Voedseltekort

Zonder eten in Zimbabwe: wanbeleid en droogte eisen hun tol

Eind deze maand stopt het jachtseizoen, dan zit George Munenge zonder werk. En zijn familie zonder eten. Beeld Bram Lammers

Zimbabwe kampt met de ‘ernstigste voedselonzekerheid in de recente geschiedenis’. De oogsten zijn door aanhoudende droogte mislukt en de economie implodeert in hoog tempo.

George Munenge (32) werkt voor een bedrijf dat toeristen meeneemt op jachtsafari’s in Zimbabwe. Hij staat voor een grote grijsgroene jeep in Bulawayo, de tweede stad van het land. Hij maakt zich zorgen, vertelt hij. Om zijn moeder, zijn vrouw en dochter. Die wonen in Binga, 350 kilometer noordelijker: een droge streek waar weinig wil groeien. “Ze zijn afhankelijk van de pakketten met eten die ik tot voor kort naar huis stuurde. Want alleen ik heb werk”, zegt hij met, angst in zijn stem. “Maar door de inflatie krijg ik dat eten niet meer bij elkaar gekocht. En het jachtseizoen stopt eind oktober voor vier maanden. Dan weet ik al helemaal niet meer hoe het verder moet.”

De inflatie, iedereen in Bulawayo heeft het erover. Volgens het IMF stegen de prijzen in Zimbabwe dit jaar al met honderden procenten. De regering liet in februari de één-op-één wisselkoers van de Zimbabwaanse RTGS-dollar met de Amerikaanse dollar los, waarna de waarde van de munt duikelde. Inmiddels krijgt een Zimbabwaan voor één RTGS-dollar nog slechts 5 Amerikaanse dollarcent.

Omdat Zimbabwe al jaren veel eten moet importeren, stijgen de voedselprijzen door die wisselkoers wekelijks. Het is vooral de prijsinflatie die maakt dat de voedselonzekerheid, waarvoor een half jaar geleden al werd gewaarschuwd op het platteland als gevolg van hevige droogte, nu ook de steden heeft bereikt.

Zimbabwe exporteerde vroeger graan, nu moet het uit Brazilië komen

“Neem de prijs van brood”, geeft Munya Shanga als voorbeeld. Hij is een leider van vakbond FFAWUZ voor voedselproducenten. “Tot ­begin deze eeuw exporteerde Zimbabwe graan, nu moeten we dat ­importeren uit Brazilië. Alleen heeft de overheid daar te weinig Amerikaanse dollars voor, het buitenland accepteert onze eigen quasi-munt niet. De graantekorten drijven de broodprijs op.” Hij rekent voor: ­“In januari kostte een brood 1,20 dollar, nu acht dollar en nog wat.” De inkomens stegen niet mee met de prijsinflatie.

Het Wereldvoedselprogramma waarschuwde eind september dan ook voor de ‘ernstigste voedselonzekerheid in de recente geschiedenis van Zimbabwe’. Van de 15 miljoen inwoners van het land zal rond de jaarwisseling minstens een derde niet meer verzekerd zijn van voldoende eten. Voor een groot deel van hen is dat nu al realiteit. 

Ook Munenge vreest het ergste. Een ander baantje vindt hij niet ­zomaar, werk is schaars. De meeste Zimbabwanen overleven via een handeltje op de zwarte markt, of met het geld dat de diaspora in Zuid-Afrika, Europa en Noord-Amerika maandelijks naar huis zendt.

Regeringspartij Zanu-PF heeft afhankelijkheid gecreëerd: eten in ruil voor een stem

Toch worden even verderop tientallen zakken mais van een vrachtwagen geladen en opgestapeld in een loods. Eén voor één gaan ze vervolgens naar een ruimte aan de achterkant, waar machines de mais tot meel malen. Abednico Bhebhe (54), mede-eigenaar van Lite Price Foods, klopt zijn blauwe shirt af. Alles in de ruimte is bedekt met een laagje stuifmeel. Ja, zijn bedrijf weet vooralsnog te overleven, zegt hij ernstig. “Maar dat neemt niet weg dat de voedselsituatie in het algemeen dramatisch is. Veel mensen op het platteland eten regelmatig twee dagen achter elkaar helemaal niets.”

Abednico Bhebhe, mede-eigenaar van Lite Price Foods. Beeld Bram Lammers

De recente droogte is volgens hem niet het grootste probleem. “Een functionerende overheid plant vooruit”, sneert Bhebhe. “De droogte komt niet als een verrassing. Toch sloeg de regering te laat alarm, waardoor de hulp niet snel genoeg op gang kwam.”

Bijkomend probleem is dat regeringspartij Zanu-PF onder zijn aanhangers, die voornamelijk op het platteland wonen, hulpafhankelijkheid heeft gecreëerd, legt hij uit. “Partijleden weten dat zij, als ze ­Zanu-PF stemmen, in slechte periodes gegarandeerd zijn van voedselhulp. Het principe is simpel: eten in ruil voor hun stem. Als gevolg verbouwen ze zelden nog zelf gewassen. Daar bestaat voor hen geen ­enkele stimulans meer toe.”

Mensen kunnen de slager niet meer betalen

Aan de andere kant van Bulawayo, in haar slagerij in township Mpopoma, zit de 65-jarige Elizabeth Chimedza intussen werkloos achter haar lege toonbank. Ze doet verwoede pogingen haar winkel open te houden. “Sinds 1965 is de winkel in handen van mijn familie”, zegt zij. “Nu moet ik hem waarschijnlijk sluiten.” Veel klanten heeft ze niet meer. Ook Chimedza overleeft inmiddels puur op wat haar zoons in Canada en Groot-Brittannië haar opsturen.

Elizabeth Chimedza heeft geen klandizie meer in haar slagerij. Beeld Bram Lammers

“Elke maandag en vrijdag gaan de inkoopprijzen van vlees omhoog”, legt ze uit. Ze pakt haar administratie erbij. “In mei kocht ik nog een ­kilo rundvlees voor ongeveer acht Zimbabwaanse dollar. Nu kost dezelfde kilo mij 73 dollar. En de elektriciteit voor mijn snijmachines is dit jaar ook al zeker tien keer duurder geworden.”

Aan de muur hangt een handgeschreven prijslijst, die ze telkens weer aanpast. “Mensen kunnen het gewoon niet meer betalen.” Ze staart moedeloos over de toonbank naar buiten. Alleen een slijterij verderop in de straat lijkt in de huidige ellende nog redelijk zaken te doen.

Lees ook:

De arts staakt, het bezoek brengt pillen mee

Artsen in overheidsziekenhuizen in Zimbabwe komen al ruim zes weken niet meer naar hun werk. Ze kunnen niet meer rondkomen van hun drastisch gedaalde salaris. Studenten nemen hun diensten waar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden