Review

ABEL J. HERZBERG, 'VERZAMELD WERK' 'Leef ik niet krachtens een al te bittere onrechtvaardigheid?'

Abel J. Herzberg, 'Verzameld werk', uitg. Querido; Deel 1: 808 blz. - f 75; Deel 2: 472 blz. - f 55.

In het vierde en laatste deel zullen te zijner tijd fragmenten uit Herzbergs brieven aan kleindochter Valti worden opgenomen. Ook hierin komt 'Eichmann in Jeruzalem', Herzbergs verslag - als advocaat van de duivel - van het proces tegen Hitlers uitvoerder van de vernietiging van joden, waarin hij concludeert: “Als ik het voor het zeggen had, had ik Eichmann gratie gegeven. Dat zou pas wraak geweest zijn. Waarom zou wraak bitter moeten zijn? Het kan ook zoet zijn.” Ten slotte worden zijn essays erin opgenomen over 'het joodse erfgoed' (de titel van een bloemlezing door Huub Oosterhuis uit door hem al eerder verzamelde esssays in 'De man in de spiegel') en over Israel en het zionisme (door Arie Kuiper eerder gekozen in 'Zonder Israel is elke jood een ongedekte cheque').

Het derde deel bestaat in feite al, een gebonden uitgave in fraaie vormgeving, waaraan die van het 'Verzameld werk' is aangepast. Het wordt daarom vooralsnog niet opnieuw als 'Deel 3' uitgegeven: 'Kroniek der Jodenvervolging, 19401945'. Het is Herzbergs tastbare herinnering aan een 'oorlog van heidenen tegen de cultuur', een monument in de Nederlandse geschiedschrijving, op een lijn te plaatsen met 'Ondergang' van Presser en De Jongs (uiteraard breder opgezette) 'Het koninkrijk der Nederlanden in de tweede wereldoorlog'.

Een 'Verzameld werk' is het aardigst om de ontsluiting van dat deel van een oeuvre dat we niet kennen: omdat de boeken niet meer herdrukt worden, alleen nog antiquarisch te vinden zijn, omdat ze te gedateerd zijn, of uit het oog verloren. De verrassing zit dan ook in Deel 1, waarin de drie toneelstukken staan die Herzberg schreef. Het liefst was hij toneelschrijver geworden, heeft hij wel eens gezegd, in plaats van advocaat (over zijn praktijk in het horecawezen vertelde hij smakelijk in 'Om een lepel soep').

In 'Vaderland' uit 1934 (zijn oudste en enige vooroorlogse publicatie, geschreven in 1933 op verzoek van acteur Jo Sternheim) probeerde hij te verklaren wat er in Duitsland gebeurde. Voor zover ik kan nagaan is het stuk nooit opgevoerd (in de summiere verantwoording in het 'Verzameld werk' ontbreken helaas gegevens over mogelijke uitvoering en kritieken). Nu, zestig jaar later, is het behalve goed leesbaar ook exemplarisch voor Herzbergs naoorlogse thematiek: een jood kan alleen op jodenhaat antwoorden door een jood te zijn. Maar dit zelfbewustzijn is alleen vol te houden door de vragen bij jezelf niet uit de weg te gaan.

Interessant is hoe Herzbergs alter ego Salomon Zeitscheck, 'de man die een tweegesprek was geworden' uit de in Deel 1 opgenomen novelle 'Drie rode rozen' van 1975 (opgedragen aan kleindochter Valti), in 'Vaderland' al opduikt. Daar weet hij nog te ontkomen aan 'de man met de bruine jas', in 'Drie rode rozen' heeft hij “tot een bevolkingsgroep gehoord die door de ene helft der mensheid vogelvrij was verklaard. En de andere helft van de mensheid liet dit toe. Het had die groep afgeschreven in de balans van het bestaan.”

Het toneelstuk 'Sauls dood' uit 1959, overigens wel gespeeld, door de Haagse Comedie, met Albert van Dalsum in een veel geprezen hoofdrol, gaat over de voorganger van koning David als belichaming van rusteloze vragen. Ook hier klinkt Zeitscheck door: “Mijn kwelling is dat ik een tweegesprek geworden ben.”

Het drama 'Herodes, de geschiedenis van een tyran' (1957), voorafgegaan en gevolgd door proza-delen die de omstanders van de verguisde kindermoordenaar in beeld brengen, toont de despoot in al zijn kleine menselijkheid. In 1974 schreef Herzberg 'De memoires van koning Herodes', waarin hij gebruik maakt van het bronnenmateriaal dat hij voor dit vergeten toneelstuk opdelfde. De roman, die bij vlagen Marguerite Yourcenars meesterwerk 'Hadrianus gedenkschriften' evenaart, bestaat uit gefingeerde, aan een secretaris gedicteeerde herinneringen, waarin banaliteiten, intimiteiten, grof- en wijsheden elkaar levensecht afwisselen. Alles overheersend is de tragedie van de dood van zijn vrouw Mariamme, die Herodes in zijn achterdocht zelf liet terechtstellen. Herodes begrijpt niets van de god van dat volk dat hij psalmen hoort zingen (eigen vertaling van Herzberg: 'Jij bent mijn God, Jou zal ik loven, Jij, mijn God, gaat boven alles'). “Moest ik bij elke hap die ik in de mond stak, bij elke stap die ik deed, moest ik elke morgen als de zon opging, of elke avond van de nieuwe maan, moest ik, als het donderde of bliksemde, als ik een regenboog zag, als ik naar bed ging en als ik opstond, ja, als ik mijn behoefte deed en wanneer eigenlijk niet, zegen 'Gelooft zijt Gij, Eeuwige onze God'? moest ik danken na iedere maaltijd? Ik, Herodes, koning van Judea, zetelend in Jeruzalem, kon dat niet.”

Herzbergs bewondering voor en verwondering over de behoefte aan God is terug te vinden in 'Aartsvaders', zijn laatste boek uit 1986, drie jaar voor zijn dood op 93-jarige leeftijd door hemzelf opgetekend. Het is onder 'romans en verhalen' gerangschikt in Deel 1, terwijl het haast in een adem is geschreven met 'Brieven aan mijn grootvader' uit 1983 - dat zal wel vanwege de titel bij 'Brieven aan mijn kleinzoon' in Deel 2 zijn gegroepeerd. Herzberg vraagt 'aan mijn grootvader' naar aanleiding van Noachs redding van de zondvloed en zijn eigen overleving na de jodenvernietiging: “Is dt goddelijke rechtvaardiging: van een medemens een enkeling maken? Eenzaam in de wereld staan is de belevenis die de man, ontsnapt aan totale uitroeiing van zijn volk, mateloos gaat kwellen. Waarom juist ik, waarom niet hij of zij die evenveel recht op leven bezat als ik? Leef ik niet krachtens een al te bittere onrechtvaardigheid?”

Door hun samenhang in het 'Verzameld werk' geven de genoemde boeken, met 'Amor fati' en 'Tweestromenland' over zijn gevangenschap in het nazi-concentratiekamp Bergen-Belsen en met het kinderboek 'Mirjam', een indrukwekkend beeld van Herzbergs consistente denken over 'de volslagen menselijke ontwrichting': “Als wij de laatste resten willen redden van waardigheid en eer, dan zullen wij moeten aanvaarden wat velen van ons in tijden van uiterlijk geluk gemeend hebben te kunnen verwerpen: ons zelf.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden