AnalyseVerenigde Naties

Van een wereldregering in spe naar baasje spelen in een vergadercircuit: dit is 75 jaar VN

Beeld Tom Janssen

Bij het 75-jarig bestaan van de Verenigde Naties staat de internationale samenwerking onder grote druk. Machtige autocraten gaan hun eigen gang, al zijn er ook kleine successen.

De Verenigde Naties vieren maandag hun 75ste verjaardag en we moeten maar hopen dat de jubilaris zelf de kaarsjes kan uitblazen. Want de organisatie die na de Tweede Wereldoorlog met veel idealisme werd opgericht, vertoont de laatste jaren weinig vitaliteit. Van een wereldregering in spe zijn de VN verworden tot een vergadercircuit waarin een paar grote jongens, die weinig ophebben met idealen, de baas spelen.

Bij het vijftigjarig bestaan in 1995 zei de Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela: “De jeugd moet zich afvragen waarom armoede nog altijd het grootste deel van de aarde beheerst, waarom oorlogen blijven woeden en waarom vele machtigen en geprivilegieerden vasthouden aan kille filosofieën die verkondigen: Ik ben niet mijn broeders hoeder!” Zijn woorden kunnen maandag zonder probleem herhaald worden.

Mandela sprak in een tijd waarin in ieder geval op politiek vlak vooruitgang werd geboekt: de Koude Oorlog was ten einde, Rusland zette nieuwe schreden op het democratische pad, net als een aantal Zuid-Amerikaanse landen, en hijzelf was de eerste zwarte president na de apartheid in Zuid-Afrika. Drie jaar voor Mandela’s toespraak had de Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama het ‘einde van de geschiedenis’ afgekondigd: de hele wereld was voortaan een vreedzame liberale democratie.

Al die democratische landen zouden conflicten de kop indrukken en de problemen die er nog waren in overleg oplossen. Niet een-op-een, waarbij altijd een sterkere tegenover een zwakkere partij staat, maar met inspraak van alle betrokkenen: dat heet met een mooi woord multilateralisme, in feite een wereldwijde vorm van het toen ook populaire poldermodel. De idealen in het VN-handvest, zoals vrede en veiligheid, een rechtvaardige wereldorde, respect voor de mensenrechten en streven naar welvaart voor iedereen, zouden daarbij leidend zijn.

Alles op het scherm

Dat multilateralisme is ook het ­thema van de speciale bijeenkomst maandag, ter gelegenheid van de ­75ste verjaardag. Net als de Algemene Vergadering van de VN zullen de meeste deelnemers vanwege de coronapandemie per videoverbinding deelnemen. De ontmoetingen in de wandelgangen, die de VN-vergadering tot het jaarlijkse hoogtepunt van de diplomatie maken, blijven deze keer dus achterwege. De wereldleiders zullen de vergadering ook via het beeldscherm toespreken.

Het motto van de viering maandag is: ‘De toekomst die we willen, de VN die we nodig hebben’. Hiermee mijden de organisatoren handig de moeilijkste vraag: hebben we de VN wel nodig?

Het antwoord daarop was 75 jaar geleden duidelijk, toen de deelnemende landen het VN-handvest ondertekenden in San Francisco. Nooit meer oorlog, was de overheersende gedachte. Er moest een beter alternatief komen voor de Volkenbond, een internationale organisatie die was opgericht na de Eerste Wereldoorlog, maar die geen rol had kunnen spelen in het voorkomen van de Tweede Wereldoorlog.

António Guterres, de Portugese secretaris-generaal van de VN, kon met die herinnering in gedachten eerder dit jaar tenminste één succes van de afgelopen driekwart eeuw noteren: de waarden in het VN-handvest hebben ‘de gesel van een Derde Wereldoorlog, die velen vreesden’ voorkomen. 

Maar Guterres is realist genoeg om te erkennen dat de VN niet functioneren zoals het zou moeten. “We hebben tegenwoordig een multilateralisme zonder tanden”, aldus de secretaris-generaal. Met andere woorden: hij kan de wereldleiders om de tafel zetten, maar hij kan ze niet dwingen om tot gezamenlijke oplossingen te komen.

De groten spelen de baas

Want de VN mogen dan 193 lidstaten hebben, een klein groepje speelt de baas als het om belangrijke beslissingen gaat. Dat is ingebouwd in de organisatie: naast de Algemene Vergadering, waarin alle landen een vertegenwoordiger hebben, is de Veiligheidsraad het belangrijkste orgaan. Die raad kent vijf permanente leden: de Verenigde Staten, China, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Zij hebben een veto en kunnen dus ieder besluit, vastgelegd in een resolutie, blokkeren.

Natuurlijk zijn deze vijf, de winnaars van de Tweede Wereldoorlog, niet meer representatief voor de ­wereld van vandaag. Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk zijn allang geen wereldmachten meer en landen als India, Brazilië en Zuid-Afrika vallen buiten de boot. Maar iedere poging om de samenstelling van de Veiligheidsraad te wijzigen stuit op verzet van de huidige permanente leden – afgezien van de vraag of de overige landen het eens zouden kunnen worden over wie dan wel mag plaatsnemen aan de hoefijzervormige vergadertafel in het VN-hoofdkantoor in New York.

Voorlopig zullen we het dus moeten doen met de huidige Veiligheidsraad – en juist daar zit een van de grote problemen. De drie belangrijkste permanente leden hebben weinig op met multilateralisme. Donald Trump, Vladimir Poetin en Xi Jinping beschikken over andere manieren om de wereld zo veel mogelijk naar hun hand te zetten, inspraak van andere landen kunnen ze missen als kiespijn.

Trump is het duidelijkste voorbeeld. In Amerikaanse media is zelfs gespeculeerd dat hij volgende week zal aankondigen dat zijn land uit de VN stapt. Zover zal hij wellicht niet gaan, maar een heel gekke gedachte is het ook weer niet. Trump heeft vaak afgegeven op de VN, die volgens hem de Amerikaanse belangen niet dienen, hij wil korten op de financiële bijdragen van zijn land en hij heeft al eerder internationale samenwerkingsverbanden opgezegd: zo stapten de VS uit de wereldgezondheidsorganisatie WHO en uit het klimaatakkoord van Parijs, beide gelieerd aan de VN, en uit het nucleaire akkoord met Iran, dat steun kreeg van de Veiligheidsraad.

Secretaris-generaal António Guterres in het VN-hoofdkantoor in New YorkBeeld REUTERS

De optimisten kunnen hopen dat Joe Biden, als hij in november wordt verkozen tot opvolger van Trump, de banden met de VN zal herstellen. Maar dat is een gok, in het andere ­geval zal een herkozen Trump zich wellicht nog minder gelegen laten liggen aan internationale afspraken. Bovendien gaat deze hoop voorbij aan het feit dat de VS zich al veel langer amper inzetten voor internationale samenwerking, als die hun niet uitkomt. Zo hebben de Amerikanen zich ook onder Trumps voorganger Barack Obama niet verbonden aan het Internationale Strafhof in Den Haag.

Rusland en China zijn op papier welwillende leden van de VN. Maar ook daar is het probleem dat de twee autocratische leiders liever hun ­eigen machtsspel spelen dan in overleg tot oplossingen te komen. En ­zowel Poetin als Xi kunnen nog zo lang blijven zitten als ze zelf willen. Ondertussen ondermijnen zij, met name Rusland, de democratie en ­stabiliteit in andere landen. China bouwt bovendien aan een eigen machtspositie in de wereld via de Nieuwe Zijderoute, een initiatief dat geheel losstaat van de VN.

En al was India permanent lid van de Veiligheidsraad, zou het zich dan gedragen als een voorbeeldige dienaar van het multilateralisme? Met een premier als Narendra Modi is dat niet te verwachten, om nog maar te zwijgen van Brazilië onder president Jaïr Bolsonaro. Wat al deze autocratische leiders verbindt is een wereld­visie waarin de winst van de een noodzakelijkerwijs het verlies van de ander betekent. Als grote pestkoppen op het schoolplein van de VN houden zij de kleintjes onder de duim en gebruiken zij hen om hun onderlinge ruzies te beslechten.

Verloren prestige

De VN waren niet altijd zo machteloos. Zelfs tijdens de Koude Oorlog had de Veiligheidsraad wel degelijk een functie in het schaarse overleg tussen Moskou en Washington. Maar toen de VS in 2003 het Irak van Saddam Hoessein aanvielen, lieten ze de Veiligheidsraad links liggen. Daarmee heeft de raad veel prestige verloren en tijdens de burgeroor­logen in Libië en Syrië verdwenen de laatste restjes aanzien.

Zo is de situatie dus nu: een Algemene Vergadering die weinig macht heeft, een Veiligheidsraad waarvan de leden hun eigenbelang voorop zetten en een secretaris-generaal die het vooral van moreel gezag moet hebben. Een moreel gezag waaraan juist de permanente leden geen boodschap hebben.

Betekent dit dat we net zo goed zonder VN kunnen? Nee, zegt de­ Pakistaanse ambassadeur bij de VN Munir Akram in The New York Times. “Zonder de VN heb je geen uitlaatklep.”

Dat zou betekenen dat we de VN alleen in stand houden omdat de ­wereldleiders er af en toe stoom kunnen afblazen, in plaats van oorlog te voeren. Net zoals in oude verhalen Indiase koningen tegen elkaar schaakten in plaats van ten strijde te trekken. Een mooi idee, maar weinig realistisch.

De VN voorkomen geen oorlogen, dat is in het voormalige Joegoslavië, Irak en Syrië wel gebleken. Ook kunnen zij geen interne conflicten of campagnes tegen bevolkingsgroepen verhinderen, kijk naar Rwanda of de Chinese regio Xinjiang. Maar zo lang de wereld geen ander overlegorgaan heeft, moeten we het met de VN doen.

Goede initiatieven zijn er ondertussen wel degelijk, neem de Duurzame Ontwikkelingsdoelen die in 2015 werden afgesproken voor 2030: geen honger en armoede meer, schoon water voor iedereen, vrede en rechtvaardigheid. Mooie doelen die niet gehaald zullen worden, maar het daarom niet minder waard zijn om naar te blijven streven.

Successen zijn er ook al geboekt, bijvoorbeeld met de Millennium­doelen van 2000 tot 2015. De strijd tegen onder meer extreme armoede en honger en tegen de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen heeft wel degelijk resultaat opgeleverd. Ook worden onder de vlag van de VN soms kleinere conflicten beslecht, zoals in Ivoorkust.

Secretaris-generaal Guterres heeft nu het initiatief genomen om burgers te vragen wat zij verwachten van de VN over 25 jaar, als het eeuwfeest wordt gevierd. In de hoop dat een honderdjarige wel voor elkaar krijgt wat een 75-jarige niet lukt.

 Nieuwe initiatieven buiten de VN

Het multilateralisme is niet dood, het heeft zich verplaatst naar andere organen dan de VN. De afgelopen decennia zijn verschillende clubs ontstaan waarin landen met elkaar overleggen. Kenmerkend is dat hooggestemde idealen hierin zelden een rol spelen, het gaat meer om het behalen van praktische resultaten. Een overzicht:

G7: Zeven grote industrielanden bespreken hierin sinds 1973 samen de ontwikkelingen in de wereld. Ook in deze club spelen de westerse staten de hoofdrol, aangevuld met Japan. Rusland mag soms aanschuiven.

G20: Deze groep, die sinds 1999 bestaat, biedt een wat diverser beeld. Landen als India, Brazilië, Mexico en Indonesië zijn lid. De G20 houdt zich vooral bezig met financiële stabiliteit in de wereld.

Shanghai-samenwerkingsorganisatie: Dit is een club die echt een alternatief wil zijn voor de westerse georiënteerde wereldorde. Sinds 2001 werken China, Rusland en enkele Centraal-Aziatische landen hierin samen, India en Pakistan werden lid in 2017 en er zijn gesprekken gaande met onder meer Turkije.

Europese Unie, Afrikaanse Unie, Asean: Meer traditionele organisaties van landen in verschillende regio’s. Zij werken vaak samen met de VN.

Lees ook: Conflict tussen de VS en China is funest voor het internationale overleg

Staten stappen uit internationale akkoorden en zeggen samenwerkingsverbanden op. Is het afgelopen met het multilateralisme, waarbij landen in overleg handelen?

Lees ook: Morele antenne ruimt veld voor joviale doener

De Verenigde Naties krijgen per 1 januari een nieuwe secretaris-generaal. Hoe heeft Ban Ki-moon het gedaan en waar krijgt de ‘flexibele regelaar’ António Guterres mee te maken?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden