Review

Abraham Kuyper: anglofiel of duitsgezindMeer 'Realpolitiker' dan werd gedacht

Chris A. J. van Koppen, De Geuzen van de Negentiende Eeuw. Abraham Kuyper en Zuid-Afrika. Inmerc BV, Wormer. 314 blz. f 49,50.

KOOS VAN WERINGH

Hoewel de genoemde van 1901-1905 ministerpresident was en hij nog tot het einde van het jaar 1920 leefde, lijkt mij dit een juiste uitspraak. Kuyper behoort tot de negentiende eeuw; toen kwamen zijn ideeen tot stand en realiseerde hij in de praktijk wat hem daarmee voor ogen stond. En een grote figuur was hij zeker. Over geen Nederlandse politicus uit die periode - of een andere periode uit de geschiedenis - is zoveel geschreven, ook in de vorm van proefschriften, als over Kuyper.

Het is te verdedigen dat Kuyper niet slechts een van de grote figuren van de negentiende eeuw is, maar dat hij als geen ander heeft bijgedragen aan de Nederlandse samenleving, zoals deze zich tot ver in de twintigste eeuw vertoonde. Ik bewijs dat niet hier, omdat het nu gaat om het boek van Van Koppen, dat ik met meer dan gewone belangstelling ter hand heb genomen. Zelf behoor ik tot de groep van schrijvers die een proefschrift over Kuyper het licht hebben doen zien ('Het maatschappijbeeld van Abraham Kuyper' uit 1967).

Van Koppens boek bestaat in feite uit drie stukken. Het eerste hoofdstuk heet: 'Kuyper tussen Engeland en Duitsland'. Dat eindigt op bladzijde 25. Dan volgt, tot en met bladzijde 208, het grootste gedeelte en wel over ZuidAfrika, de Boeren en hun strijd met de Britten en de reacties daarop in Nederland, met name die van de antirevolutionairen, Kuyper voorop. De bladzijden 209-236 bevatten het laatste hoofdstuk onder de titel: 'Over recht en natie, Kuyper, Zuid-Afrika en de wereld'. Daarna volgen nog een samenvatting in het Engels, ruim vijftig bladzijden noten, niet alleen verwijzende, maar ook instructieve inhoudelijke, een overzicht van de geraadpleegde literatuur, de bronnen en tot slot, zoals het hoort, een persoonsnamenregister.

Op bladzijde 24, aan het einde van het eerste hoofdstuk, staat te lezen: "Het traditionele beeld van een 'van oudsher duitsgezinde' Kuyper is dus een historische mythe. Kuyper was een uitgesproken Anglofiel." De imperialistische politiek van de Engelse, in het bijzonder tegen de Boeren in Zuid-Afrika, zou hem van Engeland hebben doen vervreemden.

Van Koppen laat inderdaad zien dat twee boeken over de Nederlandse buitenlandse politiek, van Van Hamel en De Leeuw, waarin Kuyper als duitsgezind wordt afgeschilderd, eenzijdig zijn, om niet te zeggen bevooroordeeld. Maar om op grond daarvan na 24 bladzijden (en eigenlijk al na dertien, want het eerste hoofdstuk begint pas op bladzijde 11) de conclusie te trekken dat nu 'dus een historische mythe' is opgeruimd, gaat wel heel ver.

Wat daar van Kuyper wordt aangehaald, bijvoorbeeld over Pruisen en Bismarck, is zonder twijfel door Kuyper geschreven en gezegd, maar tegenover die citaten zijn andere te plaatsen waarin het tegendeel beweerd wordt. In alles wat Kuyper schreef over de buitenlandse politiek komen zoveel tegenstrijdigheden voor dat iedereen daar wel iets kan vinden dat van zijn gading is. Zoals Van Hamel en De Leeuw wilden bewijzen dat Kuyper duitsgezind was, zo is Van Koppen eraan gelegen dat we hier met een anglofiel te maken hebben.

Bij de vraag of Kuyper duitsgezind of anglofiel was moet het geheel van zijn gedachtenwereld aan de orde komen. Kuyper is deels beinvloed door de Engelsman Edmund Burke. Maar hoeveel Duitsers komen bij hem voor? Nu zeggen namen alleen nog niets. Als bij een telling zou blijken dat bij Kuyper meer Engelse dan Duitse denkers geciteerd worden, dan kan ook op grond daarvan nog niet worden geconcludeerd dat hij anglofiel was.

Het gaat ook om de inhoud van een gedachtengoed. En dan lijkt mij vooralsnog dat Kuyper met zijn organische opvattingen over de samenleving, waaraan zelfs biologische noties niet kunnen worden ontzegd, in een Duitse traditie staat. Ook als Kuyper van mening is dat Nederland meer verwant is met Engeland en Amerika betekent dat nog niet dat Kuyper dat ook is. Met Van Koppens conclusie kan ik het niet eens zijn. Eerder is dit een veronderstelling die nog bewezen moet worden.

Kuypers opmerking dat Nederland meer Engelsgezind is dan Duits heeft mij altijd geinteresseerd. Nu ik in Moskou woon en meemaak hoe Russen en Duitsers met elkaar omgaan en hoeveel die, met alle mogelijke verschillen, met elkaar gemeen hebben, denk ik dat Nederland met de rug naar Europa staat, met de blik naar het westen: richting Engeland dus.

Het grootste gedeelte van de studie gaat over Zuid-Afrika. Uitvoerig wordt geschetst hoe dat gebied zich ontwikkelde toen het geen Nederlandse kolonie meer was (vanaf 1806). Hoe de Boeren in conflict raken met de Afrikaanse koninkrijken ter plaatse, hoe het Britse oppergezag de Boeren de voet dwars zet, de Vrede van Vereeniging, dat alles wordt de lezer gepresenteerd op een leesbare, soms zelfs spannende wijze.

Aanvankelijk treurde in Nederland niemand erom dat de Kaapkolonie verloren gegaan was aan de Engelsen. Nederland was te zeer op zichzelf gericht, het land bevond zich, aldus Van Koppen, in een nationale identiteitscrisis. Maar aan het eind van de jaren veertig komt een proces van modernisering op gang, met maatschappelijke en economische vernieuwingen. Langzaam begint voor wat zich in Zuid-Afrika afspeelt de belangstelling terug te keren, eerst in kleine kring.

Opmerkelijk daarbij is de rol die sommige hoogleraren speelden. Wie mocht denken dat de maatschappelijk en politiek geinteresseerde hoogleraar eerst na de bezetting van het Amsterdamse Maagdenhuis in 1969 ten tonele verscheen, moet het boek van Van Koppen lezen. Alom bekende geleerden zetten zich in voor Zuid-Afrika. Een van de bekendste was de Utrechtse bioloog Pieter Harting, een hoogst actief man die gedreven werd door wat Van Koppen noemt 'een typisch negentiende eeuws radicaal vooruitgangsoptimisme'. Hij was de hoofdfiguur van het Utrechtse Hoofd Comite ter Behartiging van de Belangen der Transvaalse Boeren.

Met andere lokale Transvaal-comites kwam het uiteindelijk tot oprichting van de Nederlandsch Zuid-Afrikaansche Vereeniging (op 12 mei 1881). Maar daar was heel wat strijd aan voorafgegaan, tussen besturen van de comites in Utrecht en Amsterdam in het bijzonder. Een belangrijk deel van de conflictstof was geconcentreerd rondom de figuur van Kuyper.

De beschrijving van het doen en laten van Kuyper maakt het boek van Van Koppen tot een leesgenoegen. De anti-revolutionaire voorman probeerde met alle middelen zijn persoonlijke stempel op de organisatie te drukken, niet voor zichzelf, maar voor de groepering die hij in de Nederlandse samenleving vertegenwoordigde. De strijd van de Boeren tegen de Engelsen was voor hem een herhaling van die van de Geuzen tegen de Spanjaarden.

Soms krijgt de lezer de indruk dat de strijd tussen de Boeren en de Britten als hoofdthema heeft: voor of tegen Kuyper zijn. Dat is ook het geval in de in 1881 opgerichte NZAV. Van Koppen maakt duidelijk dat de bemoeienissen met Zuid-Afrika een afspiegeling zijn van de Nederlandse binnenlandse politiek die in die tijd werd beheerst door Abraham de Geweldige.

In 1901 wordt hij minister-president, juist als de Tweede Boerenoorlog aan de gang is. Nederland blijft neutraal en omdat voorkomen moet worden, Engeland voor het hoofd te stoten, wordt toch geprobeerd een initiatief voor een vrede op gang te brengen.

Het is bijna amusant te lezen hoe Kuyper greep op de gebeurtenissen tracht te krijgen, met voorbijgaan van de minister van buitenlandse zaken, Melvil van Lynden. Deze laat alles over zich heengaan, sterker nog, hij spant zich zelfs in, de initiatieven van Kuyper te ondersteunen (Lubbers kan voor zijn contacten met Van den Broek nog veel van zijn Kuyper opsteken).

Het gedeelte over Zuid-Afrika en Nederland is daarom zo belangwekkend, omdat het stoelt op grotendeels onbekend archiefmateriaal dat tot nu toe gro tendeels onbekend was.

Hoewel het beeld van Kuyper niet wezenlijk anders is geworden door de bevindingen van Van Koppen zijn er toch elementen die iets toevoegen. Nog meer dan ik altijd gedacht heb, blijkt Kuyper een 'Realpolitiker' te zijn die in het veranderen van zijn opvattingen heel ver ging als zijn belang dat vroeg. Daarbij ging hij ervan uit dat zijn aanhangers dat ook zo zagen. Hij beschouwde zich als de grote leider die het Nederlandse volk nodig had.

Als een door hem in de Tweede Kamer ingediende motie, waarin hij het beleid van de regering ten aanzien van het niet uitnodigen van de Boerenrepublieken naar de Haagse Vredesconferentie aan de kaak stelt, met 71 tegen 21 stemmen verworpen wordt, schrijft hij rustig in 'De Standaard' dat de Kamer er dan wel geen kabinetscrisis aan kon wagen, "maar en in de Kamer en daarbuiten heeft het Nederlandsche volk de motie van harte onderschreven" (19 december 1899). Met opmerkingen als deze kan het Kuyperbeeld weer aan een volgende analyse onderworpen worden.

Het laatste hoofdstuk vind ik even onbevredigend als het eerste. Er wordt veel overhoop gehaald. Van Koppen beroept zich hier veelvuldig op bijdragen van Kuyper aan 'De Standaard' en daar is niets op tegen, maar als het gaat om de verhouding tussen Europa en Azie, dan had niet voorbijgegaan mogen worden aan 'Om de oude wereldzee', de twee lijvige boeken die Kuyper schreef nadat hij teruggekomen was van de lange reis die hij maakte na de verkiezingsnederlaag van 1905. Juist in die boeken staat veel over de opkomst van de islam en wat daarvan voor (West)-Europa de gevolgen kunnen zijn. Ik besef dat een onderzoeker niet alles kan vermelden wat hij bestudeerd heeft, - ik moet er trouwens ook niet aan denken - maar als het over een bepaald onderwerp gaat waaraan conclusies worden verbonden, moet hij wel duidelijk maken waarom hij daarop betrekking hebbend materiaal wel of niet gekozen heeft. Van Koppen legt dat niet uit. De kritiek die ik heb op het eerste en laatste hoofdstuk, samen ruim veertig bladzijden, doet overigens geen enkele afbreuk aan mijn waardering voor deze studie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden