Omar Alshakal, Syrische hulpverlener op Lesbos

Interview Omar Alshakal

Zijn Duitse verblijfsvergunning hoefde hij niet, nu helpt de Syrische Omar zelf vluchtelingen

Omar Alshakal, Syrische hulpverlener op Lesbos Beeld Thijs Kettenis

Hij kreeg een verblijfsvergunning voor Duitsland, maar de Syrische Omar Alshakal koos ervoor om vluchtelingen te gaan helpen op het Griekse eiland Lesbos. 

Omar Alshakal ziet de verbijstering op het gezicht van zijn gesprekspartner. Hij laat het rietje van zijn ijskoffie uit zijn mond floepen en trekt een brede grijns. De Syriër is pas 25, maar heeft meer meegemaakt dan menigeen ooit in zijn hele leven voor zijn kiezen zal krijgen. Hij begint te schateren. “Het is wat veel ja. Ik had al zo vaak dood kunnen zijn, dat ik helemaal niet bang ben voor wanneer dat moment echt komt.”

Op een barkruk in een café in het lieflijke haventje van de hoofdstad Mytilini van het Griekse eiland Lesbos vertelt Alshakal zijn ongebruikelijke verhaal. Dat van een Syriër die na jarenlange ontberingen op de vlucht asiel kreeg in Duitsland, binnen een jaar alweer terug wilde naar Syrië en onderweg bleef hangen in Griekenland.

“Ik wilde eigenlijk alleen wat vrienden opzoeken hier. Maar toen ik zag hoe vreselijk de situatie hier was, besloot ik dat ik me hier nuttiger kan maken.” En nu heeft Alshakal zijn eigen hulporganisatie.

Andere gevangenen werden doodgemarteld

Zijn vluchtverhaal begint al lang voor hij eind 2014 vanaf de Turkse kust het Griekse eiland Kalymnos bereikt – zwemmend. Hij werkte als badmeester in buurland Libanon, toen hij na het uitbreken van de oorlog in 2011 terugkeerde naar Syrië om in zijn stad Deir ez-Zor tegen het regime van president Assad te vechten.

Al snel werd hij opgepakt en belandde hij in de cel. “Ik heb gezien hoe andere gevangenen werden doodgemarteld. Mij lieten ze na zes weken vrij”, vertelt hij. Alshakal ging vervolgens aan de slag als chauffeur op een ambulance. In mei 2013 bracht hij samen met een vriend zes gewonden naar het ziekenhuis na een luchtaanval. De ziekenwagen kwam onder vuur te liggen. Alle inzittenden kwamen om het leven. Behalve Alshakal.

Die kwam er vanaf met granaatscherven in zijn rechterbeen. Hij trekt zijn broekspijp op om de hechtingen en beschadigde huid te laten zien. “Ik zat een half jaar in een rolstoel. De dokter zei dat ik naar Turkije moest gaan voor een operatie.”

Veertien uur in het water

Op dat moment was Alshakal nog helemaal niet van plan om naar Europa te gaan. Hij plakte zelfs nog een paar dagen Bodrum aan zijn verblijf vast, als vakantie. Totdat de Turkse dokter hem aanraadde naar Duitsland te gaan. Het was eind 2014, toen de grote stroom vluchtelingen nog op gang moest komen.

Alshakal wijst in de richting van de Turkse bergen, vanuit de haven van Lesbos makkelijk te zien. “Zie je hoe dichtbij ze zijn? Zo zie je ook Kos liggen, vanuit Bodrum. Dus ik dacht: laat ik het proberen.”

De gammele bootjes vertrouwde hij niet. Ondanks zijn manke been kon hij nog goed genoeg zwemmen, vond hij. Samen met een vriend maakte hij van een auto-binnenband een vlotje voor een derde man, die niet kon zwemmen. Na veertien uur in het water, doodsangsten uitstaand en navigerend op lichtjes, bereikten ze Griekenland. 

Van zijn bed gelicht door de politie

Weliswaar niet Kos, maar het eiland Kalymnos, maar dat gaf niet. Na een paar nachten in de cel reisden Alshakal en zijn vrienden per veerboot door naar Athene. Vervolgens ondernamen ze pogingen om over land richting Duitsland te reizen, maar ze werden meerdere keren met geweld teruggestuurd van de Macedonische grens. 

Uiteindelijk ging Alshakal begin 2015 legaal, met het vliegtuig, naar Duitsland, vertelt hij, en kreeg hij een voorlopige verblijfsvergunning. In de stad Rostock bouwde hij als kok zijn leven weer op, tot hij na negen maanden wakker werd met een pistool tegen zijn hoofd. De politie kwam hem van zijn bed lichten. “Ze zeiden dat ik ervan werd verdacht voor Islamitische Staat te werken. Deir ez-Zor was een tijd lang een IS-bolwerk”, zegt Alshakal. Een maand zat hij vast.

“Daarna boden ze excuses aan: hun verdenkingen bleken onjuist. Ik kreeg mijn documenten terug, geld en psychologische bijstand. Maar er was iets geknapt. Ik wilde niet meer in Duitsland blijven. Ook omdat andere Syriërs in Rostock mij ineens zagen als IS’er.”

Gedesillusioneerd besloot Alshakal begin 2016 terug te gaan naar Syrië – zijn familie woont inmiddels in de hoofdstad Damascus. Maar hij bleef dus plakken op Lesbos.

Ook veel Grieken hebben het moeilijk

Daar richtte hij de hulporganisatie Refugee 4 Refugees op. Die draait op donaties en giften en distribueert onder meer kleding, tenten en toiletartikelen. Inmiddels werken er twintig vrijwilligers, ook op de eilanden Samos en Kos, waar hij regelmatig heen reist.

“Soms delen we ook uit aan de lokale bevolking”, vertelt hij. “Want vergeet niet dat ook veel Grieken hier het moeilijk hebben. Ik zie dat als een manier om wat terug te doen.”

Vlak na de bosbranden bij Athene in de zomer van vorig jaar, waarbij honderd doden vielen, hielp hij een maand bij het opruimen van de ravage. De eerste dag coördineerde hij een actie waarbij 584 vluchtelingen in de hoofdstad bloed doneerden voor slachtoffers.

Voorlopig blijft Alshakal op Lesbos – hij voelt zich er op zijn plek. Eén ding doet de voormalig badmeester niet meer: zwemmen. “Vroeger was het mijn lust en mijn leven. Maar ik hou niet meer van de zee. Die heeft te veel ellende gebracht.”

Lees ook:

Kamp Moria zit voller dan vol en ze blijven maar komen

Kamp Moria op Lesbos is overvol met vluchtelingen. Met 30.000 zijn ze, meer dan ooit sinds de Turkije-deal van 2016.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden