Turks-Syrische grens

Zieke Syrische vluchtelingen mogen aansterken in Turkije, maar dat zegt Ankara liever niet hardop

De Syrische vluchteling Ghassan Qasem. lijdt aan leukemie. Hin wordt opgevangen in een centrum net over de Turkse grens. Zijn vrouw en kinderen zijn nog in de Syrische provincie Idlib. Hij heeft al dagen niets van hen gehoord. Beeld Melvyn Ingleby

Op de intensive care van Turkse ziekenhuizen liggen oorlogsslachtoffers uit het Syrische Idlib. Na behandeling mogen ze aansterken in Turkije, maar geld voor hun opvang is er niet. Ankara eist dan ook meer steun uit Europa. Deel 1 van een tweeluik over een vergeten crisis. 

Leunend op twee krukken strompelt Ghassan door een rehabilitatiecentrum voor Syrische vluchtelingen in de Turkse grensstad Reyhanli. Hij kijkt verdwaasd om zich heen. Zijn handen trillen. De directeur van het centrum had nog gewaarschuwd. “Ghassan wil graag praten, maar is erg getraumatiseerd.”

De patiënt neemt plaats op de bank. Een stortvloed aan korte, incoherente zinnen volgt. “Ik houd van iedereen! Ik houd van Nederlanders. Ik houd van Fransen. Wil je thee? Ik bied mensen graag thee aan. Ik ben vrijgevig. Ik houd van mensen. Ik houd van dieren.” Binnen een minuut wordt het gesprek hem te veel. Ineens begint de 48-jarige man oncontroleerbaar te huilen.

Ghassan heeft leukemie en is vanuit de Syrische provincie Idlib voor behandeling overgebracht naar Turkije. Wanneer precies, dat weet hij niet meer. Wel dat zijn vrouw en twee kinderen zijn achtergebleven in Syrië en al drie dagen geen antwoord geven op zijn sms’jes. Ze wonen in Ma’arrat Misrin, een stad die is gebombardeerd door het Assad-regime en de Russen.

“Ik ben hier en zij zijn daar”, stamelt hij door zijn tranen heen. “Ik weet niet waar ze zijn. Ik weet niet of ze nog leven. Als ik aan ze denk, heb ik het gevoel dat mijn hoofd ontploft. Ik zie de bommen, de vliegtuigen. Ik blijf maar denken, denken, denken.” Uit paniek grijpt hij zijn hoofd vast en begint te schreeuwen. “Ik snap het niet! Hoe kan dit gebeuren! Waarom doet niemand iets!”

Het rehabilitatiecentrum voor Syrische vluchtelingen in de Turkse grensstad Reyhanli, waar ook Ghassan Qasem wordtd opgevangen.Beeld Melvyn Ingleby

Een miljoen Syriërs in Idlib zijn op de vlucht geslagen voor het Assad-regime (zie kader). Op nog geen vijftien kilometer van Ghassans kamertje in Reyhanli rijzen uitgestrekte tentenkampen op langs de Turkse grensmuur. Wie daaroverheen klimt om Turkije binnen te komen, kan worden neergeschoten. Maar als Assads bommen dit laatste toevluchtsoord bereiken, zal blinde paniek deze mensenmassa alsnog de muur over jagen.

Dat is precies de reden dat Turkije de afgelopen tijd aan twee kanten van zich afsloeg. In Idlib begon het Turkse leger eind februari een grootschalige operatie om Assads opmars te stuiten en een nieuwe vluchtelingencrisis te voorkomen. En aan de Griekse grens gingen de poorten tijdelijk open voor migranten en vluchtelingen die al in Turkije waren.

Door chaos te zaaien aan de Griekse grens willen de Turken aandacht afdwingen voor de crisis aan hun Syrische grens. President Erdogan hoopt op zowel militaire steun van de Navo tegen Assads Russische bondgenoot als extra geld van de Europese Unie voor de opvang van 3,6 miljoen Syrische vluchtelingen. Zijn chantage-tactiek is tegelijkertijd een noodkreet: Turkije kan dit niet meer aan.

Beeld Sander Soewargana

Zoveel is wel duidelijk in de Turkse grensstad Reyhanli. Bijna de helft van de inwoners is Syrisch. De vrees dat daar nog veel meer bij kunnen komen, is niet ongegrond. Afgelopen december nog braken er grote rellen uit bij de grensovergang op tien minuten rijden hiervandaan. Duizenden wanhopige Syriërs bestormden de grens. Ze werden teruggeslagen met traangas en kogels.

“Turkije heeft ons eigenlijk al te veel geholpen”, zegt Mohamed Ghazal, de Syrische directeur van het rehabilitatiecentrum. Boven zijn bureau hangt een grote Turkse vlag. “Uit respect voor onze gastheer”, verklaart de 38-jarige met een verlegen glimlach. Maar ook voor bescherming. “Veel Turken zijn kwaad dat Erdogans regering zoveel Syriërs opvangt. Dan helpt het, als de buren hier een Turkse vlag zien hangen.”

De Syriër Mohamed Ghazal leidt het vluchtelingencentrum in de Turkse grensstad Reyhanli. Hij krijgt steeds minder financiële steun. Beeld Melvyn Ingleby

Apotheek

Ghazal vluchtte zelf zeven jaar geleden uit Syrië. Bij aankomst in Turkije richtte hij een Syrische apotheek op om medicijnen uit te delen aan zijn landgenoten. Toen Ankara in 2015 bepaalde dat Syrische vluchtelingen voortaan gratis gebruik konden maken van Turkse apotheken, besloot Ghazal zich op een andere manier nuttig te maken en begon hij het rehabilitatiecentrum.

Zijn patiënten komen allemaal uit Idlib. Grensmuur of niet, voor deze mensen maken de Turkse autoriteiten een uitzondering. “In Syrië kunnen ze niet behandeld worden, omdat Assad en de Russen onze ziekenhuizen bombardeert”, vertelt Ghazal. “Daarom laten de Turken per dag dertig patiënten binnen. Ze worden met een ambulance uit Syrië opgehaald en behandeld in een Turks ziekenhuis. Nadat ze bij ons zijn aangesterkt, worden ze teruggestuurd naar Idlib.”

Momenteel verblijven er tweehonderd patiënten in het rehabilitatiecentrum. Net als Ghassan, de verwarde man met leukemie, hebben veel van hen kanker of chronische ziekten die in Idlib niet te behandelen zijn. Op andere kamers liggen mensen met geamputeerde ledematen. Zij ontkwamen ternauwernood aan Russische vatbommen.

In het nabijgelegen staatsziekenhuis van de provinciehoofdstad Antakya worden die oorlogsslachtoffers dagelijks de intensive care binnengereden. Een medewerker van het ziekenhuis heeft geen toestemming om hierover met de pers te spreken, maar wil op voorwaarde van anonimiteit toch zijn verhaal kwijt.

“We zien de meest verschrikkelijke verwondingen”, vertelt hij vanuit zijn kantoor in het ziekenhuis. “Mensen die de helft van hun hoofd hebben verloren, mensen zonder oren, zonder ogen, zonder schouders. Assad bombardeert voortdurend zijn eigen burgers.”

Een door bombardementen zwaarbeschadigd schoolgebouw in de Syrische provincie Idlib, waar nu vluchtelingen verblijven.Beeld AFP

Net als Ghazal bevestigt de medewerker dat dit ziekenhuis naast oorlogsslachtoffers ook chronisch zieken uit Idlib opneemt. In sommige gevallen worden patiënten zelfs overgebracht naar gespecialiseerde klinieken in Ankara en Istanbul, vertelt hij. Dat wordt niet aan de grote klok gehangen, want de Turkse kiezer eist juist dat Erdogans regering de steun aan Syrische vluchtelingen inperkt.

“Het kost de Turkse staat enorm veel geld”, aldus de medewerker. “Want naast de patiënten uit Idlib bedient ons ziekenhuis ook iedere dag vijfhonderd Syriërs die hier al wonen. Alle zorg is voor hen gratis, of ze nu een bezoekje aan de kinderarts brengen of een dure hartoperatie nodig hebben.”

De Europese Unie deelt in de kosten. Met de zogenaamde ‘Turkijedeal’ maakte Brussel zes miljard euro vrij voor de opvang van vluchtelingen in Turkije. In de begroting voor de periode 2016-2017 werd driehonderd miljoen daarvan toegekend aan het Turkse ministerie van gezondheid. Maar in de begroting voor 2018-2019 is datzelfde ministerie weggelaten. De EU doneert liever aan humanitaire projecten dan aan Turkse overheidsorganen.

Volgens Ankara maakt dat de Europese steun omslachtig en dus traag. Bijna de helft van de beloofde zes miljard is nog altijd niet uitbetaald. Ook zijn er voorlopig nog geen nieuwe fondsen toegezegd, terwijl die juist hard nodig zijn: naar eigen zeggen gaf de Turkse regering in totaal al 40 miljard dollar (ruim 37 miljard euro) uit aan de opvang van Syrische vluchtelingen. Onafhankelijke economen houden het op een bedrag van minstens 22 miljard euro.

Turkse grieven

Naast geldzaken heeft Ankara nog andere grieven over het functioneren van de Turkijedeal. Zo was de afspraak dat voor iedere Syrische vluchteling die vanaf de Griekse eilanden zou worden teruggestuurd naar Turkije, de EU een andere Syrische vluchteling via legale wegen zou binnenlaten.

In dit kader werd in eerste instantie gesproken van 72.000 vluchtelingen, maar vier jaar later hebben alle EU-landen samen er nog maar 25.000 daadwerkelijk opgenomen. Dat is nog geen 0,7 procent van het aantal Syrische vluchtelingen dat Turkije opvangt.

Nu daar een miljoen mensen uit Idlib bij dreigen te komen, slaat Erdogan met de vuist op tafel. Om de EU tot actie te dwingen, besloot hij vluchtelingen op weg naar Europa niet langer tegen te houden.

Tienduizenden mensen staken daarop de Turkse grens met Griekenland over, maar de meeste werden teruggeslagen door Griekse grenswachters en bleven verkleumd en verregend achter in een niemandsland.

Dit cynische schaakspel met mensenlevens had een averechts effect. In plaats van de EU te overtuigen om meer vluchtelingen op te nemen of extra financiële hulp toe te zeggen, gaf de Turkse provocatie Europese beleidsmakers juist de kans om de hakken verder in het zand te zetten.

‘De EU laat zich niet chanteren’ werd de slagzin waarmee extra steun aan Turkije nog even kon worden uitgesteld. President Erdogan werd uitgenodigd in Brussel, maar keerde terug zonder nieuwe vluchtelingendeal.

Overal gaat de  geldkraan dicht

Uiteindelijk zijn Syriërs als Mohamed Ghazal daar de dupe van. Zijn rehabilitatiecentrum kan nauwelijks overeind blijven vanwege het tekort aan humanitaire fondsen. Overal ziet Ghazal de geldkraan dichtgaan.

Een recent bezoek van Unicef leverde niet meer op dan wat speelgoed voor de kinderen. Een Amerikaanse ngo beloofde te helpen, maar kwam niet over de brug. En een hulporganisatie uit Koeweit zette acht maanden geleden plotseling het laatste beetje steun stop.

Sindsdien slonk Ghazals team van dertien naar acht mensen. Allemaal werken ze als vrijwilligers. Het centrum leunt alleen nog op leningen van Syrische winkeliers uit de buurt en de bescheiden donaties van een Syrische zakenman.

“Syriërs helpen Syriërs, al zijn we nog zo blut”, zegt Ghazal met een droevige glimlach. “Maar als zelfs wij het kunnen, denk ik soms, waarom doen rijkere landen dan niet iets meer?”

Gevraagd wat hij met Europese steun zou kunnen doen, begint Ghazal te glunderen. Onmiddellijk dreunt hij een lijst bescheiden dromen op. De patiënten zouden weer drie in plaats van één maaltijd per dag krijgen. Er zou geld zijn voor een psychiater met verstand van oorlogstrauma’s. En het centrum zou de buskaartjes betalen voor patiënten die een afspraak in het Turkse ziekenhuis hebben.

Zelfs voor dat laatste is er op dit moment geen geld. “De bus van en naar het ziekenhuis kost 15 lira” (2 euro), vertelt Ghazal. “Sinds wij dat bedrag niet meer vergoeden, zijn er patiënten die hun behandeling niet meer kunnen voortzetten en daarom vervroegd terugkeren naar Idlib. Het breekt mijn hart, als ik bedenk dat ze daar misschien zullen sterven, omdat ik hun buskaartje niet kon betalen.”

Maar Ghassan is allang niet bang meer voor de dood. Het enige waar de leukemiepatiënt nog aan kan denken, is zijn familie. “Er is niets meer van mij over”, stamelt hij. “Ik wil naar mijn vrouw en kinderen. Ik wil terug naar Idlib. Ik wil daar sterven.”

Terwijl de zon uit zijn kamertje wegtrekt, zoekt de getraumatiseerde Syriër nog één keer naar de juiste woorden. “Ik hoop dat het Turkse leger ons kan helpen”, zegt hij dan. “Maar ik zou zo graag willen dat andere landen ook ingrijpen. De internationale gemeenschap praat en praat, maar doet niets. Het is zwaar om door de wereld vergeten te worden.”

De volledige namen van Ghassan en de anonieme ziekenhuismedewerker zijn bekend bij de redactie. Volgende week: hoe ziet de humanitaire crisis er aan de Syrische kant van de grens uit? Onze correspondent doet verslag vanuit Idlib.

De oorlog voor de deur van Turkije

De noordwestelijke Syrische provincie Idlib geldt als het laatste grote oppositiebolwerk tegen het Assad-regime. Met behulp van zijn Russische en Iraanse bondgenoten bombardeert Assad er lukraak burgerdoelwitten, waaronder ziekenhuizen en scholen. Daardoor sloegen sinds afgelopen winter bijna een miljoen mensen op de vlucht richting de grens met Turkije.

De Turkse president Erdogan ziet dat als een existentiële bedreiging. Zijn regering kampt met grote onvrede over de 3,6 miljoen Syrische vluchtelingen die Turkije opvangt en is vastbesloten dat aantal niet verder te laten groeien. Daarbij steunen de Turken de oppositie tegen Assad en zijn ze militair aanwezig in Idlib om invloed uit te oefenen over de toekomst van Syrië.

Eind februari werden 33 Turkse soldaten gedood in een luchtaanval door het Assad-regime en de Russen. Daarop begon het Turkse leger een grootscheeps tegenoffensief. Assad leed grote verliezen, maar Ankara liep al snel vast op de Russen. Vanwege het gebrek aan steun vanuit de Navo durfden de Turken die confrontatie niet aan. Op 5 maart riepen Erdogan en zijn Russische collega Poetin op tot een staakt-het-vuren.

Sinds de Turkse interventie voert Assad minder luchtaanvallen op burgerdoelwitten uit. Toch is de lokale bevolking niet gerust. Zo behield Assad de controle over recent veroverde steden en is het staakt-het-vuren al meermaals geschonden. De miljoen vluchtelingen langs de Turkse grens durven dus voorlopig nog niet naar huis.

Lees ook: 

Wie de sneeuw wegschuift ziet de heuveltjes waar de doden liggen

Terwijl de wereld afwacht of en hoe Turkije de grenzen naar Europa openzet voor alle vluchtelingen, voltrekt zich in het oosten van het land een andere grote crisis. Smokkelaars sturen, samen met Turkse grenswachters, duizenden wanhopige Afghanen de bevroren bergtoppen over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden