null

Oversight Board

Wie is het nieuwe Hooggerechtshof van Facebook, dat bepaalt dat Trump zijn accounts niet terugkrijgt?

Beeld AFP

De beslissingen over wat je wel en niet mag zeggen op het grootste platform ter wereld zijn uitbesteed aan de Facebook Oversight Board, dat een soort Hooggerechtshof voor de online vrijheid van meningsuiting wil zijn. Maar wat is dat voor een club?

Het is een turbulente week voor Facebook, maar eigenlijk nog een relatief rustige voor Mark Zuckerberg. De topman van het grootste sociale medium ter wereld zal toch vooral opgelucht zijn geweest, dat hij nu eens niet eindverantwoordelijk was voor een van die beslissingen waarvan je van te voren al weet dat heel veel mensen er heel erg boos over gaan zijn, hoe hij ook uitvalt.

Want de vraag of Donald Trump in januari terecht van Facebook verbannen werd, werd woensdag beantwoord door de Facebook Oversight Board: ja. En nee, hij krijgt zijn accounts in ieder geval voorlopig niet terug.

Het antwoord op die vraag ging hoe dan ook controversieel zijn. Als je Donald Trump definitief schorst, worden heel veel mensen heel boos, omdat een techbedrijf dat politici meent te mogen censureren de democratie ernstige schade berokkent. Als je Donald Trump zijn account teruggeeft, worden heel veel mensen heel boos, omdat een techbedrijf dat niet optreedt tegen iemand die keer op keer schadelijke leugens verspreidt over verkiezingsfraude de democratie ernstige schade berokkent.

Trump krijgt accounts op Facebook en Instagram (nog) niet terug

De Amerikaanse oud-president Donald Trump keert nog niet terug op Facebook en Instagram. De beide platforms hadden Trump in januari geblokkeerd nadat zijn aanhangers het Capitool hadden bestormd, en dat was op zich terecht, bepaalde de Oversight Board woensdag. Facebook kreeg wel een tik op de vingers. Trump werd ‘voor onbepaalde tijd’ geblokkeerd, en de Oversight Board wil dat Facebook daar binnen zes maanden opnieuw naar kijkt.

Trump reageerde in een verklaring op de uitspraak van de Oversight Board: “Wat Facebook, Twitter en Google hebben gedaan is een totale schande voor ons land. Vrije meningsuiting is afgenomen van de president omdat de radicaal-linkse gekken bang zijn voor de waarheid.” Hij voegde er aan toe: “deze corrupte socialemediabedrijven moeten een politieke prijs betalen en moeten nooit meer de kans krijgen om ons verkiezingsproces te vernietigen.”

De Oversight Board - laten we het in het Nederlands de Toezichtsraad noemen - is het antwoord van Facebook op zulke discussies, die de afgelopen jaren op steeds hogere toon gevoerd worden. Het orgaan is door Facebook opgezet, maar opereert zelfstandig, met een miljoenenbudget dat in een apart fonds is ondergebracht. De bedoeling is dat het zal functioneren als een soort Hooggerechtshof voor vrijheid van meningsuiting op het grootste sociale medium ter wereld, Facebook, dat 2,7 miljard actieve gebruikers heeft, en zustersite Instagram, met 1,2 miljard actieve gebruikers.

Wie vindt dat een uitspraak of plaatje ten onrechte is weggehaald, kan in beroep gaan bij de Toezichtsraad, die zelf kiest welke zaken het behandelt. Facebook heeft zich verplicht om de aanbevelingen uit te voeren, en het idee is daarnaast dat de beslissingen een precedent scheppen voor vergelijkbare zaken. Daarom reikt de beslissing over Donald Trump verder dan alleen de uitingen van de voormalige Amerikaanse president; die kan ook gevolgen hebben voor andere politici die graag controversiële meningen spuien, zoals de Braziliaanse president Bolsonaro. En waarschijnlijk zullen ook andere sociale media die worstelen met wat er wel en niet mag op hun platforms, zoals Twitter, de uitspraken met belangstelling volgen.

Het is nogal wat macht, die Mark Zuckerberg bij deze Toezichtsraad heeft belegd. Bekend is dan ook, dat het idee binnen Facebook controversieel was: wat als de Toezichtsraad straks beslissingen neemt, die lijnrecht tegen het bedrijfsbelang ingaan? Maar het was Mark Zuckerberg zelf, die het idee er uiteindelijk door drukte. Die kreeg er de afgelopen jaren genoeg van om steeds de knopen te moeten doorhakken over netelige kwesties op het snijvlak van vrijheid van meningsuiting, het tegengaan van desinformatie en online haat, en het bevorderen van het bedrijfsbelang, waarin je het nooit goed kan doen.

null Beeld AFP
Beeld AFP

Zijn instincten waren altijd om in zulke gevallen te kiezen voor de vrijheid van meningsuiting, en veel toe te staan op zijn platform. Hij wil geen arbiter van de waarheid zijn, verklaarde hij meermaals. Toen Donald Trump in 2015, toen nog als presidentskandidaat, opriep om moslims uit de Verenigde Staten te weren, ging dat eigenlijk in tegen het bestaande beleid van Facebook, dat zulke discriminatie op grond van religie verbood. Maar speciaal om Trump te accommoderen, zo onthulde de Washington Post, werden de regels herschreven: er kwam een uitzondering voor politici, die veel meer hatelijke dingen mochten zeggen, en die ook niet gefactcheckt werden.

De kritiek op zulke beslissingen groeide de afgelopen jaren. Want waar oprechte toewijding aan de uitingsvrijheid overgaat in bedrijfsbelang, daar viel soms moeilijk de vinger op te leggen. Het verdienmodel van Facebook is nu eenmaal zo ingericht, dat het bedrijf verdient aan controverses, politiek of anderszins, die immers veel - instemmende of verontwaardigde - commentaren opleveren. Hoe meer interactie, hoe meer gebruikersgegevens, en hoe meer gebruikersgegevens, hoe beter de advertenties op maat toegesneden kunnen worden.

In spreekbeurten en hoorzittingen beriep Zuckerberg zich altijd op argumenten over de uitingsvrijheid, als hij zijn weigering moest beargumenteren om politici aan dezelfde voorwaarden te laten voldoen die voor normale mensen gelden. Maar zulke pogingen kwamen toch altijd wat onhandig over. Zuckerberg is uiteindelijk een techie, iemand die extreem goed is in het ontwerpen van digitale producten. Maar doordat die producten zo succesvol werden en allerlei sociaal-maatschappelijke implicaties kregen, werd Zuckerberg ineens in de rol van politiek filosoof gedwongen, die een visie moest formuleren op het functioneren van het publieke debat. Die rol is hem nooit heel natuurlijk afgegaan.

null Beeld AFP
Beeld AFP

Wie zitten erin?

Wie kijkt naar de namenlijst van de twintig mensen die tot nu toe zijn ingehuurd om de Toezichtsraad te bevolken - het is de bedoeling dat het er uiteindelijk veertig worden - ziet dat dat gebrek aan sociaal-maatschappelijke intelligentie in een klap ruimschoots gecompenseerd is. Helle Thorning-Schmidt, de oud-premier van Denemarken, is een van de leden. Tawakkol Karman ook, de Jemenitische journaliste en activiste die in 2011 de Nobelprijs voor de Vrede won voor haar inzet voor vrouwenrechten. Een derde bekende naam is Alan Rusbridger, de oud-hoofdredacteur van de Britse kwaliteitskrant The Guardian.

Daarnaast wemelt het van de hoogleraren en activisten uit allerlei landen. De eerste indruk is van een internationaal gebalanceerd, progressief angehaucht gezelschap dat het ook goed zou doen op een avondje Ted Talks. Voor de politieke balans zijn er bovendien ook mensen van de rechterkant van het spectrum gestrikt, zoals John Samples, vice-president van het libertarische Cato Institute.

Dat die allemaal meedoen, zal iets met de ruimhartige beloning te maken hebben. Ze krijgen een salaris ‘van zes cijfers’ voor ongeveer 15 uur werk per week. Maar Helle Thorning-Schmidt vertelde onlangs aan de Wall Street Journal dat het ook inhoudelijk interessant is om onderdeel te zijn van een belangrijke stap in het debat over hoe het publieke debat gereguleerd moet worden op private platforms. “Ik voelde steeds meer dat het niet klopte dat het uiteindelijk Mark Zuckerberg was die het laatste woord had over content. Dus toen ik hoorde over een onafhankelijke Toezichtsraad om naar die beslissingen te kijken en ze weg te halen bij de platforms, was ik heel geïnteresseerd: misschien konden wij een deel vormen van de oplossing van dit probleem.”

Maar als het niet goed voelt dat Facebook uiteindelijk het laatste woord heeft, dient zich automatisch de vervolgvraag aan: waarom zou het dan wel goed voelen dat Helle Thorning-Schmidt en haar collega’s dat laatste woord hebben?

Democratisch noch representatief

Democratisch verkozen zijn ze niet. En representatief ook niet, aldus de invloedrijke tech-journaliste Kara Swisher in haar column in de New York Times. “Er zitten vooralsnog geen schreeuwlelijks tussen, geen chagrijnige karakters, en, het allerbelangrijkste, niemand die ooit echt zelf geraakt is door de gevaarlijke kanten van Facebook.” Swisher noemt als voorbeeld de ouders van de kinderen die in 2012 doodgeschoten werden bij een schietpartij op de basisschool Sandy Hook. Nadat complotdenker Alex Jones via sociale media de samenzweringstheorie had gelanceerd dat die schietpartij in scène was gezet, werden de ouders van de overleden kinderen nog jarenlang bedreigd.

Veel kritiek op de Toezichtsraad komt neer op: Facebook legt een aantal grote namen financieel in de watten om beeldbepalende beslissingen te nemen, waar het zijn eigen handen niet meer aan hoeft vuil te maken, maar gaat zelf verder op oude voet. Inclusief het onderbetalen van de naar schatting 15.000 anonieme moderatoren die, vaak overwerkt en getraumatiseerd, het echte werk doen, en dagelijks moeten beslissen over honderden zelfmoordvideo’s, racistische boodschappen, en subtiele kwesties.

De spaarzame beslissingen die de Toezichtsraad tot nu toe nam lijken op het eerste gezicht te weerspreken dat het orgaan een tandeloze tijger zal blijken. Het waren geen casussen die wereldwijd de krantenkoppen haalden, zoals nu de beslissing over het account van Donald Trump. Het waren schijnbaar willekeurige commentaren in uithoekjes van de site, die wel stonden voor iets groters. “De eerste zes casussen zijn een soort greatest hits van Facebook controverses over moderatie: online haat, online haat, online haat, vrouwelijke tepels, nazi’s en desinformatie over Covid-19”, in de twitter-samenvatting van Evelyn Douek, specialist in online uitingsvrijheid aan de Harvard Law School.

Maar wat bij de meeste van die zaken opviel, was dat de Toezichtsraad de uitingsvrijheid ruimer interpreteerde dan Facebook zelf, en in de meeste gevallen gelastte om de verwijderde commentaren weer terug online te zetten. (Een belangrijke uitzondering: de beslissing om een afbeelding van Zwarte Piet te weren kon wel op instemming rekenen).

Sommige commentatoren lazen daarin dus een geruststellende bevestiging dat de Toezichtsraad zich daadwerkelijk onafhankelijk van Facebook opstelt. Maar je zou het ook cynischer kunnen interpreteren: Facebook wil, puur economisch geredeneerd, niets liever dan zoveel mogelijk uitingen toestaan, en ging de afgelopen jaren onder publieke druk over tot een strenger moderatiebeleid. Als dat van de Toezichtsraad niet meer hoeft, nou, des te beter.

Kan de Toezichtsraad ook echt beleid maken?

De poging om na een half jaar al een algemene lijn in de oordelen te ontwaren is misschien wat prematuur. Of zelfs onmogelijk, gezien de wereldwijde jurisdictie van de Toezichtsraad. In een profiel voor The New Yorker merkte hoogleraar rechten Kate Klonick op: “Intuïties over uitingsvrijheid kennen een enorme politieke en culturele variatie. In Hong Kong, waar de pro-democratische beweging sociale media gebruikte om protesten te organiseren, zijn activisten afhankelijk van de vrije expressie die Facebook toestaat als bescherming tegen de staat. In Myanmar, waar online haat heeft bijgedragen aan een genocide tegen Rohingya, vragen activisten juist om strengere handhaving.”

Die enorme culturele en politieke verschillen beperken de mogelijkheden voor de Toezichtsraad om echt wereldwijd beleid te kunnen maken. Critici wijzen op meer belemmeringen, die ervoor zorgen dat de macht voorlopig beperkt zal blijven. Zo kan de raad momenteel alleen een oordeel vellen over berichten of foto’s die zijn weggehaald. Maar niet over de beslissing van Facebook om iets te laten staan, terwijl daar vaak de heftigste debatten over plaatsvinden - zie die samenzweringstheorieën over Sandy Hook, die lange tijd mochten voortwoekeren.

Er staat nog een olifant in de kamer van de Toezichtsraad: de algoritmes. Want waar die raad zich in de huidige opzet vooral zal buigen over de precieze reikwijdte van de vrijheid van meningsuiting, zit het echte probleem natuurlijk niet daar. Als iemand in een hoekje van de site een complottheorie of iets haatdragends oppert, zoals iemand in het café dat ook wel eens doet, dan vormt dat nog geen probleem voor de democratie. Het probleem zit hem erin dat op sociale media zulke berichten binnen no-time wereldwijd viraal kunnen gaan, en dat zich groepen van gelijkgestemden rondom die berichten vormen. Maar de algoritmes die die dynamiek voortstuwen, daarover zal de Toezichtsraad niets te zeggen krijgen.

Maar hoe het dan wel zou moeten? “Dit is het begin van een experiment, maar het kan niet het einde ervan zijn”, aldus nogmaals Evelyn Douek, in een interview met de Washington Post. “In zekere zin spelen we allemaal het spel van Facebook mee, door de Toezichtsraad serieus te nemen als een legitieme institutie. Aan de andere kant heeft niemand op dit moment een beter alternatief.”

Trump: corrupte sociale media moeten prijs betalen

Lees ook:

Mark Zuckerbergs mijmeringen over de vrijheid van meningsuiting zullen weinig critici overtuigen

In Mark Zuckerbergs speech over vrijheid van meningsuiting bleef een serieus antwoord op de kritiek op Facebook uit.

Cancel culture bestrijd je niet met vrijheid van meningsuiting

Onze obsessie met de vrijheid van meningsuiting gaat voorbij aan een veel groter probleem: dat het publieke debat door private bedrijven in een verdienmodel is veranderd.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden