Review

Aan tafel in Watou

Het Zuid-Vlaamse dorp Watou beleeft zijn 22ste editie van de Poëziezomer. In samenwerking met Jan Hoet nodigde organisator/dichter Gwij Mandelinck negenenveertig dichters en dertien beeldende kunstenaars uit, die dit jaar met het thema 'Tabula' (Tafel) aan de slag gingen. Na 11 september blijkt die tafel geen plek om vrede te stichten. De nachtmerrie hinkt de werkelijkheid achterna.

Watou kon er niet omheen. Op 11 september vorig jaar zette de dodendans in, zegt Gwij Mandelinck, organisator van de Poëziezomer in het Belgische dorp. ,,Eerst zijn er de feiten, daarna komt de onrust en uiteindelijk is er desolaatheid en weemoed.'' De onrust die sinds de aanslagen op Amerika omgaat in de wereld, brengt Watou terug tot op het tafelvlak. De 'Tabula' waaraan onderhandeld wordt, waaraan vriend en vijand ontvangen worden, is het thema van de huidige Poëziezomer. Geen plek om vrede te stichten, zo blijkt, maar om te zwijgen, te braken of zonder terughoudendheid alles bloot te geven.

Aanvankelijk merk je niets van enige onrust. Rondom het zonovergoten plein van het Zuid-Vlaamse dorp eten toeristen mosselen, er wordt gedronken en gepraat. En wie uitgegeten is neemt rustig plaats in de betonnen kijkdoos die sinds vorige zomer 'de lege plek' op het dorpsplein omvat, om te luisteren naar het gedicht 'De tafel het raam' van Rutger Kopland, over 'iemand' die daar al eens eerder had plaatsgenomen. 'de tafel is leeg en het is alsof de leegte/ in hem binnendringt hem vervult'. Als zijn ogen omhooggaan naar het uitspansel over het dorp, de vogels rond de kerktoren en wolken die voorbijwaaien, 'denkt hij ik ben alles wat ik zie'. En dat is genoeg, in een dorp als dit. Als Mandelinck vertelt dat Watou ooit op sterven lag, geloof je dat graag. In de archaïsche omgeving ruik en zie je de negentiende eeuw. Nog altijd heeft het restaurant enige problemen om de winter door te komen. Maar sinds de Poeziëzomer het dorp jaarlijks omtovert tot een levend gedicht, weten toeristen Watou te vinden. Juist om te ontsnappen aan de onrustige buitenwereld.

Des te harder komt het gedicht aan dat Lucebert ruim vijfentwintig jaar geleden schreef en waaraan Mandelinck het motto leende voor jaargang 2002: 'Er is alles in de wereld het is alles'. Het hangt op groot formaat om de hoek en spreekt over 'de dolle hondenglimlach van de honger / de heksen angsten van de pijn en / de grote gier en zucht de grote / oude zware nachtegalen', over de 'kortzichtige kogel van de oorlog', 'allen die zonder licht leven', 'slaapwandelaars in een koud circus'. Lucebert bereidt de Watou-bezoeker voor op wat komen gaat. Na de aanslagen van 11 september gaf Mandelinck kunstenaars de opdracht: 'Plaats fragmenten van uw onrust op tafel'. De wereld is immers op hol geslagen en ook in de kunsten valt niet te ontkomen aan het '(Voor) gevoel van hoe-nu-verder', in de woorden van Judith Herzberg. De nachtmerrie hinkt de werkelijkheid achterna en geen enkele kunstenaar kan die realiteit negeren, zegt Mandelinck.

Sinds de Poëziezomer twaalf jaar geleden zijn vaste vorm kreeg, wil de dichter-organisator woord, beeld en omgeving verbinden. Niet alleen de gedichten en het beeldende werk moeten samenkomen, ook het dorp zelf wordt een auditief en visueel gedicht. Iedere winter dwaalt Mandelinck rond in zijn woonplaats. ,,Als een schim in het duister pleeg ik spionage op het dorp, op zoek naar authentieke locaties.'' Maar dit jaar drong de grond zich op door het verleden. ,,De grond zit nog vol oorlog: regelmatig stuit een boer die het land bewerkt op explosief materiaal uit de Eerste Wereldoorlog. De verhalen uit die tijd gaan nog rond, er ontstonden gaten in gezinnen en de mentaliteit van de bevolking sloeg een andere richting in. Hier vielen honderdduizenden doden. 9-11 was een miniatuurtje vergeleken bij de oorlog die hier gevochten werd.''

Alle deelnemende kunstenaars bezochten Watou in het voorjaar, toen de grond nog hard en winters was. ,,Door veel te praten kwamen we op het idee van de tafel als oersymbool. Een blad en vier poten die houvast zoeken, vaste grond willen krijgen.''

De kunstenaar is belangrijker dan het thema en in sommige werken is de thematische spanning alleen onderhuids aanwezig, of zelfs afwezig. Maar dat geeft niet, zegt Mandelinck. ,,Volstrekte rust bestaat niet, elk watervlak vertoont bij de kleinste windstoot een rimpeling.''

Rondwandelend door het dorp, tussen de zeven verschillende locaties, zie je soms hoe ouder werk in een veranderde werkelijkheid een nieuwe betekenis heeft gekregen. In het woonhuis 'Het Erfgoed' aan de Moenaardestraat staat Maria Serebriakova's titelloze werk uit 1992, bestaande uit twee stoelen en een tafel met daarop drie witte kolommen die tot het plafond reiken. ,,Sinds vorig jaar kun je er de torens van New York in zien.'' Anderen maakten nieuw werk en ook het dorp dient zichzelf in een nieuwe vorm aan. Zo is de verlaten basisschool -gebouwd in 1925, gesloopt over enkele maanden- een nieuwe locatie. Binnen draagt Hugo Claus, die bijna even oud is als het gebouwtje aan de Douvieweg, vanaf televisieschermen zijn gedicht 'De sporen' voor. Elk jaar roept het gebouw een sterker gevoel van verlatenheid op, zegt Mandelinck. Juist als je met enige weemoed begint te fantaseren over de levens van al die kinderen die hier ooit in en uit liepen, verschijnt het weinig vrolijkmakende gedicht 'Zelfs geen schedel' van Gerrit Komrij in een blauwgekleurd klaslokaal. 'Bijna ben ik verschrompeld tot een korst./ Ik kruip over de aarde en mijn borst/ Vriest aan de stengels en de wortels vast. // De zon schijnt fel bij twintig graden vorst./ Er prikken distels in mijn ribbenkast./ Mijn graf heb ik gevonden bovengronds- (..)'. Niks speelgoed, huiswerk maken, een vak leren en gelukkig worden. Buiten de schoolmuren wacht het moeras en er is geen ontsnappen aan.

De dreigende combinatie van school en gedicht doet terugdenken aan het gedicht 'De eerste foto van Hitler' van Wislawa Szymborska dat in de schuur van de Douviehoeve hangt, net buiten het dorpscentrum. 'En wie is die dreumes in zijn kieltje?/ Dat is Adolfje, de zoon van meneer en mevrouw Hitler!' Het is een jongetje, God zij geloofd, gezond en wel. Misschien wordt hij wel doctor of tenor of koopman of pastoor, deze ukkepuk, engeltje en hartendief, gaat het verder. Het zijn verwachtingsvolle woorden van kersverse ouders of opgetogen kraamvisite. 'Onhoorbaar het hondengejank en de stappen van het noodlot/ De geschiedenisleraar knoopt zijn boord los en zucht boven zijn schriften.', besluit Szymborska echter.

Je hoeft je slechts om te draaien om te zien waar die 'koddige beentjes' van Adolfje heen zouden wandelen. Niet naar kantoor of 'naar een bruiloft met de dochter van de burgemeester misschien', maar naar het spreekgestoelte. 'Karaoke Pour Dictateurs Potentiels' heet het werk van Philippe Ramette in de ruime loods. Ramette verandert succesvol de theatrale politieke arena in een platvloerse karaokebar. Wie de ambitie heeft ooit tot dictator uit te groeien, mag oefenen op het podium, voor het beeldscherm waarop voorgangers als Hitler, Mussolini en Stalin de massa toespreken. Het geluid is afgezet, beneden in beeld loopt de oplichtende tekst mee, zoals dat hoort bij karaoke. Het wordt een toespraak op locatie, de ruime schuur van de boerenhoeve staat vol houten banken, voor belangstellenden uit de omgeving die verwacht worden. Succes verzekerd, nu politici zich afvragen waar het heen gaat en een deel van de bevolking op sterke leiders hoopt.

Dit is de meest politiek-gekleurde uitwerking van het Watou-thema, dat een persoonlijker vorm krijgt in Het Erfgoed, een leegstaand woonhuis dat levend blijft door alle stemmen die gedichten uitspreken. Families zijn weggetrokken uit dit huis, zo is te zien aan de behanglagen, plakbandvlekken en spijkers zonder fotolijstjes. Boven het archief van opgestapelde tinnen dozen, dat Christian Boltanski heeft aangelegd klinkt het gedicht 'Poker' van Tom Lanoye. In een tijd van 'tegenstand en onbenul' kruisten twee levens elkaar, zegt de ik-figuur. Er was het vuurwerk van vergeefse woorden, de troost van wat lichamelijk tumult. Maar nu legt hij zijn kaarten op tafel en omschrijft de gewenning als een ziekte, 'ze slaat toe van bij het begin, en op het einde is het beter om te breken'. Uitspreken is goed, zo leer je een kamer verderop: verbreek die sleur en maak er een eind aan. In deze ruimte, die gevuld wordt met de New York-kolommen van Serebriakova, klinkt het gedicht 'Het gezwijg' van Luuk Gruwez, over het hoofd dat op de tafel werd gezet, 'en samen met het hoofd/ het zwijgen van het hoofd.' Spreek elke irritatie uit, zo lijkt de les: voor je het weet begint een zwijgend hoofd te woekeren en eensklaps te braken in het rond.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden