null Beeld

MegastadNew Delhi

Vergeleken bij de huidige besmettingsgolf in India was die mislukte kampeertrip slechts een klein obstakel

“Wie gaat er dan ook naar *** Gurgaon? ***! Wat een ***!”

De exacte woordkeuze achter de sterretjes zal ik u besparen, maar laat het duidelijk zijn dat mijn man behoorlijk kwaad was. Zelf was ik ook de wanhoop nabij. Hoe moe ik ook was, slapen lukte niet met de dreunende muziek uit luidsprekers die de tent deden trillen. Het was twee uur ’s nachts.

De middag ervoor was al gauw na aankomst duidelijk geworden dat de ‘kindvriendelijke’ camping niet de ‘rustgevende oase’ was die ons op de website was beloofd. Nu ben ik al langer in India, dus ik was heus niet in de veronderstelling een tot in de puntjes verzorgd paradijs aan te treffen. Dat de gezellige lampjes na onze aankomst nog gerepareerd moesten worden verbaasde mij niets. Dat daarbij vonken uit de bedradingen rondom onze tent schoten hoorde erbij. Dat er gaten in de muggennetten zaten lag ook in de lijn der verwachting, net als de drijvende vliegen in het gratis drinkwater. Niets van dat alles zou onze pret kunnen drukken.

Wel iets minder gezellig vonden we de starende bouwvakkers die nog geen vijf meter van de tent een huis aan het metselen waren. Een van mijn kampeergenoten belde de uitbater van de camping. Die was zich van geen kwaad bewust. “Daarom is de check-intijd ook eigenlijk vijf uur ’s middags. Dan gaan ze weg.”

Vijf uur werd half zeven. De bouwvakkers gingen naar huis, maar lieten hun scherpe en niet heel kindvriendelijke materialen achter. Een ontdekkingstocht over het terrein leidde bovendien naar scherven van gebroken drankflessen.

Maar toen begon het te schemeren, deden de gezellige lampjes het ineens en kregen we een berg hout om een kampvuur aan te steken. Er werden marshmallows en worstjes geroosterd en even was het idyllisch.

Totdat duidelijk werd dat we niet de enige gasten waren. De eigenaar van het huis op hetzelfde terrein bleek zijn tuin te hebben verhuurd aan een stuk of vijftig twintigers voor een discofeest. Weer was de uitbater van de camping zich van geen kwaad bewust. “Tja, dat is een andere eigenaar. Daar heb ik geen contact mee.” Coördineren om ervoor te zorgen dat zijn gasten de beloofde “ontsnapping uit de drukte van de stad” kregen, vond hij niet nodig.

“Ooit kunnen we hierom lachen”, riepen we tegen elkaar, met moeite boven de bas van de muziek uitkomend.

Op dat moment had ik niet verwacht dat die nostalgische terugblik twee maanden later al zou komen. Nu zitten we opgesloten in huis. Buiten raast een nieuwe coronagolf rond. Al hadden we gewild, dan nog kunnen we nergens naartoe. Zelfs de stadsparken zijn dicht.

Daarbij vergeleken was die disco slechts een klein obstakel naar simpel levensgeluk. Kort na de nachtelijke scheldpartij was het feest voorbij. De kinderen hadden overal doorheen geslapen. We werden wakker met vogelgezang en dauw in het gras. We vonden een vogelnestje en dronken oploskoffie. De zon kwam op, we waren buiten, en we waren veilig.

Uitdijende metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Trouw-correspondenten doen wekelijks verslag uit hun eigen megastad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden