MegastadJohannesburg

Zingende mensen in de supermarkt, praatjes met wildvreemden; ik ga ze missen nu ik Johannesburg verlaat

null Beeld
Beeld

Mensen in Johannesburg zijn luid. Ik weet nog goed dat ik voor het eerst aankwam in de stad, en dat ik in een restaurant het gesprek aan mijn eigen tafel nauwelijks kon volgen door het gebulder van vier Zuid-Afrikaanse dames aan het tafeltje naast ons. Heel storend vond ik dat overigens niet, want hun lawaai was vrolijk lawaai: gierende lachsalvo’s en enthousiaste uitroepen na elke anekdote.

Misschien dat ik toen meteen al begreep dat ik goed in Johannesburg zou passen. Want ook ik ben luid: ik heb een harde stem en als mijn enthousiasme stijgt, neemt mijn volume evenredig toe. Hoe vaak ik in Nederland wel niet heb gehoord van een vriend: “Man, ik hoorde je zelfs aan de andere kant van de kroeg overal bovenuit”. Zoiets heeft iemand in Johannesburg nooit tegen me gezegd.

Wachten doe je babbelend

Inwoners van Johannesburg zijn niet alleen luid, ze houden ook enorm van praten. Ik moest daar in het begin aan wennen. Dan zat ik ergens alleen op een terras, op iemand te wachten, die naar goed Zuid-Afrikaans gebruik minstens een half uur te laat was, en dan schoof er zomaar een wildvreemde aan voor een praatje. Ook die man of vrouw zat meestal op iemand te wachten, en wachten doe je babbelend in Johannesburg. Een minuut gezwegen, is een minuut niet geleefd.

Aanvankelijk vond ik zulke praatjes dus niet altijd prettig, maar nu ik op het punt sta Johannesburg te verlaten, besef ik hoe erg ik ze ga missen. Ik zal opnieuw moeten aarden in een stad waar mensen doorgaans alleen wachten, zwijgend en op hun telefoon kijkend, waar iedereen in de trein met een koptelefoon op zit en waar de man achter de balie van het postkantoor niet eerst wil weten hoe het met je gaat voordat hij je helpt. Ik ga terug naar een wereld waarin men meteen to the point komt.

Wat ik ook ga missen aan Johannesburg zijn zingende mensen in de gangpaden van de supermarkt. Soms danste zo iemand er ook nog bij. Nooit was er enige schaamte te zien wanneer degene merkte dat ik hem of haar zag. Het lied en het dansje werden steevast afgemaakt.

Stad van 10 miljoen bomen

Johannesburg is een stad met extreem veel armoede en ellende, met reusachtige verschillen die de lelijkste kanten van het kapitalisme tonen en met enorm veel ruzie en geweld. Het is een ruwe stad met vervallen gebouwen, met drukke wegen, grijze flats, afgetrapte grasvelden en sloppenwijken. Maar de warmte van haar inwoners compenseert die stedenbouwkundige en economische kilheid.

Johannesburg is bovendien heel even écht mooi in de lente, zo rond oktober en november, wanneer de jacaranda-bomen in bloei staan en de weids opgezette buitenwijken een fel paarse gloed krijgen. Johannesburg is namelijk ook een stad van 10 miljoen bomen en 2000 parken – groot en klein.

Tijdens een van mijn laatste nachten in de stad lag ik wakker, in mijn bed in uitgaanswijk Maboneng, waar het ook na de corona-nachtklok op straat nog opvallend lang onrustig bleef. Ik besloot dat ik Johannesburg, vaak weggezet om zijn criminaliteit en vervuiling – eveneens door mij – graag ook zo wil herinneren: als een bruisende, fel paarse stad vol uitzonderlijk lieve, vrolijke en luide mensen, die proberen het beste ervan te maken ... En die af en toe zingen of dansen in een supermarkt.

Uitdijende metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Trouw-correspondenten doen wekelijks verslag uit hun eigen megastad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden