Mali

Weer een slachting in het Malinese dorp Ogossagou

Na de slachting vorig jaar maart in Ogossagou bracht de president van Mali, Ibrahim Boubacar Keïta een bezoek aan het dorp. Beeld AFP Photo

In een jaar tijd is er voor de tweede keer een massamoord gepleegd in het dorp Ogossagou in Mali. Er vielen 31 doden.  Etnische groepen en jihadistische strijders slachten elkaar af.

Ogossagou in centraal-Mali was in de nacht van donderdag op vrijdag weer het toneel van een afschuwelijke slachting. Langzaam druppelen de berichten binnen over wat er is gebeurd. De teller stond gisteravond op 31 doden.

Hetzelfde dorp van Fulani-herders was in maart vorig jaar ook al het doelwit van een aanval. Toen kwamen er 160 dorpsbewoners om het leven. De Dan Na Ambassagou-militie van het Dogon, een volk van niet-islamitische boeren in Mali, werd hiervoor verantwoordelijk gehouden. Ook nu weer gaat de beschuldigende vinger uit naar de Dogon.

Net als vorig jaar vielen strijders op motoren met automatische wapens Ogossagou binnen. De aanvallers staken, volgens het dorpshoofd Aly Ousmane Barry, hutten en vee in brand en vernietigden de oogst. Volgens Hamadou Dicko, de woordvoerder van de Fulani-organisatie Tabital Pulaaku kwamen de aanvallers uit het niets en schoten op alles dat bewoog.

Dubieuze rol

Het Malinese leger dat sinds de moordpartij vorig jaar het dorp moest bewaken, was een paar uur voor de aanval van vorige week vertrokken ondanks smeekbedes van de bevolking hen niet onbeschermd achter te laten.

Ook vorig jaar speelde het leger een dubieuze rol. De legertop zou op de hoogte zijn geweest van de op handen zijnde slachting en het oogluikend hebben laten gebeuren. President Ibrahim Boubacar Keïta haalde toen de bezem door de legerleiding.

Deze aanslagen op dorpen zijn aan de orde van de dag in Mali. Over en weer moorden Fulani en Dogon elkaars dorpen uit. Leger, politie en de overheid hebben nauwelijks gezag in dit deel van Mali. Naast het etnisch geweld speelt ook de jihad hier tussendoor. De Fulani, een herdersvolk dat over de hele westelijke Sahel en West-Afrika trekt, wordt gezien als de hofleverancier van jongemannen voor aan Al-Qaida en IS gelieerde groepen.

In Mali voert de Katiba Macina, gelinkt aan Al-Qaida, onder leiding van Hamadoun Koufa een schrikbewind. In drie jaar tijd hebben deze jihadistische strijders een groot deel van centraal Mali in handen gekregen. Katiba Macina valt niet alleen legerposten aan, maar ook dorpen van niet-islamitische volken, zoals de Dogon en de Bambara.

Papieren verbod

De laatste twee richten weer eigen milities op om zich te beschermen tegen de oprukkende jihad en Fulani-milities. De president van Mali ontbond vorig jaar, na de aanval op Ogossagou, de Dan Na Ambassagou-militie van de Dogon, maar dat lijkt meer op een papieren verbod zonder enig effect.

Eind vorige week werden ook negen soldaten gedood die in een hinderlaag liepen bij het dorp Bentia in centraal-Mali. Bij een legerpost in Mondoro kwam een soldaat bij een aanval om.

De laatste twee acties lijken weer het werk van de Katiba Macina, die het gezag in dit deel van het land aan het overnemen is. De jihadistische strijders zijn ook steeds beter bewapend.

Human Right Watch beschrijft centraal Mali als het epicentrum van het geweld in het land. Vorig jaar zijn daarbij naar schatting 450 burgers om het leven gekomen en honderdduizenden mensen sloegen op de vluch

Lees ook:

Slachtpartijen in Mali: in het holst van de nacht vermoorden de Dogon de Fulani óf de Fulani de Dogon.

In Mali staan twee traditioneel levende volken na een bloedbad op voet van oorlog. Het leger staat machteloos.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden