Achterkant belicht

Kasteel Huis Bergh in ’s-Heerenbergh zet de achterzijde van zijn voornaamste schilderijen in het daglicht. Een schat aan ontdekkingen is er het gevolg van.

Schatgraven in wat je als museum zelf in huis hebt en dan de ene ontdekking na de andere kunnen doen. Het overkwam Kasteel Huis Bergh in ’s-Heerenbergh, waar de laatste jaren met een meer dan wetenschappelijk oog naar de bijzondere collectie middeleeuwse kunst, ooit bijeengebracht door de Twentse textielfabrikant Van Heek, wordt gekeken.

Omdat het museum geen ruime fondsen heeft om een druk tentoonstellingsprogramma mogelijk te maken, wordt met behulp van de vaste collectie elk zomerseizoen een bepaald thema uitgelicht. Het moet het brede publiek aanspreken maar appelleert met zijn wetenschappelijke onderbouwing ook aan de gevorderde kunstliefhebber. Beide categorieën worden dit jaar op hun wenken bediend door het werpen van een opmerkelijk licht op de achterzijde van een groep toch al geliefde panelen in de collectie.

Van veel werken die tegenwoordig in het volledig heringerichte kasteel hangen, was de achterzijde voor de staf een volledig mysterie. Het was ook niet de eerste taak van Henk van Os die enkele jaren geleden als adviseur voor de collectie werd aangetrokken. Hem stond immers een nieuwe inrichting van de ruimtes in het kasteelgebouw voor ogen en de vondsten die hij daarbij deed (zelden tevoorschijn gebrachte schilderijen en beelden op de gesloten zolders bijvoorbeeld) waren zo hevig dat hij nog jaren voort kon vooraleer zich op gespecialiseerde onderwerpen te richten. Omdat hierbij ook de weinig bestudeerde achterzijde van de overwegend houten panelen naar voren kwam, werd vorig jaar besloten om een beroep te doen op Annemarie Vels Hein, hoofdconservator van het Rijksmuseum in Amsterdam en deskundige op het gebied van de oude Nederlandse schilderkunst. Zij stuitte op bevindingen die een aantal werken in een heel nieuw daglicht stellen.

Zo blijkt een portret van een knielende kanunnik aan de achterzijde van een ooit bestaand altaarstuk te zijn bevestigd. Het werk dat aan de voorzijde van het altaar zat, is na enige omzwervingen in het museum in New Orleans terechtgekomen. Het portret van de geestelijke werd altijd al beschouwd als een ietwat vreemde voorstelling omdat de figuur wel heel erg lomp gemutileerd is. Historisch onderzoek heeft uitgewezen dat het volledige altaarstuk ergens in het verleden in meer delen moet zijn versneden waarbij het bewuste portret als het ware werd uitgespaard en vervolgens apart moet zijn verhandeld. Het museum in New Orleans was bereid de voorzijde aan ’s-Heerenbergh voor dit zomerseizoen uit te lenen.

Natuurlijk leverde niet elk paneel zulke vondsten op. Maar wat je meestal ontgaat als je als bezoeker uitsluitend naar de voorzijde van de schilderijen kijkt, is de grote rijkdom aan gegevens die in de achterzijde van de lijst tot leven komen als ze alleen maar worden bestudeerd. Zo komt het zelden voor dat er geen enkele inventarisnummer aanwezig is. Opschriften op papier, etiketjes, veilingnummers, inscripties en zelfs toegevoegde briefjes, ze hebben vaak de eeuwen weten te trotseren. Hetzelfde geldt voor complete afbeeldingen, zoals de wapens van edelen en andere hogere lieden die aan de achterzijde van hun portretten zijn meegenomen. Hoe gecompliceerder het familiewapen was samengesteld, hoe belangrijker de geportretteerde, dat was wel de voornaamste boodschap aan de toekomst die de kijker van nu als een echo uit het verre verleden beziet.

Tegelijk laat de achterzijde van de houten panelen (beukenhout kwam uit het atelier van Lucas Cranach, eikenhout werd meestal in de Noord- en Zuid-Nederlandse ateliers gebruikt) ook zien dat de geschiedenis van een adequate conserveringstechniek nog altijd moet worden geschreven. Niet alleen is het onderzoek naar de ouderdom van de bewuste houtsoorten (met een moeilijk woord dendrochronologisch) nog tamelijk jong, ook de interpretatie van wat behouden en of gerestaureerd moet worden, verschilt met elke tientallen jaren.

Huis Bergh bezit nog altijd verschillende panelen die aan de achterzijde van een parkettering zijn voorzien. Parkettering bestond uit een ingenieus stelsel van houten latjes die werden aangebracht om het kromtrekken van de eigenlijke drager van de voorstelling tegen te gaan. Verticale rijen latjes werden vast gelijmd, maar de horizontaal gelegde rijen die daar onder werden gestoken, konden onderling worden verschoven, om zo een zekere mate van ’elasticiteit’ te bewerkstellingen. Bovendien werd het hout van een laagje was voorzien om daarmee vochtwerking tegen te gaan.

Pas in de 20ste eeuw heeft men ervaren dat de uitzetting of krimp van het hout op deze wijze langs verschillende wegen gaat met misschien nog meer desastreuze resultaten tot gevolg. Daarnaast wordt nu ook de noodzaak in gezien van een constante vochtigheidsgraad die de houtwerking kan stabiliseren.

De schat aan vondsten en nieuwe bevindingen die door dit technische onderzoek is ontstaan, is zo omvangrijk dat een complete herschrijving van het historische verhaal noodzakelijk wordt. Huis Bergh is voorlopig niet klaar met dit jaarthema.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden