Vrijwilligers Erik Phillips (l) en Larry Sherk folderen voor de campagne van Tulsi Gabbard in een wijk van Claremont, New Hampshire.

ReportageCampagnetijd

Voorverkiezingen in de VS: een bizarre en onuitroeibare geschiedenis

Vrijwilligers Erik Phillips (l) en Larry Sherk folderen voor de campagne van Tulsi Gabbard in een wijk van Claremont, New Hampshire.Beeld Ellen Kok

Maandag gaan Democraten in Iowa naar stemvergaderingen om uit te maken wie in november Donald Trump moet uitdagen. Op 11 februari zijn de voorverkiezingen in New Hampshire. Politiek Amerika houdt de adem in, want winst in die twee kleine staten kan een kandidaat vleugels geven.

“Wat heb je voor rotzooi in mijn brievenbus gedaan? Haal het eruit!” Zo vijandig maakt Erik Phillips het niet vaak mee tijdens zijn deur-tot-deurtocht door Claremont, New Hampshire. Bedeesd en een beetje bang loopt hij terug naar de veranda van het huis waar hij, omdat er niemand opendeed, pamfletten achterliet van Tulsi Gabbard. Dat Congreslid uit het verre Hawaï wil president van de Verenigde Staten worden. En dus reist ze nu stad en land af, voorafgegaan door vrijwilligers als Erik, en Larry Sherk, die Erik een deel van de dag helpt, in de twee staten waar geen kandidaat omheen kan: New Hampshire en Iowa.

Er ligt sneeuw op de straten van Claremont als de twee allebei een huizenblok afwerken, op zoek naar potentiële Gabbard-stemmers. Larry in het bedaarde tempo dat past bij zijn leeftijd (82 jaar). Erik (34) gaat rennend van huis naar huis, om in conditie te blijven voor zijn hobby, het lopen van marathons. Het is zes graden onder nul, na een nacht van min ­zeventien. Die sneeuw blijft vermoedelijk liggen tot ver in april. Aan dat klimaat heeft New Hampshire zijn bovenmaatse invloed op de Amerikaanse politiek te danken. Als het er eenmaal gaat dooien, kan het smeltwater van de sneeuw niet zomaar weg, de ondergrond is nog een tijd bevroren. Onverharde wegen worden daardoor verraderlijke glijbanen: het ‘modderseizoen’ begint, dat weken kan duren.

De honderden stadjes op het platteland van New Hampshire houden daarom vanouds hun town meetings – vergaderingen waarin burgers stemmen over bestuur en begroting – in de winter, en dus kozen ze die periode ook toen in 1916 de voorverkiezingen werden ingevoerd voor het presidentschap. Dat New Hampshire daardoor een van de eerste staten was waar ze met de presidentsverkiezing bezig gingen, was een bijzaak. Totdat Jimmy Carter toesloeg.

Jimmy Carter

Gabbard-vrijwilliger Erik Phillips was nog niet eens geboren toen de landelijk totaal onbekende pindaboer uit Georgia – tevens ex-gouverneur van die staat – in 1976 verrassend won in de caucuses, de stemvergaderingen, van Iowa en daarna in de voorverkiezing van New Hampshire. Met als gevolg dat Carter door de media en kiezers in het hele land opeens serieus werd genomen en uiteindelijk de nominatie en het presidentschap won.

Hoe lang dat ook geleden is, Phillips moest meteen aan Carter denken toen hij begin ­januari in Laconia in New Hampshire (inwonertal 16.000) Tulsi Gabbard voor het eerst hoorde spreken en bekeerd raakte. Ook zij is een kandidaat die het niet moet hebben van de partij-elite. Ze maakte daar zelfs vijanden toen ze in 2016, als vicevoorzitter van het landelijke partijbestuur van de Democraten, niet mee wenste te doen met de onderhandse bevoordeling van Hillary Clinton ten koste van Bernie Sanders, en aftrad.

Maar er is een groot verschil tussen 1976 en 2020: destijds was Carter een pionier, die met een vroege en intensieve campagne zorgde dat kiezers in de vroegst stemmende staten zijn naam kenden, terwijl anderen daar minder moeite voor deden. Nu begon Gabbard als een van een kleine dertig kandidaten, van wie er nu nog elf over zijn. In de peilingen in New Hampshire staat ze op een bedenkelijke zesde plaats, in Iowa is ze helemaal nergens.

Oppassen dat je niet voorverkozen wordt

Primary is in het Amerikaanse ­Engels niet alleen een zelfstandig naamwoord, maar ook een werkwoord. Een lid van het Congres dat iets doet wat zijn achterban niet zint, kan primaried worden, ‘voorverkozen’. En dat is niet best. Om herkozen te worden moet hij of zij immers, net als een presidentskandidaat, een voorverkiezing binnen de eigen partij winnen. Daar komen doorgaans de meer politiek geïnteresseerde kiezers op af, met de meest uitgesproken standpunten. Primaried worden betekent dat je bij die verkiezing een tegenstander op je dak krijgt die belooft zich beter te houden aan wat de achterban wil en geen slappe compromissen zal sluiten. Die situatie heeft grote gevolgen voor het functioneren van het Congres. Dat bleek tijdens de impeachment-stemming in het Huis en het daarop volgende proces in de Senaat: bijna geen ­Democraat neemt het op voor ­Donald Trump en bijna geen enkele Republikein wijst de daden van de president af.

Volksvertegenwoordigers zijn altijd wel enigszins volgzaam, maar het is veel extremer geworden, zegt hoogleraar Bruce Schulman van Boston University. “Dat komt door twee grote veranderingen. Een is gerrymandering. De overgrote meerderheid van de Congresleden zit in een veilig district, waarvan de grenzen zo getrokken zijn dat je je geen zorgen hoeft te maken over de kiezers van de andere partij.”

“De andere factor is het ideologisch ‘uitsorteren’ van de twee partijen. Tot de jaren zeventig waren de Democratische en Republikeinse partijen ideologisch divers, je kunt zelfs zeggen incoherent; ze waren geen van beide totaal links of rechts. Om te regeren moest ­elke partij wel een compromis tussen links en rechts formuleren, zodat de partij niet zou scheuren. Nu hoeft dat niet meer.”

Zwak systeem

Want sinds Carter weet elke politicus met presidentiële ambities wat hem of haar te doen staat: de vroeg stemmende staten heel vroeg bezoeken, in de publiciteit komen en vrienden maken onder de plaatselijke politici. En als het zover is dat de ambitie openlijk kan worden toegegeven: campagnevoeren tot je erbij neervalt, op jaarmarkten, in pubs en gymzalen, en van deur tot deur. Een van de Democratische kandidaten van dit jaar, oud-Congreslid John Delaney uit Maryland, begon daar al mee in de zomer van 2017 – wat hem overigens geen meetbare aanhang heeft bezorgd, afgelopen vrijdag gaf hij de strijd op.

Dat alles levert Iowa en New Hampshire – en in mindere mate South Carolina en Nevada, de staten die als derde en vierde hun voorverkiezingen houden – een hoop inkomsten op. De kandidaten geven miljoenen uit aan reizen, het huren van zalen, folders, borden die mensen in hun tuin kunnen zetten en niet te vergeten: tv-spots. Geen wonder dat ze hun voorsprong zorgvuldig koesteren. New Hampshire heeft zelfs in de wet vastgelegd dat het altijd als ‘eerste in de natie’ zijn voorverkiezingen zal houden en alleen de stemvergaderingen van Iowa voor zich zal dulden. Ook Iowa is niet van plan ooit nog zijn eerste plaats af te staan.

En daar moet Amerika het maar mee doen, verzucht Bruce Schulman. De verkiezingshistoricus, hoogleraar aan Boston University, heeft weinig goede woorden over voor de eerste fase van de presidentsverkiezingen. “Het is een lang uitgesponnen, ongelooflijk ingewikkeld en niet erg efficiënt product van een lange en bizarre geschiedenis. Geen enkel ander democratisch land heeft zoiets. Ik kan me niet voorstellen dat je, tenzij je in Iowa of New Hampshire woont, of South Carolina, het huidige systeem goed vindt.”

Een bewijs van de zwakte ervan is iedere dag op televisie te zien, zegt Schulman. “In de vroege twintigste eeuw vonden progressieve hervormers dat de partijen onder de plak zaten van de rijken en de machtigen. Die waren niet gevoelig voor wat het volk wilde, voorverkiezingen moesten voor een zuivering zorgen. Wel, inmiddels hebben we een miljardair in het Witte Huis en twee miljardairs die kandidaat zijn om hem uit te dagen. En het inzamelen van geld is een van de meest belangrijke aspecten van het systeem.”

Doorslaggevend

Die hervormers van de vorige eeuw wonnen definitief het pleit bij de Democraten na de verloren verkiezing van 1968. President Lyndon Johnson, gebukt onder de last van de Vietnamoorlog, zag af van een poging herkozen te worden nadat hij de voorverkiezingen in New Hampshire maar net won. De partij moest een nieuwe kandidaat zoeken. Dat werd Hubert Humphrey.

“In dat jaar hielden de Democraten nog maar in vijftien staten voorverkiezingen”, vertelt Schulman. “Hoeveel daarvan denk je dat Humphrey won? Niet één – want hij deed nergens mee! Maar hij werd wel de kandidaat, omdat de partij-elite het proces beheerste.”

Dat opende een kloof tussen die elite en veel kiezers. Bij die vijftien voorverkiezingen hadden steeds kandidaten gewonnen die onmiddellijk wilden stoppen met de oorlog in Vietnam. Dat was Humphrey niet van plan. Terwijl de partijconventie hem in Chicago op het schild hees, waren er buiten demonstraties en rellen. En nadat Humphrey de verkiezingen verloor van Richard Nixon, werd besloten tot verdere democratisering van het selectieproces. Voorverkiezingen werden doorslaggevend.

“En de Republikeinse partij ging er vanzelf in mee”, vertelt Schulman. “Wanneer staten voorverkiezingen organiseerden, deden ze het voor beide partijen. En terwijl bij de Democraten allerlei groepen ervoor pleitten, zoals vrouwen en minderheden, was er bij de Republikeinen ook een beweging van onderop, Nieuw Rechts. Die ontstond nadat het Ronald Reagan in 1976 net niet lukte om Gerald Ford van de kandidatuur af te houden. Sindsdien is de macht van de gevestigde orde bij de Republikeinen ook steeds kleiner geworden. In 2016 wilde de elite iedereen behalve Trump, maar ze stonden machteloos.”

Ook voor Tulsi Gabbard, Congreslid uit Hawaï, is het belangrijk om zichtbaar te zijn bij voorverkiezingen in kleine staten als Iowa.Beeld AFP

Dat leverde de Republikeinen dat jaar, tot verbazing van vriend en vijand, het presidentschap op. Maar een kandidaat die het in de voorverkiezingen goed doet, is bepaald geen garantie op goede kansen in de presidentsverkiezingen zelf. Berucht is de uitslag van 1972, toen de Democraten in 34 van de 50 staten voorverkiezingen hielden. De partij maakte een ruk naar links en stuurde George McGovern als kandidaat in het veld tegen Nixon. Nooit werd een kandidaat zo verpletterend verslagen, McGovern haalde slechts 37 procent van de stemmen. Nixon, op dat moment al geconfronteerd met het Watergate-schandaal, kreeg 61 procent. In het kiescollege zag het er nog erger uit: alleen de staat Massachusetts en de hoofdstad Washington stonden aan McGoverns kant.

Voor McGovern, een van de voorvechters van voorverkiezingen, was het een grote teleurstelling: “Ik heb de deuren van de Democratische Partij opengezet, en twintig miljoen mensen liepen eruit.” Kan het systeem verbeterd worden? Schulman is er niet optimistisch over. Hij vindt het wel een vooruitgang dat steeds meer staten op dezelfde dag hun voorverkiezing houden. Op 3 maart gaan Democraten en Republikeinse kiezers in veertien staten naar de stembus, waaronder de reuzen ­Californië en Texas. Daarmee is dat al halfweg een nationale voorverkiezing.

Dat zou eigenlijk het beste zijn, vindt Schulman: “Iowa en New Hampshire zijn niet representatief. Een landelijke voorverkiezing zou de onredelijk grote invloed van die kleine, demografisch homogene, door het platteland gedomineerde staten wegnemen. Maar het zou ook kandidaten dwingen een landelijke campagne te voeren, voornamelijk via de ­media, ze hoeven dan niet meer van deur tot deur te gaan in een paar kleine staten. Wie weinig geld heeft, maakt daardoor nog minder kans. Of dat goed of slecht is, daar kun je over discussiëren.” Een landelijke voorverkiezing zou dan ook best wat later in het jaar mogen. “De meeste andere landen kiezen een datum, hebben een verkiezing, en formeren een regering in minder tijd dan wij nu al aan deze campagne hebben besteed.”

Zombieland

Erik Phillips vindt de Amerikaanse manier om een president te kiezen ook ‘een vreselijk proces’’ . “Een duidelijk defect en oneerlijk. Dat is een andere reden dat ik Tulsi steun, ze heeft de beste voorstellen om de financiering van verkiezingen te hervormen. Nu kunnen belangengroepen politici gewoon kopen.”

En dan is er nog het aanpassen van districtsgrenzen om de ene of de andere partij te bevoordelen, en de samenstelling van het kiescollege, die kleine staten buitengewoon veel macht geeft. Phillips: “De grondwet is geschreven voor een land met een totaal ander demografisch profiel dan we nu hebben. Er zou een grondwetgevende conventie moeten komen om de regels helemaal te herschrijven.”

Maar ondertussen vindt hij het heerlijk om de straten van Claremont en andere plaatsen in New Hampshire af te lopen, op zoek naar geïnteresseerde kiezers. “Ik vind het enorm de moeite waard. Campagnevoeren in New Hampshire kan deprimerend zijn; je waant je soms in zombieland, veel mensen zijn apathisch, of high. Maar je wordt ook verwelkomd en als je mensen betrokken kunt maken, verhoog je de kans dat er iets verandert. Ik doe het bijna om een spirituele reden. Succes is niet hetzelfde als winnen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden