Hawija

Veel Hawija-slachtoffers wonen niet meer in de stad, het Nederlandse geld bereikt hen niet

De belangrijkste weg door Hawija wordt hersteld.  Beeld Eddy van Wessel
De belangrijkste weg door Hawija wordt hersteld.Beeld Eddy van Wessel

Ze zijn driedubbel slachtoffer. Gevlucht om aan bommen te ontkomen belandden duizenden Irakezen in Hawija, waar ze in 2015 slachtoffer werden van de Nederlandse bom op een explosievenfabriek. Terug in hun dorp bleken hun huizen vernield, en Nederlandse hulp bereikt hen daar niet.

Judit Neurink

De Nederlandse hulp aan de Iraakse stad Hawija bereikt maar een deel van de slachtoffers, omdat veel inwoners niet meer in de stad wonen en Nederland niet op individueel niveau schade uitkeert. De Irakezen die destijds in Hawija woonden, waren op de vlucht geslagen voor de strijd elders in Irak. Veel van hen zijn bijvoorbeeld afkomstig uit de omgeving van Tikrit. Daar werd hard gevochten om de stad te bevrijden van de islamitische terreurgroep IS. De op de vlucht geslagen Irakezen zochten in Hawija een veilig heenkomen. Ze vestigden zich in wijken in de buurt van de munitiefabriek die ontplofte nadat Nederland daar in 2015 een aanval uitvoerde. Het land was toen onderdeel van een internationale coalitie onder leiding van de VS die streed tegen IS.

Bij het bombardement kwamen meer dan 85 mensen om het leven en honderden Irakezen raakten ernstig gewond, blijkt uit de nieuwste resultaten van een groot onderzoek uitgevoerd door vredesorganisatie Pax en de Universiteit Utrecht.

Het Nederlandse ministerie van defensie heeft vanwege de enorme schade 4,4 miljoen euro uitgetrokken voor Hawija. Dat geld gaat naar het herstel van de infrastructuur en elektriciteit maar niet rechtstreeks naar de driehonderd inmiddels geregistreerde slachtoffers, concluderen de organisaties in het onderzoek.

“De meeste van de geïnterviewden voelen zich in de steek gelaten door Nederland”, zegt advocaat Liesbeth Zegveld. Ze heeft daarom voor elf van de slachtoffers een civiele procedure aangespannen tegen de Nederlandse staat, om alsnog een schadevergoeding af te dwingen.

null Beeld Thijs van Dalen
Beeld Thijs van Dalen

Geen ongewone activiteiten

Onder hen is Sjeik Abdullah Rashid (50) uit het dorp Albuajil, die zeven familieleden verloor in de ramp. Hij is het hoofd van de Albuajil-stam, en was samen met duizenden inwoners van zijn dorp in Hawija terechtgekomen. Daar stonden rondom de industriële wijk veel huizen leeg omdat de inwoners naar omliggende dorpen waren verhuisd – wellicht zelfs omdat ze doorhadden dat IS vlakbij explosieven aan het maken was. Maar volgens de sjeik hadden de dorpelingen die kennis niet, zegt hij in een groepsgesprek via WhatsApp vanuit Albuajil. Hij woonde 100 meter van de fabriek. “We zagen geen ongewone activiteiten. Anders waren we er zeker weer vertrokken.”

De sjeik is een van de weinige mensen uit Albuajil die op de lijst met driehonderd slachtoffers staat die Abdelwahab Fadail van de Iraakse Al-Ghad-ngo heeft opgesteld voor het Nederlandse Pax. De meerderheid van de 85 doden kwam van buiten Hawija, met name uit Albuajil. Toch staan op de lijst met overlevende slachtoffers vooral mensen uit de stad zelf, vertelt hij. Hij vermoedt dat dit niet strookt met de werkelijkheid. “Ik heb met twaalf families uit Albuajil gesproken, maar slechts zeven daarvan hadden documenten die voldoende bewijs vormden dat ze echt slachtoffers van de explosie waren.”

Lang niet iedereen kon de vereiste documenten overleggen. “Niemand weet precies hoeveel ontheemden er onder de slachtoffers waren. En hoe kunnen we die nu nog bereiken? Er zouden ook in Albuajil nog veel meer gevallen zijn. Maar we moeten voorzichtig zijn, want hoe weten we dat het klopt, en dat ze niet met IS waren?”

Iraq 2021
Inmiddels ligt nog steeds en deel van Hawija, ooit een van de bolwerken van ISIS, in puin.  Beeld evw
Iraq 2021Inmiddels ligt nog steeds en deel van Hawija, ooit een van de bolwerken van ISIS, in puin.Beeld evw

Gehandicapt

Volgens Ali Mahmoud uit Albuajil was zelfs het merendeel van de slachtoffers van de explosie afkomstig uit hun dorp. De 60-jarige boer verloor vier familieleden in de explosie en raakte zelf gehandicapt; hij verloor een hand en een oog. In het groepsgesprek vertelt hij hoe hij zijn dorp samen met zo’n 50.000 anderen ontvluchtte. “Op 7 maart 2015 besloot iedereen tegelijk te vertrekken”, vertelt hij. “De bevrijding van Tikrit was aan de gang met hevige bombardementen en dat zette ons onder druk om te vluchten.”

IS had Tikrit en omgeving in juni 2014 bezet. Daarbij had ze een massamoord gepleegd: zo’n 1700 sjiitische kadetten waren op de voormalige Amerikaanse legerbasis Speicher vermoord. Het dorp Albuajil werd door sommigen als aanstichter gezien van de massamoord. Die claim is terug te voeren op het verleden. Het dorp had ooit nauwe banden met dictator Saddam Hussein. Die was in de buurt geboren en opgegroeid, en na zijn val hebben in deze regio veel mannen zich bij Al-Qaida en daarna IS aangesloten. Sjiitische milities hadden wraak gezworen voor de dood van hun geloofsgenoten en richtten die woede op Albuajil. Toch is nooit komen vast te staan dat het dorp ook echt iets met de massamoord te maken had.

Sjeik Abdullah wordt boos als in het gesprek de relatie met Speicher opnieuw wordt genoemd. “We zijn niet naar Hawija verhuisd omdat we daarvan beschuldigd werden, maar om aan de bombardementen te ontkomen!”, zegt hij. Ze waren liever naar Kirkuk gegaan, maar IS liet hen niet gaan. Er zat niets anders op dan zich voorlopig in Hawija te vestigen, tot zich een kans om te vertrekken zou voordoen. Pogingen om smokkelaars te vinden die zijn gezin het kalifaat uit konden helpen mislukten echter.

De wijk die ze kozen, aan de rand van de stad, was interessant omdat er veel eenvoudige huizen stonden, sommige zelfs nog gemaakt van modder, vertelt Ali Mahmoud. Ook hij benadrukt dat als ze ook maar iets van de explosievenfabriek hadden geweten, ze er nooit waren gaan wonen. “We wisten wel dat IS actief was in die wijk, maar er was geen contact met hen”, zegt hij. “Dus konden we ook niets vragen. We hoorden niet bij IS en daarom beschouwden ze ons als ongelovigen.”

Geplunderd en uitgebrand

Ook Luma Sagher (39), die haar negen maanden oude dochtertje verloor, zegt in het groepsgesprek: “We dachten dat het er veilig was, want we hoorden dat woonwijken niet gebombardeerd werden.” Na de explosie zochten ze tot de bevrijding eind 2017 hun toevlucht in de dorpen rondom Hawija. Toen ze uiteindelijk terugkeerden naar Albuajil, bleken daar alle huizen geplunderd en uitgebrand te zijn, en de grotere villa’s opgeblazen. Dat kan IS bij vertrek hebben gedaan of de sjiitische milities die Tikrit heroverden. “We zijn nog steeds bezig om er bovenop te komen”, zegt Sagher. “En niemand die ons helpt.”

Net als burgers in Hawija zelf klaagt ze over het uitblijven van steun van de Iraakse overheid. Toch zegt ze dat voor haar IS de kwaaie piet is. “Zelfs toen we voor de bommen van de Iraakse luchtmacht wegvluchtten uit Albuajil, was dat vanwege IS.”

Sjeik Abdullah is echter vooral boos op Nederland en bitter vanwege de bom die zijn leven heeft verwoest. “Wat, foute informatie?”, zegt hij geëmotioneerd over het feit dat de effecten van de bom veel groter waren dan was ingeschat. “Het is een hele grote fout.” De sjeik wijst er bovendien op dat terwijl de bom voor IS was bedoeld, geen van haar leden erbij omkwam. “Wij zijn de slachtoffers. Nederland moet weten hoe het voelt om je vrouw en kinderen te verliezen.”

Tegelijkertijd klagen inwoners van Hawija dat zij niets zien van de toegezegde Nederlandse hulp aan hun stad, zegt projectleider Saba Azeem van de Nederlandse vredesorganisatie Pax. De organisatie doet al sinds 2018 onderzoek in Hawija en heeft er recent een eigen kantoor geopend om te werken aan vredesopbouw. “De projecten van IOM en UNDP (internationale organisaties, red.) lopen op papier wel, maar ter plekke is er niets van te zien”, zegt Azeem kort na haar jongste bezoek aan de stad begin februari.

Bovendien voelen de slachtoffers van de ramp zich niet echt geholpen met deze besteding van het geld. “Alle slachtoffers hebben ons verteld dat ze individuele compensatie willen van Nederland”, zegt Azeem. Ze wijst erop dat zo’n individuele compensatie ook de enige manier zou zijn om de slachtoffers te bereiken die van buiten de stad kwamen.

Zoals die in Albuajil. Sjeik Abdullah bezweert dat hij het er niet bij laat zitten. “Ik ben slachtoffer en geef mijn recht niet op. Als het nodig is, ga ik naar de hoogste internationale rechter om dat te krijgen.”

NB: In een eerdere versie van dit artikel stond abusievelijk geschreven dat toenmalige defensieminister Ank Bijleveld aftrad naar aanleiding van Hawija. Dit klopt niet. Bijleveld trad pas later af, in september 2021, en wel na de haperende evacuatie uit Afghanistan, waarmee ze het voorbeeld van minister Kaag (buitenlandse zaken) volgde.

Lees ook:

‘Wij lopen hier door jullie gevaar’, zeggen mensen in Hawija over Nederland

De wrok zit heel diep bij inwoners van Hawija in Irak, nadat een Nederlandse F-16 daar een autobommenfabriek liet ontploffen. Onderzoekers waarschuwen voor radicalisering onder de bevolking als Nederland geen excuses aanbiedt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden