Oorlog in Oekraïne

Voor de ooit zo trotse en rijke Donbas is het laatste offensief van de Russen de genadeslag

Kenmerkend voor het landschap in de Donbas: de ‘terrikons’, flinke bergen gruis uit de kolenmijnen. Beeld ANP / AFP
Kenmerkend voor het landschap in de Donbas: de ‘terrikons’, flinke bergen gruis uit de kolenmijnen.Beeld ANP / AFP

Acht oorlogsjaren lang streden trots en trauma om voorrang in de fabrieken en kolenmijnen van de Donbas. Het Russische offensief in de regio betekent de genadeslag voor het industriële oosten van Oekraïne, schrijft verslaggever Michiel Driebergen.

Michiel Driebergen

Het lijkt wel gisteren dat ik voor het eerst de Donbas binnenreed. Omdat de brug over de Severski Donets was opgeblazen, moesten we over een pontonbrug. Nog hoor ik het gerammel van de wielen over de geïmproviseerde metalen platen. Na de oversteek werd alles anders. Grote fabrieken verrezen en het landschap van de ‘terrikons’ ontvouwde zich: de bulten mijngruis in piramidevorm, die horen bij de steenkool-industrie.

Ook zag ik voor het eerst de gevolgen van de oorlog, die toen, in de zomer van 2014, net begonnen was. Huizen waren verwoest en mensenlevens kapot. Maar in de Donbas krijg je de mensen niet zomaar klein, leerde ik in de jaren die volgden.

De eerste stad die ik bezocht, Slavjansk, was net weer in handen gevallen van het Oekraïense leger. Langs de weg trof ik wrakken van pantservoertuigen aan. De stad zelf oogde grotendeels verlaten. Ik sprak getuigen van de oorlog: drie vrouwen, die naar hun deels verwoeste appartementencomplex stonden te kijken. “Het waren de separatisten die schoten”, zei een van de vrouwen. “Nee, het Oekraïense leger”, verbeterde de ander haar. “De Russen provoceerden het leger, dat vervolgens begon te schieten”, besloot de derde.

Alle politici zijn criminelen

Over politiek en over oorlog konden de vrouwen kort zijn: alle politici zijn criminelen, en de oorlog was hen overkomen – als een hevige storm die net tot bedaren is gekomen. Liever spraken ze over alles wat hun stad te bieden had: de machinebouw, de tegelfabriek en het kuuroord met geneeskrachtig modderwater. Zeker, sommigen hadden heimwee naar president Janoekovitsj, onder wie er tenminste vrede was geweest. Anderen zeiden te hopen dat Kiev eindelijk zou geven om hun stad. Maar als je vroeg naar hun loyaliteit, dan klonk het antwoord als uit één mond: ‘de Donbas’.

Door de vele kolenmijnen in de Donbas kom je er vaak torens van liftschachten tegen, waardoor mijnwerkers naar de diepte worden vervoerd. Beeld ullstein bild via Getty Images
Door de vele kolenmijnen in de Donbas kom je er vaak torens van liftschachten tegen, waardoor mijnwerkers naar de diepte worden vervoerd.Beeld ullstein bild via Getty Images

Ze hadden nogal wat om trots op te zijn. Neem het landschap: de indrukwekkende hoogvlakten, de uitgestrekte zonnebloemvelden die we kennen van de ramp met de MH17, de zwarte aarde waarop alles wat je wilde groeien kon. Dan was er nog de rijkdom onder de grond. De terrikon werd steevast vergezeld van de toren van de liftschacht: een metalen constructie met een draaiend rad aan top. Enkele kolenmijnen nabij de frontlinie sloten de deuren, maar veel andere functioneerden volop. De mijn gaf leven; de steenkoolwinning vormde de bloedsomloop van de Donbas.

Afgelopen zomer had ik eindelijk de mogelijkheid de mijnwerkers te interviewen. Ik ontmoette hen in frontstadje Toretsk, vlak voordat ze ruim een kilometer afdaalden onder de aardkorst. Daar verdienden ze kruipend hun brood. Mijnwerker Vasili vertelde me hoe hij, in temperaturen die opliepen tot 40 graden Celsius, met metalen en houten palen in de weer was. Met een gebrek aan zuurstof en een overschot aan zweet stutte hij nieuw geboorde mijngangen. Dan kon de zabojsjtsjik, ofwel kolenhakker Oleksandr aan de slag. Het winnen van steenkool deed hij met de hand, met pikhouweel en pneumatische hamerboor. “Zo zwart als onze huid ziet, zo zijn onze longen.”

Verlangen naar het respect van vroeger

Van heimwee naar de Sovjettijd kon je deze dertigers niet betichten. Wel verlangden ze naar het respect dat hun voorouders – drie, vier generaties mijnwerkers – hadden genoten. In 1988 waren er maar liefst zes kolenmijnen in Toretsk. De kolenmijn die ik bezocht, Tsentralnaja, was alleen al goed voor jaarlijks een half miljoen ton steenkool. De onderscheidingen van de Communistische Partij, voor recordopbrengsten en uitmuntende prestaties van mijnwerkers, hingen prominent in de centrale hal, gelardeerd met hamer en sikkel. “Toen ik opgroeide, investeerden ze in de mijn, en zorgden ze voor de mensen. Nu voelt het alsof niemand om ons geeft”, zei Vasili.

Op pro-Russische overtuigingen kon ik de mijnwerkers evenmin betrappen. Ja, ze spraken Russisch, maar dat was volkomen logisch in de Donbas. Een eeuw lang waren de arbeiders van heinde en ver aangevoerd: vanuit de Oeral, vanuit Rostov, vanuit Kazachstan en Oezbekistan; het Russisch was de lingua franca. De Sovjet-historie maakte wel dat Moskou voor velen nader voelde dan Kiev, behalve misschien in de periode dat de lokale politicus Viktor Janoekovitsj president was.

null Beeld

De Majdanrevolutie in 2014, waarbij de Oekraïners hun keuze voor Europa kenbaar maakten, leidde tot onrust in de Donbas. Dat gevoel werd door Rusland gretig uitgebuit, door een volksopstand te simuleren en vervolgens met huurlingen en militairen de oorlog te voeden.

Toch is, met een blik op de geschiedenis, ‘Europa’ geen vreemde in de Donbas. Toen in de tweede helft van de negentiende eeuw een schat aan grondstoffen werd ontdekt, nodigde tsarina Catharina Europese industriëlen uit om de Donbas te ontginnen. De regionale hoofdstad Donetsk ontstond in 1869, toen John James Hughes, een zakenman uit Wales, er een metaalfabriek bouwde. De opdrachtgevers van de eerste mijnschacht van Tsentralnaja (1895) waren Duitse investeerders; een ruïne van een lutherse kerk op het terrein van de kolenmijn herinnert aan de pioniers van toen.

Werkijver en spierballen werden beloond

De zware industrie en de nadruk op brute mankracht gaf de Donbas een ruig imago. Omdat de Europese ondernemers goedkope arbeidskrachten wensten, waren de eerste mijnwerkers en fabrieksarbeiders bannelingen en vrijgelaten gevangenen. In de gloriejaren van de Sovjet-Unie werden werkijver en spierballen beloond. Na de omwenteling, begin jaren negentig, ving de Donbas de hardste klappen op van de economische teloorgang. Veel fabrieken gingen failliet. Toen ik in 2015 op zoek ging naar oorlogstrauma’s, stuitte ik op een veel dieper zittende sociale problematiek: drank- en drugsmisbruik, weeshuizen en verscheurde gezinnen. Het waren gevolgen van de wijdverbreide werkloosheid.

De laatste jaren liep de industrie van de Donbas op de laatste benen. Veel bedrijven vervaardigden op steenkool gebaseerde producten, middels chemische processen die door ons als ongezond en onrendabel worden beschouwd. In 2018 bezocht ik een fabriek in het plaatsje Novgorodske, nabij Toretsk, waar naftaleen werd geproduceerd. Met dat goedje, dat wordt gewonnen uit steenkoolteer, werden rond de Eerste Wereldoorlog explosieven gemaakt. Nu dient naftaleen als grondstof voor oplosmiddel en mottenballen. De producten werden wereldwijd geëxporteerd, maar in het stadje hing altijd een penetrante geur.

Ook Novgorodske werd gesticht door Duitse kolonisten – mennonieten – die hun nederzetting in 1877 ‘Neu Jork’ noemden. Een van de initiatiefnemers, industrieel Jakob Niebuhr, wilde met die naam zijn jonge Amerikaanse vrouw paaien. In 1951, tijdens de Koude Oorlog, doopten de Sovjets de stad om tot Novogorodske. Pas zeventig jaar later, in 2021, werd de stad weer ‘New York’ genoemd: een lokaal initiatief dat door Kiev werd gesteund. Tijdens mijn onderzoek ter plekke leidde de burgemeester me naar de top van de heuvel, waar hij de graven van de stichters toonde. Vanaf die plek kon je Horlivka zien liggen, een stad die door ‘separatisten’ was bezet.

De oorlog bracht de Donbas de genadeslag. Al acht jaar lang loopt er een vierhonderd kilometer lange frontlinie dwars door de regio, met loopgraven, militaire posities en artillerieposten. Het was niet nodig geweest: de mensen aan de ene kant waren niet anders dan de mensen aan de andere kant. De bewoners konden Porosjenko of Poetin verwensen, maar hadden geen problemen met elkaar. Over de imperiale drift van Rusland haalden de bewoners hun schouders op; het Oekraïense patriottisme was hen wezensvreemd. Het conflict was hen overkomen. Opgelegd.

Al anderhalf jaar elke dag de schuilkelder in

De gevolgen waren wel angstig concreet. In Mariinka, een voorstadje van Donetsk, sprak ik in 2015 de 9-jarige Alissa en haar moeder, die al anderhalf jaar elke dag de schuilkelder in moesten. In Avdiivka, een stad met een reusachtige chemische fabriek, ontmoette ik de 21-jarige fabrieksarbeider Sergej, die voor zijn jongere broer zorgde, nadat zijn beide ouders waren omkwamen bij een brand. In Toretsk werd in 2018 de 15-jarige Daria gedood bij een mortieraanval, toen ze vanuit huis de achtertuin inliep. In 2020 overleed Valentina, de leidster van het buurthuis in mijnstadje Tosjkovka; zij zorgde voor alle jongeren van het dorp, maar kon haar eigen oorlogstrauma niet aan. In de wintermaanden leek al het licht soms uit de Donbas weggezogen.

 Novgorodske werd in 1877 gesticht door Duitse kolonisten, met de naam ‘Neu Jork’.  De Sovjets doopten de stad om tot Novogorodske, maar sinds 2021 is 'New York' weer de officiële naam.  Beeld ANP / AFP
Novgorodske werd in 1877 gesticht door Duitse kolonisten, met de naam ‘Neu Jork’. De Sovjets doopten de stad om tot Novogorodske, maar sinds 2021 is 'New York' weer de officiële naam.Beeld ANP / AFP

De gebondenheid aan de eigen grond en de baan bij de fabriek of kolenmijn weerhielden de bewoners er tot op het laatst van te vluchten. Het waren de vrouwen die de gemeenschappen bijeen hielden. Zo gaf winkelier Oksana in Stachanovka mijnwerkers wiens salaris uitbleef gratis boodschappen. In het dorpje Vroebivka zorgde buurthuis-vrijwilliger Lena voor de kinderen die een ouder verloren in de oorlog. In Latotsjkine toverde Olja een leegstaande schuur om tot levendig buurtheater. Ze kookte voor je als je er kwam. “Eet, eet”, gebood ze, telkens als ik even mijn vork neerlegde.

De mannen hielden zich een beetje schuil. Tot het moment dat de accu weer eens leeg was, of de wielen in de modder waren vastgedraaid. Dan kwamen ze plotseling tevoorschijn, gehuld in kaplaarzen en regenkledij: een korte groet, een snelle blik onder de auto en dan duwden ze met kolenschoppen van handen het voertuig weer op gang. Mocht het niet meteen werken, dan schepten ze wat ‘zoezelka’ onder de banden: bruin-zwart gruis, waarop de banden grip krijgen. Het begrip schijnt alleen in de Donbas te bestaan.

Gespeend van ideologie als ze zijn, koesterden veel inwoners van de Donbas de illusie dat de oorlog slechts draaide om materiële belangen. “Het gaat om grosji, geld. Beide kanten verdienen aan de strijd”, hielden ze vol. “Laten ze bij elkaar gaan zitten en een oplossing verzinnen.”

Nu zijn zelfs bovengenoemde vrouwen uit hun dorpen en steden vertrokken. Het lot van de mijnwerkers en de arbeiders is ongewis. De kolenmijn Tsentralnaja is voor het eerst sinds de oprichting dicht; de fabriek in New York lag al meermaals onder vuur.

De inwoners van de Donbas hadden zich neergelegd bij het besef dat hun bestaan langzaam maar zeker erodeerde. Op de furie van het Russische offensief, en de wil tot dodelijke destructie waren ze niet voorbereid.

Lees ook:

Een oorlog woedt in Oost-Oekraïne, maar de mijnwerkers willen door. ‘Niemand geeft om ons’

In de Oost-Oekraïense regio Donbas dalen dagelijks duizenden mijnwerkers af in een duistere, hete, stoffige wereld. De mannen zijn trots op hun harde werk, maar nu de oorlog bovengronds voortduurt groeit de angst dat het einde van de kolenindustrie nadert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden