Review

Abraham Kuyper was chantabel

De grote leider van de gereformeerden, Abraham Kuyper (1837-1920), heeft zich toen hij minister was in de nesten gewerkt. Hij was daardoor vatbaar voor chantage en schroomde niet de feiten naar zijn hand te zetten toen de zaak openbaar werd. Zo laat een nieuwe studie van Jan de Bruijn zich samenvatten.

Jan Kuijk

De lectuur van Jan de Bruijns boek over de 'lintjesaffaire' van Abraham Kuyper kan dringend worden aanbevolen bij drie categorieën lezers: zij de belangstelling hebben voor Kuyper, zij die bereid zijn zich te verdiepen in duistere affaires, en ten derde de liefhebbers van parlementaire geschiedenis. Omdat ik mij bij elk van deze groepen thuis voel, is het hele boek dus goed aan mij besteed.

Om direct een algemene conclusie te trekken: het boek bevat een waardevolle bijdrage aan de kennis van Kuyper, meer in het bijzonder zijn karakter en de laatste twintig jaar van zijn leven, maar het beeld is niet positief.

De Bruyns zorgvuldigheid en oog voor details moeten worden geprezen en al laat hij in zijn onderzoek noodgedwongen een paar witte plekken open, de door hem naar boven gehaalde feiten maken de conclusie onontkoombaar: Kuyper heeft zich tijdens zijn ministerschap in de nesten gewerkt, was daardoor vaatbaar voor chantage en schroomde niet de feiten naar zijn hand te zetten toen de zaak openbaar werd. Om de conclusie op het persoonlijk vlak toe te spitsen: de gebeurtenissen hebben zijn oude dag in hoge mate vergald.

Ogenschijnlijk gaat het om niets. Als minister-president en minister van Binnenlandse Zaken, maar vooral als bedwinger van de spoorwegstaking van 1903 had Kuyper niet alleen weerstand gewekt, maar ook bewondering buiten de eigen kring. Een van die nieuwe bewonderaars, die daar ook uiting aan wilde geven, was de schatrijke Amsterdamse tabakshandelaar R. Lehmann - een parvenu die hunkerde naar erkenning in de kringen waar hij was binnengedrongen, maar kennelijk steeds met de nek werd aangekeken.

Hij had wel buitenlandse onderscheidingen (de prins van Monaco was zo vriendelijk geweest hem de titel van baron te geven), maar in de dagen van Kuypers ministerschap had Lehmann vooral behoefte aan een Nederlandse onderscheiding. Hij had last van ernstige jeuk in het knoopsgat, zoals dat in ambtelijke kringen zo aardig heet.

Kuyper zelf was zo onvoorzichtig geweest bij zijn aantreden als minister in 1902 niet te bedanken voor het voorzitterschap van de anti-revolutionaire partij. Dat was vragen om moeilijkheden. Zo accepteerde hij persoonlijk, niet als minister maar als partijvoorzitter, gretig de bijdragen, die Lehmann aan de partijkas ter beschikking stelde. Kuyper was tijdens zijn ministerschap met Lehmann in kennis gekomen door bemiddeling van Mathilde Westmeijer - een vrouw van nog geen dertig jaar met een geweldige energie en bedenkelijke reputatie, die voortdurend in geldnood zat. Daarin was ze al eens een keer in geholpen door Lehmann en toen zij kennis kreeg van Lehmanns verlangen naar een lintje, drong zij op eigen initiatief tot Kuyper door, die onmiskenbaar onder haar bekoring kwam.

Kuyper maakte haar duidelijk dat hij Lehmann niet zo maar een lintje kon geven, ook niet toen er sprake was van aanzienlijke donaties. Wel was hij bereid Lehmann van advies te dienen hoe deze zich voor het land verdienstelijk kon maken om voor zo'n onderscheiding in aanmerking te komen. De door Nederlanders gebouwde protestantse kerk op Ceylon moest hoognodige worden gerestaureerd en Engeland hield de vrijwilligers die de Zuid-Afrikaanse boeren in hun oorlog hadden gesteund, nog steeds op St. Helena geïnterneerd. Voor kerkherstel en repatriëring had de regering zelf geen geld. Lehmann bracht het op aanwijzing van Kuyper voor elkaar en kreeg - op voordracht van de hele ministerraad - de onderscheiding van officier Oranje-Nassau.

Maar Kuyper kon inmiddels niet meer loskomen van Mathilde Westmeijer, vooral niet omdat zij - toch allerminst een partijganger - zich inmiddels grote verdiensten had verworven als fondswerver voor Kuypers verkiezingskas. Wat er tussen die twee in de loop van de jaren is voorgevallen, is maar voor een deel te achterhalen. Er waren verhalen in overvloed. Kuypers vertrouweling Willem Hovy waarschuwde hem op een gegeven ogenblik zich te onttrekken aan die 'verraderlijke roomse vrouw' en in katholieke kring in Haarlem ging de mare dat Mathilde, die geen cent te makken had maar leefde als een demi-mondaine, Kuypers maitresse was.

De situatie werd steeds onbehaaglijker, temeer daar Mathilde over brieven van Kuyper beschikte en liet doorschemeren dat zij er een dagboek op na hield.

De bom barstte in 1909, toen de socialistenkrant Het Volk de zaak in de publiciteit bracht. Kuyper reageerde onhandig - dat wil zeggen: zichzelf overschattend, zonder een advocaat te raadplegen, helemaal vertrouwend op zijn eigen, onaantastbaar gewaande positie. Hij had als krant De Standaard tot zijn beschikking. De feiten kwamen daarin nauwelijks aan de orde, maar wel Kuypers zelf geschreven verdediging, waarin hij al snel verstrikt raakte in tegenstrijdigheden en halve waarheden.

Het werd een nationaal politiek schandaal, resulterend in een door de socialistische leider Troelstra uitgelokt (vier dagen durend) debat in de Tweede Kamer. Troelstra's inzet was het uitvoeren van een enquête, het zwaarste wapen waarover het parlement beschikt. Al was er ook hier en daar binnen de regeringscoalitie sprake van wrevel over Kuypers optreden; toen het op stemmen aankwam gaf de coalitie geen krimp. Troelstra's voorstel werd afgewezen en er kwam een door de voorzitter van de Eerste Kamer samengestelde ereraad om de zaak te onderzoeken.

Kuyper werd in de gelegenheid gesteld een uitvoerige memorie te schrijven, waarop de ereraad zich geheel oriënteerde. De Bruijn fileert het stuk nauwkeurig en komt opnieuw tegenstrijdigheden en halve waarheden tegen. Ook de ereraad voelde een enkele keer nattigheid, maar Kuyper werd uitgenodigd nog eens schriftelijk nadere toelichting te geven. Dat deed hij dan en als dat niet mogelijk was, voerde hij een tekort schieten van het geheugen aan.

De andere bron voor de ereraad vormde het mondeling verhoor van Mathilde Westermeijer en dat was het dan. Ook hier witte plekken, maar De Bruijn weet aannemelijk te maken dat zij goed geïnstrueerd de verhoren inging en dat er ook nog wel een geldelijke vergoeding voorhanden was als er gezwegen moest worden. De conclusie van de ereraad was, kort samengevat, dat mogelijk niet alles onberispelijk verlopen was, maar dat een sluitend bewijs ontbrak en de zaak beter kon worden afgesloten.

Mathilde Westmeijer dacht daar kennelijk anders over, want in de jaren twintig, na Kuypers overlijden, vervoegde zij zich met haar verhalen bij Colijn, Kuypers opvolger als partijleider en bij Kuypers zoon prof. H. H. Kuyper. Beiden reageerden, zoals Kuyper had moeten reageren, met een resoluut 'wegwezen'. H. H. Kuyper zag duidelijk in dat er sprake was van chantage (hij gebruikte dit woord ook) en schreef in zijn overwegingen dat toegeven zou leiden tot een weg zonder terugkeer. Opmerkelijk is dat hij al bij het leven van zijn vader had gevoeld dat er iets niet in orde was met de verhalen, maar dat hij - inmiddels een volwassen man met een zeker aanzien - er nooit met zijn vader over heeft durven praten.

Verder dan 'het boetekleed ontsiert de man niet' (de titel ook van De Bruyns boek) is Kuyper nooit gekomen. Hij zei dat in een welsprekende bijdrage aan het Kamerdebat in 1910. Een mooie uitspraak, die doorgedrongen is in de grote Van Dale, maar die in het geheel van Kuypers prachtige retorische stijl de indruk wekt dat een goed passend maatpak ook geschikt is als boetekleed. Ds. Hendrik Pierson merkte fijntjes in een brief aan De Savornin Lohman op dat het wat ongebruikelijk is bij het aantrekken van een boetekleed meteen in de spiegel te kijken of zo'n kledingstuk je wel siert. Zo werd er achter Kuypers rug gedacht. De ijdeltuit had het niet alleen zich zelf, maar ook zijn vrienden moeilijk gemaakt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden