Bijna tien jaar burgeroorlog heeft naast de infrastructuur ook de economie van Syrië verwoest.

SyriëEconomische crisis

Vanavond vlees op het menu? In Syrië kost je dat een kwart maandsalaris

Bijna tien jaar burgeroorlog heeft naast de infrastructuur ook de economie van Syrië verwoest.Beeld AFP

Door de hyperinflatie kunnen steeds meer Syriërs niet of nauwelijks rondkomen. Hun familie in Nederland voelt zich machteloos. Van het geld dat ze krijgen toegestuurd, blijft door de irreële wisselkoersen nauwelijks iets over.

Als de schoonzus van de 34-jarige Tamer Alalloush nu een nieuwe jas nodig heeft, dan kost dat haar een half maandsalaris. Dan heeft ze haar huur nog niet overgemaakt, haar energierekening nog niet betaald en nog geen boodschappen gedaan. “Terwijl ze bij de universiteit werkt”, zegt Alalloush, “Ze krijgt echt wel goed betaald, voor Syrische begrippen. De prijzen zijn gewoon te hoog geworden.”

Alalloush en zijn gezin wonen in Utrecht. Vrijwel dagelijks onderhouden ze contact met hun familie. Met de zus van zijn vrouw, die aan de universiteit van Hama werkt, en de jongere broers van Alalloush, die aan dezelfde universiteit studeren, maar zo’n twintig kilometer verderop op het platteland wonen. Allemaal vertellen ze hetzelfde: door de hyperinflatie is het steeds moeilijker geworden om de meest basale producten te verkrijgen. Wie in Syrië bijvoorbeeld een liter olijfolie wil kopen, besteedt daar zo’n 10 procent van een gemiddeld maandsalaris aan. Een kilo kipfilet kost ongeveer hetzelfde. Wie hoopte varkens- of rundvlees te kopen, moet al snel bereid zijn daar een kwart maandsalaris voor neer te tellen.

Sinds het begin van de Syrische burgeroorlog is de Syrische pond sterk in waarde gedaald. In maart 2011 was een Amerikaanse dollar net zoveel waard als 47 Syrische pond. Nu staat een dollar gelijk aan ruim tweeduizend Syrische pond. Met name de afgelopen maanden gaat de waardedaling snel. In januari was een dollar nog ongeveer negenhonderd Syrische pond waard. Toch steeg het gemiddelde inkomen in Syrië de afgelopen jaren nauwelijks. Het gevolg is dat steeds meer mensen maar moeizaam kunnen rondkomen. Volgens de VN leeft momenteel ruim 80 procent van de Syriërs onder de armoedegrens. In 2010 was dat nog 28 procent.

Eén maaltijd per dag

“We horen van families dat ze het aantal maaltijden dat ze per dag eten hebben moeten beperken. Soms tot slechts één maaltijd per dag”, vertelt Matthew Hemsley, die voor hulporganisatie Oxfam in Syrië werkt. “Een man die ik in Aleppo ontmoette, vertelde me dat hij zijn kinderen eerst laat eten. Alleen als er iets overblijft, eet hij zelf ook. Meer kunnen ze zich niet veroorloven.”

Oxfam probeert in Syrië zo goed als het gaat families in door oorlog geteisterde gebieden te helpen hun leven weer op te pakken. Zo herstellen ze waterleidingen zodat er weer stromend water uit de kraan komt, en helpen ze boeren de boerderij weer op gang te krijgen. “Maar nu de situatie erger wordt, moeten we steeds vaker weer voedselpakketten bieden. In het tiende jaar van een conflict is het moeilijk te accepteren dat je weer terug moet naar het bieden van noodhulp, in plaats van dat je meer weerbaarheid en zelfredzaamheid kunt creëren.”

Een geldwisselkantoor in Sarmada, in de provincie Idlib. De vloer ligt bezaaid met sterk in waarde gedaalde Syrische ponden.Beeld AFP

De economische crisis in Syrië duurt nu al zeker twee jaar, vertelt Reinoud Leenders, politicoloog aan King’s College in Londen. “De oorzaken daarvoor liggen eigenlijk een beetje voor de hand”, zegt hij. “Allereerst ligt na bijna tien jaar conflict naar schatting ongeveer 40 procent van de infrastructuur van het land in puin. Een groot deel van de bevolking is bovendien vertrokken naar het buitenland als vluchteling, of heeft zich elders gevestigd als zakenman of -vrouw.” Combineer dat met een vrijwel totaal ingestorte toerismesector, voorheen een belangrijke inkomstenbron in Syrië, en het verlies van belangrijke olievelden, die nu in handen zijn van de Koerdische strijdgroepen, en het is duidelijk dat de oorlog de economie heeft verwoest.

Syrische zakenmensen kunnen niet meer bij hun geld

“Daarbovenop kwam de Libanese financiële crisis”, gaat Leenders verder. “Dat is van belang voor Syrië, omdat de economieën van de twee landen met elkaar vervlochten zijn. Veel Syrische zakenlieden hebben bijvoorbeeld aan het begin van de oorlog al hun geld op Libanese bankrekeningen gezet, om zo risico’s te mijden. Maar de Libanezen kampen met een eigen, zeer zware economische crisis. Ook daar is sprake van hyperinflatie. Sinds afgelopen oktober gelden daarom strenge maatregelen, waardoor het niet meer mogelijk is om dollars op te nemen, ook al heb je die op je rekening staan. Er wordt geschat dat er iets van 40 miljard dollar van Syriërs op Libanese bankrekeningen staat.” Die geldstroom is nu dus afgesloten, want de Syrische zakenmensen kunnen niet meer bij hun geld.

De Syrische president Bashar al-Assad wijst voor de oorzaak van de economische crisis in zijn land ook graag naar de strenge economische sancties die Europa en de Verenigde Staten hebben afgekondigd. De sancties van de VS werden in juni nog verzwaard. Onder de nieuwe Ceasar Act kunnen niet alleen Syrische individuen of instanties worden gestraft, maar wordt het ook mogelijk om buitenlandse bedrijven en individuen te straffen voor hun zakenrelatie met het Syrische regime, bijvoorbeeld door ze de toegang tot de VS of de Amerikaanse markt te weigeren. “Die sancties zullen wel gaan steken, omdat het ertoe leidt dat iedereen zo ver mogelijk weg wil blijven van Syrië”, zegt Leenders. Toch is het volgens hem tot nu toe lastig te zeggen wat het effect is van de verzwaarde sancties. “Vooralsnog hebben ze vooral een psychologisch effect gehad”, zegt hij. “Het heeft nog meer druk gezet op de Syrische pond, uit verwachting dat de sancties tot een catastrofe zullen leiden.”

Hoe dan ook, alles bij elkaar is het een ‘perfecte storm’, zoals Leenders de situatie beschrijft. Een waarvan de gevolgen voor de Syrische bevolking desastreus zijn. Voor veel families in de door de overheid gecontroleerde gebieden is de situatie nu zwaarder dan die tijdens de oorlog ooit geweest is. Toch durven de meeste Syriërs daar niet zomaar over te praten met buitenlandse journalisten. Want zolang Assad nog stevig in het zadel zit, kan zelfs de minste kritiek op het regime levensgevaarlijk zijn.

‘Assad heeft de mensen nog altijd onder de duim’

Omdat de 28-jarige Nadir de angst van zijn familie begrijpt, wil ook hij liever niet met zijn echte naam in de krant, ook al woont hij inmiddels in Nederland. Nadir’s broer is kapper, en onderhoudt met zijn salaris een tweede broer, twee zussen en zijn moeder. “Hij heeft rijke klanten, zolang die nog aardig betalen, kan mijn familie nog wel rondkomen. Maar ze kunnen nu nog alleen de basisproducten kopen, zoals rijst en bijvoorbeeld brood. Groente of vlees zijn veel te duur geworden.”

Soms probeert Nadir zijn familie een klein zetje te geven, ze zover te krijgen dat ze zich uitspreken, in opstand komen. “Maar ze zijn zich niet bewust van wat hun rechten zijn”, zegt Nadir, die deze zomer een master afrondde aan de VU. “Ik zeg vaak: wat heb je nog te verliezen? Maar Assad heeft de mensen nog altijd onder de duim.”

Een vrouw telt haar geld in een wisselkantoor in Damascus.Beeld Reuters

Desondanks waagden demonstranten zich in juni de straat op om het vertrek van de president te eisen. De economische crisis leidde onder meer in de zuidelijke stad Suweida tot protest. Dat juist daar mensen van zich lieten horen, is opmerkelijk, omdat de Druzen die er wonen voorheen buiten het conflict probeerden te blijven. Nu was ook voor hen de maat vol. Ongeveer een week hielden de protesten aan. Toen werden ze hard neergeslagen.

Drastisch toegenomen criminaliteit

Volgens de 32-jarige Farid, die uit het gebied afkomstig is en sinds 2015 in Nederland woont, ontstonden de protesten behalve uit woede over de hyperinflatie ook uit boosheid over de drastisch toegenomen criminaliteit. De regio rondom Suweida wordt sinds een paar jaar geterroriseerd door maffiabendes, die de lokale bevolking angst aanjagen. “Mijn familie heeft een stuk land waar ze fruitbomen verbouwen. Mijn vader heeft voor het werk op het land een auto, maar hij durft er niet meer in te rijden. Hij is veel te bang dat hij dan een doelwit is voor de maffia, die vaak auto’s stelen.” Omdat Farid op korte termijn zijn familie wil bezoeken in zijn geboortestreek, durft ook hij niet met zijn echte naam in de krant.

De toegenomen invloed van de maffiagroepen is een direct gevolg van de burgeroorlog, weet Leenders “Het regime heeft voornamelijk overwinningen weten te oogsten door gebruik te maken van pro-regime milities, vaak gelieerd aan zakenlieden of louche, maffioso-achtige warlords. Nu willen zij beloond worden voor hun bewezen diensten en loyaliteit. Het regime doet dat door een oogje dicht te knijpen voor allerlei illegale praktijken.”

Eén dollar staat gelijk aan tweeduizend Syrische pond

Syriërs in het buitenland proberen wanneer het kan wat geld naar hun familie in hun thuisland te sturen. Daarvoor maken ze zo veel mogelijk gebruik van informele netwerken, via vrienden en kennissen die vanuit Nederland richting Syrië reizen. Want wie geld overmaakt via de Centrale Bank van Syrië, zoals het regime graag wil, komt niet onder de officiële wisselkoersen uit. Die gaan uit van een veel gunstigere valutastand dan op de informele markt de praktijk is, waardoor buitenlands geld de helft van de eigenlijke waarde verliest. Wie via een wisselkantoor geld overmaakt, krijgt voor elke Amerikaanse dollar ongeveer twaalfhonderd Syrische pond terug. In de praktijk staat één dollar echter gelijk aan ruim tweeduizend Syrische pond.

Omdat geld via informele netwerken naar de familie krijgen zeker in tijden van corona niet eenvoudig is en lang niet elke Syriër in Nederland een bedrag kan missen, moeten veel van hen machteloos toekijken hoe hun familie worstelt om rond te komen. Het leidt tot een schuldgevoel, geeft Alalloush toe. Survivors guilt, noemt hij het. Overlevingsschuld “Ik kon weg omdat ik een beetje geld had om de smokkelaars te betalen, maar voor veel mensen was dat niet mogelijk.” Het is een bekend gevoel voor Nadir. Ook hij voelt zich wel­eens schuldig tegenover de mensen die hij heeft achtergelaten en die na een oorlog nu ook nog deze crisis doormaken. “Dat is ook waarom ik zo snel mogelijk wil gaan werken”, zegt hij. Hij is op zoek naar een baan. Zodra hij iets gespaard heeft, wil hij wat geld naar zijn familie sturen. Hij vindt wel een manier.

De echte namen van de geïnterviewden zijn bekend bij de hoofdredactie

Lees ook:

Ontslag voor de premier van Syrië: zijn opvolger moet de hyperinflatie stoppen

President Bashar al-Assad van Syrië heeft de premier van het land ontslagen. Het ontslag volde op dagen van protest in de stad Suweida

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden