Volkerenmoord

Vermoede financier van Rwandese genocide na 26 jaar opgepakt nabij Parijs

Een foto van Félicien Kabuga, vrijgegeven door het IRMCT. Beeld AFP

Een onderzoeksjournalist zat achter hem aan en de Amerikaanse FBI zette een valstrik voor hem, maar zakenman Félicien Kabuga wist lang uit handen van de politie te blijven.

Ruim een kwart eeuw wist Félicien Kabuga, verdacht de hoofdfinancier te zijn van de volkerenmoord in Rwanda, uit handen van justitie te blijven. Hij was door het Rwanda-tribunaal aangeklaagd voor volkerenmoord en misdaden tegen de menselijkheid. Ondanks pogingen van politiekorpsen in diverse landen en Interpol bleef hij onvindbaar. Tot afgelopen weekeinde, toen hij werd gearresteerd in de Franse plaats Asnières-sur-Seine, ten noorden van Parijs.

De vraag dringt zich op of Kabuga altijd in Frankrijk heeft gewoond sinds er een einde kwam aan de volkerenmoord in Rwanda, in 1994. In dat jaar werden binnen drie maanden naar schatting 800.000 leden van de Tutsi-minderheid vermoord in opdracht van het toenmalige bewind dat gedomineerd werd door Hutu, de grootste bevolkingsgroep in het land.

Lange tijd werd vermoed dat de nu 84-jarige man in Kenia was ondergedoken met behulp van hooggeplaatste politici. In 2003 werd zelfs een val gezet in de hoofdstad Nairobi door vertegenwoordigers van de Amerikaanse federale politie, FBI, en de Keniaanse politie. De Verenigde Staten hadden vijf miljoen dollar uitgeloofd voor de aanhouding van Kabuga.

Zoektocht opgegeven na anonieme dreigementen

Voor de valstrik was een jonge Keniaanse zakenman, William Mwaura Munuhe, van cruciaal belang. Hij had in zijn huis een ontmoeting geregeld met miljonair Kabuga terwijl de FBI en politie buiten op de loer lagen. De Rwandees kwam echter niet opdagen en Munuhe nam drie dagen lang zijn telefoon niet op. De politie verschafte zich uiteindelijk toegang tot zijn huis, waar de zakenman dood werd aangetroffen met een kogel in zijn hoofd. De Amerikanen waren verbaasd toen de politie ‘plotselinge dood’ als oorzaak opgaf. Vermoed werd dat politieagenten en regeringsfunctionarissen Munuhe hadden verraden, maar de regering ontkende.

In 2011 raakte de Keniaanse onderzoeksjournalist John-Allan Namu geïntrigeerd door de aanhoudende geruchten dat Kabuga in het land zat. “Ik had documenten gezien die Keniaanse hoge militairen in verband brachten met een groep beschermers van Kabuga in Kenia”, schreef Namu. Maar al een jaar later kwam een einde aan zijn speurwerk toen hij met zijn gezin tijdelijk naar het buitenland moest vertrekken na aanhoudende, anonieme dreigementen.

Daarna werd er in Kenia nauwelijks nog gerept over Kabuga. Was hij toen misschien naar Frankrijk vertrokken waar hij met hulp van zijn kinderen onder een valse naam zijn oude dag sleet?

Frankrijk is lang een schuilplaats geweest voor verdachten van de genocide in Rwanda. Parijs had goede banden met het toenmalige Hutu-bewind. De huidige Rwandese president Paul Kagame, leider van de Tutsi-rebellen die een einde maakten aan de genocide, heeft Frankrijk beschuldigd van steun aan het Hutu-regime en hulp bij de vlucht van de leiders.

Schedels van slachtoffers van de volkerenmoord in Rwanda, in het Ntarama Genocide Monument in Kigali.Beeld AFP

Kabuga, een van de meest prominente voortvluchtigen, werd geboren in Muniga in het noorden van Rwanda en vergaarde het grootste deel van zijn rijkdom met theeplantages. Hij had nauwe banden met president Juvénal Habyarimana, leider van het Hutu-bewind. Beide mannen werden zelfs familie van elkaar toen twee van Kabuga’s dochters trouwden met twee zonen van de president.

Habyarimana kwam om het leven toen zijn vliegtuig op 6 april 1994 werd neergeschoten. Het Hutu-bewind beschuldigde de Tutsi-rebellen ervan, maar die ontkenden. Het was evenwel het startschot voor de volkerenmoord. Tutsi’s werden bij wegversperringen en in hun huizen vermoord door leden van de Interahamwe-militie, die het vuile werk opknapte voor de regering. Dat gebeurde voornamelijk met kapmessen die massaal door Kabuga zouden zijn gekocht. Ook zou hij Radio Télévision Libre des Mille Collines hebben gefinancieerd, waarop haatcampagnes tegen Tutsi’s werden uitgezonden. Hutu-extremisten werden in uitzendingen opgeroepen om Tutsi te doden.

In juni 1994 kregen de Tutsi-rebellen de macht in handen. Ze werden beschuldigd van het doden van duizenden Hutu tijdens hun opmars naar de hoofdstad Kigali. De nieuwe leiding ontkende, maar twee miljoen Hutu vluchtten te voet naar buurland Congo. De leiders van volkerenmoord vertrokken naar bestemmingen verspreid over de hele wereld en vestigden zich er veelal onder een valse naam.

Zoektocht naar daders niet opgeven

Het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen (IRMCT) heeft om de uitlevering van Félicien Kabuga gevraagd. Het IRMCT is een internationaal gerecht dat het werk afrondt van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag en het Rwanda-tribunaal in de Tanzaniaanse stad Arusha. Het mandaat van het Rwanda-tribunaal eindigde in 2015 nadat 61 mensen waren veroordeeld, van wie er nu nog 32 gevangen zitten.

De Rwandese vereniging van overlevenden van de volkerenmoord, Ibuka, spreekt de hoop uit dat de zoektocht naar andere daders niet wordt opgegeven. “Collectieve pogingen en samenwerkingen tussen nationale regeringen en de internationale gemeenschap moeten worden voortgezet om de voortvluchtigen te arresteren die nog altijd in diverse landen zijn ondergedoken.”

Met de arrestatie van Kabuga bevinden zich nog twee door het IRMCT aangeklaagden op vrije voeten. Augustin Bizimana was minister van defensie tijdens de volkerenmoord en Protais Mpiranya was verantwoordelijk voor militaire operaties en het inwinnen van inlichtingen in dezelfde periode.

Lees ook:

Was Frankrijk medeplichtig aan de genocide in Rwanda in 1994?

Wat deed Frankrijk precies in Rwanda, voor en tijdens de genocide, nu 25 jaar geleden? President Macron heeft een commissie benoemd om deze vraag op te helderen. Oud-minister van buitenlandse zaken Hubert Védrine verwacht geen onthullingen.

Rwanda liet genocideplegers, bij gebrek aan rechters, berechten door hun buren

Rwanda kwam na de volkerenmoord in 1994 rechters tekort. Volksrechtbanken behandelden een miljoen zaken tegen daders en medeplichtigen van de genocide. Nog steeds gaan de processen door.

We moeten genocideplegers begrijpen, vindt Kjell Anderson, ze lijken namelijk nogal op ons

Doden is best moeilijk, concludeert wetenschapper Kjell Anderson, die sprak met genocideplegers. Aan de andere kant: degenen die níet meedoen, dat zijn pas ongewone mensen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden