null Beeld

Bericht uitOdessa

Zeeman Vitali Oplatsjko (83) wacht in Odessa op de Russen: ‘Het kan ze niet schelen wie ze doden’

De Oekraïense bevolking zucht onder een nietsontziend militair offensief. Trouw volgt een aantal inwoners in verschillende delen van het land. Vandaag: Vitali Oplatsjko (83) in Odessa.

Michiel Driebergen

De 83-jarige zeeman Vitali Oplatsjko kan geen kant op. “Mijn bewegingsruimte is gekrompen tot één vierkante kilometer”, vertelt hij. “Ik wandel een eindje met mijn hond, keer dan terug naar huis, dan klinkt het luchtalarm en gaan we naar de ondergrondse parkeergarage. Dan weer terug naar binnen...”

De inwoner van de Oekraïense havenstad Odessa zou liever in zijn buitenhuis aan de kust verblijven, even ten noorden van de stad. Hij bouwde er zijn eigen orangerie: een paleisje van glas, vol bloemen en planten die hij meenam van zijn vaartochten langs tropische kusten. Maar nu de stranden gebarricadeerd worden door bewoners en er nu en dan explosies klinken, verschanst hij zich met zijn vrouw in zijn appartement in de stad. “Dat lijkt me veiliger.”

Vertrekken uit Oekraïne, wat zijn oudste zoon deed met zijn schoondochters en zijn kleinkinderen, kan Oplatsjko niet. Zijn vrouw kan niet meer lopen en zou een evacuatie niet doorstaan. Ook zijn hond zou niet mee kunnen. Dat de oorlog komt, daar is de Odessiet zeker van. “Iedereen is voorbereid. Als Mikolajev valt, komen ze ook hier.”

De oorlog komt al dichterbij. Een aantal dagen geleden bracht een Oekraïense raket een marineschip van de Russische vloot tot zinken. “Ik had medelijden met de zeelieden die met het schip ten onder gingen”, aldus Vitali Oplatsjko, die een kapiteinsdiploma heeft en zeeman was in de koopvaardij. “De bestorming van Odessa zal binnen enkele dagen plaatsvinden. De Russen kunnen zo’n belangrijk economisch centrum niet negeren.”

De tachtiger herinnert zich de Duitse bombardementen op zijn geboortestad Marioepol, in de herfst van 1941. Hij was toen drie en een half jaar oud. Zijn ouders dienden beiden als arts aan het front, dus zorgden zijn grootouders voor hem. “Mijn oma beschermde me met haar lichaam toen de eerste bommen vielen”, zegt hij. Nu vreest Oplatsjko een herhaling. “Het kan ze niet schelen wie ze doden. Het gaat erom te doden”, aldus de Odessiet, die zichzelf “een mens van de Russische cultuur” noemt. “Mijn moeder wiegde mij in slaap met Russischtalige slaapliedjes. Nu zijn de Russen vijanden voor misschien wel honderd jaar.”

Vitali Oplatsjko zet zich in voor de verdediging van het land, door geld te schenken aan vrijwilligers die het leger helpen en gewonden verzorgen. “Dat is inmiddels het gewone leven geworden. Het theater- en museumbezoek ben ik al vergeten. We zijn een land in gevecht.”

Dat de Navo geen no-fly zone wil instellen, begrijpt hij: dat zal leiden tot een Derde Wereldoorlog. “We vragen niet dat uw mensen sterven voor Oekraïne. Wel vragen we u om ons te helpen” Hij pleit voor luchtafweer. “De wapens die nu geleverd worden – zoals antitankraketten – zijn goed voor het gevecht in de stad. Maar we moeten verhinderen dat ze de stad bereiken.

De zeeman verwijst naar het bombardement op Rotterdam, eveneens een havenstad, die hij dikwijls bezocht. “De Nederlanders die zich het bombardement van Rotterdam nog kunnen herinneren, begrijpen wat wij meemaken.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden