Review

Aanhoudende shampooreclame

AMSTERDAM - Een operapremière waarbij de staatssecretaris van cultuur glorieus afwezig is. Dat is geen voorpaginanieuws, want bij 'een digitale opera in drie dimensies' weet je immers maar nooit wie je gezien en wat je gehoord hebt. Directeur Rudi Fuchs van het Stedelijk Museum kwam woensdagavond wel even peilen hoe de opera 'Monsters of Grace' zich met het werk van zijn huidige exposant Bill Viola verhoudt.

Na bijna 25 jaar waren de Amerikaanse theatermaker Robert Wilson en zijn componerende landgenoot Philip Glass met 'Monsters of Grace' weer in Amsterdam bijeen. Midden jaren zeventig verrasten Wilson en Glass met hun muziektheater 'Einstein on the beach'; een zich revolutionair traag voortbewegend vorm- en perspectiefspel, ondersteund door toentertijd eveneens ongekende minimale muziek. 'Einstein' duurde vijf uren, die overigens in een tijdloze mum voorbij streken. De kranten bejubelden het stuk suf, al werden meteen ook de eerste adders onder het gras waargenomen: “Wat 'Einstein on the beach' niet verdraagt, is een relativerende houding bij de toeschouwer.”

Samen met Steve Reich en John Adams groeide Philip Glass uit tot 'het machtige hoopje' van de minimale muziek; Robert Wilson trok met zijn reusachtige 'vertragingstheater' over de hele wereld. Twee jaar geleden stond Wilson nog in z'n eentje alle Hamlet-personages (de negen 'Hamlet'-doden inclusief) in het Muziektheater te spelen. Zowel hoorbaar als zichtbaar was er aan zijn Hamlet-solo geen touw vast te knopen, maar dat doet er in zijn ensceneringen niets toe. Het gaat in Wilsons aquariumtheater om de zuivere schoonheid van belichting en van naar-stilstand-stollende beweging.

Wilson en Glass vormen de inmiddels pensioengerechtigde 'witte mannen' die staatssecretaris Rick van der Ploeg zo graag aan de kant gezet ziet, maar die ondertussen onverdroten een tweede generatie toeschouwers aan zich weten te binden. Je zou zowaar van een afspiegeling van de samenleving kunnen spreken, als je de hedendaagse aanhang van Wilson en Glass ziet (paradoxaal genoeg precies het publiek dat de staatssecretaris zich wenst). Moeders met dochters, Brussels gedistingeerde ouderen, de 60 gepasseerde meisjesvrouwen met hetzelfde Schotse ruitmotief op de rugzak als op de rok, morsige scholieren, trendy twintigers, nichten-van-alle-leeftijden, negers, rasta's en ginds nog een loslopende Algerijn.

Het verhaal gaat dat Wilson zich in zijn Hamlet-tekst bleef verspreken, en Shakespeare voortdurend met 'Monsters of Grace' dwarsboomde. Toen hij dat aan zijn geestverwant Glass vertelde, waren de titel en de hernieuwde samenwerking een feit. Ook in 'Monsters of Grace' is het niet nodig om naar een verhaallijn te speuren. Wilson zegt bij voorbaat geen puzzels te willen oplossen, hij wil opera tonen als een museumbezoek, waardering wekken voor de gloed van het licht, de kleur van een appel, van voorbijtrekkende wolken.

Behalve ondergaan heeft de toeschouwer maar één ding te doen: het uitgereikte papieren zonnebrilletje opzetten, anders doorgrondt hij de dimensionale diepte van de opera niet. Pas dan kan de stoet van tableaus langstrekken. Bij 'Hamlet' kon je nog van theatraliteit spreken - er stond immers een man op het toneel, die sprak en kunstjes vertoonde - maar in 'Monsters of Grace' heeft een plat filmdoek de theatrale vorm verstoten. Verlichte huizen doemen op, bomen schuiven traagdreigend langs, al vormen ze bij lange na geen oprukkend Macbeth-bos. Een adelaar komt overflappen, en krijgt een als caravan verlichte helikopter in z'n kielzog, we scheren over de Chinese Muur, een brandende stoel zakt ... la Magritte uit de lucht, een waaiend toendraveldje blijkt een deinende zee te zijn waaruit een brandend vuurtje zich als opgeschrikte zeeschildpad uit de voeten maakt. Je bent gedwongen dat feestwinkelbrilletje te gebruiken, al was het maar lorgnetgewijs, want zonder zie je als een dronkenlap dubbel. Een aangelengde echo van Buñuel licht op als een stalen priem (zonder dimensiebrilletje) of, tegelijkertijd, een pincet (met bril) in een reusachtige handpalm steken. 'Don't try to explain a miracle' zingt het koor.

Of dat, dank zij de verfijndste computertechnieken, geen schone beelden oplevert? Wis en waarachtig, met name het dubbele treffen van een weerman en weervrouw, die elkaar achter een enorm lensoog zoeken en daardoor afstoten. Maar het is de schoonheid van een zeepbel. Bovendien heeft een zeepbel een ziel - al blijft onbekend waar die dan zit. Hoe ik met en zonder bril ook tuurde: op een ziel of zelfs maar een fractie van bezieling valt 'Monsters of Grace' moeilijk te betrappen. Het is één aanhoudende, door en door gelikte shampooreclame.

Het publiek hoort en ziet devoot toe. Omringd door zijn Philip Glass Ensemble zit de componist zelf op het voortoneel achter zijn elektro-orgel. Vrijwel sacraal bepotelt hij de tabla, die door de versterking niet meer klopploffend opklinkt, maar als een Urker kerkorgel door het Muziektheater dendert. De blazers, synthesizers en verlengde plus omgeknakte dwarsfluit lokroepen, vlieden, sappelen en drentelen voort als oneindig voortkrinkelende bergbeekjes. Geen dissonant te bekennen, de zangers zingen helder en zuiver, maar ook de vertragingen en versnellingen krijgen het gemurmel niet tot een kloekkolkende forellenrivier. Glass besluit zijn opera met een knipoor naar 'Der Abschied' uit Mahlers Lied von der Erde.

Die V"gel locken still in ihren Zweigen

Die Welt schlüft ein!

Arend Evenhuis

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden