InterviewAnne Applebaum

Waarom Anne Applebaum tegenwoordig haar oude rechtse vrienden mijdt

Anne ApplebaumBeeld Maciej Zienkiewicz

In haar nieuwe boek ‘De schemering van de democratie’ doet Anne Applebaum een poging om te verklaren waarom zoveel van haar oude rechtse vrienden ineens achter autoritaire leiders aan gingen lopen.

Lange tijd dacht de Amerikaanse journalist en historicus Anne Applebaum dat zij en haar vrienden aan dezelfde kant van de geschiedenis stonden. De kant die na de val van het communisme de wereld tot een betere, vrijere, liberalere plek zou maken.

Applebaum was in de nadagen van het communisme correspondent in Polen, en maakte vanaf de jaren negentig carrière als journalist bij Britse conservatieve media, en als auteur van lijvige boeken over Oost-Europa. Ze schrijft aanstekelijk over de sfeer in de centrum-rechtse societykringen waarin ze zich bewoog. “In die tijd was de toon van elk gesprek en elke redactievergadering ­jolig, en was elk professioneel gesprek amusant. Er ­waren altijd grappen en ironische opmerkingen.” Ze hadden reden om zo onbezorgd door het leven te gaan. Het communisme was immers verslagen, en zij hadden de geschiedenis gewonnen.

Haar nieuwe boek opent met een beschrijving van een oudejaarsfeest dat zij en haar man, Radoslaw Sikor­ski, een Poolse journalist die later minister werd in een centrum-rechtse regering, op 31 december 1999 gaven in een afgelegen landhuis. Maar van de lotsverbondenheid en het optimisme die de internationale groep gasten destijds bij elkaar brachten, is niets meer over. “Het is twintig jaar later en ik steek nu de straat over om mensen die op mijn oudejaarsfeest waren uit de weg te gaan. En zij op hun beurt weigeren niet alleen mijn huis binnen te stappen; ze zouden zich opgelaten voelen als ze moesten toegeven dat ze daar ooit geweest zijn. Feitelijk wil ongeveer de helft van de gasten van dat feest niet langer met de andere helft spreken.”

In Polen, maar ook in Hongarije, in Engeland en in de Verenigde Staten, loopt er nu een diepe kloof door de rechtse intelligentsia. Velen van hen hebben zich in de afgelopen jaren verbonden aan de populistische en vaak ook autoritaire projecten van Donald Trump, Viktor ­Orban, de brexit, en de Poolse Partij voor Recht en Rechtvaardigheid.

In De schemering van de democratie doet Applebaum een poging om te doorgronden wat er in haar voormalige geestverwanten gevaren is; waarom mensen die een half leven tegen het communisme hebben gevochten nu in de handen vluchten van nieuwe autoritaire verleidingen en antisemitische complottheorieën. Ze is als weinig anderen in staat om dat van binnenuit te doen. Haar man is een oude studievriend van Boris Johnson, in de jaren ­negentig was ze een kennis van Laura Ingraham, inmiddels presentatrice op Fox News, en in Polen en Hongarije kent ze veel van de mensen die zich nu als televisie- of museumdirecteur in dienst stellen van hun regeringen.

In het boek beschrijft ze pijnlijk hoe het meestal niet meer tot een echt gesprek komt, als ze nu nog met zulke mensen in gesprek probeert te gaan.

U heeft veel historische onderzoeksprojecten op uw naam staan. Dit was ongetwijfeld veel persoonlijker.

“Dit was inderdaad een heel ander soort boek, ik heb geen poging gedaan om een objectieve geschiedenis te schrijven, ik ben niet de archieven ingedoken. Ik ben zelf een personage in dit boek, met bepaalde vooringenomenheden, en daar ben ik open over.

“Voor het onderzoek heb ik aan de ene kant veel mensen opgezocht, vrienden en voormalige vrienden, en daarmee geprobeerd te praten, wat ze vroeger dachten en wat ze nu denken. Daarnaast heb ik heel veel tijd besteed aan nadenken over andere historische episodes, waarin dezelfde soort maatschappelijke verdeeldheid aan de oppervlakte kwam als nu. Zo kwam ik op de Dreyfus-affaire, waarbij eind negentiende eeuw de ­Franse elite in twee oorlogvoerende stammen uiteenviel over de vraag of Alfred Dreyfus, een Joodse legerkapitein, verraad had gepleegd of niet.” 

Beeld Maciej Zienkiewicz

Dreyfus was onschuldig, maar zijn tegenstanders fabriceerden zonder scrupules verdachtmakingen. Ziet u een parallel met nu?

“Mensen fabriceerden bewijs omdat ze geloofden dat er een zaak was om voor te strijden die groter was dan de waarheid. Men voelde zo’n loyaliteit aan het Franse leger dat, wat dat leger ook zei, je je daar aan moest houden, anders was je een verrader. Zelfs als het bewijs heel duidelijk het tegenovergestelde zegt. Dus om die fictie overeind te houden moesten mensen steeds verder gaan met een valse voorstelling van de ­realiteit, met valse experts, vals bewijs, en uiteindelijk moesten ze de wetenschap en de rede zelf in twijfel trekken.

“Dat is een patroon dat we nu ook zien, waarbij mensen om iets waar te maken dat niet waar is, zich te buiten willen gaan aan complottheorieën.”

U beschrijft een ontmoeting met een voormalige vriendin, een Hongaarse museumdirecteur, die dat voor uw neus doet. Shockeerde u dat?

“In haar geval was ik niet geshockeerd, het was al een tijd duidelijk dat ze die kant op ging. Maar ik moet toegeven dat ze me blijft verwarren. Ik bedoel, je maakt mij gewoon niet wijs dat ze écht denkt dat George Soros (de Hongaars-Amerikaanse miljardair die onderwerp is van veel antisemitische complottheorieën – red.) zoveel macht heeft dat hij de hele wereld naar zijn hand kan zetten. Daar is ze simpelweg te intelligent voor. Ik gok dat het bij haar een geval is van het behouden van haar maatschappelijke positie in het Hongarije van premier Orban. Mensen hebben verschillende beweegredenen, maar volgens mij is zij gewoon een cynicus.”

U komt niet met één verklaring op de proppen voor de omslag van uw vrienden.

“Nadrukkelijk niet. Het is geen politicologische ­verhandeling, ik heb geen definitieve theorie die alle ­veranderingen verklaart. Mensen zijn ingewikkeld, en ze herbergen verschillende beweegredenen. Je kunt persoonlijke en politieke motieven hebben, en die kunnen door elkaar lopen. Ik wilde geen eendimensionale portretten schetsen.”

Bent u, terugkijkend, niet ook naïef geweest? Zijn uw vrienden zo veranderd, of was u blind voor hun meer tribale kanten?

“Naïef lijkt me niet het goede woord. Wat ons nu verdeelt, was destijds niet aan de orde. Antisemitisme speelde in de jaren negentig nog niet de rol in het publieke debat die het nu wel speelt. Dus dat ze dat nu voor politieke doeleinden ingelijfd hebben, daar kon ik niet naïef over zijn: het speelde niet. Had ik kunnen zien aankomen dat sommigen zo zouden veranderen? Misschien.

“Maar als de geschiedenis eenmaal in een bepaalde plooi gevallen is, is het achteraf altijd makkelijk om te zeggen: het moest wel zo lopen. Geschiedenis wordt altijd gemaakt door coalities van verschillende elementen. Toen George W. Bush verkozen werd, was zijn grote ­ambitie het hervormen van immigratiewetten. De ­Republikeinen zouden de partij van de latino’s worden. Toen gebeurde 11 september, en liep alles anders.

“Het is te makkelijk om achteraf te zeggen: de Republikeinen moesten wel de partij van Trump worden. Het element van witte suprematie dat nu domineert was destijds misschien ook aanwezig, maar zeker niet bij Bush. Als je terugkijkt zie je in het verleden altijd de ­elementen van het heden, maar ook elementen die een heel ander heden hadden kunnen vormen.”

Maar u beschrijft ook dat Britse conservatieven destijds al geobsedeerd waren door hun eigen verleden.

“Die Thatcher-coalitie was ook echt een coalitie. Een element ervan was inderdaad die nostalgie voor ­Engelse, niet zozeer Britse maar echt Engelse, grootheid uit het verleden, en een ander element was: laten we de mensen in Centraal-Europa helpen om het communisme omver te werpen. Weer een ander element had iets te doen met een visie op de internationale economie. De vraag is altijd welke van die elementen twintig, dertig jaar later prevaleren, en ik denk nog steeds dat het ook een andere kant op had kunnen gaan.”

Sommige van die conservatieven bleken ook niet goed te kunnen omgaan met de saaiheid van een aardig functionerende democratie.

“De kracht en het belang van verveling in de politiek wordt volgens mij niet goed begrepen. Het verlangen dat mensen hebben naar strijd, naar het deel uitmaken van een avant-garde is heel sterk. Het gevoel was: heel lang maakte links ons belachelijk, maar wij hadden het bij het rechte eind over het communisme. Maar wat was er nog te doen nadat de Muur gevallen was? Wegen aanleggen door heel Europa? Investeren in transnationale productieprocessen? Dat was echt te saai voor veel mensen. Die wilden weten: wat wordt het volgende grote project? ­Tijdens de Blair-jaren lagen de Conservatieven al met ­elkaar in de knoop over Europa, en uiteindelijk won de brexit-vleugel. Nou ja, de rest is geschiedenis.”

Wordt de loop van de geschiedenis bepaald door de keuzes van zulke individuen?

“Er zijn heel veel boeken over hoe de teleurstel­lingen over economie en democratie doorwerken maar daar gaat mijn boek niet over – dat is volgens mij al heel goed beschreven. Dat is belangrijk, maar je mag ook niet onderschatten welke rol specifieke mensen en hun ­specifieke ideeën spelen. Ik bedoel, politieke partijen en bewegingen worden gecreëerd door mensen die willen dat ze slagen, en die veel tijd steken in het zorgen dat ze slagen. Het is belangrijk om te bestuderen wat zulke mensen doen.”

Mee eens. Maar is uw blinde vlek niet dat de ­hervormingen van de jaren tachtig en negentig waar u voor streed behalve economische groei ook economische onzekerheid en verlies van ­gemeenschap creëerden?

“Dat ligt eraan over welk land je het hebt. In Polen is er echt geen sociale klasse die slechter af is dan dertig jaar geleden. De economische ongelijkheid is er zelfs minder geworden. Er bestaat een heel simplistische ­economische verklaring, die gaat ongeveer: neo­libera­lisme maakte mensen arm, dus zijn ze nu boos. Dan mis je echt een hoop nuance, zeker als je het over Oost-Europa hebt. Wat er volgens mij belangrijker is, is dat ­Polen begonnen te reizen, en ze dus stopten om zichzelf te vergelijken met hun ouders. In plaats daarvan gingen ze zich afvragen: waarom ben ik niet zo rijk als de ­Duitsers?

“In Amerika is de onzekerheid wel toegenomen de afgelopen twintig jaar. Al heb je het dan ook niet alleen over de invloed van de markteconomie, maar ook over de gezondheidszorg. Dat is daar wel een factor in de ­onvrede bij veel mensen, maar zelfs dan… mijn ­belangrijkste punt is: economische argumenten kunnen wel onderdeel zijn van de verklaring, maar nooit de hele ­verklaring. Je moet ook kijken hoe hiërarchieën ­veranderen, of het nu sociale of raciale hiërarchieën zijn. De wrok die het gevolg is van de opkomst van minderheidsgroeperingen of succesvolle vrouwen, dat heeft tot een soort wrok van de meerderheid geleid.

“Maar uiteindelijk gaat mijn boek niet over zulke gevoelens. Het gaat over de mensen die zulke gevoelens herkenden, en tot politiek instrument maakten.”

Anne Applebaum

Anne Applebaum werd in 1964 geboren in Washington DC en begon in 1988 als correspondent voor The Economist in Warschau, en maakte daarna carrière bij Britse media als The Spectator en de Daily Telegraph. Met haar veel vertaalde geschiedenisboek ‘Gulag; a History’ uit 2003 won ze de Pulitzer Prize. Ze woont in Polen met haar man, de politicus Radoslaw Sikorski, en is tegenwoordig verbonden aan The Atlantic. Haar nieuwste boek ‘De Schemering van de Democratie’ is in Nederlandse vertaling verschenen bij Ambo Anthos.

Uw boek begint met een feest in 1999, en sluit af met een feest in 2019. U heeft dus nog vrienden over?

“We hebben er ook nog nieuwe bij gekregen. Ik zou zeggen: de meeste mensen die destijds mijn beste ­vrienden waren zijn nog steeds mijn beste vrienden. Het zijn toch meer de kennissen die zijn afgehaakt.”

En zijn de feesten er beter op geworden?

“We hebben nog steeds leuke feesten. Maar feesten zijn natuurlijk wel anders als je 55 bent vergeleken met als je 25 bent. Onze kinderen zijn inmiddels ­volwassen en brengen hun eigen vrienden ook mee, dus we hebben tegenwoordig gemengde-generatie­feesten, dat is echt heel leuk. En ze hebben tegenwoordig een veel bredere smaak. Ze luisteren zelfs naar de Rolling Stones, dus we kunnen allemaal naar dezelfde muziek luisteren. Dat was vroeger echt niet mogelijk ­geweest.” 

Lees ook: 

Hoe de Amerikaanse democratie haar weerbaarheid verloor

Autocratische leiders die de regels naar hun hand zetten krijgen ruim baan. Ook in zijn eigen land, ziet de Amerikaanse politicoloog Daniel Ziblatt.

Een pandemie is voedsel voor complottheorieën: die bloeien als nooit tevoren

Corona begon als een gezondheidscrisis die Nederland eensgezind wilde aanpakken, maar veranderde in een bron van maatschappelijk wantrouwen, gevoed door desinformatie en complottheorieën. En zo ging het ook bij eerdere pandemieën.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden