Analyse Syrië

Waarom de Koerden nooit een echte bondgenoot van het Westen waren

De Koerden rekenden op autonomie met Westerse steun, maar moesten deze week de troepen van president Assad in hun gebied toelaten, om te voorkomen dat Turkije het in handen kreeg. Beeld AFP

De Koerden rekenden tot voor kort op autonomie met westerse steun. Maar toen de VS besloten Syrië te verlaten, moesten de Koerden de troepen van president Assad in hun gebied toelaten, om te voorkomen dat Turkije het in handen kreeg.

Met de terugtrekking van Amerikaanse militairen uit het noorden van Syrië heeft president Donald Trump de Koerden volgens critici op een schandelijke manier in de steek gelaten. ‘De Koerdische bondgenoten zijn gewoon verraden door hun grootste beschermheer, de Amerikanen’, zo concludeerde voormalig topman van de Navo Jaap De Hoop Scheffer vorige week. Ook Susan Rice, nationale veiligheidsadviseur van president Barack Obama, sprak over ‘verraad van bondgenoten’.

Volgens De Hoop Scheffer moeten vrienden van de Verenigde Staten zich nu wereldwijd zorgen maken. “Dit is een erg slecht teken naar andere bondgenoten.” Die zware woorden impliceren dat de waarde van een bondgenootschap met de Amerikanen niet zoveel meer waard is. In dat geval zouden ook Navo-landen, Australië of Japan moeten vrezen voor hun relatie met de VS.

Maar de Koerden zijn nooit een bondgenoot van het Westen geweest. Die term impliceert een duurzaam verbond om elkaar in moeilijke tijden bij te staan. Vaak sluiten landen dan een verdrag, en laten ze hun legers al in vredestijd met elkaar trainen. Het beste voorbeeld hiervan is de Navo met jaarlijkse grote internationale oefeningen. Ook met Australië en Japan hebben de VS al decennialang afspraken.

Tussen de Koerden en westerse landen was hooguit sprake van een coalitie. Dat is een veel losser samenwerkingsverband waarbij twee of meer partijen samenwerken om een gezamenlijke vijand te verslaan, vaak als de oorlog al ­begonnen is. Als de strijd voorbij is, dan eindigt de samenwerking.

Pas tijdens de opkomst van IS kwam er belangstelling voor de Koerden

Een klassiek voorbeeld is de samenwerking tussen de VS en de Sovjet-Unie om Nazi-Duitsland te verslaan. Eigenlijk was dat een korte onderbreking in een vijandschap die begon toen de VS in 1918 het verzet tegen de communisten steunden in de Russische Burgeroorlog. Na 1945 ging de gespannen relatie weer door onder de noemer Koude Oorlog.

Ook de samenwerking tussen het Westen en de Koerdische strijdgroep YPG was vanaf het begin een gelegenheidscoalitie. Toen die groep in 2012 tijdens de Syrische burgeroorlog een autonoom gebied in het noorden van het land oprichtte, lieten westerse landen zich daar niet of nauwelijks mee in.

Pas tijdens de plotselinge opkomst van Islamitische Staat in 2014 kregen zij ­belangstelling voor de Koerdische strijdgroepen. Die vochten voor hun ­eigen voortbestaan tegen het oprukkende terreurleger. Zodat zij stand konden houden, hielpen westerse luchtmachten hen in eerste instantie met bombardementen op stellingen van IS.

De afgelopen jaren groeide de ­samenwerking. Na de oorlogen in ­Afghanistan en Irak hadden westerse landen weinig zin opnieuw grote aantallen grondtroepen naar een islamitisch land te sturen. Maar met alleen bombardementen kun je geen tegenstander verdrijven die zich goed heeft ingegraven. De VS zagen in de Koerden de ideale landmacht om met vliegtuigen en kleine groepjes commando’s te steunen. Met succes. In oktober 2017 namen de Koerden IS-hoofdstad Raqqa in. In maart 2019 viel Baghouz, het laatste bolwerk van de terreurgroep aan de grens met Irak.

Er is geen duurzaam doel

Volgens de logica van coalitievorming eindigt bij de ondergang van de gezamenlijke vijand ook de samenwerking. Zij die nu spreken van verraad aan de Koerden en uitgaan van een bondgenootschap, impliceren dat er een duurzaam gemeenschappelijk doel is dat de Koerden en de VS zou moeten verbinden.

Onder Navo-bondgenoten is zo’n duurzaam doel er wel. Landen hebben een toezegging zonder einddatum ­gedaan om elkaars grondgebied te verdedigen. Veel Europese landen zijn te klein om het alleen tegen een sterke ­tegenstander op te nemen. De VS zijn dankzij hun Europese bondgenoten een supermacht. De Navo voorkomt dat ­andere grootmachten voet aan de grond krijgen in Europa, en dankzij een netwerk van militaire bases in Europa kan Washington snel troepen over de hele wereld verplaatsen.

De Koerdische militie en het Amerikaanse leger patrouilleren gezamenlijk langs de Syrische grens, in 2017. Beeld EPA

Als de Koerden daadwerkelijk een bondgenoot zouden zijn, heeft dat grote consequenties. De Koerden ijveren voor verregaande autonomie, dus het zou betekenen dat de VS en Europese landen tot in lengte van jaren moeten helpen om dat te bereiken. Dan zouden ze ook bereid moeten zijn tot een strijd met Turkije en het door Rusland ­gesteunde Syrische regeringsleger om het nieuwe Koerdistan te verdedigen.

Dat willen westerse landen niet. Toen president Trump eerder dit jaar Europese landen vroeg om te helpen bij de beveiliging van het Koerdische ­gebied, hielden zij op Frankrijk en Groot-Brittannië na allen de boot af. Veel te gevaarlijk, zo oordeelde de ­Nederlandse politiek bijvoorbeeld. Ook de Amerikanen hebben na de oorlog met IS geen zin om tot in lengte van dagen in het Koerdische gebied te blijven, maakte Trump deze maand duidelijk.

Sympathie, meer niet

Nu de strijd tegen IS achter de rug is, zijn de Koerden voor veel regeringen een groep die hoogstens westerse sympathie geniet. Zulke groepen hoeven niet op veel te rekenen, omdat de krachtsverhoudingen in de wereld zijn veranderd. Toen westerse landen in de jaren negentig militair oppermachtig waren, konden zij nog met militaire ­interventies opkomen voor groepen die geen echte bondgenoot waren.

Destijds handhaafden de Amerikaanse en Britse luchtmachten een vliegverbod boven het noorden van Irak, zodat de Koerden daar zonder vrees voor Saddam Hoessein een autonome regio konden creëren. In 1999 verdreef de Navo het Servische leger uit de provincie Kosovo. In de jaren die volgden, ­konden de plaatselijke Albanezen onder ­bescherming van een Navo-garnizoen een eigen staat uit te grond stampen.

Maar de verhoudingen in de wereld zijn niet meer zo dat de VS samen met Europese bondgenoten bepalen wat er gebeurt. De VS richten een groot deel van hun aandacht op de machtsstrijd met het steeds sterker wordende China. De Europeanen moeten rekening houden met Rusland dat sinds de binnenlandse chaos in de jaren negentig weer is opgekrabbeld. In deze wereld zonder één supermacht voelen landen als Turkije, Iran en Saoedi-Arabië zich vrij om op eigen houtje belangen in de regio na te jagen.

Dat de Koerden het nu zelf moeten uitzoeken, is een gevolg van deze trend. Zij zijn voor de VS en Europa geen vitale bondgenoot. Voor Turkije liggen de kaarten anders. Ankara beschouwt het een existentiële dreiging als Koerdische strijdgroepen een gebied aan haar zuidgrens controleren. De Koerdische strijders in Syrië onderhouden nauwe banden met de PKK, de Koerdische opstandelingen in Turkije zelf.

De Koerden waren zelf al begonnen met vechten

De vrees is dat nu de Koerden geen steun meer krijgen, de VS in de toekomst geen partners in oorlogen meer kunnen vinden. Joseph Votel, tot maart 2019 de hoogste Amerikaanse militair in het Midden-Oosten, schreef deze maand een alarmistisch artikel in The Atlantic over de Amerikaanse terugtrekking. “Dit brengt ernstige schade toe aan de Amerikaanse geloofwaardigheid en betrouwbaarheid in toekomstige ­gevechten waar we sterke bondgenoten nodig hebben.”

Deze redenering gaat ervan uit dat lokale strijdgroepen met Amerika ­samenwerken omdat ze Washington als betrouwbare partner voor de lange termijn beschouwen. Zo is de samenwerking tegen IS in ieder geval niet tot stand gekomen. De Koerden waren zelf al begonnen met vechten omdat ze ­anders onder de moorddadige knoet van de terreurgroep terecht zouden ­komen. Vervolgens waren ze blij dat ze bij die strijd westerse wapens en luchtsteun ontvingen.

Koerden protesteren bij de Amerikaanse ambassade in Athene tegen de terugtrekking van het Amerikaanse leger uit Syrië. Beeld AFP

Als ‘geloofwaardigheid en betrouwbaarheid’ al belangrijk zouden zijn voor lokale bondgenoten, dan is verloren krediet weer snel opgebouwd. De VS hebben zich de afgelopen decennia vele malen in buitenlandse militaire avonturen gestort, maar trokken zich net zo vaak weer terug. Bij iedere nieuwe ­interventie bleken er weer lokale partners beschikbaar. Veel ondemocratische landen zijn diep verdeeld langs sektarische, etnische of regionale lijnen. In oorlogstijd is er altijd een groep te vinden die zich voorheen achtergesteld voelde, en graag met een invasiemacht optrekt om zijn positie te verbeteren.

De terugtrekking uit Koerdisch ­gebied verbleekt bijvoorbeeld met de val van Saigon aan het einde van de Vietnamoorlog. Twintig jaar lang hadden de VS geld en mensenlevens geïnvesteerd in de opbouw van een Zuid-Vietnamese staat. Toch staken de moegestreden Amerikanen in 1975 geen vinger meer uit om een offensief van Noord-Vietnam richting Saigon te stoppen. Dat maakte weinig verschil voor de zoektocht naar bondgenoten toen de VS in 1982 mariniers naar Libanon stuurden. Al snel werkten die samen met christelijke facties in de plaatselijke burgeroorlog, die westerse militairen als bondgenoot tegen Palestijnse, linkse en islamistische milities beschouwden. Na een bloedige aanslag op een marinierskazerne kozen de Amerikanen in 1983 het hazenpad. Dat verhinderde de Koerden in Irak acht jaar later niet om hun hoop op een Amerikaanse no-flyzone tegen Saddam Hoessein te vestigen.

Ook onder landen weten de VS ­altijd bondgenoten te vinden. In gebieden waar loyaliteiten en machtsverhoudingen snel wisselen kiezen landen hun partner uit op grond van strategische noodzaak. In het standaardwerk ‘Het ontstaan van bondgenootschappen’ laat de Amerikaanse hoogleraar internationale betrekkingen Stephen Walt zien hoe landen in het Midden-Oosten vooral samenwerken als zij dat nodig achten tegen een sterke bedreiging in de buurt. Zodra één land of terreurgroep machtig wordt, willen anderen maar wat graag profiteren van Amerikaanse hulp.

Met Assad raken de Koerden in een keer alles kwijt

Hoewel de VS en de Europeanen de Koerden niet veel anders behandelen dan andere gelegenheidspartners, ­hebben ze hen wel zand in de ogen ­gestrooid door hen herhaaldelijk bondgenoten te noemen. Dat gaf hen misplaatste hoop op internationale steun bij de vorming van een de facto onafhankelijk gebied.

Als de Koerden in een eerder stadium met Assad tot een akkoord waren gekomen, hadden ze wellicht nog wat concessies kunnen afdwingen. Verregaande autonomie zat er sowieso niet in, maakte Assad de afgelopen jaren al duidelijk. Zijn einddoel is het terugwinnen van de volledige controle over zijn grondgebied. Maar voor het begin van de oorlog waren veel Koerden zelfs geen officieel Syrisch burger. ­Mogelijk hadden ze bij een akkoord met Assad op zulke onderwerpen toezeggingen binnen kunnen halen.

Toen Turkije vorige week de aanval inzette, staken de VS en de Europese Unie daar nauwelijks een vinger tegen uit. Uit wanhoop wendden de Koerden zich tot Assad, die carte blanche kreeg om hun gebied binnen te trekken. Daarmee raken de Koerden in een keer alles kwijt, maar het alternatief is leven onder de islamistische ­milities die Turkije als grondtroepen in Syrië inzet.

Lees ook: 

Rusland is lachende derde in Noord-Syrië

Terwijl de VS en Turkije met elkaar blijven ruziën over Syrië, zet Rusland de twee landen buitenspel.

EU legt Turkije een half wapenembargo op

Europese landen exporteren geen wapens meer die Turkije in Syrië kan gebruiken. Belangrijke projecten zoals de bouw van onderzeeboten zijn daarmee uitgezonderd van de boycot. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden