Het International Slavery Museum in Liverpool. Beeld International Slavery Museum
Het International Slavery Museum in Liverpool.Beeld International Slavery Museum

Déjà vuSlavernij

Van verzwijgen, naar museum met aandacht voor Liverpools rol in slavenhandel

Paul van der Steen

In 2007 opende het International Slavery Museum in Liverpool zijn deuren. Het moment was niet toevallig: de stad vierde zijn achthonderdjarig bestaan en Groot-Brittannië herdacht dat jaar dat het twee eeuwen eerder de slavenhandel verbood. De plek was evenmin zomaar gekozen: Liverpool had een donker verleden op dit gebied. Eind achttiende eeuw had 80 procent van de Britse en 40 procent van de Europese Trans-Atlantische slavenhandel een connectie met deze stad.

Nederland moet ook een slavernijmuseum krijgen, adviseerden de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad deze week. Daarvoor moet een nieuw iconisch gebouw verrijzen in of in de buurt van de hoofdstad. Volgens de raden draagt zo’n nieuwe instelling bij aan volledigheid van de geschiedschrijving en aan de bewustwording en verwerking van het slavernijverleden.

Groot-Brittannië liet de herdenking van het verbod op slavenhandel in 1907 en 1957 nog aan zich voorbijgaan. Bij het zevenhonderd- en 750-jarig bestaan van Liverpool bleven de onwelriekende zaken uit de historie onbesproken. Het moest bij de festiviteiten vooral over de glorie van de stad gaan. In geschiedschrijving restte voor de slavenhandel de voetnoten of er werd vergoelijkend over gesproken (‘Zie het in de tijd’ en dat soort frases).

Roep om meer aandacht

Het in 1980 geopende Merseyside Maritime Museum gaf wel ruimte aan het thema als onderdeel van het grote geschiedverhaal van Liverpool. Maar in een tijd waarin racisme een toenemend probleem was en politiegeweld tegen zwarte inwoners van de stad moeilijk uit te roeien bleek, klonk de roep om andere en meer aandacht.

Die werd in 1994 gehonoreerd met een permanente tentoonstelling die de Transatlantic Slavery Gallery ging heten. Bij de samenstelling betrok het museum een divers gezelschap deskundigen: zeven van de elf gastcuratoren waren zwart. De reacties verschilden: onder witte inwoners van Liverpool viel te horen dat het thema nu wel erg veel nadruk kreeg, veel zwarte inwoners vonden het te weinig.

In 1999 bood het bestuur van de stad Liverpool excuses aan voor zijn rol in de slavenhandel. Vertegenwoordigers van de antiracismebeweging waren kritisch over wat zij zagen als nogal inhoudsloze lippendienst en een papieren oefening in nederigheid. Wat een deel van hen bovendien tegen de borst stuitte was dat het stadhuis van Liverpool met zijn aan de slaventijd herinnerende ornamenten als locatie voor het sorry zeggen was uitgekozen.

Actieve rol

In 2007 kwam het alsnog van een apart museum in de havens van Liverpool. De leiding liet weten zich niet te willen beperken tot de klassieke rol van dit soort instellingen. Die wilde ook een actieve rol spelen in de campagne voor meer sociale rechtvaardigheid en gelijkheid. Door de dood van George Floyd in de VS en Black Lives Matter laaide het debat over het Britse slavernijverleden in 2020 weer flink op. In Bristol haalden demonstranten het standbeeld van slavenhandelaar Edward Colston van zijn voetstuk en duwden het in de haven. In Liverpool gingen stemmen op voor een monument voor slaven. Bovendien ontstond discussie over het besluit van Liverpool om straatnamen die verwezen naar de slavenhandel van bordjes met tekst en uitleg te voorzien. Was het niet beter om ze gewoon een andere naam te geven?

Zelfs een van de beroemdste straten van Liverpool kwam in opspraak: was Penny Lane vernoemd naar slavenhandelaar James Penny? Sommigen vreesden dat de door de Beatles bezongen buurtidylle ‘beneath the blue suburban skies’ op termijn onvindbaar zou worden op stadsplattegronden, want was de naam wel te handhaven?

Historisch onderzoek stelde iedereen op dit punt gerust. Penny Lane bestond al voor de geboorte van James Penny. De straatnaam verwijst waarschijnlijk naar de tol die vroeger op deze plek werd geheven.

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril. Eerdere afleveringen van de rubriek Déjà Vu leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden