EssayIran

Waarom Iraniërs wel in verzet komen, maar de ayatollahs voorlopig nog aan de macht blijven

Met de executie van worstelaar Navid Afkari liet Iran zich vorige maand weer van zijn meest grimmige kant zien. Veel Iraniërs hebben de afgelopen jaren laten zien dat ze genoeg hebben van het autoritaire regime. Maar de stap naar een revolutie lijken ze niet te willen zetten. Waarom niet?

Het idee om het dagelijks leven in een geïsoleerde dictatuur mee te maken, laat mijn journalisten- en geschiedkundigenhart in de zomer van 2017 zo snel kloppen dat ik het aangeharkte Amsterdam verruil voor het stoffige Esfahan. In het hart van Iran zal ik een aantal maanden als taaldocent werken. Werken als journalist lijkt in het repressieve Iran geen goed idee.

In de verwachting een land aan te treffen dat door jarenlange internationale sancties en spanningen murw is gebeukt, reis ik af. De spanningen met de Verenigde Staten zijn na het nucleaire akkoord van 2015 weliswaar wat gaan liggen, maar heel prettig zal het leven voor Iraniërs toch zeker niet zijn. En dat is het ook niet. Iran is een autoritaire, repressieve autocratie met verstikkende regels voor het openbare leven, waarin een kliekje religieuze hardliners het voor het zeggen heeft, mensenrechten met voeten worden getreden en oppositie keihard wordt vervolgd. “Het is hier geen Zwitserland”, zoals mijn Iraanse vriend Hadi het met een guitige blik in zijn ogen pleegt te verwoorden.

Zelf heeft hij door de toenemende stroom toeristen zijn studie werktuigbouwkunde ingewisseld voor een studie toerisme. Net als veel andere Iraanse twintigers woont Hadi half op zichzelf, in een woonruimte onder de woning van zijn ouders, met eigen keuken en badkamer. Naar college gaat hij nauwelijks, wat rondhangen in de koffiebar van zijn neef doet hij maar al te vaak. Regelmatig ga ik mee en beleef ik opgewonden spelletjesavonden, in grote gemengde gezelschappen. Drank is er niet in het café, al neemt Hadi me ook weleens mee naar alcoholovergoten huisfeesten, waar volop gedanst, gerookt en geflirt wordt. Verborgen plekken in de omliggende woestijn lenen zich ook perfect voor dit soort uitspattingen. Mijn vrienden hebben hun mond vol van trips georganiseerd door reisbureautjes, die hen daarheen brengen.

Worstelaar Navid Afkari werd in september opgehangen, ondanks internationale protesten.Beeld EPA

Het leven voor veel Iraniërs om me heen is niet bepaald florissant, maar troosteloos nu ook weer niet. Iraanse gezinnen in mijn omgeving hebben met auto, ruime huizen en vakanties geen verkeerde levensstandaard. Jongeren zijn bezig met de nieuwste smartphones en genieten buiten de publieke ruimte veel vrijheid. Regels lijken er alleen te zijn om gebroken te worden.

Braindrain

Zo ook bij het taalinstituut waarvoor ik werk. “Geen seks, politiek of religie als onderwerp”, instrueert de baas me van tevoren nog. Maar in het klaslokaal verdwijnen die taboes als sneeuw voor de zon. De pubers en begin twintigers die op mijn Engelse discussieklassen afkomen, vertellen onomwonden over hun afkeer van het systeem. Vrijwel allemaal­­ maken ze plannen om Iran te verruilen­­ voor Duitsland, Canada of Australië – illustratief voor de braindrain waar Iran al decennia mee te maken heeft. Veel interesse­­ om te proberen de situatie in eigen land te veranderen, bespeur ik niet.

Het idee dat het regime op omvallen staat, heb ik nooit gehad. Daarvoor is de gelatenheid onder jongeren te groot, de levensstandaard van veel Iraniërs te acceptabel en zijn de vrijheden in privésfeer te talrijk. Eind 2017 breken toch grote protesten uit, die vooral op armere Iraniërs drijven, maar die hebben weinig invloed op het normale leven. De lessen lopen door, in de stad is het rustig. Behalve dan dat er aan weerszijden van de rivier die door de stad stroomt, de Zayandeh Rud, een zwerm zwaarbewapende politieagenten geposteerd staat. Dat Hadi en andere vrienden weinig interesse tonen om op de barricaden te gaan, kan ik goed begrijpen.

Terwijl het leven in Iran tijdens de protesten­­ doorgaat, krijg ik vanuit Nederland allerlei bezorgde telefoontjes van dierbaren: het ziet er in de media van daaruit blijkbaar ernstiger uit dan hoe ik het ervaar. Over de kloof tussen de weergave in de media en de ter plekke waargenomen realiteit had ik al gelezen in Het zijn net mensen uit 2006. In dat boek beschrijft journalist Joris Luyendijk eenzelfde soort kloof, maar dan naar aanleiding van een verblijf in Egypte. Verbaasd is Luyendijk niet als ik hem in een mail vertel over mijn ervaring in Iran: “Iedereen die wel­eens naar een ‘eng’ land gaat, zal de kloof kennen. Mensen die nooit in Amsterdam komen, denken misschien ook dat het daar eng is, want je ziet op het nieuws dat er daar zomaar een advocaat wordt doodgeschoten.” 

 Voorjaar 2018 keer ik terug naar Nederland en raken de ontwikkelingen in een stroomversnelling. Amerika trekt zich terug uit het nucleaire akkoord met Iran en voert de druk op met nieuwe sancties. De Iraanse economie zakt weg, de inflatie neemt dramatisch toe, de tot voor kort acceptabele levensstandaard van veel Iraniërs komt onder druk te staan. Als ik in februari 2019 een kort bezoek breng aan Esfahan, tref ik veel van mijn vrienden in mineur aan. Hadi heeft geen mogelijkheid het land te verlaten. Zijn studie toerisme heeft hij afgebroken, hij probeert wat bij te verdienen als timmerman. Een duidelijk toekomstplan heeft hij niet. Zijn neef heeft zijn koffietent moeten sluiten – gebrek aan klandizie. Andere vrienden zijn inmiddels in Duitsland, of Canada. Met een rotgevoel vlieg ik terug naar Nederland.

Eind 2019 breken massale protesten tegen het regime uit, aangewakkerd door een verhoging van de brandstofprijs. Demonstranten roepen massaal om omverwerping van het regime. De protesten zijn ditmaal breder, ook veel jongeren gaan de straat op. Het regime slaat de protesten neer, met duizenden arrestaties en honderden doden tot gevolg. Amnesty International documenteerde recentelijk tientallen schrijnende verhalen van demonstranten en omstanders die zijn gefolterd, ontvoerd of afgesloten van de buitenwereld worden vastgehouden.

Boven op de economische malaise en de spanningen met de Verenigde Staten, kampt Iran met droogte in het zuiden, heeft het regime steeds meer moeite om basale problemen op te lossen en wordt het land in het voorjaar van 2020 zwaar getroffen door Covid-19. Bovenal kampt het regime met een crisis rondom de politieke legitimiteit. De Iraanse bevolking eist nu echt meer zeggenschap. Ik vraag me af waarom de Islamitische Republiek niet bezwijkt onder al die druk.

Wishful thinking

Ik leg de vraag voor aan Peyman Jafari, die als historicus en Iran-deskundige verbonden is aan Princeton University. Hij spreekt van de grootste crisis in Iran in veertig jaar, maar ziet het regime niet op omvallen staan: “Veel westerse media zijn gefixeerd op de vraag wanneer de grote kladderadatsch van Iran komt, maar dat is te simplistisch gedacht”. Een verklaring voor die fixatie zoekt Jafari in de bronnen die journalisten spreken: vaak mensen uit de Iraanse diaspora die hopen op de ineenstorting van het regime. “Dan staat ‘wishful thinking’ een nuchtere analyse in de weg. Zelf ben ik ook onderdeel van die diaspora en ben ik voor een democratische verandering in Iran, maar als historicus probeer ik onderscheid te maken tussen mijn eigen sympathie en wat er echt gebeurt. Zij die sinds 1979 voortdurend de val van het regime verwachten, maken geen degelijke analyse van de krachtsverhoudingen en de mentaliteit onder de bevolking.”

Beeld -

Dat de ayatollahs aan de macht weten te blijven, heeft volgens Jafari in eerste plaats te maken met het opvoeren van repressie. Ondanks internationaal protest executeerde het regime onlangs de succesvolle jonge worstelaar Navid Afkari. Hij zou door martelingen een valse bekentenis hebben afgelegd dat hij een beveiliger had neergestoken tijdens demonstraties in 2018. Jafari: “Repressie schrikt mensen af, zorgt ervoor dat lokale protesten niet samenklonteren tot een nationale beweging en belemmert het opkomen van een centrale organisatie en alternatieve leiders.”

In een videogesprek vertelt Hadi dat de gewelddadige reactie van het regime op de protesten er hard heeft ingehakt. Hij houdt zich mede daarom liever afzijdig van demonstraties en politiek. Liever verliest hij zich in zijn eigen gedachten en persoonlijk leven, bijvoorbeeld met zijn nieuw gekochte gitaar, die hij mij trots laat zien. 

Repressie alleen is niet voldoende om een revolutie te voorkomen, zoals het Iran van 1979 en het Egypte van 2011 laten zien. Jafari bevestigt dat een van de kurken waarop het regime drijft, een acceptabele levensstandaard voor zoveel mogelijk Iraniërs is: “Het deel van de bevolking dat minder dan 5,5 dollar per dag te besteden heeft, is van rond de 40 procent in de jaren tachtig naar onder de 15 procent gedaald. De staat heeft met verzekeringen, subsidies en religieuze liefdadigheid een sociaal vangnet opgebouwd dat sterker is dan in andere landen in het Midden-Oosten. Tel daarbij op een grote informele economie en hulp van familie, en een groot deel van de bevolking weet het hoofd nog altijd boven water te houden.”

Stedelijke middenklasse

De afgelopen decennia is er een grote stedelijke middenklasse ontstaan, die gewend is aan een auto, een koophuis en vakanties, gaat Jafari verder. De middenklasse ziet haar levensstandaard momenteel onder druk staan. Zo worden restaurants, smartphones en laptops snel duurder. Jafari: “Veel Iraniërs uit de middenklasse willen dat er een democratischer sfeer komt, maar zijn tegelijkertijd bang om te verliezen wat ze hebben. Ze kijken naar Irak en Syrië en willen niet dat hun land afglijdt in burgeroorlog en een totaal ingestorte economie. En zij die de revolutie van 1979 meemaakten, weten dat een revolutie niet altijd tot een verbetering leidt als die alleen op afwijzing van de status- quo is gericht.” Een aanzienlijk deel van de bevolking blijft bovendien conservatief, vooral op het platteland en in kleine steden. Dat deel wil de invloed van religie in de politiek en sociale sfeer grotendeels behouden.

Jafari ziet de protesten meer als een manier waarop Iraniërs veranderingen willen afdwingen en hun leiders tot verantwoording willen roepen, dan als teken dat het einde van het regime nabij is. “Het is belangrijk dat mensen kanalen hebben om hun onvrede in te uiten, dat is een vorm van emancipatie van de bevolking. Elke maand zijn er talloze protesten in Iran, dat duidt erop dat verzet onderdeel is geworden van het politieke proces. Ook de lage opkomst bij de parlementsverkiezingen afgelopen februari kun je in dat licht zien. Iraniërs willen laten zien dat ze het er niet mee eens zijn, maar dat betekent niet automatisch dat de meerderheid ook bereid is de stap te zetten tot omverwerping.”

Het regime reageert niet alleen met meer repressie op de protesten, maar komt de bevolking ook tegemoet. Na de protesten van 2019 verhoogde het regime de uitkeringen voor armen. Een druppel op een gloeiende plaat, maar het geeft Iraniërs het idee dat protesteren zin heeft.

In de toekomst zouden de aanzwellende protesten tot revolutionaire vormen kunnen groeien, zegt Jafari. Maar hij ziet ook andere mogelijke uitkomsten. Bij verscherping van het conflict met de VS zou de Revolutionaire Garde, de militaire elite, meer macht kunnen krijgen. Dat zou kunnen leiden tot een meer klassieke autoritaire staat waarbij politieke repressie gehandhaafd blijft, maar er minder staatsbemoeienis met het privéleven is. Het regime zou onder druk van blijvende protesten ook hervormingen binnen het systeem kunnen aankondigen. Jafari: “De ayatollahs willen van het land misschien wel een Noord-Korea maken, maar dat gaat niet. Ik verwacht dat er uiteindelijk verandering komt, maar niemand kan voorspellen wanneer en op welke manier dat zal gaan.”

Veel zal afhangen van de uitkomst van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. “Als Trump wint, is de kans op militarisering van Iran groot”, voorspelt Jafari. “Maar als Biden gekozen wordt en de sancties verlicht worden, zou de economie kunnen opveren en het gevaar van een oorlog wegebben. Paradoxaal genoeg zullen de protesten dan toch doorgaan. Door het wegvallen van een acute buitenlandse dreiging zal de aandacht verschuiven naar binnenlandse problemen. Bovendien zal een betere economie zuurstof geven aan maatschappelijke organisaties, netwerken en vakbondsactivisten die de gefragmenteerde woede-uitbarstingen in gezamenlijke politieke eisen kunnen omzetten.” 

Het zou zomaar kunnen dat de Iraanse maatschappij er over pakweg een jaar beter voor staat, Hadi en andere vrienden zicht op een betere toekomst in eigen land krijgen en het regime weer kan doorkachelen. 

De naam Hadi is om veiligheidsredenen gefingeerd­­. Zijn echte naam is bekend bij de redactie.

Laurens Bluekens (1987) is journalist en historicus. 

Lees ook:

‘Iedere leider zou het liefst dictator zijn’

Hoe word je dictator en hoe blijf je in het zadel? Bruce Bueno de Mesquita stelde er wiskundige formules voor op in zijn ‘Handboek voor Dictators’. Sindsdien ziet hij alleen maar meer regimes die zijn theorieën bevestigen.

Duitse ambassadeur in Iran op matje om executie worstelaar

Iran heeft de Duitse ambassadeur in het land op het matje geroepen vanwege zijn afkeurende reactie op de executie van worstelaar Navid Afkari. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden