Brief Julian BarnesBeste Europeanen...

‘Vanaf vandaag zijn we geen remainers meer, maar returners’

Beeld Maus Bullhorst

Beste Europeanen,

Vandaag zullen een paar van mijn vrienden huilen, ­anderen zullen nog steeds razen van woede. Sommigen zullen zich bezatten (met Europese wijn of bier), anderen zetten hun favoriete Europese muziek op of ­lezen hun favoriete passages uit de ­Europese literatuur. Ik denk dat ik het maar negeer, doe alsof het een dag als alle andere is, ook al is dat niet zo.

Dat is geen ontkenning of onverschilligheid. Ik treur en rouw om ons vertrek uit ­Europa net als zij, ik geloof dat het een daad is van misleid masochisme. Maar ik geloof ook dat geschiedenis zich in cirkels voltrekt. Bovendien weet ik dat mijn eigen fascinatie en bewondering voor Europa door het halve land worden gedeeld en dat die zullen blijven bestaan, welke gekkigheid onze regering verder nog over ons uitstort. Ik was een 27-jarige eurofiel toen we ons in 1973 aansloten bij de EEG; en 47 jaar later ben ik een nog sterkere eurofiel. Mijn enig voornemen voor dit eerste jaar van onze afvalligheid is dat ik een nog langer deel ervan in ­Europa zal doorbrengen dan normaal.

Julian Barnes

Trouw nodigde schrijver Julian Barnes uit om op deze bijzondere dag een afscheidsbrief te schrijven aan Europa. Dat deed hij graag. De brief staat vandaag ook in El Pais, La Repúbblica, Le Figaro en de Süddeutsche Zeitung.

Julian Barnes (1946), zoon van twee docenten Frans, groeide op in Londen. Hij brak in 1984 door met de roman ‘Flaubert’s papegaai’ en publiceerde daarna nog 25 boeken, zowel fictie als non-fictie. In 2011 won hij de Man Booker Prize voor ‘Alsof het voorbij is’ (The sense of an ending). Zijn laatste roman ‘De man in de rode mantel’ verscheen in november vorig jaar. 

De Franse schrijver Barbey d’Aurevilly (1808-1889), die het puriteinse moralisme van het vroeg victoriaanse Engeland duidde, schreef: “Engeland, slachtoffer van zijn eigen geschiedenis, zette eerst een stap in de toekomst, om zich vervolgens toch weer te verschansen in het verleden”. Die uitspraak gaat vandaag weer op. Veel van hen die de brexit propageerden en ervoor stemden verwezen naar het glorieuze verleden van ‘Brittannië’, sommigen gingen hele­maal terug naar de Slag bij Crécy in 1346. Er waren er die benadrukten hoe ‘we er in 1940 alleen voor stonden’, een isolement waarin we als natie op ons best waren. Goed, we stonden ‘alleen’, dan wel buiten de mankracht van de ­hele Commonwealth gerekend – India, Canada, Australië, Nieuw Zeeland…. Maar zoals een andere wijze Fransman, Ernest Renan, het uitdrukte: “Je geschiedenis verkeerd hebben is eigen aan het natiedom”. Dat is heel waar; we ­kennen allemaal de stichtingsmythe die ieder land nodig heeft. Wat Renan zegt, is nog verontrustender: dat ieder land valse mythen nodig heeft om voort te kunnen.

Geen gemeenschapszin

Generaal De Gaulle sprak tot twee keer toe zijn veto uit over de toetreding van ­Engeland tot de EEG ­omdat wij niet commu­nautair zouden zijn – we hebben geen gemeenschapszin. Voor een groot deel had hij gelijk. De afgelopen 47 jaar waren er nauwelijks Britse politici die openlijk hun morele steun gaven aan Europa of die het waagden onomwonden de waarheid te ver­kondigen: dat dit Europa het grootste politieke succes van onze tijd is. Britse regeringen hadden het alleen maar over economie, het eigen belang. In 1998 schreef ik een roman ‘Engeland, Engeland’, gesitueerd in de toekomst (zo ­ongeveer nu), waarin het Verenigd ­Koninkrijk ervoor stemt om Europa te verlaten, en daarin slaagt ‘door in de ­onderhandelingen in zulke koppige ­irrationaliteit te volharden dat het ­uiteindelijk wordt betaald om te ­vertrekken’.

Als ik op deze weemoedige dag ­word gevraagd om een nieuwe voorspelling te doen, zou ik zeggen: we ­zullen terugkeren (als jullie ons dan nog willen hebben). Het halve land houdt niet ineens op met eurofiel zijn omdat de andere helft heeft besloten zich in het verleden te verschansen. Vanaf vandaag zijn we geen remainers meer, maar returners.

Toen ik voor het eerst naar Europa ging, in de late jaren vijftig, ging ik naar een vreemde, licht ­griezelige plek. Mijn ouders namen mijn broer en mij op jaarlijkse auto­tripjes mee naar het Franse platteland. Als we heel soms een andere Britse auto zagen, zwaaiden we naar deze ­medevreemdelingen in een vreemd land. Maar Europa is niet vreemd meer, en de jongeren, die binnenkort aan de macht komen, zijn wel bereisd. Je kunt kennis niet ont-kennen, gevoelens niet ont-voelen. De vraag is nu eerst slechts wanneer we weer bij zinnen komen, en vervolgens of jullie ons terug zullen ­nemen. Ik hoop van wel.

Julian Barnes.

Julian BarnesBeeld EPA

© Julian Barnes 2020. Lees hier de brief in het Engels (pdf).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden