Interview Ivan Krastev

Waarom Oost-Europa het zat werd om het Westen te imiteren

Beeld Getty Images

Liberalisme is uit, illiberalisme is in – vooral in Oost-Europa. Analist Ivan Krastev begrijpt het ressentiment tegen het westerse model. 

Op 10 november 1989, de dag nadat in Berlijn de Muur gevallen was, zat Ivan Krastev met een aantal vrienden in de mensa van de universiteit van de Bulgaarse hoofdstad Sofia. Bulgarije’s bekendste dissident, Zhel­yu Zhelev, kwam binnen. “Hij zei: kinderen, jullie zijn nog jong – ik was toen 25 – geloof mij: jullie zullen het einde van het communisme meemaken in jullie leven”, vertelt Krastev. “Tien maanden later was hij de president van Bulgarije.”

Wat Krastev maar wil zeggen: wat ‘1989’, als keerpunt in de geschiedenis, precies betekende, was in die dagen volstrekt onduidelijk, sterker: de gevolgen zijn nog steeds in ontwikkeling. “Ik zie nu nog twee ‘1989’s’, die we toen niet zagen. Het neerslaan van de opstand op het Tiananmenplein in Peking zal misschien wel belangrijker blijken dan de val van de Muur. Het betekende het einde van het communisme als ideologie, maar niet van het machtsmonopolie van de Chinese communistische partij. Die kon het communisme overleven: dat is de boodschap van Tiananmen.

“Voor de radicale islam was 1989 de overwinning van de Afghaanse Taliban op de Sovjets, de eerste overwinning van islamisten op een supermacht. Onlangs heeft opiniepeiler Levada onderzocht wat volgens Russen de belangrijkste gebeurtenis in de wereld was van 1989. Tot mijn verbazing koos 56 procent uit de tien mogelijkheden voor de terugtrekking van de Sovjettroepen uit Afghanistan.”

In zijn onlangs vertaalde boek ‘Falend licht. Hoe het Westen de Koude Oorlog won maar de vrede verloor’, gaat de Bulgaarse politicoloog terug naar 1989, het jaar van de val van de Muur, en van de definitieve overwinning van het westerse liberale model. Althans, zo leek het destijds. Dertig jaar later, probeert hij samen met zijn co-auteur, de Amerikaanse hoogleraar Stephen Holmes, te verklaren hoe het illiberalisme in Oost-Europa, maar ook elders, zo’n succes werd.

Wat trok Oost-Europeanen zo aan in het Westen: liberalisme en democratie, of auto’s en gezondheidszorg?

“Dat was een totaalpakket. Voor veel mensen in het Oosten, die nog nooit in het Westen waren geweest, hoorden auto’s en vrije verkiezingen er allemaal bij. Nu wordt in Oost-Europa wel gezegd dat het Westen zijn model heeft opgelegd, dat er sprake was van kolonialisme, maar dat revisionisme klopt niet: mensen wilden leven zoals in het Westen. Het klopt niet dat het Westen druk uitoefende: over de uitbreiding van de EU bestond veel aarzeling.

“In 1990 achtten de meeste Amerikaanse Sovjet-experts de kans dat de Sovjet-Unie uiteen zou vallen erg klein. En ze waren heel bang voor proliferatie van massavernietigingswapens en destabilisatie als dat zou gebeuren.”

U schrijft dat voor Oost-Europa imitatie van het westerse model de enige optie leek. Daar was geen reëel alternatief voor, zoals politicoloog Francis Fukuyama destijds ook betoogde in zijn fameuze ‘Het einde van de geschiedenis’.

“Fukuyama’s idee was dat de Koude Oorlog een botsing was tussen twee universele visies op de wereld – allebei met wortels in de Verlichting, allebei met een beeld van een universele toekomst. Allebei geloofden ze dat een van de twee zou winnen, en zo zou de toekomst er dan uitzien.

“Toen een van die visies ineenstortte, niet door oorlog maar doordat de eigen leiders het vertrouwen in een communistische toekomst verloren, restte nog maar één systeem, één systeem dat het waard was om te imiteren. Ineens werden liberalisme en westers kapitalisme synoniem voor moderniteit. De wereld was niet langer verdeeld tussen democratie en communisme, maar tussen geïmiteerden en imitators.”

Opeens lag de toekomst dus om de hoek, in het Westen?

“Juist. In de toekomst willen leven is de belangrijkste drijfveer achter iedere revolutie. Normaal gesproken verlaten de verliezers van de revolutie het land, maar na 1989 vertrokken juist de mensen die het meest enthousiast waren over de veranderingen en in de toekomst wilden leven. Zij gingen studeren, werken, reizen.

“Dat massale vertrek – we hebben het over zo’n 25 miljoen mensen! – had grote gevolgen voor het Oosten. 

Die landen kregen te lijden onder tekort aan arbeidskrachten, en het besef drong door: ze gaan niet alleen weg, ze nemen ook het geld mee dat wij hebben geïnvesteerd in hun opleiding. Bovendien: ook de kiezers die het meest verlangden naar verandering vertrokken.”

De imitators begonnen zich allengs meer vernederd te voe­len, schrijft u. Hoezo?

“In het begin was nadoen opwindend, iedere verandering was goed. Als een Bulgaarse politicus zei: we gaan het zo doen, want zo doen ze het in Nederland ook, was dat genoeg. Maar op zeker moment realiseer je je: in het Westen zijn ze beter. En voelt de vraag ‘waarom doen jullie het nog op die manier?’ als een beschuldiging.

“Die spanning kun je verklaren uit het begrip normaliteit. Aan de ene kant staat normaliteit voor de norm, het Westen. Maar normaliteit is ook dat wat het meest voorkomt; zoals we het hier doen. In heel Oost-Europa stopten mensen dokters iets toe om goede zorg te krijgen. Dat is niet normaal, want zo gaat het niet in het Westen; maar wel normaal, want bijna iedereen doet het. Je hebt dan twee opties: of je gaat je anders gedragen, of je verandert de norm. Dan zeg je: die Duitsers beweren dat corruptie in hun land niet bestaat, maar kijk naar het dieselschandaal. Ze zijn net zo corrupt als wij, maar ze weten het beter te verbergen.

“Het gevoel ontstond: we leefden misschien in een slechter systeem, maar we waren geen slechtere mensen. En wat als westerse arrogantie werd ervaren was niet alleen maar een kwestie van perceptie. Er ging veel steun naar het Oosten, maar zo’n 60 procent daarvan stroomde weer terug naar het Westen; naar westerse consultants of producten van westerse bedrijven enzovoort. Als je er zo naar kijkt, dan is het makkelijk te ‘bewijzen’ dat je wordt uitgebuit, en dat het Westen de voornaamste profiteur van de uitbreiding van de EU is.”

‘1989’ gaat vaak over verandering in het Oosten. Maar de omwenteling veranderde ook het Westen?

“Ja. Het einde van de Koude Oorlog creëerde een wereldeconomie, en die veranderde de logica van de welvaartsstaat in het Westen. Het bestaan van de Sovjet-Unie was medebepalend voor de sociale cohesie in de westerse samenlevingen. Er was een vijand die pretendeerde dat hij de arbeiders vertegenwoordigde. De westerse middenklasse en zakenwereld hadden er belang bij om zich te bekommeren om het welvaren van de arbeidersklasse. Maar ‘1989’ maakte het Westen totaal onkritisch, verliefd op zichzelf. Als ze jou willen imiteren, dan ben je toch echt wel perfect? Dat gold vooral voor de VS.

“De schok van de financiële crisis die in 2008 begon, werd opgevat als een crisis van het westerse model. En de schok werd nog heftiger door de opkomst van China: hoe kon het communistisch geregeerde China, na het einde van de Koude Oorlog en communisme, opeens een van de grote economische winnaars en wereldspeler worden?”

Ivan Krastev Beeld Getty Images

Tijdperk van imitatie

Die crisis in het westerse model luidde het einde in van wat Krastev en Holmes in hun boek omschrijven als het ‘tijdperk van de imitatie’. Krastev: “In Oost-Europa kregen politieke populisten de ruimte om te zeggen: wij willen het Westen niet meer imiteren – want dat model is fout, en met dat imiteren vernederen we ons, we willen onszelf zijn. Of in de woorden van de Hongaarse premier Orbán na de vluchtelingencrisis: het is tijd dat het Westen ons gaat imiteren.”

Ook in Rusland gaven ressentimenten Poetin de wind in de zeilen. “Waar de Oost-Europese landen de communistische heerschappij hadden beleefd als een buitenlandse bezetting, werden veel Russen verscheurd – tussen blijdschap dat het communisme verleden tijd was, en treurnis dat de Sovjet-Unie was verdwenen, en daarmee een imperium en een status van wereldmacht. Bovendien had Rusland in de jaren negentig bijna eenderde van zijn BBP verloren, wat enorm veel misère veroorzaakte. Dat creëerde wraakgevoelens, die president Poetin aangreep: ‘Tijdens de periode-Jeltsin probeerden we heel hard onszelf ervan te overtuigen dat we allemaal als overwinnaars uit het communisme tevoorschijn kwamen, maar wat voor overwinnaars zijn wij?’

“Poetin zegt tegen het Westen: jullie praten wel over waarden, maar als het op daden aankomt, zijn jullie geen haar beter dan wij. Toen hij na de inval in de Krim zei dat daar géén Russische speciale troepen waren, was iedereen hier geschokt. Poetin wíst toch dat zijn leugens aan het daglicht zouden komen? Maar hij liegt niet om de waarheid te verbergen, maar om te provoceren. Noemde je hem ‘leugenaar’, zou hij ten eerste zeggen: een leugenaar als jij. Waar waren de massavernietigingswapens in Irak? En ten tweede: ja, ik lieg, en wat kunnen jullie eraan doen? Met die imitatie legde hij de onmacht van het Westen bloot, en probeerde hij iedere morele claim van het Westen te vernietigen.”

Heeft ook Trumps opkomst te maken met dat einde van het tijdperk van imitatie?

“Trump maakt het punt dat het Amerikaanse exceptionalisme [het lang gekoesterde idee van de VS als lichtend baken van de wereld, red] niet de bron is van Amerika’s kracht, maar van zijn kwetsbaarheid. Volgens Trump is Amerika de gijzelaar van de wereld na de Koude Oorlog, in plaats van de overwinnaar. Vanaf de jaren tachtig, toen hij de eerste schreden in de politiek zette, hamerde hij erop hoe het toch kon dat Amerika de Tweede Wereldoorlog heeft gewonnen, maar dat de Duitsers en Japanners het economisch beter doen wij en ze betere auto’s maken waar de Amerikanen in rijden. Voor Trump draait overwinning om buit.

“Poetin en Trump geloven allebei dat de oorlog in Irak fout was. Maar volgens Poetin was de fout dat de Amerikanen praatten over democratie, terwijl het ze ging om olie. Trumps kritiek luidt juist dat het niet om olie draaide maar om democratie. In Trumps idee moet de machtigste het zich ook kunnen permitteren om de smerigste te zijn. In die optiek is Amerika great, niet omdat het goed is, maar omdat het machtig is.”

En nu is Trump ook de held van de illiberalen van de wereld. Kunnen liberalen iets doen om de illiberalen te bestrijden, of moeten we hopen dat het overwaait?

“IIliberale oppositie voeren is één ding, maar illiberaal regeren is andere koek. Trumps verkiezing was een enorme klap voor het liberalisme, maar de ervaringen onder zijn regering kunnen ook het grootste geschenk voor het liberalisme zijn. Mensen kunnen nu ook de tekortkomingen van de illiberale regimes gaan inzien. Het was een grote fout te denken dat de trend naar liberalisme na 1989 onomkeerbaar was, maar het is net zo’n grote fout om te denken dat de trend naar illiberalisme onomkeerbaar is.”

Dat vleugje dialectiek, is dat de vrucht van uw marxistische opvoeding?

“Absoluut. Ha, ha, ha!” 

Ivan Krastev, Stephen Holmes
Falend licht. Hoe het Westen de Koude Oorlog won maar de vrede verloor
Atlas Contact; 288 blz. € 22,99

Lees ook: 

‘Totale transparantie is het einde van de politiek’ - Interview met Ivan Krastev uit 2013 

We willen alles weten van onze politici en bestuurders. Maar openheid is geen wondermiddel tegen het achterliggende euvel: wantrouwen. En volledige transparantie ondergraaft onherroepelijk ons aller privacy.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden