LevenslessenRuben L. Oppenheimer

Cartoonist Ruben L. Oppenheimer: Ik radicaal? Ik hecht aan mijn vrijheid

Beeld Merlijn Doomernik

Politiek tekenaar Ruben L. Oppenheimer (44), die werkt voor onder meer het AD, NRC en De Limburger, is op zijn hoede. Hij voelt zich alleen staan, vijf jaar na de aanslag op zijn collega’s bij het Franse tijdschrift Charlie Hebdo. ‘De kans dat je met geweld in aanraking komt, is reëel, zegt de politie.’

1 Wees realistisch, maar blijf dromen

“Ik ben de nakomer. Mijn zus is tien jaar ouder, mijn broer acht jaar. Zij is fysiotherapeute en bezig met alternatieve geneeswijzen. Als mijn moeder hoofdpijn had, kon zij met haar hand voor mijn moeders hoofd de pijn weghalen. Mij masseert ze ook weleens, als ik last heb van mijn schouder door al het tekenen. En ze geeft voedingsadviezen, die ik soms opvolg. Zij geneest mensen, en ik maak ze gek. Ha! Mijn broer en ik liggen elkaar heel erg, maar we verschillen nog meer. Ik ben een realist, maar kan wel dromen. Hij is een dromer die gebaat zou zijn met wat meer realiteitszin – van wie ik trouwens veel hou.

We woonden als gezin in Maastricht, waar mijn vader in het oude centrum een kledingwinkel had die eerder van mijn opa was, ‘London Fashion’. Op woensdagmiddagen ging ik met mijn moeder naar de stad, zij deed dan boodschappen en ik werd gedumpt bij pappa. Mocht ik voor 1 gulden 10 friet halen bij de frituur, die er trouwens nog steeds zit. En dan moest ik met die zak als de sodemieter door naar boven, omdat de frietgeur anders in de winkel bleef hangen.

Ruben L. Oppenheimer (Maastricht, 1975) werkt sinds 2002 als cartoonist voor binnen- en buitenlandse media zoals AD, NRC Handelsblad, De Standaard en Der Spiegel. Zijn moeder Regina Fransman werd als baby uit de Hollandsche Schouwburg gesmokkeld en via de Joodse crèche bij Limburgse pleeggezinnen ondergebracht. Haar ouders werden vergast in Sobibor. Oppenheimers vader overleefde de Holocaust door als jongen onder te duiken. 

Vanaf december 2017 kreeg Ruben Oppenheimer vijf veroordelingen binnen van Turkije nadat hij Erdogan had getekend die seks heeft met het blauwe Twittervogeltje. Sindsdien heeft hij geregeld te maken met haat en bedreigingen van Turken en Turkse Nederlanders. Vorig jaar gebruikte de SP zijn beeltenis van Rutte als trekpop in een anti-Timmermans-film. De partij betaalde hem € 8500 schadevergoeding. Eerder werd hij vrijgesproken in een zaak die advocaat Theo Hiddema tegen hem aanspande.

Helemaal boven op zolder ontdekte ik een keer toen ik daar speelde dat er stapels kranten onder het vermolmde tapijt geplakt zaten, die ik eronderuit gehaald heb. Gave exemplaren van de Limburger Koerier en de Volkskrant uit de jaren vijftig. Over de Suezcrisis, Elizabeth die koningin werd, wat je nu ziet bij de serie ‘The Crown’. Vader boos, natuurlijk. Ik vond het machtig interessant, maar het was ook doodeng daarboven. Ik dacht een keer een lijk te hebben gevonden, maar het bleek een etalagepop, die zagen er vroeger heel echt uit. Met geverfde gezichten.”

2 Laf zijn is het ergste

“Ik ben bij persoonlijke crises en verdriet altijd blijven tekenen. Zelfs bij het sterfbed van mijn vader tekende ik door. Ik zet de knop om. Tenzij ik zelf doodziek ben. Als het goed is, ziet de lezer daar niets van. Die ziet wel dat ik serieuzer ben geworden. Dat heeft met één ding te maken, dat is de bagger die ik over me heen krijg. Denk eens twee keer na voordat je reageert, scheldt of tweet als ik een cartoon publiceer. Mijn politieke tekeningen zijn onderdeel van een discussie! Er is bij mij een denkproces aan voorafgegaan.

Beeld Merlijn Doomernik

Ik leen me niet meer voor soundbites in een talkshow. Ik laat me niet van tevoren door een redacteur vertellen wat ik moet zeggen, ja, soms wordt een uitzending echt gescript: zo van als jij dat zegt, zegt hij dat. De laatste keer dat ik bij ‘Pauw’ zat, kwekte cabaretier Martijn Koning steeds door me heen, ik heb toen een hand op zijn mond gelegd. Daarna werd ik steeds vaker gevraagd, en ik geef toe, ik hou van het podium, ik ben scherp, maar ik doe het niet meer. Het afbreukrisico is te hoog.

In oktober werd ik zelf nieuws toen ik door Turkse bedreigingen moest onderduiken, de politie mijn post openmaakte met blauwe handschoenen en zei: ‘Kom maar even niet naar Nederland, want we kunnen je veiligheid niet garanderen’, toen ik Turkse doodsbedreigingen kreeg, met naam en toenaam. Alleen GeenStijl en mijn eigen AD hebben er aandacht aan besteed. De rest was bang. Want dan moet de krant of het programma die tekening laten zien waar ik voor bedreigd wordt. En in de buurt van die redacties in Amsterdam wonen nogal wat Turken, dus dat doen we maar niet. Kranten staan in de rij voor het belachelijk maken van Baudet of Trump, maar aan Erdogan willen ze hun handen niet branden.”

3 Elke dag herdenk ik Charlie Hebdo

“Misschien moet ik eerst doodgeschoten worden, zodat media doorhebben dat ze het nog over de vrijheid van meningsuiting moeten hebben? Ik heb veel waardering voor de agenten op straat, ze zijn heel snel, maar het Openbaar Ministerie doet niets met mijn aangiftes. Het kan me niet schelen dat Turken zeggen dat ze mijn moeder willen neuken – daar lacht ze zelf om, zij heeft met haar Holocaust-verleden een nog dikkere huid dan ik. Ik doe pas aangifte als er echt strafbare feiten zijn, als iemand schrijft dat ‘alle Joden zoals jij’ aan het gas moeten. ‘En als ik je tegenkom, maak ik je dood.’ Ik heb alle namen en rugnummers. Maar niemand wordt van zijn bed gelicht, zoals wel gebeurt als iemand Wilders op die manier bedreigt. Of Rutte. ‘De kans dat je met geweld in aanraking komt, is reëel’, zegt de politie.

Beeld Merlijn Doomernik

Wat veel mensen tegenwoordig niet meer snappen is dat een spotprent van een politicus niet is gericht tegen diegene persoonlijk. Je moet de macht wakker houden. Ik vind bijna alle politici flapdrollen, maar ik kan wel koffie of een pilsje met ze drinken. Sommige collega’s passen zich aan, van hen moet ik het niet hebben. ‘Ruben is wat radicaler’, hoor ik dan een collega op tv zeggen op de dag dat ‘Charlie Hebdo’ wordt herdacht. ‘Ik ben er wat flexibeler mee.’ En vervolgens zegt hij dat hij de profeet Mohammed niet mag tekenen, ‘dus ik houd mij aan die regel, want het wordt in verband gebracht met terrorisme en daar wil ik van afblijven’. Regel?”

4 Koester je vrijheid

“Waarom ik doe wat ik doe en waarom ik het blijf doen, is niet omdat ik het zo belangrijk vind dat ik Erdogan met een blote piemel kan tekenen, maar ik wil wel leven in een lánd waar ik hem met z’n blote piemel kan tekenen. Als je gaat morrelen aan wat mag en niet mag in een land, is het einde zoek. Dan zijn er straks geen straten meer met slagers waar je varkenspootjes kunt krijgen, dan is alles halal. Als je gaat morrelen aan de vrijheid van de cartoonist, morrel je vervolgens aan die van de journalist. Zo van: schrijf dit nou maar even niet op.

We zijn verwend met 75 jaar vrijheid, honderd jaar geleden mocht jij niet stemmen. Dat die vrouw daar op straat in een strakke jeans kan lopen, vinden wij normaal. Maar het is vrijheid. Tien jaar terug had ik een Turkse vriendin, we zouden bijna in Turkije gaan wonen. Ik heb het land zien veranderen. Van redelijk seculier en op het Westen georiënteerd, tot wat het nu is. Ik had Turkije graag bij de EU gezien, dan hadden we het regime ter verantwoording kunnen roepen.” 

5 Jury’s van prijzen: toon lef!

“Organisaties en redacties spelen op safe. Dat zie je ook aan de Inktspotprijs, de prijs voor de beste politieke tekening van het jaar. Ik zend mijn werk niet meer in. De afgelopen jaren won steeds een tekening over zielige vluchtelingen. Vergeet niet, die tekeningen maak ik ook. Maar je moet kijken wat dat jaar hét politieke onderwerp was. In 2016, het jaar dat een vrachtwagen op mensen inreed in Nice, 87 doden, had natuurlijk de tekening van Cortés moeten winnen, de autoband die een bloederig spoor achterliet met de tekst ‘dit heeft niets met de islam van doen’.

In datzelfde jaar werd Abdelkader Benali als juryvoorzitter geschorst omdat hij mij in een tweet met zoveel woorden een nazi-sympathisant noemde vanwege mijn tekening van de Belgische activist Abou Jahjah. Het gaat mij er dan niet eens om dat mijn halve familie in de oorlog is afgeslacht. Maak gewoon een jury van wisselend politieke samenstelling.”

Cartoon voor De Limburger, 25 januari 2020.Beeld Ruben Oppenheimer

6 Van Israël moet je het ook niet hebben

“In Israël kom ik niet graag. De laatste keer voelde ik me er zo onwelkom. In 1988 hadden we er als gezin een heerlijke vakantie. Maar mijn vader kreeg bij de douane al gedoe. Door omstandigheden had hij een Duits paspoort. Bij de douane op Ben Goerion, moest een meisje met een uzi ons checken: ‘Are you German? But you are jewish. You should be ashamed of yourself.’ Tegen de man die een oorlogstrauma had, jaren ondergedoken zat als kind! Mijn vader zei niks, zijn hele koffer werd overhoop gehaald.

Dat je als land nu al ruim zeventig jaar zo op je hoede moet zijn, heeft het geen goed gedaan. Zo veel verschillende Joden. Je zou denken: ze hebben zo veel meegemaakt, dan doen ze daar aardig tegen elkaar. Maar nee. Ik wil niet in een land wonen waar je zo’n hoge prijs moet betalen om vrij te zijn. Ik snap het ook wel, ze hebben een hekel aan ons, ik ben een Euro-Jood, ik hoef niet in het leger, ik woon lekker in Holland en kom daar vakantie vieren.”

7 Geef mij maar Spanje

“Ik reis veel heen en weer naar Spanje. Ooit ga ik daar wonen. In Spanje voel ik me vrij. Ik kan het Spaans volgen als het niet al te snel gaat, ik kan al dingen bestellen die niet op de menukaart staan. Zoals cazón en adobo, in citroendeeg gemarineerde hondshaai. Als ik er langer ben, en er ook werk, lees ik alle kranten online en heb ik de hele dag radio 1 aanstaan. Behalve als ik ga tekenen, dan zet ik jazz op.

Mijn eerste tekening werd gepubliceerd na de moord op Pim Fortuyn in 2002. Eind 2018 stond ik op het punt van stoppen vanwege bedreigingen en persoonlijke omstandigheden. Nu gaat het beter. Ik doe aan yoga, ik mediteer. En ik wil wijn gaan maken. In een tijd van ontwijnen, ja. Je mag geloof ik niets meer, hè? Toch, vertel me, wat is er mooier dan een goed glas wijn en lekker eten met vrienden. Eigenlijk ben ik een echte bourgondiër, maar het verval wil ik wel uitstellen. Dus let ik ook op.

Ik ben geen typische Oppenheimer, die zijn donker. De tweelingzus van mijn vader had gitzwart haar, mijn vader was blond en had heel lichte blauwgrijze ogen, net als ik. Weet je trouwens dat Selma van de Perre die laatst in Trouw stond verre familie van mij is? De Joodse verzetsstrijdster. Zij is een nicht van mijn oma, de moeder van mijn vader. Dus een achternicht van mijn vader. Toen zij achttien was, paste ze op hem. Ik heb haar nog nooit gezien. Ze is zo bijzonder. Mijn achterneef gaat een ontmoeting regelen. Ach, tijd zat, ze is pas 97.”

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd?

Lees ook:

Selma van de Perre (97) doet nu pas haar verhaal over het concentratiekamp. ‘Ik gunde het de Duitsers niet dat ik doodging’

De inmiddels 97-jarige Selma van de Perre werd als Joodse verzetsvrouw opgepakt en belandde uiteindelijk in concentratiekamp Ravensbrück. Ze verloor in de Tweede Wereldoorlog haar ouders, haar zusje en talloze andere geliefden. Deze week verschijnen haar oorlogsherinneringen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden