Leerlingen op de Malakia-school in Juba krijgen les op de veranda voor de lokalen.

Armoede

Vrede is er wel in Zuid-Soedan, op papier, maar hoop nog niet

Leerlingen op de Malakia-school in Juba krijgen les op de veranda voor de lokalen.Beeld Samir Bol

Het land werd onafhankelijk in 2011, daarna brak er een etnisch conflict uit. Sinds februari is er een regering van nationale eenheid en althans op papier vrede. Maar de corruptie tiert welig, terwijl veruit de meeste Zuid-Soedanezen straatarm zijn. 

 Op de speelplaats van de Malakia-basisschool moeten kinderen goed oppassen dat ze zich niet bezeren. Op de grote open ruimte tussen de klaslokalen steken puntige stukken rots boven de stoffige grond uit. Daartussendoor laveren dikke bovengrondse boomwortels. En nu liggen er ook bouwmaterialen, want de school wordt sinds maanden in traag tempo gerenoveerd. Kinderen krijgen intussen les op de veranda voor de lokalen.

Het schiet dus niet op met lesgeven op deze overheidsschool in de Zuid-Soedanese hoofdstad Juba. Onderwijzeres Jacinta Wani haalt haar schouders op. “De situatie hier is niet anders dan op andere staatsscholen. De leerboeken ontbreken. Wij hadden die in december besteld, maar ze zijn er nog niet. En wij, de leerkrachten, zijn weinig gemotiveerd door de slechte betaling.”

Na 35 jaar voor de klas verdient ze 3700 Zuid-Soedanese pond, zo’n 15 euro per maand. Áls dat al komt, want het lagere overheidspersoneel moet het soms maanden zonder doen. Haar loon is zelfs voor lokale begrippen onleefbaar. Een flesje water kost een euro en je hebt er heel wat nodig in de dagelijkse hitte. Een witbrood kost 3,75 euro, een kilo tomaten 10 euro.

Het bescheiden huis dat Wani en haar man huren kost 600 euro per maand. Huren zijn ­torenhoog in de stad, omdat huisbazen het liefst willen verhuren aan de vele buitenlandse hulporganisaties die niet moeilijk doen over de prijs, of aan de welvarende ministers, parlementariërs of hoge militairen. “Mijn man is ­zakenman en betaalt de huur. Maar het wordt steeds moeilijker, want de zaken gaan niet goed vanwege het conflict van de laatste jaren, waardoor de economie heel slecht is. Gelukkig zijn de meeste van onze kinderen al de deur uit. Die kunnen voor zichzelf zorgen.”

De ouders van haar leerlingen betalen ruim 20 euro voor een schooljaar. Maar zelfs dat bedrag kunnen velen niet opbrengen. Vaak moet de afweging worden gemaakt tussen eten op tafel en schoolgeld. Zuid-Soedan behoort dan ook tot de landen met het hoogste percentage analfabetisme ter wereld. Volgens cijfers uit 2018 kan 34,5 procent van de bevolking lezen en schrijven. Dat was tien jaar geleden 26,8 procent: een magere toename.

Afkeer van de overheid

Het gesprek wordt onderbroken als twee ­Toyota Land Cruisers en een pick-uptruck in een stofwolk het schoolplein opstuiven. Politieagenten en soldaten springen van de open truck en verspreiden zich. Uit de terrein­wagens stappen zes hoge ambtenaren van het ministerie van onderwijs. Ze komen poolshoogte nemen bij de werkzaamheden die allang klaar hadden moeten zijn. Behalve het schoolhoofd negeren de leerkrachten het bezoek. Een teken van de afkeer van overheidsleiders die overal in de stad waarneembaar is.

Toen Zuid-Soedan in 2011 onafhankelijk werd, was het een kapot en zwaar onderontwikkeld land na twee oorlogen tegen de Soedanese regering in Khartoem. Er waren hoge verwachtingen van de toekomst, maar al in 2013 brak een etnisch conflict uit tussen aartsrivalen president Salva Kiir en zijn vice-president Riek Machar. Kiir is een Dinka en Machar een Nuer, de twee grootste bevolkingsgroepen in het land die wedijveren om de macht die toegang verschaft tot de enige bron van inkomsten: olie.

De armoede is nog altijd even schrijnend als in het nog verenigde Soedan. Er zijn weliswaar in Juba grote overheidsgebouwen en prijzige hotels verrezen, maar het grootste deel van de inwoners leeft in krotten. Veel mensen hebben een simpel Nokia-telefoontje, maar het netwerk is slecht. Uit diverse onderzoeken, onder meer door de VN, blijkt dat Zuid-Soedanese leiders de olie-inkomsten grotendeels aan zichzelf besteden of gebruiken om steun te kopen. Zo ontvangen de ja-knikkers in het parlement regelmatig nieuwe terreinwagens en ­dure ziektekostenverzekeringen met wereldwijde dekking.

Het is een puinhoop van bouwmaterialen op het speelplein van de Malakia-school.Beeld Samir Bol

Maar het merendeel van de Zuid-Soedanezen is straatarm. Minstens 80 procent van de bevolking moet rondkomen van een euro per dag. Een derde heeft niet dagelijks te eten. “Zuid-Soedanezen hebben te veel leugens gehoord van de leiders. Ze zien de corruptie die zorgt voor hun slechte leefomstandigheden. Elke respect en vertrouwen in de overheid is verdwenen”, concludeert James Okuk. De onderzoeker van het Zuid-Soedanese Center for strategic and policy studies (CSPS) betwijfelt of de in februari geïnstalleerde nieuwe regering van nationale eenheid, geleid door Kiir en Machar, het leven van de burgers gaat verbeteren.

Het nieuwe regime bestaat uit dezelfde gezichten als voorheen, die er niet in slaagden Zuid-Soedan na de onafhankelijkheid op te bouwen. Nieuwe en jongere leiders zijn volgens Okuk nodig. “Er waren enkelen met politieke ambities maar zij kregen allemaal problemen met de machthebbers. Ze moesten vluchten, kwamen in de gevangenis of werden zelfs gedood. Het Westen en de regio moeten zware druk blijven uitoefenen op het leiderschap om aan een beter Zuid-Soedan te werken.”

Witte pus

Weinig hoop is er ook in Gudele, een wijk van Juba waar water alleen uit jerrycans komt en elektriciteit een onbekend fenomeen is. De huisjes zijn opgetrokken uit klei en wat hout, afgedekt met roestige, lekkende golfplaten. In een eenkamerwoninkje huilt een peuter in de armen van zijn moeder die op een bed zit, het enige meubelstuk in de ruimte. Naast tranen sijpelt ook witte pus uit een oog van het jongetje. Een bezoek aan de oogarts kost ruim 12.000 pond (50 euro). “Dat heb ik niet. Ik probeer het oog schoon te houden maar het helpt niet”, vertelt de 29-jarige moeder, die anoniem wil blijven.

Corona in Zuid-Soedan

De scholen in Zuid-Soedan zijn dicht en er geldt een nachtelijk uitgaansverbod, nadat begin april de eerste besmetting met het coronavirus werd vastgesteld. Er zijn nu 34 Covid-19-patiënten bekend, volgens officiële cijfers zijn er nog geen doden. Getest wordt er nauwelijks. Het verzamelen van betrouwbare data is ­onhaalbaar, omdat het land onderont­wikkeld is en er nog op diverse plaatsen wordt gevochten. Zuid-Soedan heeft met zo’n 12 miljoen mensen vier beademingstoestellen en 24 bedden, aldus het International Rescue Committee.

Ze verdient zo’n vijf euro per week met alcohol brouwen en de was doen voor anderen. De drie oudere kinderen heeft ze naar haar moeder gestuurd, in een vluchtelingenkamp in buurland Soedan. Van haar man heeft ze niets meer te verwachten. Hij heeft haar verlaten. “We maakten steeds ruzie over geld. Ik had meer nodig dan hij me gaf. Hij is politieagent en kreeg niet altijd zijn loon.”

Op het einde werd hun huwelijk ondraaglijk. Gefrustreerd mepte hij haar als de ruzies hoog opliepen. “Hij wilde me niet doodmaken, maar was zo boos over de situatie dat hij zijn zelfbeheersing verloor. Het is moeilijk zonder hem maar het is toch beter dat hij weg is”, vertelt de vrouw.

Huiselijk geweld

Oorlog zorgt voor een explosie van seksueel en huiselijk geweld. Een rapport van Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Cordaid in samenwerking met lokale organisaties concludeert dat de groei van huiselijk geweld in Zuid-Soedan het gevolg is van de slechte leefsituatie en de traditionele, patriarchale maatschappij. Van vrouwen wordt sowieso verwacht dat ze thuisblijven, financieel afhankelijk zijn van hun echtgenoten en vooral hun mond houden. Uit het onderzoek blijkt dat 82 procent van de vrouwen gelooft dat ze geweld moeten tolereren om de familie bij elkaar te houden.

Jonge mannen in Gudele hangen rond op schaduwrijke plekken. Geld voor school is er niet. Ze hebben de hoop op een baan opgegeven. En trouwen is uitgesloten omdat ze geen bruidsschat kunnen betalen. Enkele zitten op stenen bij een simpel theehuisje. Het ontbreekt ze aan geld om iets te kopen, maar eigenaresse Agnes Hassan (28) laat ze gratis water drinken uit een van haar jerrycans. “Het leven is al jaren beroerd en het wordt steeds moeilijker om rond te komen”, vertelt ze, terwijl ze theezet. “Die jongeren eten niet altijd, waardoor ze regelmatig ziek zijn.”

Hassan heeft op veel verschillende plaatsen gewoond, omdat haar vader militair was en zijn gezin hem altijd volgde. “Hij is inmiddels met pensioen en woont in zijn geboortedorp”, zegt ze, terwijl ze een slokje van haar mier­zoete thee neemt. “Geen cent pensioen krijgt hij van de overheid, en van mij en de andere kinderen wordt verwacht dat we geld sturen zodat hij overleeft.”

Ze houdt zelden iets over van wat ze verdient en toch probeert ze maandelijks haar steentje bij te dragen. “Ik vraag me af hoeveel armer ik kan worden en hoeveel rijker onze leiders. Misschien moet ik het voorbeeld van andere Zuid-Soedanezen volgen die naar het buitenland zijn gegaan.”

De naam van de anonieme moeder is bekend bij de redactie.

Mabil Chiengkuach gekleed in een eigen ontwerp.Beeld Samir Bol

Mabil Chiengkuach (26)

“Armoede weerhoudt me er niet van te dromen over een mooiere toekomst. Ik heb altijd veel aandacht besteed aan hoe ik me kleed. Ik wilde niet alleen maar dragen wat anderen besloten dat de mode op dat moment was. Met een stel gelijkgezinde vrienden begonnen we een jaar geleden zelf kleren te maken. Er was in Juba weliswaar tweedehands, westers spul te koop maar zo wilden we er niet bijlopen.

“We maken een mix van traditionele kleding met westerse, oosterse of wat voor invloed dan ook. We noemen het Kush Vintage. Kush was de naam van een koninkrijk dat ooit voor de jaartelling een deel van Soedan en Zuid-Soedan omvatte, dus ons verleden. We gebruiken het liefst kleurrijke stoffen uit het buurland Congo die beter bij ons passen dan het zwart, bruin en grijs uit het Westen. We hebben al een paar keer op bijeenkomsten ons werk kunnen tonen.

“We willen, als de situatie verbetert, een bedrijf oprichten waarin we niet alleen onze creativiteit kwijt kunnen, maar ook werkplaatsen kunnen creëren voor bijvoorbeeld kleermakers. Dan kan ik mijn baan bij een reisbureau opgeven en me helemaal wijden aan kleren ontwerpen.”

Shilu Ana-chauffeur Samwel Henry.Beeld Samir Bol

Samwel Henry (28)

“Ik studeerde politicologie, maar moest het opgeven toen ik het schoolgeld niet meer kon betalen. Tot mijn geluk kreeg ik een maand geleden een baan bij Shilu Ana (‘neem me mee’). Dat is ons alternatief hier voor wat bij jullie Uber is. Het bedrijf is sinds begin dit jaar operationeel, het was het idee van een accountant die genoeg had van zijn baan bij de centrale bank. Hij en zijn vrouw schraapten geld bij elkaar, kochten tweedehandsauto’s en lieten een app ontwikkelen.

“In Zuid-Soedan moeten we het hebben van privé-initiatieven, want de overheid zorgt niet voor werk. Door Shilu Ana ­hebben ik en negentien anderen een baan. Ik gebruik mijn salaris om terug te gaan naar de universiteit. Onze werktijden zijn daarvoor prima, want we draaien om de dag een dienst van twaalf uur. Daarom zijn er twee chauffeurs per auto.

“We hebben natuurlijk weleens problemen omdat we nog niet perfect de weg weten in Juba en ook is het internet vaak niet goed, zodat de gps niet werkt. De meeste van onze klanten zijn Zuid-Soedanezen die in het buitenland wonen en op bezoek komen, en ook steeds meer buitenlanders weten ons te vinden.”

Lees ook: 

Eerst ruziede Zuid-Soedan over olie, nu riskeert het land opnieuw een burgeroorlog 
Eerst waren de oliebelangen in Zuid-Soedan de brandstof voor een burgeroorlog. Nu vormt de corrupte goudwinning een groot risico. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden