Reportage Vluchtelingondernemers

Vluchtelingen in Kenia werken hard aan hun toekomst: ‘Ik heb mijn eigenwaarde teruggevonden’

Een winkelstraat in vluchtelingenkamp Kakuma in Kenia. Beeld LightRocket via Getty Images

Bijna een half miljoen vluchtelingen verblijven in enorme vluchtelingenkampen in Kenia, met weinig perspectief. Hulp bij het opzetten van start-ups moet hun een nieuwe toekomst bieden. ‘Iedereen kijkt neer op vluchtelingen en dat neemt je eigenwaarde weg. Die heb ik nu teruggevonden.’

Er zijn weinig redenen om blij te zijn in het vluchtelingenkamp Kakuma waar wegen geblokkeerd zijn door razende en gezwollen rivieren. Alles is ­modderig en nat. ­Gewoonlijk worden de vluchtelingen in het uiterste noordwesten van Kenia, waar het kamp ligt, geplaagd door verschroeiende hitte en fijne stof. Het ­huidige regenseizoen is ongewoon overdadig.

Het kan echter het goede humeur van de Zuid-Soedanese Maker Mayen niet bederven. Hij runt met twee partners het Wunda microfinancierings­bedrijf in Kakuma. “De zaken lopen erg goed”, zegt hij glunderend in het kantoortje van Wunda. Het is niet meer dan een hoek in een opslagruimte waar een stoel en een tafel met laptop staan. Een andere tafel met een computer in het gebouwtje doet dienst als internetcafé.

“De vraag naar cash is groot. Vluchtelingen hebben geld nodig voor kinderen die buiten het kamp naar school gaan, voor onvoorziene uitgaven of om een bedrijfje te beginnen. Wij lenen kleine bedragen uit aan mensen van wie we met enige zekerheid weten dat ze in staat zijn het bedrag plus 10 procent rente later terug te betalen”, vertelt de 33-jarige Mayen. Dat lijkt veel, 10 procent, maar banken en andere geldschieters rekenen zeker het dubbele.

Het belangrijkste voor hem is dat hij niet langer afhankelijk is van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. “Ik kan voor mezelf zorgen met mijn zelfverdiende geld. Iedereen kijkt neer op vluchtelingen en dat neemt je eigenwaarde weg. Die heb ik nu teruggevonden. Dat is een goed gevoel.”

Regina Nanok uit Turkana

“Ik woon in Kalobeyei en zag een advertentie van AAH-I voor een project om verkrachte vrouwen een bezigheid te leren waarmee ze geld kunnen verdienen. Ik kan goed sieraden maken van kralen. Nu heb ik een baan en ben ik voor het eerst in mijn leven ­financieel onafhankelijk van mijn man.”

Wunda maakt deel uit van een project voor start-ups van de ontwikkelingsorganisatie Action Africa Help ­International (AAH-I). Het doel is om vluchtelingen met een bedrijfje of een goed idee met raad en daad terzijde te staan. Het kleine startkapitaal van het microfinancieringsbedrijf hebben de drie Zuid-Soedanezen zelf bijeengebracht. Onlangs kreeg Wunda een ­welkome kapitaalinjectie van 5000 dollar van het fonds van de Nigeriaanse filantroop Tony Elumelu. “Wij hadden daar nog nooit van gehoord maar AAH-I wees ons erop en we dongen mee met een voorstel over hoe de schenking ­gebruikt zou worden. Tot onze eigen verbazing wonnen we. Dat soort suggesties van de coach van AAH-I zijn erg belangrijk voor ons succes.”

Pas terug naar Zuid-Soedan als er vrede is

Het begon voor Mayen en zijn partners drie jaar geleden toen ze merkten dat vluchtelingen vaak door de politie werden opgepakt en pas na betaling van smeergeld weer werden vrijgelaten.

Velen hadden niet direct het geld om familieleden vrij te kopen. Wunda begon leningen te verstrekken voor smeergeld, maar is nu uitgegroeid tot een bedrijf dat beschikt over de vereiste vergunningen voor microfinanciering van het gewest Turkana, waarin Kakuma ligt.

Mayen heeft net als bijna elke vluchteling zijn eigen trieste verhaal. Hij komt uit Tonj, een dorpje in centraal Zuid-Soedan. Voor de onafhankelijkheid in 2011 vochten Zuid-Soedanese rebellen tegen Soedanese regeringstroepen. De toenmalige rebellenbeweging SPLA had de gewoonte een zoon op te eisen van een familie om de gelederen van de strijders aan te vullen. Mayen werd door zijn vader daarvoor aangewezen. Maar vechten was niets voor hem en hij deserteerde. Na jarenlange omzwervingen kwam hij in Kakuma aan.

Toen Zuid-Soedan onafhankelijk werd, durfde hij niet terug omdat de rebellen van weleer nu de regering vormden en voormalige gedeserteerde kindsoldaten niet met open armen ontvingen. “Nu heerst er een gewelddadig conflict tussen Zuid-Soedanezen onderling. Ik ga pas terug als er vrede is”, vertelt Mayen.

Kitala Mupenge uit Oost-Congo

“Mijn partner en ik zijn de wifi-boys. We bieden internetverbindingen aan die goedkoper zijn dan die van de Keniaanse provider. We breiden ons bereik steeds verder uit, maar we zijn nog altijd niet officieel geregistreerd. Het is heel moeilijk voor buitenlanders om een bedrijf officieel te laten registreren.”

Hij wil dan niet met lege handen thuiskomen. Mayen wil geld hebben om te investeren in Tonj en zijn opgedane kennis delen. “Ik wil meer over boekhouding leren. Dat vak had ik weliswaar op de middelbare school hier in Kakuma, maar ik krijg nu van onze coach lessen voor gevorderden.”

In het kamp leven zo’n 200.000 vluchtelingen, vooral uit Zuid-Soedan. Het ligt in het semi-woestijnlandschap waar Turkana-herders met kamelen rondtrekken op zoek naar voedsel en water voor hun dieren.

“We moeten zo veel mogelijk af van mensen die niets te doen hebben en hun hand moeten ophouden voor alle basislevensbehoeften”, vindt de Keniaan Bruno Owiti, leider van het start-upproject van AAH-I. “Er gaat veel geld om in de informele economie in een vluchtelingenkamp. Er zijn veel ongebruikte mogelijkheden op dat vlak.”

Een goedlopend bedrijf, in Kenia of in het vaderland

De vluchtelingen in Kakuma komen uit dertien landen, die vaak al tientallen ­jaren in staat van oorlog verkeren, en de vooruitzichten op vrede zijn weinig hoopvol. De verwachting is dat vluchtelingen die een goedlopend bedrijf kunnen opzetten, zich mogelijk voorgoed willen vestigen in Kenia.

“De keuze is aan hen. Als mensen met een succesvolle start-up besluiten om terug te keren naar hun landen, dan nemen ze kennis mee en is de kans groot dat ze een nieuw begin in hun eigen land kunnen maken”, zegt Owiti in de eetzaal van AAH-I in Kakuma. Ook het restaurant is gebouwd door een start-up, African Building Construction, die twintig handwerklieden van diverse nationaliteiten in dienst heeft.

Het project van AAH-I is dit jaar pas echt van start gegaan. Het is een nieuwe aanpak en zowel vluchtelingen als coaches leren gaandeweg. “We hebben duidelijk gemaakt dat er geen schenkingen komen, want we willen ervan af mensen tot bedelaars te maken. Er zijn leningen mogelijk maar het gaat vooral om coaching”, vertelt Owiti.

AAH-I wordt zelf ook gecoacht door een deskundige van Pum, de Nederlandse vrijwilligersorganisatie van gepensioneerde experts die zich richten op duurzame ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf in ontwikkelingslanden. Frans van de Ven is al voor de derde keer in Kakuma. “De mensen hebben de energie en de ideeën maar niet altijd het ondernemerschap en kennis”, zegt hij. “Ik merk wel dat mensen veel haast hebben. Ik probeer ze te overtuigen dat het beter is langzaam en goed doordacht een bedrijf op te zetten.”

Dromen en plannen de grond ingeboord

Bijna een half miljoen vluchtelingen hebben hun heil gezocht in Kenia. Naast Kakuma is er het Dadaab-kamp in het noordoosten van het land waar overwegend Somalische vluchtelingen leven. De Keniaanse overheid eist dat de vluchtelingen zich alleen ophouden in de twee kampen in de schaars bevolkte gebieden waar extreme weersomstandigheden heersen.

Kolkende watermassa’s hebben de plannen en dromen van een agrarische start-up – tijdelijk – de grond ingeboord: de oogsten en irrigatiesystemen op de akkers van de Sirati-groep, langs een van de rivieren bij Kakuma, zijn weggevaagd. De Sirati-groep bestaat uit tien vluchtelingen uit Darfur, het westen van Soedan dat getroffen is door een burgeroorlog.

“In één klap is alles weg”, vertelt Hassan Abdalla bij een flesje frisdrank in een eethuisje, gemaakt van zeildoek en rieten matten. “De spinazie, okra, aubergine en watermeloen waren bijna klaar om geoogst te worden. We dachten slim te zijn door onze producten dicht langs de rivieroever te verbouwen om irrigatie makkelijk te maken.”

Kika Ngakani uit Oost-Congo

“Ik bak brood hier in mijn huisje. Het verkoopt goed. Mijn probleem is hoe ik de broodjes vers kan houden, want in Kenia is het gebruik van plastic zakken verboden. Ik hoop dat mijn coach een oplossing kan aandragen, want ik weet niet wat de mogelijkheden zijn in Kenia.”

Het werk van de Sirati-groep had de medewerkers al een aardig inkomen ­opgeleverd. Ze zagen echter dat de winkeltjes die hun producten verkochten er nog eens flink aan verdienden. Sirati wilde een eigen winkel beginnen en de volle winst opstrijken. “We hadden het al besproken met onze coach maar zijn nu weer terug bij af. We gaan opnieuw beginnen maar niet zo dichtbij een rivierbedding”, zegt Abdalla.

Drie maanden lang geen rantsoen opgehaald

De Sirati-groep heeft er nog een ander probleem bij. Als een vluchteling drie maanden lang geen rantsoen komt halen bij de UNHCR, wordt zo ­iemand uit het register geschrapt. De VN-organisatie gaat ervan uit dat zo’n vluchteling vertrokken is. De medewerkers van Sirati haalden hun rantsoenen niet op, omdat ze zelf meer dan voldoende voedsel hadden. “Dat moeten we nu oplossen want het duurt wel even voor de eerste oogsten weer van een nieuwe akker komen”, zegt Abdalla met een zucht.

Hij heeft al genoeg in zijn leven te verduren gehad om zich door deze pech uit het veld te laten slaan. Hij vluchtte uit Darfur in 2007. De moorden, verkrachtingen en vernielingen staan nog vers in zijn geheugen. Er bestaat sinds enkele maanden de hoop dat de voorzichtige invoering van democratie in zijn land de oorlog in Darfur zal beëindigen. Toch is Abdalla nog niet van plan terug te keren.

“Ik weet gewoon niet of het echt vrede wordt in Darfur. Ik wil mijn gezin niet blootstellen aan de verschrikkingen van toen”, zegt hij wrijvend over zijn voorhoofd. Dan voegt hij er resoluut aan toe: “Voorlopig wil ik hier een goedlopend bedrijf opzetten en er de vruchten van plukken. En genieten van een bestaan in vrede.”

Lees ook:

Een basisinkomen van 20 euro maakt in Kenia een groot verschil

Op het platteland van Kenia is een experiment aan de gang waarin alle volwassenen twintig euro per maand krijgen. ‘De mensen zijn vriendelijker en hulpvaardiger’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden