij die tienduizenden gulden kosten en minder waardevolle stukken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden