ProfielA. den Doolaard

A. den Doolaard, de leeuw van Hoenderloo

Dochters Branda en Milja, A. den Dolaard en zijn vrouw Erie.Beeld Familiearchief

Het liefst trok hij door woeste berggebieden en was hij ongebonden. Toch woonde schrijver, zwerver en journalist A. den Doolaard (1901-1994) veertig jaar in Hoenderloo. Dorpsbewoners keken met argusogen naar zijn wonderlijke gezin.

Toen ik voor het eerst thuiskwam bij mijn schoonouders, vielen ze meteen op: de folkloristische kleedjes en sieraden aan de muren. Afkomstig uit Balkanlanden, Griekenland en India, meegebracht door A. den Doolaard en zijn vrouw Erie (bijnaam ‘Wampie’) van hun vele reizen. Ik ben getrouwd met een kleinzoon van de schrijver – de prachtige souvenirs van zilver en handgeweven stoffen zijn in de familie gebleven. En zo zijn er meer erfenissen. Wij eten nog steeds ‘Joegosla’ naar recept van Erie, gemaakt van gegrilde paprika’s en aubergines, en als onze kinderen gingen logeren bij oma Milja (dochter van) werd op blote voeten gedanst op Slavische volksmuziek.

Zwerven voor verhalen

Den Doolaard zag het voormalige Joegoslavië als zijn tweede vaderland. Te voet, te paard en op ski’s bezocht hij daar de meest afgelegen plekken. Hij was geen schrijver die verhalen verzon van achter zijn bureau, hij trok eropuit. Zwervend door Europa beleefde hij wat de hoofdpersonen in zijn boeken beleefden.

“Ik heb vaak moeten leven van toevallige karweitjes. Toen ik in de late lente van 1930 zonder een cent in Frankrijk zat, ben ik om het dagelijks brood landarbeider geworden, werkman, steenhouwer, dokwerker, druivenplukker, maar altijd werk in de openlucht, in de natuur. Je deed wat je vond en het hing af van de streek”, zei hij begin jaren zeventig in een interview met de Vlaamse programmamaker Joos Florquin. De avonturen zijn terug te lezen in romans als ‘De druivenplukkers’, ‘De herberg met het hoefijzer’ en ‘Oriënt-Express’.

Dat het gezin Spoelstra (A. den Doolaard was zijn pseudoniem) in 1954 neerstreek in het dorp Hoenderloo was opmerkelijk, en ook weer niet. De schrijver snapte wel dat je met kleine kinderen niet eindeloos kunt blijven reizen. Na oorlogsjaren in Londen, waar hij omroeper was bij Radio Oranje, hadden ze in Joegoslavië, Frankrijk, Noorwegen en de Verenigde Staten gewoond. Dochters Milja en Branda waren inmiddels negen en zes. Toen zijn vrouw de legendarische woorden sprak: ‘Nu wil ik mijn eigen afwasborstel!’ was het moment daar.

De huurwoning met rieten dak in Hoenderloo waar Den Doolaard veertig jaar woonde.

Een huis kopen ging hem te ver, hij wilde zich absoluut niet binden, dus werd het de huurwoning met rieten dak, op een kleine heuvel aan de rand van het bos. Hoenderloo was niet zomaar gekozen. Als kind had de schrijver hier eindeloos door bossen en over zandverstuivingen gestruind tijdens logeerpartijen bij kennissen van zijn ouders. Hij hield van dit stukje Nederland dat nog enigszins verwilderd was. ‘Elke keer wanneer de trein vanuit de Randstad voorbij het station Amersfoort wegkrult in oostelijke richting overvalt mij hetzelfde geluksgevoel. Dadelijk begint het andere Nederland, waarin niet langer de lineaal overheerst maar de kurve waaraan de natuur nog altijd de voorkeur geeft’, schreef hij over de Veluwe.

Het gezin was anders

Op de dorpsschool waren Milja en Branda aanvankelijk een bezienswaardigheid: een beetje verwilderd, niet gewend aan strikte regels, hun benen gestoken in gekleurde wollen kousen. Al snel beseften de meisjes dat ze anders waren, en dat hun vader anders was dan die van hun klasgenoten. Dol waren ze op hem en ze hadden een heerlijke jeugd, maar hij was vaak afwezig. “Altijd aan het schrijven in zijn houten hut in het bos of op reis als correspondent voor De Gelderlander”, vertelt Branda, inmiddels 71. “Hoewel hij ontzettend erudiet was, vroeg hij nooit naar onze schoolprestaties. Ja, twee keer per jaar informeerde hij out of the blue hoe het ging. Geïnteresseerder was hij in onze verhalen bij de padvinderij.”

Verrassend actueel

De tekst ‘We hebben tussen wonderen geleefd, maar we hebben het niet begrepen’ is de laatste zin uit zijn boek ‘De goden gaan naar huis’, dat verrassend actueel is. In deze toekomstroman uit 1966 keren Amerikaanse astronauten terug van Mars, maar blijken een dodelijk virus te hebben meegebracht. Tijdens de pandemie en ontreddering die volgen, voert een Griekse cultuurhistoricus zijn langgekoesterde plan uit om geroofde godenbeelden terug te halen naar Athene. Weer ingemetseld staren de marmeren beelden vanaf de Akropolis meewarig naar de moderne mens die naarstig zoekt naar een vaccin, ‘stervend aan te veel wetenschap en te weinig inzicht’.

De roodgestifte lippen en hoge hakken van hun moeder waren evenmin dorpsgebruiken. En werd bij vriendinnetjes thuis de Hollandse pot gegeten, in huize Spoelstra pruttelde iets Grieks of Frans op het vuur. Erie was een goede kokkin, uit alle landen waar ze hadden gewoond had ze recepten meegebracht. Ook was ze taalkundig sterk. Ze redigeerde alles wat Den Doolaard schreef en tikte zijn manuscripten uit. Hoe eigenzinnig hij ook was, hij voer blind op haar kritiek.

Hoewel dorpsbewoners aanvankelijk met argusogen naar dat wonderlijke gezin keken, werd het viertal al snel gerespecteerd. Dat kwam ook door Den Doolaard zelf. Hij hield van ontmoetingen met mensen, zag dat zelfs als de ultieme winst van al zijn zwerftochten. Tegelijk was hij veel in zijn werkhuisje. Lag er ’s winters sneeuw, dan ging hij daar al langlaufend naartoe – tot z’n 85ste deed hij dat, dankzij een topconditie, opgebouwd als fanatiek schaatser, atleet, wandelaar, skiër en bergbeklimmer (maar liefst zeven keer beklom hij de Mont Blanc). Hij was avontuurlijk, politiek betrokken en vrijgevochten en hoopte dan ook niet ‘gewoon’ in bed te sterven. Dat deed hij toch. In 1994, op z’n 93ste, nadat hij tegen alle verwachtingen in veertig jaar in Hoenderloo had gewoond.

In Ohrid staat een monument, op de Veluwe niet

In 2006 waren we met de familie uitgenodigd in Ohrid, Macedonië, voor de feestelijke onthulling van een monument ter ere van hem. Dankzij zijn roman ‘De bruiloft der zeven zigeuners’ ontstond destijds in Nederland grote belangstelling voor Ohrid, wat vele vakantiegangers opleverde. Nu staat daar een architectonisch gedenkteken.

In het dorp op de Veluwe staat geen monument, maar voor altijd is hij ‘De leeuw van Hoenderloo’. Een bijnaam die slaat op zijn volle haardos en krachtige voorkomen. Hij ligt begraven op de kleine begraafplaats bij het witte dorpskerkje. Samen met zijn ‘Wampie’. Iets verderop is het graf van hun dochter Milja, mijn dierbare schoonmoeder. ‘We hebben tussen wonderen geleefd, maar we hebben het niet begrepen’ staat op zijn grafsteen.

Boek en expo

De biografie ‘Dronken van het leven’, geschreven door Hans Olink, is een prachtige vertelling van het avontuurlijke leven van A. den Doolaard. In museum De kleine Arcke in Hoenderloo is één van de kamers ingeruimd voor een permanente expositie over Den Doolaards leven en werk. museumdekleinearcke.nl

Lees ook:

Den Doolaard moet toerist weer lokken

Het aarzelend toerisme op de Balkan moest een handje geholpen worden. Hulpmiddel: een standbeeld  van Den Doolaard in het Macedonische Ohrid. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden