null Beeld

De MegastadShanghai

‘Wat spreek je goed Chinees’, zei mijn hulp. Dat schoot mijn Nederlandse vriendin in het verkeerde keelgat

Mijn Nederlandse vriendin is beledigd. Ze zegt het met een scheve glimlach, maar als ze uitlegt waarom ze beledigd is, begrijp ik dat het maar half een grapje is. Een week eerder kwam haar hulp bij mij poetsen. De dame was ergens achter in de vijftig. Ze kon niet lezen of schrijven, en dus ook geen appjes sturen. We communiceerden via gesproken berichtjes en door haar zware Shanghainese accent kostte dat aardig wat moeite.

Maar goed, er was een dag overeengekomen. Ik legde haar uit waar ze alles kon vinden en wat ik wilde dat ze zou doen. “Wat spreek je goed Chinees”, zei ze. Aan zo’n compliment hecht ik weinig waarde: je hoeft maar nihao (hallo) of xiexie (dank je) te zeggen en men is onder de indruk.

Probleem was alleen dat ze de dag erna tegen mijn vriendin zei dat ik beter Chinees spreek dan zij. En dat schoot in het verkeerde keelgat. Ten eerste is mijn Chinees nou echt niet zo denderend, en daarbij behaalde mijn vriendin na uitgebreide cursussen een paar jaar geleden een graad die haar – voor de leek – wel degelijk tot een denderende spreker maakte. Daarna oefende ze minder, had ze het drukker met andere dingen – zoals die dingen gaan.

Kampioen ruziemaken

Punt is dat de hulp wel erg direct was. Echte Shanghainezen staan erom bekend dat ze geen blad voor de mond nemen. Een andere vriend vertelde over een belediging die al een hele tijd geleden plaatsvond, maar die hem nog altijd dwars zit. Na een vakantie had de ayi die zijn huishouden runt, hem eens goed van top tot teen bekeken. Toen wierp ze hem toe dat hij tijdens de vakantie flink was aangekomen. “Je bent dikker geworden!”

Dat onbekenden zomaar vragen of je kinderen hebt, getrouwd bent, wel genoeg eet of niet te veel eet, komt in meer landen voor. Maar in China zijn de Shanghainezen kampioen. Ze kunnen ook geweldig ruzie maken. In de smalle straatjes van de buurt waar ik woon, knettert het af en toe flink. En als je op de metro staat te wachten naast een Shanghainese vrouw van middelbare leeftijd, met uitbundig kapsel, grote zonnebril en handtas – zet je je schrap. Ze zal je met een fikse elleboogstoot opzijduwen zodra de metro er aankomt.

Het is een goede manier om de meer timide waidiren (mensen van buiten) en de bendiren (mensen van hier) uit elkaar te houden. Mijn buurman is een echte bendiren. Hij runt een piepklein kapperszaakje, en weet precies wat er speelt in ons laantje. Ik pakte eens om een uur of elf ’s ochtends de fiets naar kantoor. Hij zette net een bakje gebruikte papillotten in de goot waar hij het afval verzamelt. Op mijn groet antwoordde hij met een stalen glimlach: “Jij werkt ook niet hard...”

Ik probeerde uit te leggen dat ik soms ook laat doorwerk, ’s avonds. “Nee hoor”, zei hij hoofdschuddend – alsof hij me iedere avond bij de poort opwacht, wat niet zo is. “Dat valt best mee.” Onthutst ben ik toen weggefietst. Mijn vriendin is inmiddels ook van de schrik bekomen. Ze heeft geaccepteerd dat mijn Chinees beter is dan dat van haar.

De belediging van de één, is het compliment van de ander. Zo werkt ’t gelukkig ook wel weer.

Uitdijende metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Trouw-correspondenten doen wekelijks verslag uit hun eigen megastad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden