Een vrouw in de straten van Tripoli. De Libische hoofdstad wordt belegerd door krijgsheer Khalifa Haftar.

AnalyseLibië

Wie verdrinkt, grijpt iedere hand aan, denken Libiërs in nood

Een vrouw in de straten van Tripoli. De Libische hoofdstad wordt belegerd door krijgsheer Khalifa Haftar.Beeld AFP

Turkije stuurt troepen naar het door burgeroorlog verscheurde Libië. Ankara zegt de inwoners van Tripoli te willen redden uit handen van krijgsheer Khalifa Haftar. Maar de Turken trekken het land nog dieper in een regionale machtsstrijd. ‘Zelfs als wij Libiërs vrede willen, zullen we die niet krijgen.’

Tot voor kort probeerden de inwoners van de Libische hoofdstad Tripoli het gedreun van inslaande bommen te negeren. Na een jarenlange burgeroorlog waren ze het wel gewend. “Het leven op straat ging gewoon door”, vertelt Asaad Jafar vanuit Tripoli. “Zes kilometer verderop werd gevochten, maar in de koffiehuizen in het centrum keken de mensen naar voetbal.”

Dat is nu voorbij, zegt de woordvoerder van de Libische reddingsorganisatie Rode Halve Maan. “Het oude hart van Tripoli klopt niet meer”, stamelt hij over de telefoon. “De straten sterven uit en iedereen heeft het alleen maar over de laatste raketaanvallen. Van hun gezichten is de dood al af te lezen.”

Het leger van Khalifa Haftar staat voor de poorten van de stad. De 76-jarige veldmaarschalk groeide na de val van Muammar Kadafi in 2011 uit tot de nieuwe aspirant-alleenheerser van het verscheurde Libië. Vanuit het oosten van het land begon hij een oorlog tegen de internationaal erkende Regering van Nationaal Akkoord (RNA) in het westelijk gelegen Tripoli. Na een maandenlang beleg kondigde Haftar halverwege december een ‘laatste slag’ aan om de hoofdstad in te nemen.

“Dit kan uitlopen op een ramp”, waarschuwt Jafar. Als reddingswerker in Tripoli heeft hij met eigen ogen moeten zien wat de strijdende partijen elkaar aandoen. “Laatst vonden we een lichaam zonder hoofd. Een kind stond ernaar te kijken zonder te weten dat het zijn vader was, totdat hij de bebloede kleren herkende. Het gekrijs van dat jongetje zal ik nooit vergeten.”

Dit is het slagveld dat Turkije zegt te zullen betreden. Op 5 januari maakte president Erdogan bekend dat het Turkse leger in Tripoli is aangekomen om de internationaal erkende regering te verdedigen tegen de opmars van Haftar. Een risicovolle en eenzame onderneming, want de Libische krijgsheer rekent op de steun van de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte, Saudi-Arabië, Rusland en Frankrijk.

Zowel de Europese Unie als de Verenigde Staten keurden de Turkse interventie af als een roekeloze vorm van ‘buitenlandse inmenging’. Maar veel Libiërs zien Ankara als een laatste hoop. Zij plaatsen heel andere vraagtekens. Waarom steunen zoveel landen de autoritaire krijgsheer Haftar? Waarom is Turkije het enige land dat de internationaal erkende regering te hulp schiet? En is het Turkse leger echt bereid om Tripoli te verdedigen of speelt Ankara ondertussen een heel ander spel?

Westerse partners hadden minder interesse

Turkije betreedt de brokstukken van een eerdere interventie door de Navo. Toen het westerse bondgenootschap in 2011 gevechtsvliegtuigen stuurde om Kadafi ten val te brengen, dacht Mustafa el Sagezli het begin mee te maken van een democratisch Libië. Maar als onderminister in de nieuwe overgangsregering zag de Libische ondernemer al snel dat zijn westerse partners minder interesse hadden in de nazorg.

“Ik leidde destijds een programma om de rebellengroepen in het land te ontwapenen”, vertelt El Sagezli in zijn kantoor in Istanbul. “We waren dankbaar voor de westerse interventie en hoopten dat onze vrienden ons zouden helpen bij het opbouwen van democratische instituties. Maar er was nauwelijks belangstelling.”

Mede als gevolg daarvan ontaardde de revolutie al snel in een chaotische strijd tussen talloze lokale milities. Het was de kans voor Khalifa Haftar – die Kadafi in 1969 aan de macht hielp, maar zich later tegen hem keerde – om in het machtsvacuüm te springen en het oosten van Libië te veroveren. Volgens El Sagezli zetten veel Europese landen al gauw in op Haftar als de aangewezen man om de orde te herstellen, olie-exporten veilig te stellen en jihadisten uit te schakelen.

“Formeel gezien steunden ze de RNA. Maar ondertussen dachten ze: tja, jullie revolutie is mislukt, jullie staat is mislukt, dus probeer anders een nieuwe dictator.”

Dat voelt als verraad. “Tijdens de revolutie hesen wij de Franse vlag”, vertelt de trotse Libiër verbitterd. “We geloofden in vrijheid, gelijkheid en broederschap, maar nu zien we dat Frankrijk een militaire dictator steunt uit naam van zogenaamde stabiliteit.” Die stabiliteit is voor Europa, benadrukt hij, niet voor gewone Libiërs. “Iedereen die Haftar tegenspreekt, wordt opgepakt, gemarteld of vermoord. Hij is nog erger dan Kadafi.”

In 2014 week El Sagezli uit naar Turkije, waar hij voor lokale denktanks werkte en zijn netwerk onder Turkse beleidsmakers uitbreidde. Dat de Libische oppositie tegen Haftar steeds dichter tegen Turkije aanschurkte, is volgens hem het directe gevolg van westerse nalatigheid. De ondernemer wijst erop dat de internationaal erkende regering in Tripoli eind vorig jaar naast Turkije ook de VS, Italië, Groot-Britannië en Algerije om militaire hulp heeft gevraagd. Maar alleen Turkije ging akkoord.

“Jullie in het Westen hebben de Turken de ruimte gegeven”, aldus El Sagezli. “Als Erdogan erin slaagt de RNA te verdedigen tegen Haftar, maakt dat hem een held in de regio. Die kans hebben jullie hem gegeven.”

Voor velen is Erdogan een vriend van de democratie

Yasin Aktay investeert al jaren in deze kansen. De Turkse academicus spreekt vloeiend Arabisch en adviseert Erdogan over de politieke ontwikkelingen in de regio. Zijn kantoor in Ankara huist in het pand van de ‘Vereniging voor Zakenmannen uit het Midden-Oosten’. Tegenover het portret van de Turkse president hangt een wapen van het Ottomaanse rijk. Om de tien minuten neemt de professor een telefoontje op van een van zijn Arabische contacten.

Veel van die contacten legde Aktay na het mislukken van de Arabische lente. Terwijl de regimes in de regio de opstanden de kop in drukten, vluchtten veel activisten en oppositieleiders naar Turkije. Zo ook de tegenstanders van de autoritaire veldmaarschalk Haftar. “In Istanbul wonen duizenden Libiërs”, glimlacht Aktar. “Ze zijn natuurlijk erg blij met onze hulp en nodigen mij voortdurend uit op hun tv-kanalen. Voor hen is Erdogan een vriend van de Arabische democratie.”

Maar dat Turkse geflirt met Arabische oppositiebewegingen leidt tot grote regionale spanningen. Met name met de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabië en Egypte, de drie landen die nauw samenwerken om democratisering in de regio te voorkomen. Volgens Aktay is het conflict in Libië onderdeel van die veel grotere strijd om de toekomst van de Arabische wereld. Door de autoritaire Haftar te bewapenen, zo stelt hij, voeren de drie Arabische regimes indirect oorlog tegen democratisering in de regio en Turkije’s invloed daarop.

Aktay ontkent stellig dat Ankara evengoed Libië’s toekomst wil dicteren. “Wij zijn daar om de bevolking te beschermen en de voorwaarden te scheppen voor vredesonderhandelingen”, verklaart hij. “Turkije’s positie is volkomen ethisch.”

Maar puur idealistisch buitenlands beleid bestaat niet, weet Ali Bakeer, een politiek analist die zich verdiept in Turkije’s banden met de Arabische wereld. Hij wijst op Turkije’s harde economische en strategische belangen: de Turken zijn een van Libië’s grootste handelspartners, hebben er tientallen miljarden aan bouwprojecten uitstaan en zien het Noord-Afrikaanse land als een uitvalsbasis voor verdere investeringen in Afrika.

Bovenal dient het Libische avontuur Turkije’s zoektocht naar gas- en olievelden in de oostelijke Middellandse Zee. Daarin werden de Turken voorheen beperkt door de territoriale wateren van onder meer Cyprus en de Griekse eilanden. Een maritiem verbond met de Libische RNA bood uitkomst: door Turkse en Libische wateren met elkaar te verbinden in een zogenaamde exclusieve economische zone, zegt Ankara aanspraak te kunnen maken op mogelijke grondstoffen ver buiten haar kustlijn.

Ankara zal niet snel gevechtsvliegtuigen of meer grondtroepen sturen

Voormalig onderminister El Sagezli is zich goed bewust van Turkije’s eigenbelang, maar heeft niet de luxe daarover te klagen. “Een deel van mijn familie zit nog in Tripoli”, zegt hij opgelaten. “Als je verdrinkt, grijp je iedere hand aan.”

Wel vraagt hij zich af of Ankara daadwerkelijk bereid is om de nodige risico’s te nemen. Waar de internationale gemeenschap wil dat Erdogan zich inhoudt, hoopt de Libiër juist dat de Turkse president doorzet. “Haftar bombardeert onze burgers met gevechtsvliegtuigen uit Egypte en de Emiraten. We hebben Turkse luchtsteun en grondtroepen nodig, en wel zo snel mogelijk. Maar voorlopig zien we weinig actie van de Turken.”

Vorige week meldde president Erdogan dat er tot dusver slechts 35 Turkse soldaten in Libië zijn. Zij bieden ‘training en coördinatie’ maar mengen zich nog niet direct in de strijd. Dat laatste wordt mogelijk overgelaten aan door Turkije getrainde Syrische milities. Volgens The Guardian zijn zeker 650 van hen al in Libië aanwezig. Ook de in Tunesië gevestigde Amerikaanse ambassade voor Tripoli bevestigde de aankomst van Syrische strijders.

Politiek analist Ali Bakeer ziet Ankara niet snel gevechtsvliegtuigen of meer grondtroepen sturen. De militaire bases in Tripoli zijn volgens hem te onveilig en de Turkse marine beschikt niet over vliegdekschepen om een luchtoffensief te starten. Daarbij zijn er naast militaire ook politieke risico’s. Zo wordt de interventie in Libië maar door 34 procent van de Turkse bevolking gesteund, aldus een recente peiling. Waar eerdere operaties tegen Koerdische strijders in Syrië de binnenlandse positie van Erdogan versterkten, kan Libië net zo goed zijn achilleshiel worden.

Ankara zal dus eerder een beperkte militaire aanwezigheid gebruiken om diplomatieke resultaten af te dwingen, stelt Bakeer. Hij wijst op de Turks-Russische top in Istanbul afgelopen week, waarna Erdogan en zijn collega Poetin onverwachts opriepen tot een staakt-het-vuren in Libië. Poetin is een belangrijke bondgenoot van Haftar.

Maar die wapenstilstand kwam er niet. Na eindeloze onderhandelingen in Moskou afgelopen maandag liet Haftar even na middernacht weten dat de deal niet doorgaat. De krijgsheer verklaarde best te willen praten, maar dan zonder Turkse inmenging. De dag daarop waarschuwde Erdogan dat hij Haftar ‘de les zal geven die hij verdient’, maar de vraag blijft of Ankara een grootscheeps militair offensief aandurft.

Mogelijk een laatste kans om verdere escalatie te voorkomen is de internationale Libië-top in Berlijn van komende zondag. De vurige hoop van El Sagezli is dat de Duitse bondskanselier Merkel haar Europese partners zal aansporen om alsnog een actievere rol aan te nemen. “Duitsers begrijpen wat wederopbouw inhoudt”, zegt hij. “Dit keer moet de internationale gemeenschap betrokken blijven bij een duurzaam vredesakkoord door te helpen met het opbouwen van sterke instituties.”

Nog altijd door sluipschutters beschoten

Maar wat er ook onderhandeld wordt in Istanbul, Moskou of Berlijn, in Tripoli blijft reddingswerker Asaad Jafar bebloede lichamen onder verwoeste gebouwen uit trekken. Van eerdere gesprekken over een staakt-het-vuren was volgens hem aan de frontlinie weinig te merken. “Misschien waren er even wat minder bombardementen, maar we worden nog altijd door sluipschutters beschoten.”

Zijn grootste vrees is dat vredesonderhandelingen over Libië zullen lijken op die over Syrië. Net als in het Syrische Idlib kan de Turkse-Russische oproep tot een wapenstilstand net zo goed een rookgordijn zijn waarachter regionale partijen het verscheurde Libië nog verder uit elkaar trekken, zegt hij.  “Zelfs als wij Libiërs vrede willen, zullen we die niet krijgen. Grootmachten geven niets om het bloed van burgers.”

Lees ook:

Hoe lang kunnen Poetin en Erdogan vrienden blijven?

Poetin en Erdogan trekken soms samen op, maar zijn ook concurrenten met hetzelfde doel: invloed in het Midden-Oosten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden