RecensieConversation piece

Aan deze dinertafel is iedereen welkom

Guess Who’s Coming to Dinner Too? van Patricia Kaersenhout. Beeld Charlott Markus
Guess Who’s Coming to Dinner Too? van Patricia Kaersenhout.Beeld Charlott Markus

De feministische kunstenaar Judy Chicago dekte de tafel voor louter vrouwen. Maar ze vergat vrouwen van kleur. Die tafelen nu mee in vier Nederlandse musea.

Joke de Wolf

Het is even of je op het verkeerde moment de museumzaal binnenkomt omdat er vanavond een speciaal diner wordt gehouden. In het midden van museum Hal in Haarlem staan gedekte tafels in een driehoeksvorm opgesteld. Op de tafels liggen witte tafellakens, met daarop in totaal vijftien tafellopers, een soort extra grote placemats. Daarop staan glazen voorwerpen, bakjes en schalen. De lopers zelf springen ook in het oog: ze zijn alle vijftien anders, en er is steeds één vrouwennaam op geborduurd.

Eind jaren zeventig maakte de Amerikaanse kunstenaar Judy Chicago (1939) een soortgelijk kunstwerk dat inmiddels een icoon is in de kunstgeschiedenis. The Dinner Party staat permanent in het Brooklyn Museum in New York, er is speciaal een driehoekige zaal omheen gebouwd. In de eerste jaren reisde het werk door de Verenigde Staten, totdat het te zeer beschadigd raakte. Ruim vijftien miljoen mensen zagen het in die tijd.

Het werk bestaat uit een diner-opstelling van tafels in een driehoek, ook met geborduurde tafellopers en voorwerpen erop. Aan elke zijde van de driehoek staan dertien namen van mythische, historische of beroemde vrouwen, van Griekse oergoden tot de Nederlandse zeventiende-eeuwse taalkundige en kunstenaar Anna Maria van Schurman en de Amerikaanse kunstenaar Georgia O’Keeffe.

Opvallend is hier dat op elke geborduurde loper ook een bord staat, met bestek en een glas. Ieder bord is anders, in de decoratie staat de vulva steeds centraal.

Te weinig aandacht voor de rol van vrouwen

Chicago wilde duidelijk maken dat er in de traditionele geschiedschrijving veel te weinig aandacht was geweest voor de rol van vrouwen. De tafel koos ze vanwege het Laatste Avondmaal, waar dertien mannen een plek hadden gekregen, nu was het de beurt aan de mensen ‘die het eten hadden gekookt’. Het was een groepsproject, waar in totaal zo’n vierhonderd mensen aan hadden meegewerkt – professionele borduurders, pottenbakkers en ook onderzoekers, allemaal vrouwen.

Er kwam veel lof én kritiek op het werk van Chicago. Lof omdat ze, in het heetst van de Tweede Feministische Golf, een grote misstand aankaartte: in musea en galerieën was nauwelijks werk van vrouwelijke kunstenaars te zien, de canon bestond alleen uit Pablo Picasso’s en Jackson Pollocks. Vrouwelijke kunstenaars kregen amper solotentoonstellingen en werden überhaupt niet serieus genomen als kunstenaar.

En nog steeds is anno 2021 het aandeel vrouwelijke kunstenaars ook in Nederlandse musea belabberd, het Amsterdamse Stedelijk kwam bij een inventarisatie in 2019 op 4 procent.

Detail van The Dinner Party uit 1979 van Judy Chicago. Beeld Hollandse Hoogte / AFP
Detail van The Dinner Party uit 1979 van Judy Chicago.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Met The Dinner Party kregen de vrouwen alsnog ruimte in het museum. Toch vonden sommigen Chicago’s nadruk op de vulva vulgair, een Republikeinse senator noemde het ‘keramische 3D-pornografie’. Het gebruik van ‘traditioneel vrouwelijke technieken’ was volgens anderen juist clichéversterkend, sommigen zagen het als een aanval op de man.

En sommigen vonden het verwerpelijk dat Chicago maar één niet-witte vrouw had gekozen, de Amerikaanse burgerrechten­activiste Sojourner Truth. Dat haar bord ook nog eens als enige géén vulvavorm had, zag schrijfster Alice Walker als een teken dat witte feministes zich niet wilden voorstellen dat zwarte vrouwen ook vagina’s hadden.

Alle aanwezigen in haar werk zijn zwarte vrouwen of vrouwen van kleur

Het werk dat nu in Haarlem is te zien heet Guess Who’s Coming to Dinner Too? en is gemaakt door Patricia Kaersenhout (1966), een in Nederland geboren kunstenaar met een Surinaamse achtergrond. Alle aanwezigen in haar werk zijn zwarte vrouwen of vrouwen van kleur uit alle delen van de wereld, uit alle tijden, van 1370 voor Christus tot nu, waarmee ze ‘geschiedenissen die weggevaagd zijn’ onder de aandacht wil brengen.

Een signaal dat de museumwereld graag overneemt: het werk, vrij vertaald ‘Raad eens wie er ook komt eten?’ is vorige maand gezamenlijk aangekocht door vier prominente Nederlandse musea: het Centraal ­Museum Utrecht, het Stedelijk Museum Amsterdam, het Van Abbemuseum Eindhoven en het Frans Hals Museum in Haarlem.

Ann Demeester, directeur van dat laatste museum en daarmee ook van de locatie Hal waar een deel van het werk nu staat, vertelt er graag over. Het is mede dankzij haar enthousiasme dat de bijzondere koopconstructie is ontstaan. In 2019 was het huidige werk voor het eerst in een tentoonstelling te zien. Toen bekend werd dat het kunstwerk aangekocht werd, besloot Kaersenhout het nog verder uit te breiden: er komen nog drie grote tafels, waarmee er plaats komt voor in totaal zestig vrouwen.

Aan tafel én aan de muur

Het idee van Chicago leeft op meer manieren verder. Speciale aandacht voor vrouwelijke stemmen en kunstenaars is nog steeds nodig, constateerde Andrea Davina van het Niemeijer Fonds tien jaar geleden. Vrouwen zitten wel vaak op de kunstacademie, maar zelfs hedendaagse kunstmusea hebben nog steeds vooral kunst van mannen in de collectie. ‘Daarmee zie je dus vooral het mannelijke perspectief op de wereld.’

Daarom gaat de Theodora Niemeijerprijs sinds 2012 iedere twee jaar naar een beginnende vrouwelijke kunstenaar. Ter ere van de vijfde editie komt er bij de prijsuitreiking op 27 september ook een ‘Dinner Party’: iedere genodigde is gevraagd een vrouwelijke kunstenaar aan te dragen die in museale collecties (beter) getoond zou moeten worden. Het gesprek aan tafel – tussen verzamelaars, curatoren en critici – zal vervolgens dáár over gaan. De genomineerden voor de prijs hebben alvast een plek aan de tafel.

Volgens Demeester is Kaersenhouts werk een ‘conversation piece’, een aanleiding tot een gesprek. “Dat maakt het ongelofelijk spannend. Het is geen altaar, niet alle betekenissen zijn direct duidelijk of expliciet gemaakt. Zo verwerkte ze ook West-Afrikaanse Adinkra-symbolen op de lopers, die allemaal een eigen betekenis hebben. Tegelijk werken we nog aan een interactieve database, waaraan het publiek verhalen van meer vrouwen kan toevoegen.”

Anders dan bij Chicago heeft niet iedereen een eigen bestek, een eigen bord: deze vrouwen delen het eten. “Aan een tafel wordt macht toegekend”, licht Demeester toe. “Deze vrouwen krijgen de macht en delen die.” De kunstenaar heeft als voorwaarde gesteld dat er bij elke expositie iets met het werk gebeurt: dat er bijvoorbeeld verder wordt gegaan met het borduurwerk door lokale initiatieven van ‘nieuwe Nederlanders’, het werk is met een plengoffer gezegend. En hierbij waren mannen net zo welkom als toeschouwer.

Guess Who’s Coming to Dinner Too? is tot 2 januari 2022 te zien in de tentoonstelling Who is She? in het Frans Hals Museum, locatie Hal, in Haarlem. www.franshalsmuseum.nl

Lees ook:

Vrouwelijke kunstenaars hoorden geen kinderen te hebben, nu rukt de mother artist op

Een leven ten dienste van de kunst én het moederschap leek tot voor kort nauwelijks mogelijk. Maar juist de afgelopen jaren laten vrouwelijke kunstenaars het thema zien in hun werk én vragen ze aandacht voor hun achtergestelde positie.

Art nouveau was vrij traditioneel, maar af en toe kwam een moderne vrouw om de hoek kijken

De zwierige art nouveau had een nogal traditioneel vrouwbeeld. Waarom valt die borst uit de jurk van die vrouw, terwijl ze de lamp ontsteekt?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden