De zwager van Fatime Yacoub (48) kwam om het leven bij het bombardement op Hawija in 2015, en meerdere familieleden raakten gewond. Een Iraakse ngo hielp haar aan nieuwe ramen en deuren, maar ze wacht nog steeds op geld uit Nederland.

ReportageIrak

Zes jaar na het bombardement op Hawija wachten de slachtoffers nog altijd op Nederlands geld

De zwager van Fatime Yacoub (48) kwam om het leven bij het bombardement op Hawija in 2015, en meerdere familieleden raakten gewond. Een Iraakse ngo hielp haar aan nieuwe ramen en deuren, maar ze wacht nog steeds op geld uit Nederland.Beeld Eddy van Wessel

Waar is het geld dat Den Haag beschikbaar stelde voor de Iraakse stad Hawija? Zes jaar geleden richtte een Nederlands bombardement daar grote schade aan. In Hawija vertrouwen de slachtoffers niemand meer.

Judit Neurink

“We hadden een supermarkt die totaal is vernield. Dat hebben jullie gedaan.” De soldaat op een militiebasis vlak bij de Iraakse stad Hawija kan zich niet inhouden als hij hoort dat de verslaggever en fotograaf Nederlands zijn. Even later komen ook zijn collega’s bij de laatste controlepost aan de rand van de stad met dezelfde klachten. Met veel anderen zijn ze slachtoffer van de enorme explosie die in 2015 een deel van Hawija in puin legde, en die veroorzaakt is door een Nederlandse bom op een explosievenfabriek van terreurgroep IS. “De compensatie van 200 dollar die IS me bood, heb ik geweigerd. Verder hebben we sindsdien niets gehad,” klaagt de soldaat.

Nederland gaat in Hawija voortdurend over de tong, en niet in positieve zin. Sinds de herkomst bekend is van de bom van de internationale coalitie tegen IS, die op die warme juninacht in 2015 een inferno veroorzaakte, verwachten de slachtoffers compensatie van de dader. Er vielen zeventig doden en tientallen gewonden. Honderden anderen raakten hun winkel, werkplaats of huis kwijt. Ze zijn boos en verontwaardigd dat ze zes jaar na dato nog niets van Nederland hebben ontvangen, en vrezen dat het in de verkeerde zakken terecht is gekomen.

Uit de hand gelopen bombardement

Eind vorig jaar stelde het Nederlandse ministerie van defensie onder druk van de Tweede Kamer 4 miljoen euro beschikbaar voor Hawija, nadat de media in 2019 onthulden hoe het bombardement uit de hand was gelopen. Recent bleek dat vooraf wel degelijk bekend was dat grote nevenschade mogelijk was. Toenmalig minister Ank Bijleveld van Defensie doorstond meerdere moties van wantrouwen over het slecht informeren van de Kamer maar net.

Nog altijd ligt een deel van Hawija, ooit één van de IS-bolwerken, in puin. Op het industrieterrein waar het bomfabriekje, de tankauto’s met explosieven en opslagplaatsen vol bestanddelen voor kunstmest zich bevonden, zijn her en der weer werkplaatsen en winkeltjes herbouwd. Ook hier meldt een slachtoffer zich: de eigenaar van een winkeltje in motorolie laat een video op zijn telefoon zien van de vernietiging die de bom aanrichtte. Hij wist zijn winkel te herbouwen dankzij een lening van zijn leverancier.

“We hebben niets gezien van het geld uit Nederland”, zegt ook sjeik Wasfi al-Assi boos. “Geen van de slachtoffers heeft enige compensatie ontvangen. Huizen moeten worden herbouwd, er is medische hulp nodig, en banen.” Verontwaardigd vraagt hij: “Willen de Nederlanders dan niets weten van de slachtoffers?”

Ten tijde van de explosie vocht de sjeik tegen IS en was daarom in de bergen. Na de ramp werd in de resterende twee jaar van de bezetting geen puin geruimd. Wie zijn huis verloor, vertrok naar familie in de omliggende dorpen. En wie kans zag het IS-gebied te verlaten, naar opvangkampen erbuiten. “Iedereen wachtte tot IS weg zou zijn”, zegt de sjeik, die benadrukt dat Hawija vooral uit vreedzame mensen bestond. “Maar IS was sterker dan zij.”

Een verwoest gebouw in Hawija.   Beeld Eddy van Wessel
Een verwoest gebouw in Hawija.Beeld Eddy van Wessel

Wederzijds wantrouwen

De sjiieten, die in Irak een meerderheid vormen en de regering, het leger en de veiligheidsdiensten beheersen, kunnen niet vergeten dat Hawija een IS-bolwerk was. Ze vertrouwen de inwoners nog steeds niet, en dat wantrouwen is wederzijds. Terwijl Bagdad de stad grotendeels links laat liggen bij het uitbetalen van compensatiebedragen, hebben inwoners hun hoop gevestigd op de miljoenen die Den Haag voor Hawija heeft uitgetrokken. Dat ze daar niets van terugzien, leidt tot samenzweringstheorieën. “Het geld gaat naar de bestuurders in Kirkuk”, denkt sjeik Al-Assi. “En daar geven ze het alleen aan de mensen met wie ze een relatie hebben.”

De overtuiging in Hawija, die ook door het wijkhoofd en de burgemeester wordt gedeeld, is dat er bij de internationale hulporganisaties veel geld verdwijnt. Dat kan te maken hebben met het feit dat iedereen contant geld verwacht, terwijl hulporganisaties dat bijna nooit bieden. Ze helpen met materialen bij de wederopbouw, of met zogeheten ‘non-food-items’ zoals huisraad. Als ngo’s al contant geld beschikbaar stellen, is dat bij hervestiging of voor een werktraject. Er zijn zogenoemde cash-for-work-projecten, waarbij hulpgeld gebruikt wordt om in ruil voor een salaris te laten puinruimen, schoonmaken en opknappen. Zo’n project is er in Hawija ook geweest om getroffen families een paar maanden een inkomen te geven.

null Beeld Eddy van Wessel
Beeld Eddy van Wessel

Huis verwoest

Sabria Salah (50) klaagt dat ze geen compensatie heeft ontvangen. Ze woont in een middenstandswijk en verloor haar man aan IS, en een zoon bij de explosie in 2015. Haar huis werd verwoest. Ze woont nu in een huurhuis in dezelfde straat, terwijl haar oude huis wordt herbouwd met geld van familie. “De ngo’s komen niet naar de juiste mensen”, zegt ze. “We hebben gehoord over lijsten, en dat er matrassen en dekens werden uitgedeeld. Maar wij kregen niets.”

Met het Nederlandse geld zullen geen individuele vergoedingen worden betaald, laat Defensie weten. Het is bedoeld voor de hele gemeenschap van Hawija. Bovendien heeft Den Haag het hulpgeld nog maar net aanbesteed, in mei, aan de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Die club zal zich anderhalf jaar richten op puinruimen, herstel van de infrastructuur en het scheppen van banen. Met de VN-opbouworganisatie United Nations Development Programme (UNDP) is in mei een contract getekend om in acht maanden het stroomnet te herstellen voor het industriegebied en de omliggende woonwijk.

IOM laat weten dat het project ‘nog in de eerste fase is’, en zegt niet of het werk dat nu gaande is aan de belangrijkste weg door Hawija, er onderdeel van uitmaakt. De UNDP verwijst voor informatie naar Den Haag. Bij het ministerie van Defensie zegt woordvoerder Sascha Louwhoff de klachten over de hulpgelden verder te zullen onderzoeken. “Indien de betrokkenen zouden wensen deze problemen ook direct met ons te bespreken, dan zijn we hiertoe zeker bereid.”

Sabria Salah (50) verloor haar man en een zoon bij de explosie in Hawija. Haar huis is verwoest. Beeld Eddy van Wessel
Sabria Salah (50) verloor haar man en een zoon bij de explosie in Hawija. Haar huis is verwoest.Beeld Eddy van Wessel

Nederlandse militairen in Irak

Nederlandse militairen blijven actief in Irak. Ze leveren in ieder geval tot eind december 2022 een bijdrage aan de anti-IS-coalitie, schreef demissionair minister van buitenlandse zaken Ben Knapen onlangs in een Kamerbrief. In de Koerdische regio worden ze ook verantwoordelijk voor de beveiliging van het vliegveld in Erbil en het beveiligen van adviseurs.

Nepotisme en corruptie

Sabria Salah’s zwager Harif Shabib (55), een kleine man in zandkleurig kostuum, heeft grote kritiek op alle ngo’s, die hij beschuldigt van nepotisme. Ze helpen alleen mensen met wie ze een relatie hebben, meent hij. “We weten van een dorpsschool die zes keer gerenoveerd is, en andere scholen nooit.” Hij wijst erop dat zijn schoonzus tenminste het staatspensioen van haar man zou moeten krijgen. Maar omdat die vermist is en nog niet officieel doodverklaard, gebeurt dat niet.

In Nederland heeft Defensie de Kamer en de media ingelicht over het voornemen om Hawija als geheel te helpen, en geen individuele slachtoffers. Maar bij de slachtoffers zelf is dat bericht niet aangekomen. De Nederlandse vredesorganisatie Pax, die onderzoek deed onder slachtoffers in Hawija, registreerde bij meer dan honderd mensen onvrede over het uitblijven van Nederlandse hulp. Naast het algemene wantrouwen tegen ngo’s worden juist de twee organisaties (IOM en UNDP) die Nederland heeft uitgekozen om de miljoenen te besteden gezien als zwarte gaten waarin veel geld verdwijnt.

Daar komt bij dat internationale hulporganisaties in Irak met grote overheadkosten kampen, omdat ze kostbare beveiliging nodig hebben en in risicovolle situaties werken. Een medewerker van zo’n ngo in Irak, die anoniem wil blijven, vertelt over een ander probleem dat het wantrouwen van de slachtoffers in Hawija enigszins verklaart. De corruptie is in Irak zó groot, dat op bijna alle bestuurlijke niveaus steekpenningen moeten worden betaald. Ook bij controleposten waar medewerkers en hulpgoederen moeten passeren. Met name bij die van de sjiitische milities in Hawija levert dat, zelfs met een officiële vergunning uit Bagdad, grote problemen op. En die worden pas opgelost als er ‘belastingen’ worden betaald, vertelt de hulpverlener.

De meeste internationale hulporganisaties verbieden hun medewerkers dat. Maar ze huren wel lokale ngo’s in die dat stiekem tóch doen, anders kunnen ze het afgesproken werk niet doen. Bij het inhuren daarvan blijft ook weer geld steken in organisatiekosten, dat de doelgroep dus niet bereikt. En ten slotte zijn er ‘lege’ organisaties die slechts bestaan uit een naam, een pand en mensen op de loonlijst, die hulpgeld aan zichzelf besteden. Via nepotisme krijgen die een klus die ze nooit klaren.

Inmiddels ligt nog steeds en deel van Hawija, ooit een IS-bolwerk, in puin.  Beeld Eddy van Wessel
Inmiddels ligt nog steeds en deel van Hawija, ooit een IS-bolwerk, in puin.Beeld Eddy van Wessel

Fatime wacht nog steeds op geld

Fatime Yacoub (48), die een oranje jurk draagt en haar zwarte sjaal als mondmasker gebruikt, vertelt dat een Iraakse ngo haar twee jaar na de bevrijding aan nieuwe ramen en deuren hielp voor hun beschadigde huis, maar dat ze nog steeds op geld wacht. Haar zwager kwam om bij de ramp en meerdere familieleden raakten gewond. “Er was een ngo die registreerde wie compensatie moest krijgen. Verder niets,” zegt ze. De IOM zou ieder huishouden 800 dollar geven, maar zij zag er niets van. Zoon Ahmed Khalil (20) weet wel waarom: “Alleen de rijke families krijgen geld, de armen niets.”

De indruk dat Hawija qua hulpverlening achterblijft, wordt versterkt door het ontbreken van borden waarop hulporganisaties hun verantwoordelijkheid voor projecten opeisen, zoals elders gebruikelijk is. Ngo’s vermelden bovendien zelden wie hun projecten financieren. De nieuwe infrastructuur in Hawija krijgt straks ook geen Nederlands stickertje, evenmin als de stroom, als die eenmaal is hersteld. En dus zullen de slachtoffers vergeefs blijven wachten.

De namen van de personen die anoniem opgevoerd zijn, zijn bekend bij de hoofdredactie.
Dit artikel kwam tot stand mede dankzij fixer en vertaler Karokh Kurdi, en een bijdrage van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek.

Lees ook:

‘Risico’s Hawija-aanval waren bekend’

Voorafgaand aan het bombardement op het Iraakse Hawija had Nederland signalen dat deze aanval riskanter zou kunnen uitpakken dan in de modellen vooraf was berekend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden