Review

'Achteraf zijn mijn foto's zo slecht nog niet'

Het boek Erih Salomon, emigrant in Holland, photos 1933-1940 & Peter Hunter, emigrant in London, photos 1933-1940, met ca 150 foto's (uitgeverij Focus Publishing) is vanaf 20 mei verkrijgbaar bij de boekhandel.

Salomon fotografeerde hen levensecht met in een hoed, aktentas en zelfs in een mitella verstopte camera. 'De koning der indiscretie', een benaming die de Franse premier Briand bedacht, leverde de foto's in de jaren '20 en '30 aan bladen als Het Leven en de Wereldkroniek. Nog steeds zijn de specials die Het Leven wijdde aan door Salomon geregistreerde bijzondere gebeurtenissen in de koninklijke familie gewilde tweedehands handelswaar. Salomon was internationaal bezig, al was dat begrip in zijn tijd vrij beperkt.

Hij wist door te dringen achter de schermen van het Haagse Binnenhof, maar was er ook met zijn camera bij toen de beroemde dirigent Arturo Toscanini in 1937 in Den Haag met zijn vrouw ging winkelen. Die fotoserie haalde het Amerikaanse Life. Salomon registreerde prinses Juliana en prins Bernhard bij veel gelegenheden zoals bij een zitting van de Raad van State, waarbij hun verveelde houding boekdelen spreekt.

Hoe hij werkte en met welke resultaten hij de aandacht op zich wist te vestigen is tot en met 23 juni te zien in het Haags Historisch Museum op de expositie 'Erich Salomon in Holland'.

De man die deze tentoonstelling mogelijk maakte en hielp inrichten is Salomons zoon Otto, alias Peter Hunter. Met die naam gaat Salomon jr sinds 1951 officieel door het leven. Hij maakte er al eerder, als militair in Engeland, gebruik van. “Als ik in krijgsgevangenschap zou raken was ik erbij gebaat een Engelse achtergrond te hebben. Later deed ik het vooral om los te komen van het imago van mijn beroemde vader, ik wilde op eigen kracht carrière maken.”

De nu 82-jarige Hunter werd ook fotograaf. Hij ging in 1935 in Engeland wonen, nadat hij via zijn vader een baantje had gekregen bij Associated Press. “Daar heb ik het maar een paar maanden uitgehouden. Toen ben ik voor mezelf begonnen. De fotografie was me met de paplepel ingegeven. Als jongen van een jaar of 13 assisteerde ik al in de donkere kamer. Vader was geen organisator, zijn bedrijf bleef hobbyachtig. Iedereen hielp een handje, zo maakte moeder met potlood achterop de foto's de bijschriften.”

Hunter maakte van nabij de fotografische trucjes van zijn vader mee. “Hij kon daar smakelijk over vertellen, hoewel ik achteraf moet zeggen dat hij de nietigste incidenten wist om te toveren tot avonturen.”

Het werk van Peter Hunter is tot en met 8 september te zien in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Hij bleef actief in de fotografie, maar na de oorlog fotografeerde hij nog maar sporadisch. Hij begon in de hoofdstad een eigen fotobureau waar hij als agent van diverse buitenlandse persbureaus het werk van anderen ging verkopen. Als zodanig werd hij ook de beheerder van de fotografische nalatenschap van zijn vader.

“Dat materiaal was in de oorlog her en der verspreid. In Heelsum, waar mijn ouders en broer Dirk enige tijd waren ondergedoken, vond ik in een paar weckflessen een belangrijk deel van vaders kleinbeeldnegatieven van de koninklijke familie terug. Ze waren deels door vocht aangetast. Het materiaal dat vader maakte van politiek Den Haag bleek de oorlog ook te hebben doorstaan.”

Eerder redde Hunter een grote collectie glasnegatieven in Berlijn, waar hij opgroeide en zijn ouders tot 1933 woonden. “Omdat de leefomstandigheden daar voor joden steeds onplezieriger werden, keerden vader en moeder niet terug van een familiebezoek aan mijn in Nederland wonende grootouders. Die ruim 400 glasnegatieven heb ik in 1934 uit hun Berlijnse flat gehaald. Om te voorkomen dat ze zouden breken heb ik ze de hele treinreis op mijn schoot gehouden. Er is ook veel verloren gegaan, al heb ik nog altijd de stille hoop dat er op een goede dag ergens nog iets opduikt.”

Hunter voelt zich na al die jaren nog nauw betrokken bij de werkstukken van zijn vader. Zo zeer dat hij zijn eigen carrière daaraan ondergeschikt heeft gemaakt. Dat hij als 82-jarige zijn eerste expositie heeft vindt hij echter 'reuze leuk'.

Uit Hunters foto's blijkt eenzelfde instelling als van vader Erich. Ook de fotograferende zoon legde politici en andere beroemdheden ongedwongen vast. “Een paar keer hebben vader en ik hetzelfde onderwerp gefotografeerd. Het is zelfs zo dat ik van sommige opnamen niet meer weet of die door vader of door mij zijn gemaakt.”

Wat opvalt is dat Hunter naast de glamourkant van het leven veel oog had voor het gewone volk. Zo fotografeerde hij joodse vluchtelingen en het leed dat daarachter schuil ging. De foto van de joodse vrouw die bij een bemiddelingsbureau op zoek is naar een baantje, is in dit verband veelzeggend. De foto's ontbreken die Hunter in de oorlog als legerfotograaf op slagvelden maakte. Hij ziet dat materiaal als teamwork, tot standgekomen in een periode waarvan hij de beelden in zijn herinnering zijn hele leven mee zal dragen. Evenmin zijn er opnamen vanuit de jaren erna, zoals van de geslaagde serie van de beroemde Britse alt Kathleen Ferrier.

Waarom Hunter stopte met de fotografie? “Om heel eerlijk te zijn was de voornaamste reden dat ik heb gekozen voor sociale zekerheid. Er was ook sterk het gevoel toch in de schaduw van vader te staan. Als ik nu op mijn tentoonstelling rondloop, zijn er echter momenten waarop ik denk dat wat ik heb gefotografeerd toch nog niet zo slecht was. Maar vader blijf ik zien als de betere fotograaf. Na alles wat er in de oorlog was gebeurd, kon ik me ook niet echt meer opwinden over de onderwerpen die zich aandienden. Ik ging het steeds meer als mijn taak zien uit te dragen wat vader niet meer kon. Ze hebben mijn ouders en mijn broer vermoord. Eigenlijk heb ik me daar nooit bij neer kunnen leggen. Vader is tot zwijgen gebracht, maar via zijn foto's laat ik hem nu toch nog tot de mensen spreken. Zijn naam is niet uitgewist.”

Op de vraag hoe Hunter tegen zijn vader aankijkt, is het even stil. “Wat moet ik daarop antwoorden? We komen daarmee op een moeilijk gebied. Ik ben een groot bewonderaar van mijn vader. Maar om nu te zeggen dat ik er trots op ben zijn zoon te zijn ...nee. Diep in mijn hart neem ik het mijn ouders nog steeds kwalijk dat ze niet naar mijn adviezen hebben geluisterd Nederland tijdig te verlaten en hun plan naar Amerika te emigreren niet hebben doorgezet. Hadden ze in elk geval mijn broer maar naar Engeland gestuurd. Ze waren erg naïef, dachten dat het niet zo'n vaart zou lopen. Nederland was immers in de Eerste Wereldoorlog ook neutraal gebleven en we hadden toch de Waterlinie? Vader had er geen voorstelling van wat het nazi-antisemitisme betekende. Het wordt me wel eens kwalijk genomen dat ik nooit een biografie over mijn vader heb geschreven maar daarvoor wist ik veel te weinig van hem. We kwamen elkaar af en toe tegen. Na 1938 heb ik mijn vader niet meer persoonlijk gesproken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden