ReportageVerkiezingen VS

Voor de gunst van de arbeidersklasse moet je in Pittsburgh tegenwoordig bij het zorgpersoneel zijn

Democraat Summer Lee wordt mogelijk de eerste zwarte vrouw die voor Pennsylvania in het Congres komt. Beeld REUTERS
Democraat Summer Lee wordt mogelijk de eerste zwarte vrouw die voor Pennsylvania in het Congres komt.Beeld REUTERS

Vandaag zijn er tussentijdse verkiezingen in Amerika. In Pittsburgh probeert de Democratische partij weggelopen arbeiders terug te lokken. Maar wie zijn dat eigenlijk? Niet meer de staalarbeiders van weleer.

Seije Slager

Op weg naar de auto, met een paar onhandig grote verkiezingsborden onder haar arm, struikelt Peggy Watson over een richeltje, en valt precies op de knie waar ze onlangs aan geopereerd is. Ze krabbelt weer op, en vervolgt haar weg, naarmate de dag vordert met toenemende moeite.

Maar deze zondag thuis op de bank zitten is geen optie. Er moet op deuren geklopt worden. Het is spannend in kiesdistrict 17 van Pennsylvania, dat zich van de voorsteden van Pittsburgh naar het noorden uitstrekt. Democraat Chris Deluzio, voor wie Watson zich inzet, is in een nek-aan-nek-race met Republikein Jeremy Shaffer verwikkeld om de zetel in het Huis van Afgevaardigden.

Voor Watson staat haar geestelijke gezondheid op het spel, zo voelt het althans. “Toen Trump verkozen werd, ging ik te veel drinken, zo depressief werd ik daarvan”. Nu werkt ze dus als vrijwilliger, een betere manier om frustraties te kanaliseren. Deze middag gaan ze langs de deuren in Aliquippa, een voorstad van Pittsburgh. Haar man Bob blijft in de auto achter het stuur zitten, en voert de resultaten van de gesprekjes in in een computersysteem waarmee de vrijwilligers nogal worstelen.

Vrijwilliger Peggy Watson gaat van deur tot deur om haar Democratische kandidaat aan te prijzen. Beeld  Seije Slager
Vrijwilliger Peggy Watson gaat van deur tot deur om haar Democratische kandidaat aan te prijzen.Beeld Seije Slager

Voor de Democratische partij staat hier een belangrijke strategische keuze op het spel. Ooit kon de partij als vanzelfsprekend rekenen op de stemmen van de arbeiders in de staalindustrie, die plaatsjes als Aliquippa decennialang domineerde. Maar sinds de staalfabrieken enkele decennia geleden in het slop raakten en de arbeiders wegtrokken, ging het ook bergaf met de steden en hun bewoners. De Rust Belt heet het hier nu, naar de roest die overal het ooit zo trotse staal aanvreet. Veel kiezers liepen over naar de Republikeinen, toen Trump beloofde om de industrie opnieuw te laten bloeien.

Conservatieve vaderlandsliefde

In de boodschap van Chris Deluzio hoor je een duidelijke poging om in te haken op die politieke verschuivingen. Hij combineert economisch populisme met een vleugje conservatieve vaderlandsliefde. “Chris Deluzio schrok zo van de aanslag van 11 september dat hij in het leger ging om zijn land te dienen”, zo klinkt het in een van de samenvattingen die Peggy Watson deze middag afdraait. “Maar nu wil hij er hier voor zorgen dat de grote bedrijven hun spullen niet in China maken, maar hier, en dat ze gewoon belasting gaan betalen, zodat wij hier dingen voor de gewone mensen kunnen doen.”

Dat dat laatste nodig is, ziet iedereen die hier rondkijkt. Watson en haar man, beiden gepensioneerd en wit, woonachtig in een gated community, vallen ietwat uit de toon in deze buurt waar vooral zwarte Amerikanen in krakkemikkige, goedkope huizen wonen. Misprijzend bekijkt ze sommige vervallen veranda’s (‘Ik zou hier eigenlijk het liefste met een pot verf aan de slag gaan’). Ze klaart op bij iedere goed aangeharkte tuin of netjes geverfde balustrade (‘Kijk, hier maken de mensen er wat van!’).

Maar de problemen hier laten zich niet met een opgeruimde veranda bezweren, dat weet ze ook wel. “Sinds de staalindustrie hier is weggetrokken, is hier geen perspectief meer. Dit is een gebied van hopeloosheid.”

Dat het hier zo close is, heeft te maken met de industriële ineenstorting van dit gebied, beaamt Tristan McClelland, die namens de campagne van Deluzio de vrijwilligers aanstuurt. “De belangrijkste reden waarom Trump Pennsylvania in 2016 won, is dat hij beloofde om de handelsverdragen op te zeggen, de industrie terug te brengen naar Amerika en de verre oorlogen te beëindigen. Dat zijn allemaal betekenisvolle onderwerpen voor mensen uit de arbeidersklasse in dit gebied. En het zijn ook de dingen waar mijn kandidaat in gelooft.”

Democraten in het hele land zien met spanning uit naar de uitslag in dit district, die een wegwijzer kan zijn voor het terugwinnen van de arbeidersklasse.

Progressieve agenda

Maar het economisch populisme van Chris Deluzio is niet het enige mogelijke antwoord. Want in het aangrenzende kiesdistrict 12 legt kandidaat Summer Lee net iets andere accenten. Lee kan de eerste zwarte vrouw worden die namens Pennsylvania in het Congres komt. Zij probeert de oude staalarbeiders niet naar de mond te praten, maar heeft een duidelijk progressieve agenda, waarin milieu, raciale ongelijkheid en politiehervormingen prominente onderwerpen zijn.

Chris Deluzio (links) is de Democratische kandidaat voor het Congres in een kiesdistrict bij Pittsburgh. Beeld AP
Chris Deluzio (links) is de Democratische kandidaat voor het Congres in een kiesdistrict bij Pittsburgh.Beeld AP

Bij de voorverkiezingen keerden sommige vakbonden uit de oude industriële sectoren zich tegen haar. Dat Lee erop hamert dat ook grote bedrijven zich aan milieuwetgeving moeten houden, kan werkgelegenheid kosten, vrezen die. Zij wijst erop dat iedereen de lucht moet inademen die rondom Pittsburgh viezer is dan elders.

Ze won toch, en heeft het op 8 november iets makkelijker dan Deluzio. Haar kiesdistrict beslaat behalve de oude staalstadjes ten zuiden van Pittsburgh ook het grootste deel van die stad zelf. En Pittsburgh blijft een solide Democratisch bolwerk, waar de gaten die er werden achtergelaten door de staalindustrie allang zijn opgevuld met een moderne dienstensector, en veel bedrijven zich op innovatie richten. De roestige herinneringen aan het staalverleden vormen hier tegenwoordig vooral een mooi decor voor de vele hipstercafés.

Die transformatie laat zich aflezen van de hoogste wolkenkrabber van de stad, de iconische Steel Tower. Sinds 2008 prijken daar niet langer de letters USS, van US Steel, maar de letters UPMC, die verwijzen naar het ‘University of Pittsburgh Medical Center’.

Achter die ietwat alledaagse benaming gaat een gigantisch gezondheidsimperium schuil. UPMC beheert tientallen ziekenhuizen, had vorig jaar een omzet van 21 miljard dollar, heeft meer dan 90.000 mensen in dienst, en blijft maar groeien, door een onstilbare overnamedrang.

Niet toevallig

Hoewel de identiteit van de stad nog altijd beheerst wordt door het staal, is gezondheidszorg sinds jaar en dag de belangrijkste industrie in Pittsburgh en omstreken. Eigenlijk is dat overal in de Rust Belt zo. Historicus Gabriel Winant schetste die ontwikkeling in zijn vorig jaar verschenen boek The Next Shift. De groei van gezondheidszorg in voormalige staalgebieden is niet toevallig, legt hij uit. De arbeiders in dit gebied deden relatief ongezond werk, maar ze waren dankzij de sterke vakbonden wel relatief goed verzekerd. Toen de staalindustrie wegtrok, bleef er bovendien een relatief vergrijsde bevolking achter. Allemaal factoren die een snelle groei van de zorg bevorderden.

Daar kwam nog bij dat de Amerikaanse verzorgingsstaat in veel opzichten onderontwikkeld bleef, en heel veel sociale problemen dus uiteindelijk in het gezondheidssysteem terechtkwamen, bijvoorbeeld in de vorm van chronische ziektes en verslavingen.

Dat de zorg nu de belangrijkste economische sector is, werpt een vraag op: als Democraten het hebben over de arbeidersklasse, over wie hebben ze het dan precies? Veel politici die campagne komen voeren in Pittsburgh refereren graag aan de staalarbeiders. Onbewust doemt dan de figuur van een witte, mannelijke kostwinner op, die economische gerechtigheid wil, maar die cultureel gezien ook wat conservatief is. Die figuur spookt ook nog altijd prominent rond in veel Democratische plannen om de arbeidersklasse terug te winnen. Praten over milieu, raciale ongelijkheid en politiehervormingen past niet zo goed in dat straatje.

Maar als je kijkt naar wie er tegenwoordig daadwerkelijk de laag betaalde banen uitvoeren in de grootste industrie van de staat, de zorg, dan zie je dat dat vooral vrouwen zijn, en mensen van kleur.

Mensen als Nila Payton, 42, zwart, administratief assistent in UPMC Presbyterian, een ziekenhuis in het centrum van Pittsburgh. Daar strijdt ze al jaren voor het oprichten van een vakbond. Zonder succes. Want UPMC mag dan officieel een non-profit zijn, in de praktijk is het gewoon een grote werkgever als zovele andere, met bestuurders die miljoenen verdienen, en een arsenaal aan agressieve tactieken om vakbondsvorming onder de werknemers te verhinderen.

Geen sectorbrede cao’s

In Amerika werken vakbonden iets anders dan in Nederland. Er zijn geen sectorbrede cao’s, werknemers kunnen per vestiging bij meerderheid besluiten om zich te verenigen in een vakbond, die dan het recht krijgt om met de directie te onderhandelen. Veel van Paytons collega’s schrikken daarvoor terug. “In het verleden zijn mensen ontslagen die een vakbond wilden oprichten. Ze zeggen niet direct dat dat de reden was, maar ze vinden wel een manier.”

Paytons persoonlijke situatie is precair, net als veel van haar collega's. “We zijn overwerkt, onderbetaald, en moeten vaak kiezen: betalen we de huur, of kopen we eten?” Sinds ze onlangs een kleine promotie maakte verdient ze 19 dollar per uur, maar daarvoor was het lange tijd een tientje. Terwijl ze twee jonge kinderen te voeden heeft, en voor duizenden dollars aan medische schuld heeft, bij haar eigen werkgever.

Als werknemer van het UPMC heeft Payton een ziektekostenverzekering van UPMC, waarvoor ze dan wel verplicht naar artsen van het UPMC moet gaan, en waarvoor ze ook nog eigen bijdragen moet betalen. “In december schreef de neuroloog mij een MRI-scan voor. De rekening was 950 dollar, waarvan 350 dollar vergoed werd. De rest moet ik zelf betalen.”

Ze blijft dus actievoeren. “Het piepende wiel krijgt uiteindelijk de olie, zei mijn moeder altijd.” Ze stemt straks enthousiast op Summer Lee, die ook ondersteund wordt door SEIU, de grootste vakbond in de zorg. “Zij gaat ons zeker steunen als we een vakbond op willen richten.”

Historicus Winant vraagt zich af of het genoeg is om simpelweg vakbonden op te richten, zodat slechte banen goede banen worden, net als vroeger in de staalindustrie. “Als ik van SEIU was, zou ik dat ook zeggen, maar ik denk dat het gecompliceerder is. Te beginnen omdat het personeel in de zorg is opgebouwd uit veel marginalere groepen. Die zijn makkelijker te terroriseren door werkgevers.”

Nila Payton is administratief assistent in een ziekenhuis.  Ze strijdt al jaren voor het oprichten van een vakbond. Beeld  Seije Slager
Nila Payton is administratief assistent in een ziekenhuis. Ze strijdt al jaren voor het oprichten van een vakbond.Beeld Seije Slager

Maar er is nog een factor waar ook succesvolle vakbonden in de zorg mee te maken krijgen. Namelijk dat werkgevers in de zorg, anders dan staalfabrieken, niet helemaal over hun eigen begrotingen gaan, maar deels afhankelijk zijn van overheidsbudgetten en de vergoedingen die verzekeraars bieden. “Ze zeggen: ‘We willen jullie hartstikke graag helpen, maar helaas, wij gaan er niet over, je moet bij de politiek zijn’. Werkgevers gebruiken dat argument te pas en te onpas, maar er zit ook een kern van waarheid in. Veel vakbonden in de zorg realiseren zich dat ze ook een politieke taak hebben.”

Democraten houden zich in

Of Democratische politici al een goed antwoord hebben geformuleerd op zulke specifieke problemen van werknemers in de zorg? “Nee”, zegt Winant gedecideerd.

“Democraten kiezen er meestal voor om zichzelf retorisch een beetje in te houden om zoveel mogelijk stemmen binnen te halen van oude staalarbeiders, en als ze dan eenmaal verkozen zijn proberen ze alsnog wel wat dingen te doen voor de zorgvakbonden.” Dat is ergens een logische strategie, vervolgt hij. “Als je wilt winnen in een staat als Ohio of Pennsylvania moet je je verliezen bij de oudere, witte delen van de arbeidersklasse beperken. Dat begrijp ik.”

Maar als het daarbij blijft, dan zal het ook altijd een beetje aanmodderen blijven, voorspelt Winant. Als er een toekomst is voor linkse politiek in de Rust Belt (‘En dat is een open vraag’), dan moet je ook nadenken over hoe je solidariteit tussen de verschillende delen van de werkende klasse opnieuw vorm kunt geven. “Ik denk dat dat nooit gaat lukken met een naar het verleden gericht beroep op een ouder deel van de arbeidersklasse. Mij lijkt het iets radicaler, riskanter maar mogelijk ook productiever om dan uit te gaan van de assistent-verpleegkundige als de standaardpersoon voor wie je spreekt, en je proberen voor te stellen hoe een politiek programma dat om haar draait eruit zou kunnen zien. Dan moet je op zoek gaan naar de overeenkomsten tussen haar en de persoon voor wie ze zorgt, die misschien een oudere staalarbeider is.”

Lees ook:

Het wantrouwen vreet aan de democratie in Pennsylvania. ‘Als we deze verkiezingen verliezen, dan is het gebeurd met ons’

Veel Republikeinen in Pennsylvania zijn ervan overtuigd dat de verkiezingen van 2020 gestolen zijn, en dat dat dit jaar weer gaat gebeuren. ‘Als we deze verkiezingen verliezen, is het gebeurd met ons.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden