Uit de kastGerda Blees

Absurde verhalen, troostende regels

De sociale afstand zorgt voor meer tijd om te lezen. Wat pakken we (opnieuw) uit de kast? Schrijver Gerda Blees tipt Clarice Lispector, Alice Brasser en Mark Strand

Diep in de isolatie, ziek in bed, op de bank en op het balkon hangend, begon ik aan Alle verhalen van Clarice Lispector. Mijn van de wereld losgezongen staat sloot perfect aan bij Lispectors verhalen, die variëren van licht bevreemdend tot volkomen absurd. ‘De kip en het ei’ bijvoorbeeld is een onnavolgbare beschouwing vol mysterieuze aforismen: “Het ei zien is onmogelijk: het ei is superzichtbaar zoals er supersonische geluiden zijn.” En even verderop: “Is het ei in de basis een vaas? Is het de eerste vaas geweest die de Etrusken hebben gemaakt?” Een vraag die je met een gerust hart onbeantwoord kunt laten terwijl je weer in slaap sukkelt, om later te lezen dat het antwoord ‘nee’ is, omdat het ei oorspronkelijk uit Macedonië komt, waar het door iemand in het zand getekend werd.

Zonder het te merken las ik Lispectors hele verhalenverzameling uit, en toen ik uit de tunnel van mijn ziekte tevoorschijn kwam gekropen lag daar opeens mijn nieuwe roman tastbaar en wel in mijn brievenbus. Ik presenteerde het boek via computerschermen en telefoons aan de buitenwereld. Daarop volgde een periode van lees- en schrijfmoeheid. Om toch ergens in te kunnen bladeren haalde ik Gedroomd land van Alice Brasser tevoorschijn, een mooi uitgegeven boek met afbeeldingen van haar schilderijen van omineuze landschappen, vaak met mensen erin, in een avondlijke of nachtelijke setting. Schilderijen om te lezen als verhalen voor het slapengaan.

Gerda BleesBeeld Bartjan de Bruijn

Deze nieuwe normale afstandelijkheid maakte me triest

Afgelopen weekend reisde ik voor het eerst weer met het openbaar vervoer. Met mijn mond verstopt achter een kapje stapte ik achter in een bus, om daar te ontdekken dat er geen saldo op mijn chipkaart stond. “Ga maar zitten dan”, zei de buschauffeur, die me liever liet zwartrijden dan me in zijn buurt te dulden en me een kaartje te verkopen.

Geheel volgens alle belangrijke en verstandige richtlijnen, maar plotseling werd ik bevangen door triestheid over deze nieuw normale afstandelijkheid. Gelukkig heb ik altijd een paar dichtbundels in mijn tas. Mijn lievelingsbundel is Bijna onzichtbaar / Almost Invisible van Mark Strand, met 99 beeldrijke prozagedichten, naar het Nederlands vertaald door Wiljan van den Akker en Esther Jansma. Gedichten die alles in een keer goedmaken, zoals ‘Een reisdroom’, dat ik hier wel integraal zou willen overnemen, maar omdat dat niet past citeer ik alleen het slot: “Met hem had ik naar de zee kunnen gaan, de gerimpelde, treurende zee, en wie weet wat ik daar had kunnen doen – wind veranderen in marmer, sterren doen beven in zonlicht.”

De dichter heeft het over een verzonnen paard, maar het is net zo goed toepasbaar op afstandelijke buschauffeurs.

Gerda Blees (1985) debuteerde in 2017 met de verhalenbundel ‘Aan doodgaan dachten we niet’, bekroond met de C.C.S. Crone Stipendium. Onlangs verscheen haar romandebuut: ‘Wij zijn licht’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden